Hoofdstuk 21
Toen Karl Burdett de volgende ochtend zijn medewerkers de rechtszaal binnen leidde, verkeerde hij in een opperbeste stemming. Frank Jaffe mocht dan een uiterst bekwame advocaat zijn, maar Karl had het gevoel dat hij hem bijna te pakken had. Jaffe had weliswaar een paar punten gescoord met Otto Jarvis, maar Karl dacht niet dat Frank Tony Rose iets zou kunnen maken. Als de juryleden Rose zouden geloven was de zaak afgelopen.
‘Meneer Burdett,’ zei rechter Hansens parketwacht terwijl Karl met een zwierig gebaar zijn attachékoffertje op de tafel van de aanklager zette, ‘de rechter wil dat u naar de raadkamer komt.’
‘Wat is er aan de hand?’
‘Dat weet ik niet, maar rechter Hansen zit samen met meneer Jaffe en zijn cliënt en nog twee andere heren op u te wachten.’
Karl fronste zijn voorhoofd. Hij zei tegen zijn medewerkers dat ze zijn dossiers klaar moesten leggen en begaf zich naar de raadkamer. Hij hield niet van verrassingen.
‘Goedemorgen, Karl,’ zei de rechter. Ze had haar toga nog niet aangetrokken en was gekleed in een zwarte pantalon en een witzijden blouse. Hoewel het streng verboden was om in openbare gebouwen te roken was Hansen al aan haar derde sigaret en stonk de kamer naar de rook.
Karl herkende Herb Cross, die op een bank naast een magere, onverzorgd uitziende man van achter in de twintig zat, die gekleed was in een sweater en een spijkerbroek en sportschoenen droeg.
Rechter Hansen wees naar een stoel, die naast de stoelen van Frank en zijn cliënt tegenover haar bureau stond. De enige andere aanwezige in de raadkamer was de stenograaf van de rechter, wat inhield dat het niet om een informeel praatje ging.
‘Meneer Jaffe heeft me informatie verstrekt waardoor het hele proces op losse schroeven is komen te staan. Ik probeer erachter te komen wat de beste manier is om met deze situatie om te gaan,’ zei de rechter.
‘Wat voor situatie? Ik heb geen idee wat er aan de hand is.’ De aanklager keek even naar Jack Rodriguez. ‘Als het om nieuwe getuigen gaat, heeft de heer Jaffe me daarvan niet op de hoogte gesteld, iets waartoe hij volgens de regels van het inzagerecht wel verplicht is.’
‘Het gaat inderdaad om een getuige, maar de heer Jaffe kwam daar pas gisteravond achter. Vandaar dit gesprek. Maar voordat we de verklaring van de heer Rodriguez gaan bespreken, wil ik er zeker van zijn dat ik begrijp waar het je in deze zaak om te doen is. Je wilde toch niet aanvoeren dat mevrouw Pope haar man heeft vermoord?’
‘Nee. Charlie Marsh heeft hem vermoord.’
Rechter Hansen knikte. ‘Goed, maar als ik het juist heb, wil je wel aanvoeren dat mevrouw Pope en de heer Marsh hebben samengezworen om haar man te vermoorden.’
‘Dat klopt.’
‘Vervolgens heeft mevrouw Pope iemand ingeschakeld die foto’s heeft genomen waarop zij en de heer Marsh in een compromitterende houding staan afgebeeld. Ze heeft die foto’s naar haar man gestuurd met de bedoeling hem zo boos en jaloers te maken dat hij naar de Westmont-sociëteit zou komen, waar de heer Marsh hem kon vermoorden.’
‘Daar gaan wij van uit.’
‘Meneer Jaffe, laten we de verklaring van de heer Rodriguez aan het proces-verbaal toevoegen,’ zei de rechter.
‘Ik maak bezwaar tegen deze… deze gang van zaken. Ik begrijp niet wat…’
‘Rustig maar, Karl,’ zei de rechter. ‘Ik laat hem deze verklaring in de raadkamer afleggen, zodat de pers hem niet te horen krijgt. Dat zou namelijk nogal gênant voor jou uitpakken. Daar kom je wel achter als je hoort wat Franks getuige te zeggen heeft.’
