Hoofdstuk 11
Charlie Marsh was altijd een onbeduidend iemand geweest, een onbelangrijk lid van het menselijk ras, kortom iemand die tijdens zijn tijd op aarde geen stempel op de geschiedenis had gedrukt. Nu was hij een held en, zoals directeur Pulliams maar al te graag aan iedereen die naar hem wilde luisteren uitlegde, het levende bewijs dat zijn theorieën omtrent rehabilitatie wel degelijk werkten. Wat kon daar een beter bewijs voor zijn dan Charlies bereidheid om zijn leven te offeren om dat van zijn cipier te redden?
De directeur was verstandig genoeg om te beseffen dat veel gevangenen Charlies daden niet in positieve zin zouden beoordelen en Freddy Clayton, die in een vlammenzee was omgekomen in plaats van voor het gezag te buigen, als de ware held van de gijzelingsactie in de gevangenis zouden beschouwen. Om Charlie te beschermen tegen die gevangenen die nog niet het licht hadden gezien, stuurde de directeur hem naar het streekziekenhuis om te herstellen, terwijl hij zelf maatregelen nam om Charlies vervroegde invrijheidstelling te bewerkstelligen, wat hem een passende beloning voor diens moed leek.
Tijdens de eerste avond die Charlie tussen schone lakens in zijn luxueuze, van airconditioning voorziene ziekenhuiskamer doorbracht, stemde de verpleegster zijn tv-toestel af op het nationale nieuws, waar de gijzelingsactie in de gevangenis het hoofdonderwerp was. Het gaf Charlie een onwerkelijk gevoel om zichzelf achter de gijzelaars aan de bibliotheek uit te zien strompelen en op de vloer in elkaar te zien zakken terwijl Mabel Brooks de hele wereld vertelde: ‘Die cipier zou niet meer in leven zijn als meneer Marsh er niet was geweest. We zouden allemaal omgekomen zijn. Hij wierp zich tussen dat mes en meneer Merritt in. En hij voorkwam dat dat beest ons in brand zou steken. Ik weet dat we allemaal dood geweest zouden zijn als meneer Marsh ons niet beschermd had. God zegene hem.’
Charlie zou trots geweest moeten zijn op zijn heldhaftige daden en in de wolken moeten zijn nu de vrijheid nabij was, maar het voornaamste wat hij voelde was schuld. Was hij echt een held? Had hij zich tussen Freddy’s mes en Larry Merritts lichaam geworpen om een onschuldige te redden of om te voorkomen dat hij van medeplichtigheid aan moord beschuldigd zou worden? En waarom had hij tegen Freddy gezegd dat hij van hem hield? Had hij vanuit zijn hart gesproken of probeerde hij Freddy alleen maar af te leiden om te voorkomen dat hij zelf gedood zou worden omdat hij zich met het krankzinnige plan van zijn gestoorde vriend had ingelaten? Charlie leidde al zo lang een dubbel leven dat het soms moeilijk voor hem was om erachter te komen wat hem werkelijk dreef.
Charlies leven was in een stroomversnelling geraakt. Terwijl de reclasseringsraad zich over directeur Pulliams’ aanbeveling voor vervroegde invrijheidstelling boog, worstelde hij zich door aanbiedingen van literaire agenten en filmproducenten. Die aanbiedingen kwamen als een verrassing, en het idee dat hij grote bedragen aan Freddy’s dood zou overhouden maakte zijn schuldgevoel alleen maar groter. Steeds als hij aan het geld dacht dat hij zou gaan verdienen, drong zich in zijn hoofd het beeld op van Freddy Clayton in een vuurzee. Dat beeld weerhield hem er echter niet van om een agent in de arm te nemen of een bedrag van zeven cijfers voor een filmcontract en ook nog een soortgelijk bedrag voor een contract met een uitgever voor zijn autobiografie te accepteren. Het weerhield hem er echter wel van om onverdeelde vreugde aan de plotselinge wending van zijn geluk te beleven.
De dood van Freddy was de enige domper op het drukke leven dat hij na zijn tijd in de gevangenis leidde. Binnen een paar dagen na zijn vrijlating was hij bij Oprah te gast en was hij het toponderwerp van het actualiteitenprogramma Today. Hij hoorde ook dat Tom Cruise belangstelling had om hem in de film te spelen. Charlie sliep niet meer boven in een stapelbed in een gevangeniscel, maar tussen zijden lakens in een appartement in Manhattan, dat hij van zijn uitgever mocht gebruiken terwijl hij aan zijn boek werkte.
