Hoofdstuk 2
Het presidentiële paleis was een zes verdiepingen hoge, holle monstruositeit. Het leek nog het meest op een stereoluidspreker. Aan de buitenkant was het bedekt met ronde gouden schijven, die overdag het zonlicht weerkaatsten en op elk uur van de dag kogels deden afketsen. Baptistes paleis lag een eind van de weg, achter een smeedijzeren geelektrificeerd hek met scherpe punten. Een oprijlaan liep langs de ingang aan de voorzijde, die bereikt kon worden via een steile marmeren trap. Hierdoor konden de soldaten die voor de ingang stonden naar beneden schieten op iedereen die het paleis aan de voorkant probeerde te bestormen.
Charlie wankelde half verdoofd de trappen van het paleis af. Hij deed zijn vlinderdas af, trok de kraag van zijn overhemd los en ademde onder het lopen met volle teugen de frisse lucht in. Hij kneep zijn ogen dicht en schudde zijn hoofd heen en weer, maar wat hij ook probeerde, het lukte Charlie niet om het beeld van Bernadettes voetzolen uit zijn hoofd te zetten. Zoals ze daar lag, had ze zo kwetsbaar geleken.
Charlie was door een limousine naar het presidentiële paleis gebracht. Baptiste had daarvoor gezorgd, maar aan de voet van de trap stond geen auto om hem terug naar zijn appartement te brengen.
‘Waar is mijn auto?’ vroeg Charlie aan een van de soldaten die op wacht stonden.
‘Alle auto’s weg,’ antwoordde de soldaat kortaf.
‘Zorg dan dat ik er een krijg.’
De glimlach van de soldaat had iets kils. ‘President Baptiste zegt vanavond geen auto’s meer.’
Normaal zou Charlie de soldaat wegens brutaliteit gerapporteerd hebben en een auto hebben geëist, maar na wat zich die avond had afgespeeld was hij te ontdaan en te bang om ruzie te maken. Er was een kleine mogelijkheid dat hij een lage functionaris zou kunnen vinden die een auto voor hem zou kunnen regelen, maar niets ter wereld kon hem ertoe brengen terug het paleis binnen te gaan om zo iemand te vinden.
De afwezigheid van zijn auto en de brutaliteit van de soldaat waren duidelijke bewijzen dat Baptiste wist dat hij de minnaar van Bernadette was. De laatste keer dat hij zo bang was geweest was twaalf jaar geleden, op de avond dat hij van het parkeerterrein van de Westmont-sociëteit was weggevlucht nadat het congreslid was doodgeschoten. Hij was tot een paar weken na zijn aankomst in Batanga doodsbang gebleven. Charlie kon zich nog het moment herinneren waarop de vrees was verdwenen. Dat was toen hij over het witte zand achter zijn huis liep en naar de aanrollende golven keek. Smaragdgroene palmbomen wuifden zachtjes in de bries en er stond geen wolkje aan de hemel. Charlie ademde de heldere schone lucht in en ademde weer uit. Toen glimlachte hij en zei hardop: ‘Ik ben veilig.’ Het duurde niet lang voordat hij erachter kwam dat wat hij voor veiligheid aanzag niet meer dan een illusie was.
Charlies angst dreef hem voort, de lange oprijlaan af. Hij liep naar het wachthuisje. Meteen nadat de bewaker het hek had geopend sjokte hij via de Baptiste-boulevard in de richting van de stad. Er reden taxi’s langs, en ook ‘betaalbussen’, die voor een paar stuivers passagiers meenamen op een vaste route door de stad, maar Charlies appartement lag maar een paar kilometer bij het paleis vandaan en hij moest lopen om zijn hoofd helder te krijgen.
Het paleis grensde aan de achterkant aan de oceaan en de koele bries die ’s nachts landinwaarts blies, verjoeg de klamme, drukkende hitte waaronder de inwoners van tropisch West-Afrika overdag meestal gebukt gingen. Charlie hield van die hitte. Toen hij erover nadacht, besefte hij dat het strandweer een van de weinige goede dingen was die Batanga te bieden had. Bijna al het andere was klote. De president was een gevaarlijke gek en de meeste burgers leefden in angst en troosteloze armoede. Zelfs de rijke Batangezen waren afhankelijk van de nukken van hun waanzinnige leider en de regentijd duurde lang en werkte deprimerend.