Frank draaide zijn stoel naar de privédetective. ‘De rechter heeft u al eerder de eed afgenomen, meneer Rodriguez. U staat nog steeds onder ede, begrijpt u dat?’
‘Eh… ja,’ antwoordde Rodriguez met tegenzin.
‘Werkt u als privédetective?’
‘Ja.’
‘Heb ik u bewijsstuk nummer dertien laten zien, de foto’s die naar congreslid Pope zijn gestuurd?’
‘Ja.’
‘Hebt u die foto’s gemaakt?’
‘Ja.’
‘Vertelt u ons eens waarom u mevrouw Pope en de heer Marsh achtervolgde en foto’s van hen maakte.’
‘Ik werd gebeld.’
‘Door wie?’
‘Door een man.’
‘En heeft deze man gezegd wie hem naar u had verwezen?’
‘Ik werk zo nu en dan voor advocatenkantoor Reed, Briggs. Hij noemde de naam van een advocaat daar.’
Frank wendde zich tot de rechter. ‘Met uw permissie, edelachtbare: ik kan aantonen dat Reed, Briggs de juridische zaken van Arnold Pope Senior behartigt.’
‘Ho, wacht even. Wat is hier aan de hand?’ vroeg Burdett, die in paniek raakte bij de gedachte aan iets wat zijn verhouding met zijn belangrijkste donateur zou kunnen schaden.
‘Rustig maar, daar kom je vanzelf achter,’ zei de rechter tegen de aanklager. ‘Gaat u verder, meneer Jaffe.’
‘Goed. Meneer Rodriguez, was er iets ongewoons aan de stem van de man die contact met u opnam?’
‘Hij had een Brits accent.’
‘Heb ik u gisteravond een bepaald nummer laten bellen?’
‘Ja.’
‘Wie hebt u gebeld?’
‘U zei dat het het geheime nummer van het landgoed van Arnold Pope Senior was.’
‘Kwam de stem van de man die de telefoon opnam u bekend voor?’
‘Ja. Het was dezelfde kerel die me had aangenomen.’
‘Bent u daar zeker van?’
Rodriguez haalde zijn schouders op. ‘Ik heb hem nooit ontmoet, maar hij klonk precies zo. Hij had datzelfde Britse accent. En toen ik tegen hem zei wie ik was, deed hij erg paniekerig en weigerde me met de heer Pope door te verbinden.’
‘Verbrak hij de verbinding?’
‘Ja.’
‘Edelachtbare,’ zei Frank, ‘Derrick Barclay, de privésecretaris van de heer Pope, heeft een Brits accent. Ik heb het gesprek opgenomen en de heer Barclay klinkt daarin erg van streek.’
‘Juist. Gaat u verder.’
‘Wat waren de voorwaarden waaronder u werd aangenomen, en wat voor opdrachten kreeg u?’ vroeg Frank.
‘Die kerel met het accent wilde dat ik mevrouw Pope achtervolgde en foto’s zou maken als ik haar erop betrapte dat ze iets onbetamelijks deed.’
‘Hoe werd u betaald?’
‘Vooraf, op mijn bankrekening.’
‘Hebt u ooit de naam gehoord van degene die u betaalde?’
‘Nee.’
‘Hebt u meer dan één gesprek gevoerd met deze persoon?’
‘Ja. Hij belde kort nadat mevrouw Pope was gearresteerd.’
‘Heeft deze persoon u tijdens dat telefoongesprek gevraagd om de naam van een echtscheidingsadvocaat die het niet zo nauw nam met de regels?’
‘Ja. Hij zei dat hij gehoord had dat ik voor kleine kantoren en eenmanspraktijken werkte en dat hij iemand nodig had die wat geld kon gebruiken en niet al te kieskeurig was over wat hij moest doen om het te verdienen.’
‘Hebt u hem een naam opgegeven?’
‘Ik heb hem over Otto verteld.’
‘Otto Jarvis?’
‘Ja.’
