Hoofdstuk 13

 

 

Charlies leven was een en al rozengeur en maneschijn tot op de dag van de bijeenkomst bij de Westmont alles in het honderd liep. De eerste onaangenaamheid deed zich voor op een zonnige namiddag in een boekhandel in Portland. Hij zat aan een tafel met stapels exemplaren van Het licht in jezelf. Delmar Epps stond een eindje bij Charlie vandaan en deed – vergeefs – zijn best om niet op te vallen. Naast Charlie zat Mickey Keys, die gekleed was in een donkerbruin kostuum en een wit overhemd met rode das. Hij leek helemaal in zijn nopjes te zijn. Het was ongebruikelijk voor hem om een cliënt op een tournee te vergezellen, maar Keys zag Charlie niet als cliënt, maar als een goudmijn en hij wilde de bron van zijn ongekende weelde goed in de gaten houden. 

   Voor de tafel stond een rij die zich over de hele winkel uitstrekte. Het waren allemaal enthousiaste klanten die Charlies boek graag wilden aanschaffen zodat ze konden leren hoe ze het licht in zichzelf moesten ontsteken om rijkdom en innerlijke vrede te vinden. Steeds als er een bewonderaar vooraan in de rij kwam te staan, glimlachte Charlie naar de nieuwe klant en vroeg welke opdracht hij in het boek moest schrijven. Dan maakte hij ook steevast een vrolijke, positieve opmerking terwijl hij schreef: ‘Nooit ophouden voor je je innerlijke licht hebt ontstoken. Vrede, Gabriel Sun.’ 

   Na de eerste paar klanten ging Charlie op de automatische piloot verder. Daardoor duurde het een paar tellen voor hij de volgende twee mannen in de rij herkende.

   ‘Hé, Charlie, dat is lang geleden,’ zei Gary Hass, de intelligentste van wijlen Freddy Claytons handlangers. Gary zag er zo onopvallend uit dat getuigen grote moeite hadden om hem er bij een confrontatie uit te halen. Dat maakte hem tot een heel andere verschijning dan de getatoeëerde, gepiercete en met steroïden opgeblazen Werner Rollins, die vlak naast Gary stond en in een horde barbaren volkomen op zijn plaats geweest zou zijn. Helaas voor de mensheid was Hass’ beschadigde en misvormde ziel volkomen in tegenspraak met zijn kleurloze verschijning. Zijn slanke, zo niet pezige lichaam en zijn lengte van nog geen één meter zeventig maakten hem niet tot een imposante verschijning, maar hij was meedogenloos en vergat zelfs de geringste belediging nooit. Gary beschikte ook over eindeloos geduld. Als je hem vandaag te slim af was, nam hij, lang nadat je vergeten was dat je ooit een aanvaring met hem had gehad, wraak door je aan je bed vast te binden en je huis in brand te steken. 

   ‘Goed boek,’ zei Gary.

   ‘Ik ben blij dat je het goed vond.’

   ‘Ik vond het zo goed dat ik het meerdere keren gelezen heb; vooral de stukken over je opwindende ervaringen in de wereld van de misdaad. Weet je waarom ik die stukken zo vaak heb moeten lezen?’

   ‘Eh… nee.’

   ‘Omdat ik erdoor in de war werd gebracht, Charlie. Een heleboel van je wapenfeiten kwamen me tegelijk bekend en onbekend voor. Ik bedoel, ik meen me een paar van die gebeurtenissen te herinneren, maar niet precies op dezelfde manier als jij. Het was voor mij net of ik naar een sciencefictionfilm zat te kijken waarin mensen in een parallel universum terechtkomen, dat heel veel op de wereld lijkt zoals wij die kennen, maar toch anders is. Een wereld waarin het Zuiden de Burgeroorlog wint, zoiets. Je weet dat het anders afliep, maar als de schrijver weet te overtuigen lijkt het net of het echt zo gebeurd is. Begrijp je wat ik bedoel?’ 

   ‘Niet echt. Zeg, het is leuk om je weer eens te zien, maar er staat een lange rij. Het is niet de bedoeling dat ik langer dan een paar minuten met een klant praat.’

   ‘Hé, Werner en ik willen niet moeilijk doen. Laten we samen koffie gaan drinken als je klaar bent, oké?’