Vanuit Charlies standpunt gezien had Batanga nog een voordeel: de afwezigheid van een uitleveringsverdrag met de Verenigde Staten en alle andere landen. Batanga was een geliefd toevluchtsoord voor afgezette dictators, voortvluchtige terroristen en gezochte misdadigers. Baptiste reikte hun allemaal vriendschappelijk de hand, maar daar moest wel iets tegenover staan. Twaalf jaar geleden was Charlie naar Batanga gevlucht, nadat hij was aangeklaagd wegens de moord op het Amerikaanse congreslid Arnold Pope Junior. Bij zijn aankomst was hij rijk geweest dankzij de royalty’s die hij met zijn goed verkopende autobiografie, Het licht in jezelf, had verdiend en het geld dat hij bij de bv Innerlijk Licht had verduisterd. In het begin had alles rozengeur en maneschijn geleken en werd hij als een vorst behandeld. De mensen met wie Charlie in aanraking kwam, waren rijk. Ze speelden de baas in Batanga, woonden in grote huizen, aten goed en gaven fantastische feesten. En de vrouwen…! Als rijpe vruchten hadden ze zich aangediend, klaar om geplukt te worden en ze hadden maar al te graag het bed met hem gedeeld, want hij was immers de gunsteling van de president. Het enige contact dat Charlie met de armen van Batanga onderhield, was met zijn huisknecht en zijn kok, die zo verstandig waren om niets negatiefs over hun land of hun president te zeggen, want in Batanga kon iedereen een spion zijn. De geheime politie liet regelmatig mensen vanwege het minste of geringste, of gewoon zonder opgaaf van redenen verdwijnen.
De veranderingen waren zo geleidelijk gekomen dat hij niet in de gaten had dat er iets mis was, totdat het te laat was. De eerste vier jaar had Charlie in een prachtig huis met uitzicht op de oceaan gewoond, dat eigendom was van de president. De huur was erg hoog, maar Charlie had een paar miljoen dollar op zijn Zwitserse bankrekening staan, zodat het maar een schijntje leek, net als de belasting die hij moest betalen voor het voorrecht in een land te wonen dat hem niet zou uitleveren. Charlie gaf grote bedragen uit, omdat van hem verwacht werd dat hij hetzelfde soort feesten gaf als waarvoor hij werd uitgenodigd. En dan waren er nog de geschenken voor de dames. Al die kosten stelden weinig voor zolang zijn boek boven aan de bestsellerlijsten stond, iets waaraan de publiciteit rondom het feit dat hij van moord werd beschuldigd in niet geringe mate bijdroeg. Toen pleegde een andere Amerikaanse beroemdheid een moord en was Charlie niet langer een spraakmakend onderwerp. Zijn royalty’s werden twee keer per jaar met tussenpozen van zes maanden betaald, zodat het bijna een jaar duurde voordat hij in de gaten kreeg dat er iets niet in orde was. De eerste keer dat hij tot de ontdekking kwam dat zijn inkomen dalende was, baarde dat hem geen al te grote zorgen, maar toen het bedrag op de volgende specificatie nog verder bleek te zijn gedaald raakte Charlie in paniek.
Mensen manipuleren was een hobby van president Baptiste en hij bewerkstelligde Charlies langzame neergang van gewaardeerde gast tot schoothond als een waar genie. Toen een afgezette Afrikaanse dictator, na miljoenen uit de schatkist van zijn land te hebben gestolen, naar Batanga was gevlucht, had Baptiste aan Charlie gevraagd of hij er bezwaar tegen had een kleiner huis, dat niet aan het strand lag, te betrekken. Charlie, die dacht dat hij onkwetsbaar was, had het voorstel genegeerd. De president had Charlie kunnen laten vermoorden of arresteren, maar hij hield van langzame martelingen. De dag daarop kwamen Charlies bedienden, kok en tuinlieden niet opdagen. Ze waren nooit meer teruggekomen. Toen Charlie zijn beklag deed, stelde Baptiste opnieuw voor dat het beter zou zijn als Charlie zijn uitgaven in de gaten hield en in een kleiner huis ging wonen. Charlie hield koppig vol dat hij de kosten van de villa op kon brengen. De volgende dag werd Charlies elektriciteit afgesloten en kreeg hij van een regeringsfunctionaris te horen dat zijn huur was verhoogd. Plotseling begreep Charlie wat er aan de hand was. Een week later woonde hij in een kleiner huis, met alleen maar een huisknecht die ook als kok fungeerde. Twaalf jaar na zijn ontsnapping uit de Verenigde Staten woonde Charlie in een smerig appartement en reed hij rond in een aftandse Volkswagen Kever.
