14
Een van de soldaten was een Arabier uit Birmingham. Hij gilde tegen een man die geknield op een versleten tapijt in een smalle kamer rechts van ons zat. De gevangene was begin twintig, duidelijk in de strijdbare leeftijd. Kussens lagen tegen een van de muren. Zijn handen waren met ty-raps voor zijn lichaam vastgebonden. Hij was de tolk nog steeds smekend iets aan het vragen toen zijn ogen werden bedekt met een skibril waarvan de glazen met isolatietape waren beplakt.
Een van de MP’s ging bijna door het lint en gilde vragen die de Arabier moest vertalen. ‘Naam? Hoe heet je? Zijn er nog meer mannen in het huis?’
Ze controleerde ondertussen haar kaarten met afbeeldingen van de meest gezochte mannen van Basra. Hij keek op met handen die even wanhopig smeekten als zijn mond.
‘Hou je bek, verdomme!’ Ze boog zich naar hem toe tot ze nog maar een paar centimeter van zijn gezicht verwijderd was. ‘Naam! Identiteitsbewijs! Waar is je identiteitsbewijs?’
Dom bleef filmen. Soldaten die dreven in het zweet schreeuwden naar elkaar bij het controleren van de kamers.
Er kwamen kreten uit de middelste kamer. Dom draaide zich snel om. Hij schoot wat beelden door een halfopen deur waarachter jonge en oude vrouwen samen met kinderen dicht opeen op de vloer zaten. De andere MP tetterde in het Arabisch in een poging hen te kalmeren, terwijl ze de postzak opende en rugzakjes begon uit te delen aan de kinderen. Gemene politieagent, aardige politieagent.
De soldaat die de deur bewaakte wees op Doms camera. ‘Niet hier, maat. Laat haar gewoon haar gang gaan. Laat de vrouwen met rust en ze zullen je meer vertellen dan die rotzakken.’
Flitsen van Pete’s camera weerkaatsten uit de derde kamer de gang in. Ik liep met Dom mee en zag het lichaam van een andere man van strijdbare leeftijd, iets ouder dan de vorige, languit op de vloer liggen. Zijn bloed doorweekte het tapijt en was gespat op iets dat leek op een stapel bakstenen verpakt in zwaar polytheen voor de tv. Op het scherm lagen Tom en Jerry overhoop met elkaar. Een AK lag in de hoek. Achter de band van zijn spijkerbroek zat een pistool. Muqtada Al-Sadr, met zonnestralen die achter zijn hoofd vandaan kwamen, staarde vanaf een grote poster aan de muur op hem neer.
Terry stond over hem heen gebogen te wachten tot hij te horen kreeg wie hij had omgelegd.
Een korporaal met een serie fotokaarten zat op zijn knieën zijn handwerk te bekijken. ‘Ja, je hebt hem. Een van de bommengooiers.’
Dom was de stapel bruine blokken aan het bekijken. ‘En dat ziet eruit als de helft van de Afghaanse heroïne-uitvoer van een maand.’
Het gezicht van de jonge knul straalde toen de andere kerels hem op de rug sloegen.
Pete deed hetzelfde. ‘Goed gedaan, maat – en je leeft nog om je oudeheer het hele vertaal te vertellen. Dat is goed nieuws.’
Onze PRR’s kwamen tot leven. ‘Eén dood, één gepakt,’ zei de compagniescommandant. ‘Ze hebben het bevestigd, we hebben ze allebei.’
Een mobieltje liet het Nokia-wijsje horen en de display knipperde in de spijkerbroek van de dode man.
Dom en Pete filmden de AK en de in polytheen verpakte blokken heroïne die in bewijszakken van doorzichtig plastic werden gestopt. Soldaten maakten digitale opnames van notitieboeken, foto’s en ander eventueel bewijsmateriaal voordat ook dat in zakken werd gestopt en meegenomen.
Terry knikte naar het lijk. Het mobieltje ging nog steeds af. ‘Ik vraag me af of het zijn maten zijn die hem waarschuwen dat er een patrouille is.’
Pete glimlachte. ‘Nee, dat zijn de buren om hem te vertellen dat hij verdomme niet zoveel herrie moet maken.’
Onze PRR’s begonnen weer te knetteren nu Dave het vanaf de straat overnam. ‘Oké, luisteren allemaal. Barney, jouw schutters klaar?’
‘Klaar.’
‘Wagencommandanten klaar?’
‘Ja, allemaal klaar.’ De Fijiër klonk alsof hij een pizza bestelde.
‘Aanvalsteam, opschieten en het zoeken afwerken. Ik wil dit snel afgehandeld hebben, voordat we inkomend vuur gaan trekken.’
Ze haalden boeken van de planken om ze allemaal door te bladeren en trokken laden open van een antiek dressoir dat heel goed uit het Basra Paleis geroofd kon zijn.
We liepen terug naar de andere kamer. Dom filmde de levende kerel weer. De vent zat nog op zijn knieën, maar zijn geboeide handen staken nu in een doorzichtige plastic zak om te voorkomen dat sporen van explosieven of wapens op zijn huid verloren gingen. Hij had ook een stel oorbeschermers op en aan een stuk parachutekoord hing een wit bordje om zijn nek waarop met een viltstift de naam SADIQ was geschreven. Een gele cyalumestaaf was met tape aan het bord geplakt om hem in de verwarring en de duisternis gemakkelijk te kunnen herkennen. De ondervraagster stond bij hem en maakte digitale foto’s.
Dave kwam het huis binnen en maakte gebruik van zijn PRR. ‘Aan allemaal, houd je paraat. Ze zullen gauw hier zijn.’
Hij greep een soldaat in kogelvrij vest die langs hem heen liep. ‘Waar zijn de vrouwen en kinderen?’
Hij werd verwezen naar de middelste kamer. ‘Goed, meisjes, laat ze eruit.’
De kinderen zaten te spelen met kleurboeken en plastic speelgoed van het soort dat ze uitreiken op lange vluchten. De vrouwen waren helemaal bedekt. Bewijszakken met drie gsm’s en een paar notitieboekjes lagen op de grond. De MP’s waren gegevens aan het opschrijven.
De zoekteams hadden meer wapens ontdekt. Een paar AK’s, enkele pistolen en munitie werden in zakken gedaan, samen met een stel dvd’s. Volgens de slechte fotokopieën op de doosjes waren het dvd’s van westerse gijzelaars die werden onthoofd, van Algerijnse soldaten van wie de keel werd opengesneden en van aanvallen met bermbommen op Amerikaanse Humvees. Dom filmde het allemaal met de IR.
De MP’s en een paar soldaten escorteerden de vrouwen en kinderen naar een Bulldog. Zij zouden de volgende paar uur in dekking zitten, terwijl de rest van ons wachtte op het onvermijdelijke.
Het zoekteam betrad de net verlaten kamer en begon die ondersteboven te halen.
Bijna meteen klonken boven ons hoofd twee schoten van de scherpschutters. Barneys stem schetterde over de radio: ‘Dat is één neergelegd. Die eis ik op.’