38
Ik duwde de la dicht en dook achter de blauwe fluwelen tweezitter. De mobiele telefoon hield ik nog in mijn hand.
Het geschuifel van slippers naderde over de tegelvloer van de gang. Ze bewogen in een normaal wandeltempo, niet opgewonden, niet aarzelend, en verdwenen de keuken in.
De spotjes gingen aan.
De beweging in de keuken zou elk geluid van mij overstemmen. Ik draaide me half om, stak een hand omhoog, opende de la en duwde de telefoon zo ver mogelijk naar achteren. Siobhan, of wie het dan ook was, kon hem komen halen. Misschien dat ik door te luisteren erachter kon komen waar Dom was. Zo niet, dan zou ik volgens plan wachten tot ik de simkaart kon kopiëren.
De voeten klepperden de keukentrap af. Uit niets kon ik opmaken of ze van Siobhan, Dom, Finbar of heel iemand anders waren.
Ik lag te wachten tot ik de deur van het toilet hoorde open- en dichtgaan, maar dat gebeurde niet. Spoedig hoorde ik de voeten weer de trap op komen.
Er waren wat geluiden die ik niet kon thuisbrengen gevolgd door de onmiskenbare plop van een kurk. Enkele tellen later klonk het klok-klok van een glas dat werd volgeschonken en daarna de klik van een aansteker. Ik kon sigarettenrook ruiken.
Vingers begonnen op een toetsenbord te tikken. Ik hoorde een paar keer zuchten en snuiven.
Ik was er nu behoorlijk zeker van dat zij het was. Ze bleef doortypen.
Ik schoof centimeter voor centimeter naar de zijkant van de bank. Die lag in de schaduw, maar ik wilde er zeker van zijn dat ik me niet in haar gezichtsveld bevond.
Ik bewoog mijn hoofd tot ik haar net met één oog kon zien en hield mijn mond open om mijn ademhaling te controleren.
Ze zat op een kruk aan het eiland met haar zij naar de open deur. Ze droeg muiltjes en een ochtendjas van badstof. Haar haren vielen voorover bij het kijken op het scherm. Ze was niet aan het lezen. Ze was aan het wachten.
Ze greep naar de wijnfles, schonk een tweede glas in en veegde haar neus af aan de mouw van haar ochtendjas. Halverwege de tweede forse slok zette ze het glas met een klap op het werkblad. Ze had beide handen op de toetsen nodig.
Kennelijk was wat ze las geen goed nieuws. Haar gezicht vertrok en een zucht ging over in een snik. Tranen stroomden over haar wangen. Ze vulde het glas weer met trillende handen en tegelijkertijd probeerde ze zichzelf te beheersen, te drinken en te roken.
Ze snoof nog een paar keer, terwijl ze haar sigaret op een hoek van de asbak legde, de enige lege plek die nog over was. Toen stond ze op, liep de andere kant uit en verdween de trap af.
Ik kwam achter de bank vandaan en liep de keuken in.
Ik hoorde de deur van het toilet dichtgaan.
Sigarettenrook drong door de wol in mijn neusgaten toen ik op het scherm keek. De Sony-laptop was een paar jaar oud, maar had USB-poorten. Het witte Vodafone-modem dat aan één ervan bungelde was slechts half zo groot als een pakje speelkaarten. Er zou een simkaart in zitten, maar ik had geen tijd om die eruit te halen.
Ik las het scherm. Ze was een Hotmail aan het beantwoorden. De verzender had meer dan genoeg te vertellen gehad, maar ik had geen tijd om het te lezen. De belangrijke gegevens zaten in de header. Het tijdstip waarop de e-mail was verzonden, was ’s morgens 8 uur 37 GMT vandaag. De laptop vertelde me dat het nu 04:10 uur was, dus moest de e-mail uit het oosten komen.
Het toilet werd doorgespoeld.
Ik trok notitieboekje en pen uit mijn zak en schreef het IMEI- en SN-nummer van de achterkant op. Ze moesten iets te betekenen hebben voor iemand die van dit soort zaken verstand had. Ik schreef beide Hotmail-adressen op.