Charlie hield zich verre van drugs, die hem op de vele feestjes die hij bijwoonde werden aangeboden, en raakte niet dronken, omdat hij zijn hoofd helder wilde houden, maar hij bleef niet bij vrouwen uit de buurt. Charlie kon niet geloven dat zo veel totaal verschillende vrouwen hem smeekten het bed met hem te delen. Er waren zwarte vrouwen, blanke vrouwen en vrouwen van Aziatische afkomst. Er waren blondines, brunettes en roodharigen. Er waren vrouwen bij die zich aangetrokken voelden tot beroemdheden en vrouwen die met een rijke man naar bed wilden. Er waren ook vrouwen bij die gefascineerd raakten door gevaarlijke misdadigers, en dat was ook het beeld dat Charlie van zichzelf begon te schilderen. Vóór de gijzelingsactie in de gevangenis had niemand uit zijn nieuwe kennissenkring ooit van hem of Freddy gehoord, zodat deze nieuwe, verbeterde versie van Charlie Marsh, de uiterst gewelddadige misdadiger die een wonderbaarlijke bekering had ondergaan, overal werd geaccepteerd.
Mickey Keys, de agent die hij pas in dienst had genomen, was een goedgebekte, roodharige man met sproeten. Hij was tweeënveertig jaar en altijd bijzonder opgewekt. Toen hij bij wijze van grapje tegen Charlie zei dat hij meer boeken zou verkopen als hij een wat meer opwindende naam had, drong het meteen tot Charlie door dat niet alleen zijn naam even saai klonk als het beeld dat een moeras nu eenmaal oproept, maar dat zijn levensverhaal al net zo saai was. Zijn ouders waren fatsoenlijke, hardwerkende mensen geweest. Het enige waar ze zich aan hadden bezondigd was dat ze hun enige kind vreselijk hadden verwend. Charlie was in de misdaad beland omdat hij lui was, en het enige geweld dat zijn fratsen ooit hadden veroorzaakt had zich voorgedaan op momenten dat een slachtoffer zijn zwendelpraktijken doorhad en hem in elkaar sloeg.
Het leven van Freddy Clayton leek daarentegen op een shakespeariaanse tragedie of op een echt goede televisieserie. Freddy was als kind misbruikt. Presentatoren van praatprogramma’s op televisie waren dol op onzinpraat over slecht functionerende gezinnen. Freddy had moorden en gewapende overvallen gepleegd. Hij was een paar keer op het nippertje aan de rechterlijke macht ontsnapt en betrokken geweest bij gewelddadige vechtpartijen. Behalve Charlie waren slechts een paar mensen op de hoogte van de feiten uit Freddy’s leven. Bijna niemand wist trouwens ook iets over Charlie. Wie zou hem tegenspreken als hij een paar voorvallen uit Freddy’s levensverhaal gebruikte en beweerde dat die hém waren overkomen? Hun ouders waren overleden, net als een groot deel van de getuigen van Freddy’s daden. Hier en daar was nog wel een kennis in leven, maar de meesten die op de hoogte waren, hadden zelf in de gevangenis gezeten. Wie zou hun woorden geloven in plaats van die van een held, en hoe veel van hen hadden nog een arrestatiebevel lopen dat op het moment dat ze in de openbaarheid traden ten uitvoer zou worden gelegd? Charlie was ervan overtuigd dat zijn boek een eerbetoon aan Crazy Freddy zou worden als hij het leven van zijn vriend tot het zijne zou maken.
Zijn interviews waren meestal over de gijzelingsactie in de gevangenis gegaan. Charlie had zich steeds op de vlakte gehouden als een interviewer naar zijn verleden informeerde, en hij was ook nog niet begonnen aan de samenwerking met de ghostwriter die in feite zijn boek zou schrijven, zodat nog niemand wist wat hij in zijn autobiografie zou gaan vertellen. Charlie besteedde de maand daarop aan het herzien van de synopsis waar zijn agent hem om had gevraagd. Tegen de tijd dat hij kennismaakte met de ghostwriter bevatte zijn autobiografie zowel verhalen over steekpartijen en vuistgevechten – waaruit Charlie steeds als overwinnaar naar voren kwam – als over moorden en andere zaken die in strijd met de wet waren. In zijn inleiding legde Charlie uit dat hij niet kon uitweiden over de details van deze gebeurtenissen omdat er sprake zou kunnen zijn van strafrechtelijke aansprakelijkheid. Hij liet ook doorschemeren dat hij in zijn jeugd fysiek – en mogelijk seksueel – was misbruikt. Charlie wist dat zijn onschuldige ouders daardoor in een kwaad daglicht kwamen te staan, maar zijn ouders leefden niet meer en trouwens, welke ouder zou niet bereid zijn om zijn of haar naam door het slijk te laten halen als hun kind daarmee de kans kreeg om na een moeizaam begin in het leven te slagen?
