Hoofdstuk 15
Kort na zonsondergang op de avond dat het congreslid Arnold Pope Junior werd vermoord, stond Sally Pope naast John Walsdorf, de directeur van de Westmont-sociëteit, te kijken hoe een lange rij dure auto’s naar de ingang van het zich in alle richtingen uitstrekkende clubgebouw van de Westmont reed. De stoet bewoog zich voort over een kronkelend pad met aan weerszijden bomen, dat langs een aantal golfholes leidde. Er was geen maan, zodat het overdadige smaragdgroen van de golfbanen aan de verbeelding werd overgelaten.
Sommige auto’s sloegen aan het eind van het pad links af en reden langs de sportwinkel het open parkeerterrein op dat aan het golfterrein grensde. Andere sloegen rechts af en lieten, na eerst rond een grote, met gazons en bloemperken versierde rotonde te zijn gereden, hun passagiers voor de ingang van het clubgebouw uitstappen. De verlichting uit het clubgebouw bescheen de rotonde voor meer dan de helft. De overkant lag in het duister.
‘Heb je even tijd?’ vroeg Tony Rose aan Sally Pope op het moment dat de limousine met Charlie Marsh, Delmar Epps, Moonbeam en Mickey Keys aan kwam rijden.
‘Nu niet, Tony. Ik heb het druk,’ zei Sally. Het ergerde haar dat Rose juist op het moment waarop de eregast arriveerde met haar wilde praten.
‘Wanneer dan? We moeten praten.’
‘We hebben niets te bespreken,’ fluisterde Sally boos. ‘En als jij ergens mee zit, is het volgens mij ook geen goed idee om het uit te praten waar John bij is, of vind je van wel?’
Plotseling merkte Rose Walsdorf op, die de macht had hem te ontslaan. Zijn gezicht liep rood aan van frustratie en woede. Hij wilde iets zeggen, maar bedacht zich. De tennisleraar wierp Sally een boze blik toe en liep in de richting van het parkeerterrein. Op dat moment stopte Charlies limousine voor de ingang van het clubgebouw. De chauffeur stapte uit en haastte zich naar Charlies portier, maar voordat hij de portierkruk beet kon pakken ging Werner Rollins voor hem staan. De chauffeur wierp één blik op de neanderthaler en hield zijn pas in, wat Gary Hass de kans bood het portier van de limousine te openen.
‘Hallo, Charlie,’ zei Gary met een brede glimlach.
Delmar Epps stapte uit en legde zijn hand op Gary’s borst.
‘Achteruit, meneer,’ beval Charlies lijfwacht op zijn meest dreigende toon. Werner kwam op Delmar af, maar Gary gebaarde dat hij opzij moest gaan.
‘We zijn oude vrienden, nietwaar Charlie?’
‘Het zit wel goed, Delmar,’ reageerde Charlie zenuwachtig terwijl hij uit de auto stapte.
John Walsdorf voelde zich niet op zijn gemak bij wat er gebeurde. Dit soort dingen hoorde thuis in een truckerscafé, en niet in een societeit die zich op zijn beschaafde clientèle richtte, maar Sally Pope raakte er niet door van streek. Ze liep naar de limousine en leidde daarmee de door testosteron gedreven mannen af. Op dat moment kwam Mickey Keys uit de auto tevoorschijn. Keys wierp een blik op Werner Rollins en ging uit voorzorg een eindje bij hem vandaan staan.
‘Dit is John Walsdorf, Charlie,’ zei Sally. ‘Hij is de directeur van de club.’
Achter de directeur stonden twee potige veiligheidsmedewerkers, die gekleed waren in blauwe blazers, zwarte coltruien en grijze pantalons. Ze richtten al hun aandacht op Delmar en Werner, die hen volkomen negeerden.
‘Aangenaam kennis te maken, meneer Sun,’ zei Walsdorf, een kleine, kalende man met een klein snorretje. Zijn buikje ging schuil onder een dichtgeknoopt colbert. Hij keek nerveus naar Charlies lijfwacht en Gary’s angstaanjagende metgezel.
‘Het is een voorrecht te worden uitgenodigd om bij dit gerenommeerde instituut te spreken,’ slijmde Charlie.
‘Er zijn al heel wat mensen gekomen,’ zei Walsdorf tegen hem.
‘Geweldig,’ zei Mickey Keys instemmend.
‘Zal ik je even laten zien waar je je toespraak gaat houden?’ bood Sally aan.
Ze begon naar de voordeur van het clubgebouw te lopen, maar bleef toen stokstijf staan. Walsdorf volgde haar blik en zag dat er vanuit de richting van het parkeerterrein een lange, breedgeschouderde man op hen af kwam stormen. Hij herkende hem meteen.