Ik haastte me en was terug achter de bank voordat zij weer aan het eiland ging zitten. Een paar tellen later was ze op de toetsen aan het rammelen.
Ze bleef daar een twintig minuten mee bezig voordat ik weer klok-klok hoorde, gevolgd door een klik. De kruk kraste over de vloer en haar muiltjes klepperden weer de trap af, met begeleiding van meer gesnuif en gesnik. Enkele tellen later kwamen ze weer naar boven en liepen naar de voorkamer. Ze liepen voorbij en gingen de trap op. Ik keek om een hoekje. Haar glas was verdwenen, maar de sigaretten niet.
Ik liep naar de keuken.
Ze had de post laten liggen. Slechts een paar brieven waren geopend. Eén had een groen motief en het logo van Dublin Verslavingszorg. De brief was geadresseerd aan Finbar in St Stephen’s Green. Misschien woonde hij daar en werd zijn post doorgestuurd. Misschien haalde zij die voor hem op. Ik las de brief snel door. Hij had de laatste vier weken geen bijeenkomsten bijgewoond en geen contact opgenomen met zijn mentor. Ze maakten zich zorgen over hem.
De brief die eronder lag, was van een makelaar. Hij
was dol van vreugde dat ze een bod van
6,5 miljoen had geaccepteerd
voor Herbert Park nummer 88.
Er klonken geluiden van boven. Misschien ging ze weer naar het toilet, maar misschien ook niet. Ik ging geen risico lopen door terug te gaan naar het mobieltje in de la. Verrek maar, het was tijd om te vertrekken.
Terug in het toilet wikkelde ik de vislijn van mijn linkerpols. Ik had van het losse uiteinde al een lus gemaakt met drie of vier draden. Een breukkracht van vier pond was niet veel. Ik legde de lus over de klink, duwde het losse uiteinde door de spleet tussen de kozijnen en schoof het onderste raam naar boven. Toen greep ik het losse uiteinde van de lijn en trok dat verder naar buiten.
Ik liet mezelf in de tuin zakken. Een paar honden enkele huizen verderop hadden te veel grommende belangstelling voor elkaar om zich druk te maken over mij.
Ik pakte de lijn om hem strak te houden en trok het raam dicht. Ik hoefde maar één keer rustig te trekken om de klink te sluiten en de lus vrij te laten komen. Over de extra sloten in de kozijnen maakte ik me geen zorgen; die controleerde niemand.
Ik begaf me voorzichtig naar de achtermuur, trok me op en rolde erover zoals ik was gekomen. Er was een poort, maar die kon ik niet gebruiken. Ik zou hem niet meer kunnen vergrendelen als ik op straat stond.
Ik sloeg linksaf en liep de ventweg af. Ik pakte mijn mobieltje en belde onder het lopen.
Hij ging slechts één keer over.
‘Ik kon het mobieltje niet te pakken krijgen, maar ik denk dat ze contact houden via Hotmail. Ze gebruikt een modem.’ Ik las het IMEI- en SN-nummer op. ‘Maar luister, er is meer. Er is een brief van een makelaar – Fitzgerald Drum Maguire & Walshe. Hij was alleen geadresseerd aan Mevrouw, niet De Heer en Mevrouw. Ze verkoopt het huis.’
Deze keer beëindigde ik het gesprek voordat hij dat deed. Hij zou nu op mij moeten wachten.
Het tijdverschil op de e-mail was vierenhalf uur. Ze had een paar minuten de tijd genomen om die te lezen voordat ze voor fontein was gaan spelen. Er was slechts één tijdzone die vierenhalf uur voorliep op GMT, en ik wilde er goed geld om verwedden dat ik daar een man zou vinden die Baz heette.
Ik voelde me behoorlijk ingenomen met mezelf tot ik de hoofdstraat op liep, naar beneden keek en zag dat er nog steeds twee gebloemde douchemutsen om mijn schoenen zaten.