Hoofdstuk 17
Frank Jaffe was in zijn jeugd een vechtersbaas en een stevige drinker geweest; een machotype, met een rossige gelaatskleur en de dikke spierbundels van een stuwadoor. Hij geloofde van ganser harte dat de juiste plaats voor een vrouw binnenshuis was, waar ze typisch vrouwelijke dingen kon doen zoals koken en de kinderen opvoeden. Mannen brachten daarentegen lange uren op hun werk door om hun gezin te onderhouden en speelden met hun kinderen als ze daar tijd voor hadden. Maar toen werd zijn wereld ondersteboven gegooid.
Samantha was twintig toen ze bij de geboorte van Amanda in het kraambed stierf. Hoe kon een man een baby – en nog wel een meisje – grootbrengen als hij niet eens wist hoe je een luier moest verschonen? Dat was een van de duizend vragen die Frank zichzelf tijdens de dagen vol verdriet na het overlijden van zijn vrouw en zijn plotselinge confrontatie met het vaderschap had gesteld. Frank moest snel een antwoord op die vragen zien te vinden. Als er een baby ligt te huilen is er niet veel tijd voor diepgaand onderzoek.
Frank was een geweldige vader, die zelfs tijdens de krankzinnige jaren toen hij ’s avonds rechten studeerde de hele dag werkte en God dankte dat zijn ouders maar al te graag op Amanda wilden passen. Toen hij samen met een paar klasgenoten met Jaffe, Katz, Lehane & Brindisi begon, bestond zijn leven uit niets anders dan zijn werk en zijn dochter. Frank was nooit hertrouwd, omdat hij nooit tijd had voor een serieuze verhouding en hij zelden iemand tegen was gekomen die zich met Samantha kon meten. Bij de ene keer dat hij dicht in de buurt was gekomen, hadden zijn toewijding aan zijn werk en zijn kind een onherstelbare kloof geschapen.
Aan het begin van het vierde decennium van zijn leven had Frank de romantiek vaarwel gezegd. Maar toen zijn secretaresse Sally Pope zijn kantoor binnenliet, voelde Frank zich net een maagdelijke tiener die zojuist aan de aanvoerster van de cheerleaders is voorgesteld.
‘Ik neem aan dat u weet wie ik ben,’ zei Sally zodra ze alleen waren.
Frank glimlachte. ‘Iedereen die naar de televisie kijkt of een krant leest, weet wie u bent, mevrouw Pope. U bent berucht.’
Sally lachte en Frank hoorde kerkklokken luiden. Ze lachte niet alleen met haar mond, maar ook met haar ogen. Haar donkerblonde haren glansden.
‘Berucht? Ja, dat zal wel,’ zei Sally. ‘De kranten schrijven over me alsof ik een van die femmes fatales uit zo’n oude zwart-witfilm ben.’
‘Mary Astor in The Maltese Falcon of Barbara Stanwyck in Double Indemnity,’ zei Frank instemmend.
Sally keek Frank recht in de ogen. ‘Er is één verschil tussen mij en die dames van het witte doek, meneer Jaffe. Ik ben geen moordenaar.’
‘Is er iemand die denkt van wel?’
‘Mijn schoonvader, Arnold Pope Senior, doet alles wat hij kan om ervoor te zorgen dat ik aangeklaagd word voor de moord op mijn man. En voordat we verdergaan, wil ik weten of dat een probleem is.’
Frank was in verwarring gebracht. ‘Of wát een probleem is?’
‘Als u mij gaat verdedigen zult u het moeten opnemen tegen Senior. Hij is een geduchte tegenstander, dat weet ik uit ervaring. Hij heeft ook een heleboel mensen in zijn macht. Ik moet weten of hij u ook in zijn macht heeft of dat u bang voor hem bent.’
‘Ik ken meneer Pope amper,’ zei Frank glimlachend. ‘We verkeren niet bepaald in dezelfde kringen. En door wat ik over hem gehoord heb, betwijfel ik of ik hem erg aardig zou vinden als ik hem leerde kennen.’
‘Dus u neemt mijn zaak aan?’
‘Is er dan sprake van een zaak? Bent u aangeklaagd?’
‘Nog niet. Maar ik heb van vrienden van vrienden gehoord dat Karl Burdett een jury bijeen heeft geroepen om een onderzoek naar mij in te stellen.’
‘Bent u door de politie of een aanklager benaderd?’ vroeg Frank.
‘Ik ben bij de sociëteit verhoord, op de avond dat Arnie werd vermoord. Ik heb er toen niet bij stilgestaan dat ik een advocaat nodig zou hebben. Gisteren kwam er een rechercheur bij me aan de deur, maar ze hadden me gewaarschuwd dat er een onderzoek gaande was, dus heb ik geweigerd hem te woord te staan. Ik heb hier en daar wat geïnformeerd en uw naam doorgekregen.’
‘Voordat we verdergaan, moeten we eerst de zakelijke kant van mijn werkzaamheden bespreken. Bent u zich bewust van de kosten die de verdediging in een moordzaak met zich meebrengt?’
‘De kosten kunnen me niets schelen.’
