96
Dom had geen tijd verdaan. Hij had een shemagh om zijn hoofd geslagen om zijn blonde haren te verbergen en bestudeerde de kaart die uitgespreid op zijn schoot lag. ‘Kan niet gemakkelijker, Nick. Het is oost op Jadayi Suhl, dan links tot we op de Jadayi Awalimay komen. Dat is de hoofdweg helemaal tot de Khyberpas. Hooguit honderdzestig kilometer.’
Ik startte de motor. ‘Het zal heel wat minder dan honderdzestig zijn als er een Predator boven ons hangt.’
Ik reed achteruit de steeg uit en de straat op.
‘Hoe weten we dat?’
‘Dat weten we niet. We zullen er pas achter komen als ISAF met heli’s de weg blokkeert, of als het ding een Hellfire in onze reet schiet.’
‘Boven op de Khyber?’ Hij grinnikte. ‘Hoe dan ook, het was leuk je gekend te hebben, Nick. En ik heb je nog steeds niet bedankt…’
‘Later, maat, later.’
We kwamen langs Flower Street. Het was er vreselijk druk.
We reden door de ambassadewijk en langs het ommuurde terrein dat werd beschermd door het mitrailleursnest. Ik voelde even de verleiding om te stoppen en de grote kerels, die zo te zien vaak met gewichten in de weer waren, te vragen of ze zin hadden om mee te gaan als bewakers.
Een paar Toyota’s met open laadbak scheurden voorbij met elk vier of vijf politieagenten achterin, die de wapens naar buiten gericht hielden. Geen van hen trok zich een zier aan van een gedeukte rode stationcar.
We passeerden de hoge muren en rollen prikkeldraad rond de Britse ambassade. De lopen van SA80’s paradeerden heen en weer achter de zandzakken. Negen van de tien keer zou dit een veilig toevluchtsoord zijn geweest. We hadden naar de slagboom kunnen rijden om onszelf bekend te maken en de beproeving zou voorbij zijn geweest. Maar nu zaten er een paar grijze mannen achter die HESCO’s die ons dood wilden hebben. Hoeveel? vroeg ik me af. Hoever en hoe diep had deze zaak zich verspreid?
De stationcar hotste over een gat en we wipten omhoog op onze stoelen. We kwamen bij de hoofdstraat. Ik sloeg linksaf in noordelijke richting.
Dom tikte op de kaart. ‘Deze loopt een tijdje evenwijdig met de weg naar het vliegveld, draait dan naar het noordoosten en ten slotte naar het oosten.’
‘Ongeveer honderdzestig kilometer, hè? Je kunt net zo goed je ogen sluiten, maat. Als je maar weet dat die korsten van jou wel een schoonheidsslaapje kunnen gebruiken. Maar eerst een paar dingen. Aangenomen dat we over de grens komen, dan ligt Islamabad op ongeveer dezelfde afstand aan de andere kant. Daar kunnen we op het vliegtuig stappen. We gaan apart. Jij neemt British Airways, ik neem elke andere maatschappij die ik kan pakken. Dat zal het voor de Yes Man moeilijker maken om ons allebei in te rekenen. Hij moet dat doen om de film voorgoed in handen te krijgen, en voor hem zal het gemakkelijker en netter te regelen zijn aan deze kant van de beschaving.’
Dom begon onderuit te zakken. ‘De Yes Man? De kerel die in de cel met me praatte, of de vent die bij Finbar was?’
‘Allebei, maat. Ze zijn een en dezelfde persoon. Luister, ik ken hem. Ik kende die twee Ierse kerels ook. Ik weet niet hoe hij heet, nooit geweten, maar ik weet wel dat hij gevaarlijk en slim is en dat niemand hem iets kan schelen.’
Hij ging rechtop zitten om me de oren van het hoofd te vragen.
‘Niet nu, maat. We moeten met te veel echte rotzooi afrekenen. Goed…’ Ik wachtte even terwijl hij weer onderuitzakte. ‘Zodra we in Dublin zijn, zullen we drie dagen lang om negen uur ’s ochtends bij Berties paal proberen te zijn. Als een van ons binnen die periode niet op komt dagen, moet de ander aannemen dat hij is opgepakt of dat er iets fout is gegaan. Heb je dat begrepen? Ik zeg het nu voor het geval dat er achter de volgende bocht een wegversperring is en we gescheiden raken. In dat geval, nou ja, het was leuk je gekend te hebben. Aan wie moet ik mijn factuur sturen? Aan jou of aan Moira?’
Hij grinnikte. ‘Moira, uiteraard. Daarna aan mij, als zij hem niet wil betalen.’ Zijn grijns verdween toen hem iets nieuws te binnen schoot. ‘Nick, bij dit alles komt nog een behoorlijke complicatie. De Yes Man en zijn ploeg stuurden de heroïne niet naar maagdelijk gebied. In Dublin is een bendeoorlog aan de gang en daar heeft hij de hand in gehad.’
‘De PIRA zal dat helemaal niet leuk vinden.’
‘Heb je het niet gehoord, Nick?’ Hij trok een wenkbrauw op. ‘De PIRA is ontbonden! De Provisionals hebben elk wapen ingeleverd dat ze hadden, en zijn gaan tuinieren…’
Als zijn pijnlijke kaak het mogelijk had gemaakt, zou hij even hard hebben gelachen als ik.
‘Een bendeoorlog is het beste nieuws dat ik de hele week heb gehad. Dat zal ons helpen om Finbar terug te krijgen. En ga nu pitten. Ik zal je wakker maken als we bij de grens zijn, en ik moet jouw portemonnee hebben. De laatste keer dat ik hier de grens passeerde, kostte het honderd piek.’
Ik wist niet zeker of hij het laatste gedeelte had gehoord. Zijn hoofd onder de shemagh bonsde tegen het raampje en hij snurkte als een kettingzaag.
Ik keek op het dashboard. Volgens het klokje was het middag. We hadden een volle tank, en dat was meer dan voldoende voor de afstand die we hadden af te leggen. We zouden toch een brandstofbesparende snelheid aanhouden, omdat ik niet wilde opvallen en absoluut niet betrokken wilde raken bij de kleinste aanrijding.
Ik kon nu niet veel anders meer doen dan weerstand bieden aan de verleiding om de horizon af te zoeken naar vlekjes die de vorm hadden van een Predator.