Het congreslid Arnold Pope Junior had bij het Korps Mariniers gediend en zag eruit alsof hij nog steeds de trainingen volgde. Hij liep met vastberaden tred en hield zijn bruine ogen op zijn vrouw gericht. Het bovenste knoopje van zijn nette overhemd zat los en zijn stropdas hing half scheef, wat samen met Popes rood aangelopen gezicht aanwijzingen waren dat het congreslid zijn emoties niet helemaal onder controle had.
‘Is dat je nieuwste vriendje?’ snauwde Pope woedend.
Sally keek hem minachtend aan. ‘Ik wist niet dat je van plan was om hierheen te komen, Arnie.’
‘Heb ik je betrapt?’ vroeg Pope.
‘Helemaal niet, schat. Je weet dat ik het altijd leuk vind om samen met jou ergens naartoe te gaan. Ik sta er alleen van te kijken dat je nu ineens je gezicht laat zien bij iets waar ik gastvrouw ben. Ik zie je toch al zo weinig.’
Pope richtte zijn aandacht op Charlie. ‘Jij bent toch die goeroe?’
Charlie lachte nerveus. ‘Zo noemen ze me in de pers.’
‘Wat zegt jouw godsdienst over overspel?’
‘Pardon?’
‘Je hebt me wel gehoord, hufter.’
‘Moet dat per se hier?’ vroeg Sally.
‘Waar moet het dan, in onze slaapkamer of in de hotelkamer van dat stuk tuig?’
‘Ik weet niet waar je het over hebt,’ zei Sally koeltjes.
Pope pakte een envelop uit de binnenzak van zijn colbert en haalde er een stapeltje foto’s uit. Pope hield een foto omhoog waarop Charlie en Sally in innige omhelzing in de hal van het huis van de Popes stonden afgebeeld. Een paar tellen nadat het tot Sally was doorgedrongen dat die foto door een van de ramen aan de voorkant van haar huis was gemaakt, smeet Pope de foto’s naar haar toe en gaf Charlie vervolgens een klap in zijn gezicht.
De chauffeur van de limousine maakte dat hij wegkwam. Charlie botste tegen Delmar op. Delmar trok Charlie achter zich en stompte het congreslid in zijn maag. Pope zakte in elkaar. Meteen daarop ging een van de veiligheidsmedewerkers Delmar te lijf, die met zijn knie de medewerker een stoot tussen zijn benen gaf. De veiligheidsmedewerker verbleekte en Delmar smeet hem tegen zijn collega aan, die op zijn beurt tegen Werner Rollins aan viel.
John Walsdorf zocht haastig een goed heenkomen, struikelde en viel op de grond. Op het terrein tussen de rotonde en de parkeerplaats vochten Delmar en Werner Rollins met de veiligheidsmedewerkers. De menigte stond in een kring om hen heen. Charlie en Gary Hass liepen over de rotonde tot ze zo ver van de vechtpartij verwijderd waren dat ze in de schaduw stonden. Walsdorf zag dat Rollins een van de veiligheidsmedewerkers tegen de vlakte sloeg en zich ervan overtuigde dat de man niet overeind zou komen, waarna hij zich bij Gary en Charlie voegde.
Even later zag Walsdorf dat Delmar Epps de andere veiligheidsmedewerker een karatetrap tegen zijn hoofd gaf. Delmar keek hoe de medewerker op het plaveisel in elkaar zakte en liep toen naar het groepje dat in de schaduw stond. Op dat moment vloekte Arnold Pope tegen Charlie en maakte aanstalten hem te lijf te gaan.
‘Arnie, niet doen!’ gilde Sally.
De directeur van de club zag een flits, ongeveer vanuit de richting waar Charlie stond, vlak voordat Sally het congreslid bereikte. Een ogenblik later deed het geluid van een schot de menigte verstommen. Arnold Pope liep niet verder. Hij keek stomverbaasd. Toen strompelde hij een paar stappen naar voren, waggelde even en staarde naar de voorkant van zijn overhemd, die langzaam rood begon te worden. Pope zakte op zijn knieën. Ergens gilde een vrouw. Sally rende naar haar man. Delmar brulde: ‘Weg, weg!’ Walsdorf hoorde portieren dichtslaan. Een paar tellen later reed de limousine weg, maar Walsdorf keek niet waar hij heen ging. Hij staarde naar Arnold Pope Junior, die geen tekenen van leven vertoonde.
Vijfentwintig minuten later vernam John Walsdorf dat een van de agenten op de plek waar Charlie Marsh in de schaduw had gestaan een Ruger .357 Magnum Vaquero-revolver met ivoren kolf had gevonden.