Charlie wist dat hij nog in leven was omdat Baptiste hem amusant vond. De president nam hem mee naar feesten, waar hij vaak het doelwit was van diens practical jokes. Soms vertoonde Baptiste zijn favoriete Amerikaan op Batanga’s enige televisiestation of tijdens banketten voor buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders uit landen met een anti-Amerikaans beleid. Meestal negeerde Baptiste Charlie, en dat was misschien nog het beste.
De weg van het paleis naar Charlies appartement leidde door het centrum van Baptisteville. De winkels waren gesloten. ’s Nachts zaten er luiken voor de ramen. In de bars begon het minder druk te worden. Op omgekeerde houten kratten zaten oudere bewakers, die de hekken van Libanese kooplieden bewaakten. Troepen uitgemergelde wilde honden die op zoek naar voedsel door de straten zwierven, gromden naar toevallige voorbijgangers. En overal zag je militairen. Charlie wist dat zijn blanke huid geen bescherming bood tegen de gestoorde tieners die Baptistes doodseskaders vormden, maar voor de soldaten was hij niet bang omdat hij over een presidentiële pas beschikte. Degenen die geen pas hadden, liepen in een grote boog om de altijd onvoorspelbare jonge mannen met hun automatische wapens heen.
Charlies angst was niet afgenomen terwijl hij heuvelafwaarts naar Waterside liep. Terwijl hij haastig door de uitgestorven straten liep, was hij alleen nog maar banger geworden. Hij stelde zich voor dat plotseling een van de zwarte Mercedessen, waar de geheime politie bij voorkeur in rondreed, met gierende banden naast hem zou stoppen. Gewapende lieden zouden hem bij de armen grijpen, er zou een zwarte kap over zijn hoofd worden gegooid en hij zou teruggebracht worden naar het paleis om daar het lot – wat dat ook mocht zijn – te ondergaan dat Baptiste voor hem in petto had.
Toen hij aan de voet van de heuvel kwam, hoorde Charlie het geluid van de aanrollende golven langs de kust achter de boerenmarkt. Het kalmerende geluid begeleidde hem nog zo’n vierhonderd meter, tot hij bij de Kamal S. Dean-steenfabriek aankwam, die de hele benedenverdieping van zijn drie verdiepingen hoge appartementencomplex in beslag nam. Charlie liep door een poort aan de zijkant. Terwijl hij de deels afgesloten trap beklom, blies de wind de zilte zeelucht zijn richting uit, en hij kon nog net de witte schuimkoppen van de golven onderscheiden, die op het smalle strand beneden op de kust sloegen. Charlie wilde net de galerij naar zijn voordeur betreden toen er uit de schaduwen een man opdook. Charlie sprong achteruit en stak zijn handen omhoog om een klap af te weren.
‘Ik ben het, Pierre,’ fluisterde de man. Pierre Girard, de broer van Bernadette, droeg een tie-dye-tuniek en een geelbruine pantalon. Hij was slank, en met zijn verdrietige bruine ogen – die groter leken door de dikke glazen van zijn bril met schildpadmontuur – maakte hij de indruk een kamergeleerde te zijn.
Charlie zakte van opluchting bijna in elkaar. ‘Ach, Pierre,’ zei hij op een toon die het midden hield tussen een snik en een zucht. ‘Heb je het gehoord?’
Bernadettes broer knikte, maar zijn gezicht vertoonde geen emotie.
‘Het is vreselijk,’ zei Charlie.
‘Er is geen tijd voor verdriet. Baptiste weet dat jij en Bernadette een relatie hadden. Hij speelt nu nog een spelletje met je, maar onze president kan zich niet lang op iets concentreren. Als het getreiter hem gaat vervelen, stuurt hij Nathan op je af. Je moet weg uit Batanga.’
Pierre legde een hand op Charlies schouder. ‘Bernadette heeft me verteld hoe aardig je voor haar was. Ze hield van je, Charlie.’