‘Ik moet u om een voorschot van honderdduizend dollar vragen om de kosten van mijn honorarium, mijn onderzoekswerk en de getuige-deskundigen te dekken,’ zei Frank. ‘Het kan zijn dat de zaak zelfs nog duurder uitvalt.’
‘Dat is geen probleem. Ik breng morgen een cheque mee.’
‘Uitstekend. Nu u officieel mijn cliënt bent, moet ik eerst mijn advocatenpraatje houden. Dat doe ik bij iedere cliënt en u moet niets van wat ik zeg persoonlijk opvatten. Maar u moet wat ik zeg wel ter harte nemen, want een misverstand over onze verhouding als advocaat en cliënt kan u een heleboel moeilijkheden bezorgen.
Daar gaan we: alles wat u me vertelt is vertrouwelijk, met maar een paar uitzonderingen waar we het straks over kunnen hebben. Dus als u me vertelt dat u uw man hebt vermoord…’
‘Wat ik niet gedaan heb.’
Frank knikte. ‘Maar als u me dat wél zou vertellen en het tegenover mij zou bekennen, zou ik daar met niemand over praten. Maar aan de andere kant werk ik voor de rechtbank en kan ik dus niet toestaan dat u meineed pleegt. Als u tegen me zegt dat u het congreslid Arnold Pope Junior inderdaad hebt vermoord, kan ik u niet in de beklaagdenbank laten plaatsnemen en laten zweren dat u op het tijdstip van de moord in Idaho was. Ik zou er met niemand over praten, maar als u weigerde uw verklaring te herroepen zou ik gedwongen zijn me terug te trekken. Het voorschot wordt in dat geval níét terugbetaald.’
‘Meneer Jaffe, laten we dit voor eens en voor altijd uit de weg ruimen. Ik heb mijn man niet vermoord en ik was ook niet bij zijn dood betrokken. Iedereen die zegt dat dat wél zo is, liegt. Als er bewijs opduikt dat voor mij bezwarend is, kunt u ervan op aan dat het vervalst is. Ik ben honderd procent onschuldig.’
‘Waarom heeft Karl Burdett dan een onderzoeksjury bij elkaar geroepen?’
‘Dat weet ik echt niet. Alle kranten zeggen dat Charlie Marsh Arnie heeft vermoord.’
‘Misschien gaat Burdett uit van een samenzweringstheorie waarmee hij wil aantonen dat u medeplichtig was aan de moord. Als Charlie Marsh het schot heeft afgevuurd dat uw man doodde, maar u hem bij zijn plan hebt geholpen, bent u voor de wet even schuldig als degene die het schot heeft gelost.’
‘Charlie en ik hebben het er nooit over gehad dat we mijn man wilden vermoorden.’
‘Dus u kent Marsh?’
Sally zweeg. ‘Ik ben geen net iemand, meneer Jaffe. Ik heb mijn man heel wat keren bedrogen. Ik bedroog hem ook met Charlie Marsh. Maar ik hield van Arnie. Ik weet dat dat tegenstrijdig klinkt, maar onze verhouding was ingewikkeld, en dat kwam door Senior.’
‘Legt u me alstublieft uit wat er precies aan de hand is.’
‘Ik ben wat ze in welopgevoede kringen woonwagenvolk noemen.’ Sally lachte verbitterd. ‘Die beschrijving klopt aardig. Ik heb een groot deel van mijn jeugd in een caravanpark doorgebracht. Mijn vader was een toevallige passant, zodat ik geen idee heb wie hij is. Mijn moeder was aan de drank, maar in een donkere kroeg was ze voor iemand die wat op had zo’n charmante dronkaard dat ze een stuk of wat mannen aan de haak wist te slaan, die er stuk voor stuk achter kwamen wat voor kat in de zak ze hadden gekocht. En dan stond ze weer in de kou, op zoek naar onderdak en de volgende fles.
Ik ben snel volwassen geworden. Ik weet nu dat ik een behoorlijk stel hersens heb, maar toen ik opgroeide waren de jongens nooit in dat deel van mijn lichaam geïnteresseerd.’ Sally lachte weer, maar het was duidelijk dat ze zich geneerde. ‘Mijn moeder was mijn rolmodel. Op de middelbare school hing ik de slet uit en ik heb ook mijn studie niet afgemaakt. Ik gebruikte seks om te krijgen wat ik wilde. Het enige wat ik goed heb gedaan, was ervoor zorgen dat ik niet in verwachting raakte tot ik iemand met geld tegen het lijf liep. Dat gebeurde toen Arnie op het toneel verscheen.
Senior had hem ervan overtuigd dat hij na zijn studie in dienst moest gaan, want als hij bij het Korps Mariniers was geweest zou dat later een goede indruk maken als hij zich kandidaat stelde voor een politieke functie. Senior was daar al vanaf de dag dat Arnie werd geboren mee bezig, maar hij heeft het verknald. Toen Arnie bij de Mariniers ging, zat hij voor het eerst van zijn leven niet meer bij zijn vader onder de duim.