   ‘Dat weet ik niet, Gary. Ik heb het vreselijk druk.’

   ‘Daar kan ik inkomen. Als je geen tijd voor koffie hebt, vliegen we weer terug naar de oostkust om te kijken of er niet een onderzoeksverslaggever bij The New York Times te vinden is die met ons onder het genot van een dubbele cafeïnevrije mokka over onze verwarring naar aanleiding van je boek wil praten. Maar om je de waarheid te zeggen geven we er de voorkeur aan om met een vriend herinneringen op te halen aan de goede oude tijd.’ 

   Charlie voelde dat hij misselijk begon te worden. Zijn voorhoofd glom van het zweet. ‘Als ik klaar ben, kijk ik wel of ik tijd heb.’

   ‘Uitstekend! Twee deuren verder is een restaurant. Werner en ik kunnen haast niet wachten tot we alles te horen krijgen over het opwindende leven dat je leidt. Tot straks.’

   ‘Wie waren die lui?’ vroeg Mickey Keys toen Gary en Werner zonder een boek te kopen vertrokken waren.

   ‘Kennissen van vroeger. Ik ga na de signeersessie koffie met ze drinken.’

   ‘Wil je dat ik met je meega?’

   ‘Nee. Ga jij maar met Delmar terug naar het hotel.’

   ‘Weet je zeker dat je alleen met die twee wilt zijn?’

   ‘Absoluut. Geloof me, Mickey, hoe minder Gary en Werner over je weten, hoe beter het voor je is.’

 

Charlie trof het vreemde stel op een bank achter in het restaurant aan. Gary had een kop zwarte koffie vast terwijl Werner een stuk taart naar binnen zat te werken. Op de tafel voor de neanderthaler stond ook een bord met de restjes van een portie hamburger met patat.

   ‘Je bent een kerel naar mijn hart,’ zei Gary terwijl Charlie op de bank schoof. ‘Je hebt niet alleen de bak overleefd, maar zo te zien gaat het je voor de wind.’

   Charlie haalde zijn schouders op. ‘Het boek is nog maar een paar weken uit. Er kan nog van alles gebeuren.’

   ‘Doe niet zo bescheiden, zeg. Newsweek schreef dat je een bedrag van zeven cijfers voor het boek hebt gekregen en nog eens een miljoen of zo voor de filmrechten. Heb je al met Tom gesproken? Hoe is hij in het echt?’ 

   ‘Wat ze over Tom Cruise schrijven is allemaal Hollywood-onzin, Gary. Ze zijn aan het onderhandelen. Hij heeft nog geen toezegging gedaan.’

   ‘Verdomd goeie acteur,’ gaf Werner tussen twee grote happen taart te kennen.

   ‘Goed, hoe gaat het met jullie? Ik heb jullie in jaren niet gezien.’

   ‘De laatste keer was een jaar of vijf geleden,’ zei Gary. ‘Werner en ik zijn er na die mislukte bankoverval vandoor gegaan. Wat was dat een sof! Een dode bewaker en een burgerslachtoffer, en geen rooie cent.’

   Gary schudde droevig zijn hoofd, maar monterde toen meteen weer op. ‘Weet je, er staat een voorval in je boek dat een beetje op dat fiasco van ons lijkt. Werner en ik kregen echt een kick van dat stuk waarin je al schietend achter die auto duikt. Het deed me denken aan een scène uit een film van John Woo. Om precies te zijn, het ís ook vrijwel identiek aan een scène uit een van zijn films. Maar er is toch iets geks mee. Werner en ik herinneren ons dat Freddy samen met ons de bank binnen ging, maar we herinneren ons niet dat we jou daar gezien hebben. Waarschijnlijk had je het over een andere bankoverval die je samen met Freddy en een paar anderen hebt gepleegd, waarbij ook een bewaker en een klant zijn omgekomen.’ 

   ‘Ach, ik moest de ware toedracht een beetje in het midden laten, zodat de politie op grond van het boek niet met een aanklacht kan komen.’