‘Bedankt. Ik ben blij dat te horen.’
‘Er is nog iets wat je moet weten. Ze hebben Bernadette niet vermoord omdat ze Baptiste bedroog, al moet dat ertoe hebben bijgedragen dat de klootzak nog meer van haar pijn genoot. Ze is gemarteld omdat ze informatie van haar wilden.’
‘Dat begrijp ik niet.’
‘Er zijn lieden in Batanga die willen dat Baptiste sterft of verdwijnt. Ze hielp ons.’
Pierre kneep Charlie in zijn schouder. ‘Wil je de dood van mijn zuster wreken?’
‘Natuurlijk, maar hoe? Ik kan mezelf amper redden.’
‘Ken je Rebecca, dat barmeisje bij de Mauna Loa?’
Charlie knikte.
‘Ze kan je in contact brengen met iemand die je het land uit kan smokkelen. Het is een huurling, en het gaat een heleboel kosten.’
Charlie wist dat hem waarschijnlijk een vreselijke dood te wachten stond als hij in Batanga bleef. Zelfs als Baptiste hem in leven liet, kon hij hooguit hopen op een leven vol angst, waarin iedere ademtocht afhankelijk was van de grillen van een sadistische, moordzuchtige maniak. Als hij naar de VS terugging, zou hij wegens moord terecht moeten staan, maar er was ondertussen twaalf jaar verstreken. Zou de staat na al die tijd nog wel een proces kunnen beginnen? Maar het belangrijkste voor Charlie was dat, zelfs als hij veroordeeld werd, hij nog beter in de dodencel kon zitten dan hier in Batanga. In Oregon zorgde een dodelijke injectie ervoor dat veroordeelden een snelle dood stierven. In Batanga hoorde de president je graag zo lang mogelijk schreeuwen.
‘Ik denk dat ik wel een manier weet om dat te regelen,’ zei hij tegen Pierre.
‘Mooi. Als alles geregeld is, neemt Rebecca contact met je op. Ze zal je ook iets geven om mee te nemen. Het gaat om iets wat Bernadette aan mij heeft toevertrouwd.’
‘Wat is dat voor iets?’ vroeg Charlie, die begrijpelijkerwijs achterdochtig was. Hij was doodsbang dat hij betrapt zou worden bij het steunen van de opstandelingen.
‘Diamanten, Charlie, een heleboel diamanten. Je moet ze voor ons meenemen naar Amerika. Daar nemen we ze van je over en kopen er wapens mee voor onze mensen.’
‘Ik weet niet of…’
‘Hield je van mijn zuster?’
Charlies ogen werden wazig. Hij knikte, want zijn stem werd zo verstikt door emoties dat hij niets kon zeggen.
‘Laat haar dan niet vergeefs gestorven zijn.’
Charlie keek langs Pierre naar de zee. De kans was groot dat hij dood zou zijn voordat hij iemand zou kunnen helpen, maar als hij het overleefde zou hij door Pierre te helpen uiteindelijk toch iets nuttigs met zijn leven kunnen doen.
‘Goed. Mij heb je.’
Pierre glimlachte. ‘Bernadette wist dat we op je konden rekenen. Bedankt, Charlie.’
Ze bleven nog een paar minuten staan praten, waarna Pierre Charlie omhelsde en zich langs de zijkant van het gebouw naar beneden liet zakken langs het touw dat hij eerder had gebruikt om naar de galerij te klimmen.
Charlies voordeur bood toegang tot een smalle gang, met aan de ene kant een keuken en een slaapkamer, en aan de andere kant, die uitzicht bood op de oceaan, een woonkamer en de extra kamer die hij als studeerkamer gebruikte. Hij deed een lamp aan die op een goedkoop houten bureau in zijn studeerkamer stond. Gelukkig was er die avond licht. Charlie startte zijn laptop op en logde in bij zijn e-mailprovider. Hij nam aan dat de politie iedere e-mail las die hij verstuurde, dus koos hij zijn woorden voor dit bericht met grote zorg. Het was geadresseerd aan Martha Brice, de hoofdredacteur van World News, een extreem conservatief tijdschrift waarvan het hoofdkantoor in New York was gevestigd.