‘Hebt u de foto’s die naar congreslid Pope zijn gestuurd aan iemand gegeven?’
‘Nee, tenminste niet aan iemand persoonlijk.’
‘Wat hebt u er dan mee gedaan?’
‘Ik heb ze naar een postbus gestuurd.’
‘Ik heb verder geen vragen, edelachtbare.’
‘Mag ik iedereen behalve Karl verzoeken de raadkamer te verlaten?’ zei rechter Hansen.
‘Volgens mij…’ begon de aanklager.
‘Volgens míj is het beter dat we even onder vier ogen praten,’ zei rechter Hansen. ‘Meneer Jaffe, hebt u er bezwaar tegen dat ik met de heer Burdett even apart over zijn belangen in deze zaak spreek?’
‘Nee, edelachtbare.’
Zodra ze alleen waren, nam rechter Hansen een trekje van haar sigaret. Ze schudde haar hoofd.
‘Ik vond al dat er een luchtje aan deze zaak zat toen ik jouw theorie hoorde.’
‘Die foto’s…’
‘Als mevrouw Pope Rodriguez niet heeft aangenomen om die te maken, bewijzen ze alleen maar dat ze erin is geluisd.’
‘Marsh kan met een Brits accent hebben gesproken om iedereen in de waan te brengen dat Derrick Barclay dat telefoontje heeft gepleegd,’ hield Burdett vol.
Hansen boog voorover en keek Burdett lang en doordringend aan.
‘Ik heb het bandje van het gesprek met Rodriguez beluisterd en ik weet hoe de stem van Barclay klinkt. Ik heb in het gerechtsgebouw ook geruchten gehoord dat je pas op het idee kwam om Sally Pope aan te klagen nadat je met Arnie Senior had gesproken. Berusten die geruchten op waarheid?’
Burdett schoof ongemakkelijk heen en weer in zijn stoel. ‘De bevindingen van de onderzoeksjury…’
‘De onderzoeksjury trekt de conclusies die jij wilt dat ze trekken. Dat weten we allebei, dus kom bij mij niet aan met die onzin. Ik denk eraan om Derrick Barclay en zijn baas voor een onderzoeksjury te slepen en hen over die foto’s te ondervragen.’
Het bloed trok uit Burdetts gezicht weg.
‘Luister. Ik wil aannemen dat je niet wist dat Jarvis meineed zou plegen voordat je hem opriep, maar je kunt erop rekenen dat geen van de juryleden enig geloof zal hechten aan zijn onzinverhaal over dat zogenaamde geheime gesprek. En Tony Rose is zo’n gladjanus dat het me verbaasde dat hij niet uit de getuigenbank gleed. De hele aanklacht stinkt, en wat jij je af moet vragen is wie er in de problemen komt als de rook eenmaal is opgeklaard.
Als jij je aanklacht doorzet, sleept Frank zowel Senior als die rat Barclay de rechtszaal in. Ik wil je één ding beloven: als ze tegenover mij onder ede liegen, stop ik ze samen met iedereen die bewust medeplichtig is geweest in de gevangenis. Dit is mijn voorstel: jij verzoekt om een voorwaardelijk sepot en ik willig je verzoek in. Zo niet, dan sta je er alleen voor.’
Het duurde een aantal uren voordat Karl Burdett naar de rechtszaal terugkwam om de rechter te verzoeken de zaak tegen Sally voorwaardelijk te seponeren. Het grootste deel van die tijd bracht hij in gezelschap van Arnold Pope Senior en Derrick Barclay op zijn kantoor door, waarbij hij hun probeerde uit te leggen wat de gevolgen voor hen zouden zijn als hun medeplichtigheid bij het naar de Westmont lokken van Arnold Junior en hun vermoedelijke aandeel in het opstellen van de verklaringen van Otto Jarvis en Tony Rose in de openbaarheid kwamen. Een deel van die tijd moest hij ook besteden aan het over zich heen laten komen van de tirades van Senior.