   ‘Dat snap ik. Werner en ik denken dat er vast wel een grote uitgever te vinden is die misschien belangstelling voor óns levensverhaal heeft, zeker nu jouw boek zo goed verkoopt. Het kan een heel nieuw genre worden: boeken waarin misdadigers alles opbiechten. Het enige wat ons weerhoudt is onze zorg om jou. Als wij ons verhaal vertellen, zou het kunnen zijn dat een paar van onze herinneringen jouw versie van het gebeurde tegenspreken. We zouden het vreselijk vinden als ons succes jou in moeilijkheden bracht.’ 

   Charlie zuchtte. ‘Oké, Gary. Laten we ophouden met eromheen draaien. Wat wil je?’

   ‘Een klein deel van de koek, de kans om een beetje mee te profiteren, een…’

   ‘Schei uit met die onzin. Ik snap het. Wat moet ik doen om te zorgen dat jij en Werner me met rust laten?’

   ‘We willen je helemaal niet met rust laten, Charlie. Een grote ster als jij kan eigenlijk niet zonder entourage.’

   Charlies hoofd ging een paar keer heen en weer. ‘Geen denken aan.’

   ‘Dat moet je niet zeggen. We kunnen ons voorstellen dat we bij die bijeenkomsten optreden en bekennen dat we vreselijke, tot op het bot verdorven misdadigers waren, totdat jij ons hielp ons innerlijke licht te vinden.’

   ‘Geen sprake van.’

   Gary liet zijn vriendelijke houding varen. ‘Weet je wat plagiaat is? Werner en ik hebben het idee dat jij ons leven hebt geplagieerd. Dat is strafbaar, Charlie, maar je weet wat ze zeggen: “Wie nooit heeft gevaren krijgt nooit averij”. En ze zeggen ook dat misdaad niet loont. Het komt er allemaal op neer dat het gevolgen heeft als je iets verkeerds doet. En in jouw geval is dat gevolg een belasting op je winsten. Je betaalt nu alvast wat en dan blijven we een beetje in de buurt om een oogje op je inkomsten te houden en te kunnen bepalen hoe hoog de belasting in de toekomst zal zijn.’ 

   ‘Daar peins ik niet over. Ga maar naar de Times en kijk maar wat ze zeggen. Wie zal jou eerder geloven dan mij? Ik ben een held, Gary. Ik heb het leven van een cipier gered. 

   En hoe ga je bewijzen dat ik het allemaal verzonnen heb? Een verslaggever wil specifieke feiten over moorden, gewapende overvallen en andere misdrijven. Feiten die je voor de rest van je leven achter de tralies kunnen doen belanden. Maar stel dat ze geloven dat jij die misdrijven hebt gepleegd. Daarmee wordt niet bewezen dat ik de voorvallen in het boek heb verzonnen. Ik zou gewoon zeggen dat mijn misdaden andere misdaden waren, die niets te maken hebben met wat jij zegt dat je gedaan hebt. In mijn inleiding heb ik gezegd dat ik vaag moest zijn omtrent de ware toedracht en namen en plaatsen veranderd heb om mezelf te beschermen tegen eventuele aanklachten. Maar doe vooral wat je niet laten kunt.’ 

   Gary werd rood, en dat betekende dat hij kwaad was. Charlie was even vergeten met wie hij te maken had, maar nu herinnerde hij het zich weer. Gary boog zich over de tafel en sprak op gedempte toon: ‘Als je denkt dat met een verslaggever praten het ergste is wat ik je kan aandoen, ben je zeker een paar van de dingen vergeten die je me hebt zien doen. Als je mij verneukt, zul je de rest van je leven met één oog open moeten slapen.’

   Gary leunde achterover om wat hij gezegd had te laten bezinken. ‘Ik vergeet hoe grof je daarnet tegen me was. We zien elkaar vanavond op die bijeenkomst van je bij die chique sociëteit. Dan heb je nog een paar uur om na te denken.’

   Gary knikte naar Werner, die de laatste restjes van zijn taart oplikte.

   ‘Vraag jij straks om de rekening?’ zei Gary.

   Charlie zag hen vertrekken. Vervolgens deed hij zijn ogen dicht en zuchtte diep. Hoe kon hij zo stom zijn? Hij was de laatste tijd zo met zichzelf ingenomen dat hij vergeten was hoe de wereld werkelijk in elkaar zat. Mensen als Sally Pope leefden in een droomwereld, maar hij was een prooi in een jungle waarin mensen als Gary en Werner als roofdieren rondliepen.