15

‘Tel, maat, deze kant op kijken…’

Pete bleef knippen, terwijl Terry en de aanvalsteams zich klaarmaakten om het huis te verlaten en de straat op te gaan. Dave wees hem scherp terecht. ‘Niet meer flitsen – je maakt een doelwit van jezelf.’

Pete’s stalen helm was naar achteren geschoven, zodat hij de camera voor zijn rechteroog kon houden. Hij zag er belachelijk uit. Zelfs de soldaten moesten om hem lachen toen ze voorbij kwamen rennen. Hij stopte zijn fotocamera in zijn Batmanriem en pakte de kleine IR-videocamera, waarvan hij de batterijen verwisselde zoals soldaten magazijnen verwisselen. Zorg altijd voor een geladen wapen.

Ik leunde tegen een van de binnenmuren in de buurt van de deur en keek naar de kerels die er voor de camera megastrijdlustig uitzagen, terwijl ze op hun beurt wachtten om naar buiten te gaan. Ik voelde een steek van jaloezie. Zij hadden het tenminste in eigen hand. Het voelde altijd goed aan als je terug kon schieten.

Een knul uit Manchester van achttien of negentien jaar controleerde voor het laatst zijn Minimi voordat hij met zijn team naar buiten ging. Hij was ongeveer even groot als zijn wapen – en met de inklapbare kolf dichtgevouwen was dat niet veel groter dan een ketchupfles. Zweet droop van zijn gezicht en druppelde van zijn neus.

Zijn korporaal keek hem aan. ‘Alles goed?’

De knul knikte.

Dom liep weg en rolde de mouwen van de dode man op. Zelfs waar ik stond waren de sporen van de naalden zichtbaar. Hij keek naar de knul. ‘Ze zijn zo high als een papegaai. Wees voorzichtig.’

Bijna was de soldaat aan de beurt om het gebouw uit te rennen. Hij knikte naar me. ‘Waar komt hij verdomme vandaan?’ Manchester, zo te horen.

‘Hij is Pools. Hij is de Poolse Jeremy Bowen.’

Hij keek me wezenloos aan toen hij het seintje van zijn korporaal kreeg om te gaan. ‘Wie is Jeremy Bowen, verdomme?’ Hij rende naar buiten de straat op voordat ik kon antwoorden.

De rest van het team volgde. Er klonk nog een heleboel geklets door de PRR’s, maar dat stopte gauw toen het eerste AK-salvo door de straat ratelde.

Dave verscheen naast me. ‘Daar gaan we.’ Hij stak een duim op toen de laatste man door het gat in de muur de straat op verdween. ‘Het is aan jullie om te besluiten wat je gaat doen. In het huis blijven, terugkeren naar de wagen of daarbuiten rondkijken. Loop alleen de jongens niet in de weg, goed?’

Pete riep naar Dom: ‘Gaan we naar buiten, Drac, of wil je wat anders?’

De AK liet weer van zich horen en zes of zeven SA80’s deden wat terug. Ineens leek in de hele straat geweervuur los te barsten. AK-kogels ketsten af tegen de wagens en belandden in de muren.

Soldaten reageerden adequaat.

Ik keek Pete aan. ‘Alles goed met jou?’ Het leek de voor de hand liggende vraag als je te maken kreeg met zo’n rotzooi.

‘Doe niet zo verrekte stom. Ik doe het in mijn broek.’

De lucht was vol met het gebulder van motoren en het geknars van rupsbanden toen de wagens een andere positie gingen innemen om beter gebruik te kunnen maken van hun bewapening.

Dave vroeg de scherpschutters op het dak om een situatierapport. Dat Pete aan Dom vroeg wat hij wilde gaan doen was totaal overbodig. We wisten het allebei.

‘Wacht hier.’ Ik verliet het gebouw en stak mijn hoofd door het gat in de muur waar ooit een deur had gezeten. De meeste Bulldogs waren in beweging om beide uiteinden van de straat te bezetten en de hoeken te dekken met hun MGAG’s. Slechts één, het achterste commandovoertuig, bleef op zijn plaats staan. De man die zorgde voor de dekking van boven vuurde in alle richtingen. Elk mens en elke hond in de buurt werd gek.

Pete zat achter me met de camera in de aanslag. Dom was werkeloos tot hij zijn rapport kon afleveren, maar hij zat in elkaar gedoken achter hem.

We renden naar de commando-Bulldog en liepen langs de flank naar een soldaat bij de voorste bepantsering.

Heel even verlichtte het mondingsvuur van een felle vuurstoot de duisternis. Het geknal van wapens weergalmde door de straat en maakte het moeilijk om te bepalen waar het vandaan kwam. De soldaat reageerde met het afvuren van zes of zeven schoten.

Ik hield Pete vast bij zijn kogelvrije vest om hem te steunen en in bedwang te houden terwijl hij filmde.

‘Volg de straat langs de linkerkant. Ongeveer honderd meter. Daar is een steeg. Dat is de plek van waaruit ze schieten.’

Plotseling stopte de soldaat met vuren en sprong achteruit. Ik rukte Pete naar achteren zodat de kerel dekking kon zoeken. Als de prof die hij was, filmde Pete de kerel toen die op de vergrendeling sloeg en het magazijn op de grond viel. Hij ramde een nieuw magazijn in het wapen, sloeg op de vergrendeling om de bewegende delen naar voren te brengen en zwaaide weer terug in positie. Pete kroop achter hem en filmde over zijn schouder.

Dom trok aan mijn arm. ‘Laten we gaan.’

Een volgend fel salvo van AK-vuur verlichtte de ingang van de steeg en sloeg in de commandowagen. ‘Naar voren gaan? Wil je dood, Drac, of hoe zit dat? We krijgen hier genoeg goed spul.’

Nog voordat hij was uitgesproken, barstte de hel los op de PRR. De scherpschutters hadden gezien dat meer Irakezen zich in de strijd kwamen mengen.