Geachte mevrouw Brice,
Mijn naam is Charlie Marsh. U kent me waarschijnlijk als de goeroe Gabriel Sun, de auteur van Het licht in jezelf, de autobiografie die voor velen een bron van inspiratie is geweest en hoog op de internationale bestsellerlijsten heeft gestaan. Twaalf jaar geleden werd ik ten onrechte beschuldigd van de moord op het congreslid Arnold Pope Junior, waardoor ik gedwongen was uit de Verenigde Staten te vluchten. Sinds mijn vertrek uit Amerika woon ik in het prachtige land Batanga, waar ik de bescherming geniet van de rechtvaardige heerser, president Jean-Claude Baptiste. President Baptiste is een bron van verlichting en een ware vader voor zijn volk. De pers in het Westen heeft hem ten onrechte afgeschilderd als een dictator. Ik heb al enige tijd geen interviews meer gegeven, maar ik wil dat nu doen om de feiten omtrent deze moedige leider, over wie volkomen ten onrechte kwaad wordt gesproken, recht te zetten.
Ik heb interviews met u op televisie gezien en ik heb uw carrière gevolgd. Ik ben van mening dat de artikelen in World News een onbevooroordeelde blik op de toestand in de wereld bieden. Zou uw uitstekende blad erin geïnteresseerd zijn een verslaggever te sturen om een artikel te schrijven waarin het Amerikaanse volk kan lezen over al het moois dat president Baptiste voor het Batangese volk doet? Als zulks het geval is, neem dan s.v.p. contact met mij op zodat we de details kunnen regelen.
Charlie las de e-mail twee keer door voordat hij hem verstuurde. Als Baptiste hem te zien kreeg, zou hij een eventuele moord op Charlie misschien achterwege laten, in de hoop dat het interview gepubliceerd zou worden. Hierdoor zou Charlie wat extra tijd krijgen, en tijd was zijn belangrijkste bondgenoot. Tijd zou Charlie een kans op overleving kunnen bieden; een kleine kans, maar niettemin een kans, en Charlie was altijd iemand geweest die een kans greep zodra hij die zag.
Charlie had tijdens het banket heel wat gedronken, maar de verschrikkelijke dingen die hij in de kelder had gezien hadden hem ontnuchterd. Hij betwijfelde of hij in slaap zou kunnen komen, hoewel het ondertussen bijna drie uur in de ochtend was. Hij schonk een glas whisky in en liep ermee naar het balkon. Het balkon was nog het beste aan zijn armoedige appartement. Vóór zonsondergang kon hij naar de plaatselijke vissers kijken, die met hun kano’s de golven trotseerden om hun vangst binnen te brengen. Als het donker was, stonden de sterren helder aan de Afrikaanse hemel en hij zat dan vaak naar de flikkerende lichtjes van de schepen te staren die in de vrijhaven voor anker lagen. Tijdens de regentijd werd hij getrakteerd op onweersstormen die net zo spectaculair waren als een vuurwerkshow.
Charlie nam een flinke slok en probeerde zich voor te stellen hoe erg Bernadette had moeten lijden voordat de dood haar genade had geschonken. Er liep een traan langs zijn wang en hij veegde hem weg. Die traan was evenzeer voor hemzelf bedoeld als voor zijn dode minnares.
Charlie werd wakker door de hitte van de zon. Hij deed zijn ogen open en staarde naar de zee, zich afvragend waarom hij buiten was. Er stond een stoel naast die van Charlie. Meteen nadat hij wakker was geworden, dacht hij dat hij vanuit zijn ooghoek Bernadette naast hem zag zitten. Ze lachte op die speciale manier van haar, die elke ruimte waar ze zich bevond, veranderde in een zee van licht. Toen herinnerde Charlie zich wat er in het paleis was gebeurd. Hij onderdrukte een snik.
Zes jaar geleden had Baptiste zijn vierde vrouw aan de elite van Batanga voorgesteld. Charlie was onder de indruk geweest van haar elegante schoonheid en haar warme glimlach, maar hij wist dat ze voor hem onbereikbaar was en hij was haar al snel weer vergeten. Tijdens de daarop volgende jaren zag hij Bernadette van een afstand bij staatsbanketten en een paar feesten. Hij herinnerde zich de manier waarop haar zwangerschap haar gelaatstrekken had doen baden in de warme gloed van het moederschap. Hij herinnerde zich ook de manier waarop ze glimlachte als ze naar Alfonse keek. Maar toen hij de eerste keer met haar alleen was, glimlachte ze niet.