Uiteraard had een boek een opwekkend slot. Charlie praatte over het Innerlijke Licht dat hem tijdens zijn bijna-doodervaring had bezield, en hoe dat licht hem ertoe had gebracht de misdaad vaarwel te zeggen en zich voor te nemen iedereen ter wereld te helpen zijn eigen Innerlijke Licht te ontdekken. Het laten vastleggen van de auteursrechten op dat begrip was ook een idee van Mickey Keys geweest.
Van enig licht, innerlijk of anderszins, was eigenlijk geen sprake geweest. Charlie had geen duidelijke herinnering aan wat er tijdens dat krankzinnige moment toen hij zich tussen de cipier en het mes had geworpen was gebeurd. Dat hele innerlijk-lichtverhaal was ook een voorstel van Mickey geweest. Het was eigenlijk niet zozeer een duidelijk voorstel geweest, maar meer een ‘herinnering’ van Charlie, die door een paar erg gerichte vragen naar boven was gekomen, zoals ‘Had je misschien een religieuze ervaring toen je werd neergestoken? Er zijn mensen die beweren dat ze tijdens een bijna-doodervaring een verblindend licht hebben gezien. Heb je zoiets meegemaakt? Dat zou namelijk fantastisch zijn, want de presentatoren van praatprogramma’s zijn gek op religieuze bekeringen of bijna-doodervaringen.’
Bij de persconferentie waarbij Het licht in jezelf werd gepresenteerd, kondigde Charlie de oprichting van de bv Innerlijk Licht aan. Het boek werd in allerijl gedrukt toen de gijzeling in de gevangenis nog vers in ieders geheugen lag. Tijdens die persconferentie kondigde Charlie ook aan dat hij zich voortaan Gabriel Sun zou noemen, een nieuwe naam om de dood van de schurk Charlie Marsh en zijn wedergeboorte als brenger van licht te vieren.
Charlies autobiografie werd meteen een bestseller. Het boek begon met zijn arme jeugd en beschreef tot in detail hoe armoede en misbruik hem tot een misdadiger hadden gemaakt. Er werd uitgelegd hoe zijn ervaring met zijn innerlijke licht op het moment dat hij Larry Merritts leven had gered – en het vertrouwen dat directeur Jeffrey Pulliams in hem had gesteld – hem zijn geloof in het goede in de mens hadden teruggegeven. Charlie vertelde de aanwezige mediavertegenwoordigers dat hij zich erop verheugde om tijdens de tournee naar aanleiding van het verschijnen van zijn boek in de grote steden bijeenkomsten te organiseren, waarbij hij mensen die in de problemen zaten zou kunnen helpen om zelf hun Innerlijk Licht te vinden. Er zou een klein bedrag aan entreegeld worden geheven, maar, zo beloofde Charlie, de voordelen die iemand die zo’n bijeenkomst bijwoonde in zijn persoonlijke en geestelijke ontwikkeling zou ervaren zouden ruimschoots opwegen tegen de toegangsprijs.
De cursussen, de verkoop van Charlies boek, de cd’s met zijn wijze woorden, de T-shirts en de andere Innerlijk Licht-artikelen brachten allemaal een stroom geld binnen. Charlie had de kost verdiend door onder valse voorwendsels mensen geld uit de zak te kloppen en hij had nu in Mickey Keys een gelijkgestemde geest gevonden. Zodra er geld binnenkwam, begonnen de agent en zijn nieuwe cliënt dat van de rekening van de bv Innerlijk Licht naar geheime bankrekeningen in Zwitserland te sluizen. Mickey, die een boekhoudkundige achtergrond had, stelde voor de belastingdienst een schaduwboekhouding op. Charlie en Mickey stonden er financieel bijzonder goed voor, ook al suggereerden de cijfers in hun boekhouding het tegendeel.
Charlie hield zijn cursusbijeenkomsten in elke plaats die hij op zijn tournee aandeed. Ze werden bezocht door leden van de middenklasse die graag rijk en succesvol wilden worden, en door rijke mensen die moeite hadden met hun succes. Als de kans zich voordeed, ging hij met iedere rijke vrouw naar bed die door een alwetende en gevaarlijke ex-veroordeelde van dienst te zijn van haar schuldgevoel verlost wilde worden. Nu en dan vrijde hij ook met een van de minder bedeelde groupies die bij zijn signeersessies rondhingen. Daar was hij na een bijzonder lucratieve bijeenkomst aan de Yale-universiteit mee bezig toen Mickey Keys halverwege een vrijpartij onaangekondigd zijn hotelkamer binnenkwam.