Arnie was bij de marinierskazerne in Pendleton bezig aan het laatste deel van zijn infanterieopleiding. Ik werkte in een restaurant in de buurt van de basis. Hij kwam een paar keer binnen als hij verlof had en we kregen verkering. Freud zou zeggen dat onze relatie voor Arnie een manier was om zich tegen zijn vader te verzetten. Ik was serveerster en had geen noemenswaardige opleiding. Hij wist dat ik iemand was van wie zijn vader zou walgen.’
Sally keek heel verdrietig. ‘Ik heb u al verteld dat ik geen net iemand ben. Ons huwelijk is daarvan het bewijs. Zodra ik erachter kwam wie Arnie was en hoeveel geld hij had, heb ik hem zover weten te krijgen dat hij me zwanger maakte. Dat was niet moeilijk. Hij zei dat hij van me hield. Ik denk dat dat ook zo was. Toen ik hem vertelde dat ik in verwachting was, leek hij gelukkig. Hij was degene die zei dat we moesten trouwen. Ik denk niet dat hij stil heeft gestaan bij de gevolgen.’
‘Hebben jullie zijn vader ingelicht?’
Sally schudde haar hoofd. ‘We gingen een weekend naar Las Vegas. Senior kwam er pas achter toen het al te laat was.’
‘Hoe reageerde hij?’
‘Niet goed. Hij probeerde het huwelijk ongedaan te laten maken, maar Arnie verzette zich. Waarschijnlijk was dat de enige keer in zijn leven dat hij enige ruggengraat toonde. Op dat moment werd ik verliefd op hem.’ Ze schudde haar hoofd. ‘Ik moet toegeven dat ik daar zelf van stond te kijken. Ik trouwde om het geld, maar Arnie was net een lief groot kind, en ik begon me echt te verheugen op het moederschap.’
‘Bond Arnold Senior een beetje in toen de baby werd geboren?’
‘Totaal niet. Senior ontziet niets en niemand als hij zijn zin wil doordrijven. Toen Arnie geen echtscheiding wilde aanvragen, probeerde hij mij bij hem zwart te maken door geruchten te verspreiden dat ik met andere mannen sliep. Die geruchten waren nergens op gebaseerd tot Senior mij te grazen probeerde te nemen.’
‘Hoe deed hij dat?’
‘Door Arnie zo te kleineren tot ik aan hen allebei vreselijk de pest kreeg. Senior had mij niet in de hand. Ik was te sterk voor hem. En dus maakte hij ons huwelijk stuk door Arnie voortdurend te dwingen tussen ons te kiezen. Arnie had zo lang onder de plak gezeten dat hij de kant van zijn vader koos in plaats van zich tegen hem te verzetten. Vanaf dat moment begon ik vreemd te gaan. Ik wilde alleen maar dat hij de situatie tot zich door zou laten dringen en dat was de enige manier die ik kon bedenken. Ik genoot nooit van die verhoudingen. Het was voor mij alleen maar een manier om terug te slaan. Ik wilde dat hij zich tegen iemand zou verzetten, ook al was het tegen mij, maar daar had hij de moed niet voor.’
Er liep een traan langs Sally’s wang. ‘Dat wil zeggen, tot op de avond dat hij stierf. Dat was de eerste keer in lange tijd dat hij zich als man gedroeg.’
Franks cliënt keek omlaag naar haar schoot, waar ze haar gebalde vuisten hield.
‘Ik weet dat ik hem pijn heb gedaan, en er waren momenten dat ik hem verachtte, maar ik hield echt van hem.’
Haar stem klonk bijna als gefluister. Haar lijden had bij Frank herinneringen opgeroepen aan de pijn die hij gevoeld had toen Samantha stierf.
‘Wilt u wat water?’ vroeg hij.
Sally schudde alleen maar haar hoofd. Het lukte haar niet iets te zeggen. Frank wachtte geduldig. Toen ze een beetje gekalmeerd was, stelde hij een vraag waardoor ze, naar hij hoopte, even niet aan haar man zou hoeven te denken.
‘Weet iemand waar Marsh is?’
‘Er gaan geruchten dat hij ergens in Afrika is, in een land dat geen uitleveringsverdrag met de Verenigde Staten heeft, maar zover ik weet zijn die geruchten niet bevestigd.’
Frank maakte een paar aantekeningen. ‘Ik vind het wel genoeg voor vandaag,’ zei hij toen hij daarmee klaar was. ‘Ik neem aan dat ik u niet hoef te vertellen dat u met niemand over de zaak moet praten, alleen met mij of mijn detective en verder echt met niemand. Behalve ik of iemand die voor mij werkt, kan niemand een beroep doen op de geheimhoudingsplicht om te voorkomen dat hij of zij gedwongen wordt tegen u te getuigen. Als u door een verslaggever, een rechercheur of wie dan ook over de zaak wordt benaderd, zeg dan alleen dat uw advocaat u heeft opgedragen geen commentaar te geven. Meer niet. Meteen afkappen.
Ondertussen zal ik Karl Burdett laten weten dat ik uw advocaat ben en dat hij u niet mag benaderen. En ik ga ook proberen erachter te komen op welke bewijsgrond hij denkt dat hij een jury ervan kan overtuigen dat u schuldig bent aan moord.’