Iets meer dan een jaar geleden had de minister van Buitenlandse Zaken een feest gegeven voor een hoogwaardigheidsbekleder uit Ghana, die een officieel bezoek aan Batanga bracht. Charlie vond de gasten vervelend en hij ergerde zich aan het lawaai. Hij was zowat alles wat zich op het feest afspeelde spuugzat. Vanaf het terras van het huis van de minister liep een trap naar het strand. Charlie wandelde langs de kust en trof daar Bernadette aan, die op een grote boomstronk zat die met hoogwater was aangespoeld. Het was donker en de maneschijn, noch het licht vanaf het huis was sterk genoeg om de schaduwen op Bernadettes gezicht te doen verdwijnen. Toen hij dichterbij kwam, zag hij niet alleen tranen op haar donkere wangen, maar ook een gebarsten lip en een opgezwollen oog. Door de duisternis en de beschadigingen aan haar gezicht herkende Charlie haar niet meteen, anders was hij er zeker vandoor gegaan. God mocht weten wat Baptiste met een man zou doen die samen met zijn vrouw werd aangetroffen. Hij besefte pas wie ze was toen Bernadettes hoofd op zijn schouder lag en zijn overhemd vochtig werd van haar tranen.
Bernadette had alle hoop op vriendschap verloren en ze had nu iemand ontmoet die teder en meelevend was. Toen ze ophield met huilen en helder begon te denken, besefte Bernadette wat voor bedreiging ze voor Charlie vormde. Ze bedankte hem, kneep in zijn hand en liet hem alleen op het strand achter. Maar toen de president een maand later in Las Vegas was, waar hij gokte en prostituees bezocht, kwam Charlie Bernadette tegen bij een bal in het Batanga Palace, het enige luxehotel in het land. Bij die gelegenheid had ze haar hart aan hem verloren.
In het begin bood Charlie weerstand aan zijn verlangen om bij Bernadette te zijn. Hij wilde niet dankzij een kettingzaag in kleine stukjes eindigen of langzaam met een vlammenwerper worden geroosterd, wat twee van de geliefde executiemethoden van de president waren. Maar Charlie was nog nooit eerder verliefd geweest en hij werd overrompeld door de diepe gevoelens die hij voor de schoonheid van deze verloren ziel koesterde. Hun eerste ontmoetingen vonden plaats in een hotelkamer die Charlie onder een andere naam had gehuurd. Tijdens hun eerste rendez-vous vertrouwde Bernadette hem toe dat de almachtige leider van het Batangese volk in bed waardeloos was. Ze vertelde Charlie dat Baptiste Bernadette de schuld gaf van het feit dat hij in bed niets presteerde en dat hij haar sloeg als hij niet in staat was de daad te volbrengen. De afranselingen waren zo erg geworden dat ze voor haar leven was gaan vrezen.
Bernadette en Charlie praatten over een ontsnapping en een leven samen, ook al hadden ze moeten weten dat hun relatie en hun dromen op waanzin berustten. Maar verliefden raken het contact met de werkelijkheid kwijt. Charlie vroeg zich nooit af hoe het mogelijk was dat hun samenzijn onontdekt bleef in een land waar iedereen een spion was. Hij stond er ook niet bij stil dat de vrouw van de Opperste Leider hoogstwaarschijnlijk voortdurend in de gaten werd gehouden. Maar nu wist Charlie dat Baptiste de hele tijd op de hoogte was geweest van elke stap die ze zetten.
Charlie begon stilletjes te huilen. Hij vroeg zich af hoe het mogelijk was dat een prachtige vrouw als Bernadette niet meer leefde. Toen hij geen tranen meer had, leunde hij met zijn hoofd achterover en voelde de zon en de koestering van een briesje uit zee op zijn gezicht. De golven spoelden over het rotsachtige strand onder zijn appartement, zoals ze dat elk moment van elke dag deden. De wereld draaide gewoon verder en Charlie was nog in leven om ervan te genieten. En zolang hij in leven was, bestond de kans dat hij het er levend af kon brengen en zijn verloren geliefde op een of andere manier zou kunnen wreken.