Zodra Arnold Pope zijn kantoor uit was gestormd begon Burdett aan een verzoek om de zaak voorwaardelijk te seponeren. Nadat het papierwerk was afgerond werd de zaak tijdens een openbare zitting door rechter Hansen geseponeerd. Vervolgens hielden Frank en de aanklager een persconferentie, waarbij de aanklager zei dat er bewijzen aan het licht waren gekomen die gerede twijfel opriepen omtrent de schuld van Sally Pope. Burdett weigerde verdere vragen over die bewijzen te beantwoorden, met als excuus dat er nog een onderzoek liep, dat in gevaar kon worden gebracht als hij zou onthullen wat hij te weten was gekomen. Op aandringen van rechter Hansen ging Frank ermee akkoord dat hij het bewijs dat voor zijn cliënt tot ontslag van rechtsvervolging had geleid niet openbaar zou maken, zodat Frank zich beperkte tot zijn dank aan de aanklager vanwege diens moed om zijn mening te herzien op het moment dat het recht dat vereiste. Burdett had echter het laatste woord door te zeggen dat de aanklager altijd wint als het recht eenmaal zijn loop krijgt.
‘Ik kan niet geloven dat het afgelopen is,’ zei Sally, een uur nadat Frank bij het gerechtsgebouw was weggereden. Ze zaten tegenover elkaar in Sally’s woonkamer en dronken haar whisky. Haar zoontje, Kevin, logeerde bij een vriendin die tijdens het proces op hem had gepast. ‘Ik vind het alleen jammer dat de jury niet heeft gezegd dat ik onschuldig ben.’
Frank herinnerde haar eraan dat een voorwaardelijk sepot hetzelfde is als vrijspraak. ‘De officier van justitie kan je nooit meer aanklagen voor de moord op je man.’
‘Er zullen mensen zijn die denken dat ik er vanwege een formaliteit onderuit ben gekomen.’
‘Dat zijn de mensen die altijd vragen hebben, ongeacht de afloop van de zaak. Daar moet je verder geen aandacht aan schenken.’
‘Die klootzak,’ mompelde Sally. ‘Ik wou dat er een manier was om hem te grazen te nemen.’
‘Je moet ook geen aandacht meer aan Senior besteden.’
‘Dat zal niet meevallen. Ik ken hem. Hij zal me de rest van zijn leven achterna blijven zitten. Hij kan Arnies erfenis laten blokkeren en hij heeft gezworen dat hij de voogdij over Kevin zal proberen te krijgen.’
‘Geen van die trucs zal hij kunnen uithalen, wat hij ook probeert. Senior kan een aanklacht tegemoet zien als bekend zou worden dat hij getuigen heeft omgekocht om over je te liegen. En dan kun jij een verdomd mooi proces tegen hem aanspannen.’
‘Ik wil geen proces aanspannen. Ik wil alleen maar met rust gelaten worden.’
‘Ik zal mijn best doen om ervoor te zorgen dat dat gebeurt.’
Sally keek van haar glas naar haar advocaat. ‘Je hebt het fantastisch gedaan.’
Frank voelde zich niet op zijn gemak. Hij wilde de andere kant op kijken, maar was bang dat hij zijn emoties zou laten blijken als hij dat deed. Zijn blozende wangen verrieden echter genoeg.
‘Dat was niet moeilijk. Ik geloofde in je.’
Sally wist even niet wat ze moest zeggen. ‘Ik wil vannacht niet alleen zijn,’ zei ze toen.
‘Wat bedoel je?’
‘Je weet wel wat ik bedoel. Ik wil dat je bij me blijft.’
Al het zelfvertrouwen dat Frank in de rechtszaal had getoond verdween op slag.
‘Dat kan niet, Sally.’
‘Zeg niet dat je het niet wilt.’
‘Jij bent mijn cliënt. De beroepscode…’
‘… heeft niets te betekenen als twee mensen om elkaar geven. Ik heb gezien hoe je naar me keek. Je hebt heel erg je best gedaan om me vrij te krijgen, en dat deed je niet alleen maar voor het geld.’
Frank wist dat er een heleboel redenen waren om op te staan en te vertrekken, maar dat deed hij niet.