‘Wat moet dat godverdomme!’ riep Charlie, die woedend was vanwege de onderbreking. De studente met wie hij lag te vrijen was zo sappig als een perzik en was heerlijk strak gebouwd.
Keys lette niet op Charlie en zette de televisie aan. ‘Kijk hier even naar.’
‘Alleen als het de moeite waard is.’
‘Het is meer dan dat, Charlie. Let even op.’
Het was donker op het scherm. Uit een paar getraliede ramen sloegen vlammen naar buiten en de schijnwerper van een politiehelikopter verlichtte een gevangenisterrein. Voor de hoge muren stonden leden van de Nationale Garde en de staatspolitie opgesteld.
‘Waarom moet je zo nodig de beste neukpartij die ik dit jaar gehad heb onderbreken om me een gevangenis te laten zien? Ik probeer de gevangenis juist te vergeten.’
‘Als ik je vertel wat voor idee ik heb, zul je er maar al te graag aan terugdenken. Dit is een opname van de staatsgevangenis in Oregon. Vanmorgen vroeg brak er een vechtpartij uit tussen een bende Latijns-Amerikanen en leden van de Arische Broederschap. Toen de bewakers tussenbeide wilden komen, werden er een paar gegijzeld en ontaardde de vechtpartij in een complete rel.’
‘Wat wil je daarmee zeggen?’ vroeg Charlie op klagelijke toon. Het ergerde hem dat zijn erectie begon te verdwijnen.
‘We gaan naar Oregon, waar jij je diensten gaat aanbieden als onderhandelaar om een eind aan die rel te maken.’
‘Oregon? Ik weet verdomme niet eens waar dat ligt.’
‘De nationale pers heeft het weten te vinden. Het is het hoofdonderwerp bij elk televisiestation en bij alle nieuwsuitzendingen op de kabel.’
‘Mickey, jij weet geen ene moer over dit soort dingen. De autoriteiten laten me niet eens in de buurt van die gevangenis komen.’
Mickey glimlachte. ‘Dat kan wel zo zijn, maar als ze dat wel doen, betekent dat voor jou een heleboel gratis publiciteit. En als de gouverneur niet wil dat jij met de opstandelingen praat, ziet iedereen jou als iemand van goede wil, die alleen maar probeert te helpen. Het doet er niet toe hoe die rel afloopt, jij komt er als een sympathiekeling uit tevoorschijn en krijgt er een heleboel gratis zendtijd mee.’
‘En de tournee dan?’
‘Ik heb met je uitgever gepraat. Ze gaan ermee akkoord dat je gaat. Ze zijn al bezig een cursus op te zetten bij een advocaat thuis, van wie ze een boek hebben uitgegeven.’
Charlie liet zich achterover op het bed zakken. De studente hield een laken tegen haar borst gedrukt en volgde het gesprek aandachtig.
‘Oké, wanneer gaan we?’
‘Over een paar uur.’
Charlie glimlachte naar het meisje. ‘Dan hebben we nog genoeg tijd om af te maken waar we mee begonnen waren, schatje.’
‘Zet die tv uit en maak dat je wegkomt. Ik wil voorlopig niet gestoord worden,’ zei Charlie tegen Keys.
De agent schudde zijn hoofd en verliet de kamer. Charlie tastte onder de lakens tot hij een warm, zacht plekje tussen de benen van de studente had gevonden.
‘Je bent nog net zo heet, merk ik.’
De studente draaide zich naar Charlie toe tot haar borsten zijn bovenlijf raakten.
‘Neuk me lekker hard, Charlie,’ fluisterde ze, ‘en als je klaar bent, moet je me meenemen naar Oregon.’
‘Wát?’ zei Charlie. Hij ging een eindje bij haar vandaan liggen.
Hij voelde een hand om zijn penis.
‘Ik verdoe mijn tijd aan de universiteit. Ik ben hier alleen maar ongelukkig. Ik wil dat jij me de weg naar innerlijke vrede laat zien.’
Charlie was niet in de stemming voor een filosofische discussie. Hij wilde ook niet dat die griet hem achterna kwam naar Oregon, ook al meende hij wat hij zei toen hij tegenover Mickey Keys haar seksuele kwaliteiten had geprezen.
‘Ik hoor je wel, meid, maar…’ begon Charlie, maar de zachte, ritmische beweging van haar hand deed hem vergeten wat hij wilde zeggen.
‘Toe, Charlie, neem me mee. Ik ben slim. Ik kan je helpen, en ik kan nog veel meer voor je doen.’
Charlie wist dat hij nee moest zeggen, maar het meisje dook onder de lakens. De aanraking van haar lippen deed al zijn kennis van de Engelse taal uit zijn hersens verdwijnen.