Hoofdstuk 14

 

 

‘Ben je wel goed snik?’ vroeg Moonbeam aan Charlie, die voordat de bijeenkomst bij de Westmont-sociëteit begon in de slaapkamer van zijn hotelsuite de tijd doodde door een aantal keren achter elkaar snel een Ruger .357 Magnum Vaquero-revolver te trekken. De gegraveerde, roestvrijstalen revolver met ivoren kolf woog meer dan een kilo en had een loop van vijftien centimeter. Het was een geschenk van een vrouw van in de twintig, die met een zeventigjarige Texaanse oliebaron was getrouwd. Ze had hem aan Charlie gegeven na een intieme nacht na afloop van een Innerlijk Licht–cursus in Austin. 

   ‘Ontspan je, Moonbeam,’ zei Charlie, die haar ‘mystieke’ naam amper uit zijn strot kon krijgen.

   Toen ze in New Haven waren, had Charlie tegen Moonbeam gezegd dat ze met zijn gevolg mee naar Oregon kon reizen, maar nu had hij grote spijt van de woorden die hij tijdens hun gepassioneerde liefdesspel had gekreund. Hij had besloten haar de bons te geven als ze weer verder zouden trekken. ‘Moonbeam’ mocht dan geweldig in bed zijn, maar de rest van de tijd was ze een bazige etter. De griet had ook haar hoofd kaalgeschoren, omdat ze – om redenen die Charlie nooit had begrepen – tot de conclusie was gekomen dat haar haren haar geestelijke groei belemmerden. Charlie viel beslist niet op kaalgeschoren vrouwen en dat had hij haar ook duidelijk gezegd. 

   ‘Jij hebt in de gevangenis gezeten,’ hield ze vol. ‘Wapenbezit is een inbreuk op de voorwaarden van je vrijlating. Stel dat iemand je ziet, wat dan?’

   ‘Denk je dat ik zo stom ben dat ik in het openbaar met een wapen ga rondlopen? Delmar heeft hem bij zich als ik op stap ga en hij heeft een wapenvergunning.’

   Charlies lijfwacht zat onderuitgezakt op de bank een sporttijdschrift te lezen. Op het omslag ervan prijkte een ster van het nationale basketbalteam.

   ‘Heb je nooit gehoord van het recht om wapens te dragen, kreng?’ vroeg Delmar zonder op te kijken van het artikel dat hij zat te lezen. ‘Of heb je op die chique universiteit van je nooit de grondwet bestudeerd?’

   Voordat Moonbeam kon antwoorden ging de deur van de suite open en duwde een ober een wagentje met Charlies diner naar binnen. Charlie bleef halverwege een schijnbeweging met de revolver stokstijf staan. De ober staarde naar het wapen. Charlie stopte het snel achter zijn rug.

   ‘Hebben ze je niet geleerd te kloppen?’ brulde hij tegen de zenuwachtige bediende.

   ‘Het spijt me, meneer, maar ik heb op de deur van de suite geklopt. De man daar zei dat ik…’

   ‘Ja, ja, laat maar zitten,’ zei Charlie. Mickey Keys bevond zich in de zitkamer. ‘Laat mijn agent hiervoor tekenen.’

   ‘Dank u, meneer,’ zei de ober terwijl hij achteruitlopend de slaapkamer verliet.

   ‘Begrijp je nu wat ik bedoel?’ vroeg Moonbeam. ‘Als hij met je reclasseringsambtenaar gaat praten, kun je cursussen gaan geven voor de gevangenen in de staatsgevangenis. En nog iets. Je moet niet meer met die vrouw naar bed gaan.’

   ‘Ho even, daar heb jij niets mee te maken. Met wie ik naar bed ga, bepaal ik zelf. Toen je bleef doorzeuren dat je met alle geweld met me mee hiernaartoe wilde, heb ik je gewaarschuwd dat ik niet iemand ben die zich aan één vrouw bindt.’

   ‘Dat weet ik, Charlie, maar het lijkt me geen goed idee. Ze is getrouwd en heeft een kind, om nog maar te zwijgen van het feit dat haar man een machtige politicus is die je een heleboel last kan bezorgen.’

   ‘Hoe denk je dat we die schnabbel bij de Westmont hebben gekregen? Ik gebruik haar alleen maar vanwege haar connecties, liefje. Als je te jaloers bent om dat te begrijpen, moet je maar gewoon weer teruggaan naar je rijke vriendjes.’

   Moonbeam keek hem angstig aan. ‘Stuur me niet weg, Charlie. Ik wil je alleen maar helpen.’

   ‘Nou, je helpt me zeker niet door om de vijf minuten aan mijn kop te zeuren.’

   Moonbeam ging dicht bij Charlie staan. ‘Het spijt me. Je weet dat ik me alleen maar zorgen om je maak.’

   Charlie voelde de warmte die ze uitstraalde en herinnerde zich hoe het meisje er naakt uitzag, haar of geen haar. Hij keek even op de klok en zag dat er nog genoeg tijd was voordat ze naar de sociëteit moesten vertrekken. Hij sloeg zijn armen om Moonbeam heen.

   ‘Ik weet dat je om me geeft, schatje,’ zei Charlie op een toon waaruit een en al zorg sprak. ‘Maar je hoeft niet zo bezorgd te zijn.’

   Moonbeam sloeg haar blik neer en Charlie tilde haar kin op tot hij haar in de ogen kon kijken.

   ‘Je hoeft je nergens zorgen om te maken. Sally is op geen stukken na zo goed in bed als jij, en daar draait het tussen een man en een vrouw tenslotte om.’

   Charlie liet de kin van het meisje los. ‘Delmar, waarom neem je niet even pauze?’ vroeg hij terwijl hij haar kleine, stevige borsten betastte.

   De lijfwacht keek op zijn horloge. ‘We vertrekken over drie kwartier.’

   ‘Dat is prima. Tot dan.’

   Delmar vertrok. Charlie tilde Moonbeam op en droeg haar naar het bed. Hij had het perfect getimed. Toen zijn lijfwacht drie kwartier later op zijn deur klopte, had Charlie zich opgefrist en gegeten. Hij was er helemaal klaar voor om de leden van de Westmont-sociëteit een rad voor de ogen te draaien.