45
‘Ik ben in de stad, op weg naar het hotel. Zijn er nog e-mails geweest?’
‘Ja. We hebben een probleem. Ze willen het geld zaterdagochtend hebben. Zo niet, dan is hij dood.’
‘De kans is groot dat hij toch oud nieuws is, nietwaar?’
‘Correct.’
‘Ik zal het lezen als ik in het hotel ben.’
Ik sloot het mobieltje en boog weer naar voren. ‘Is dit misschien jouw wagen?’
Hij glimlachte trots en knikte als een krankzinnige.
‘Mooi.’
Hij passeerde een tiental fietsers die de helft van de straat in beslag namen. De auto’s reden bumper aan bumper. Ik zag veel 4x4’s en oranjewitte taxi’s, maar verder leek alles Corolla te zijn.
Hoge muren, prikkeldraad en schijnwerpers zonderden de gebouwen in deze buurt af. Waarschijnlijk boden ze onderdak aan particuliere organisaties, grote bedrijven en overheidsdiensten en werden ze intern bewaakt door hele hordes Filippijnse en Nepalese mannen.
Buiten bijna elk gebouw stond een wachthuisje van multiplex. Plaatselijke mannen in kamgaren zaten op plastic stoeltjes in de schaduw met een kogelvrij vest dat zo dun was dat het meer op een dolkvrij vest leek. Allemaal hadden ze een AK op hun schoot liggen en een koperen theepot met een glas aan hun voeten staan. Er scheen niet veel te gebeuren. Ze zaten daar gewoon en streelden over hun baard.
Ik klopte op het babystoeltje. ‘Hoeveel kinderen heb je, maat?’
‘Vier! Allemaal jongens, meneer Nick!’
‘Je hebt niet stilgezeten.’
Hij draaide zich om en keek me aan met de breedste grijns van de hele wereld. ‘Misschien!’
Het escorte knikte ook toen Magreb uitlegde waarover we zaten te kletsen.
We kropen langs rek na rek vol illegale dvd’s, zo te zien grotendeels Bollywood. Een poster in de etalage daarachter toonde een mooie vrouw met volmaakte tanden die ronddanste in felgekleurde kleding, terwijl een kerel met een baard bewonderend toekeek. Ik zag die vent overal.
We kwamen bij een rotonde. In alle richtingen stond het verkeer stil. Vier kerels in verschillende soorten grijs kamgaren wezen naar voertuigen en schreeuwden, om vervolgens tegen de wagens te schoppen waarvan de bestuurders niet luisterden. Ze droegen extra grote witte petten in Russische stijl die ze achter op hun hoofd moesten zetten om te kunnen zien. Ze zagen eruit als dronken zeemannen. Een paar droegen gelaatsmaskers, alsof ze het verkeer in Tokio aan het regelen waren.
Magreb maakte een afkeurend geluid. ‘Een bom in een auto. De man doodde zichzelf, meneer Nick, misschien.’
Het escorte vond dat hij het beter kon laten zien. Zijn armen vlogen de lucht in. ‘Boem!’ Hij wees naar de uitrit meteen rechts van ons.
Ik zag een van de petten een trap geven tegen de zijkant van een oranjewitte taxi. Magreb maakte weer een afkeurend geluid.
‘Werk je in het hotel?’
‘Ik werk in de keuken, meneer Nick. Ik ben chef-kok. Ze hadden iemand nodig om naar het vliegveld te gaan en ik spreek Engels. Mijn Engels oké voor jou, meneer Nick?’
Ik greep zijn schouder en gaf er een mannelijke kneep in. ‘Misschien, Magreb, misschien. Bedankt dat je me bent komen ophalen, maat.’
Auto’s probeerden zich in elke opening te wurmen. Magreb kreeg het personenbusje op de een of andere manier vooruit. De gloednieuwe, groenwitte Toyota 4x4 van de verkeersagenten stond midden op de rotonde geparkeerd. Een bord op de achterkant verkondigde in het Engels dat de auto een geschenk was van het Duitse volk.
Een oude man die simkaarten verkocht, maakte gebruik van de opstopping en liep tussen de voertuigen door met zijn koopwaar die als een klokkenspel aan een bord hing dat hij op een stok had bevestigd.
Ik tikte het escorte aan. ‘Roep hem eens.’
Magreb vertaalde. Het raampje werd naar beneden gedraaid en de bewaker riep hem.
De oude vent droeg zeker drie jassen over elkaar en een koeienvlaaipet. Zijn ogen klaarden op bij het vooruitzicht van een handeltje. Elke kaart die in een cellofaan hoesje aan het bord hing, vertoonde een voetballer die ik zelfs kon herkennen. Ik stak mijn arm uit tussen Magreb en het escorte.
‘Hoeveel?’
Magreb vertaalde. ‘Tien dollar per stuk, misschien.’
Mijn hand dook in mijn spijkerbroek.
Het hoofd van de oude vent vulde het open raampje bijna.
Ik spreidde mijn vingers. ‘Geef me er vijf.’
Hij grijnsde alsof ik zijn hele jaar goed had gemaakt en overhandigde me een stel Thierry Henry’s. Misschien ging hij het vieren met een vierde jas.
Nadat de transactie tot stand was gebracht, kwam de Hiace weer in beweging. Ik rommelde in mijn Bergen en haalde er het mobieltje uit dat ik op Heathrow had gekocht. De Yes Man hoefde niet alles te weten wat ik deed. En ik wilde zeker niet dat hij me via het mobieltje van de Firma kon volgen zodra ik Dom in handen had. Ik zou hem net genoeg informatie geven om hem tevreden te houden, zodat hij me zijn spullen liet gebruiken. Het was zelfbehoud. Ik wist niet wat hij met mij van plan was zodra ik Dom had overhandigd. Áls ik hem overhandigde…
Terwijl ik een van de Thierry’s in het toestel laadde, baande een konvooi van twee Humvees zich een weg naar de plaats van de ontploffing. Beide wagens waren bewapend met een .50, en de Amerikaanse bestuurders maakten geen gevangenen. Het gezicht verborgen achter een stofmasker en bril schreeuwden, gebaarden en toeterden ze. Het had geen effect. Uiteindelijk besloten de Humvees auto’s gewoon uit de weg te duwen met hun koeienvanger. De schutters in de toren bovenop lieten hun .50 een wijde boog beschrijven. Hoe maak je vrienden en beïnvloed je mensen in de stijl van Washington.
‘Kate, met Nick. Een heel goede morgen voor jou.’ Nou ja, het was Dublin. Ik kreeg een soort lachje van haar, terwijl ze net probeerde te doen alsof niemand dat ooit eerder tegen haar had gezegd.
Ik vroeg of ze een beetje in Moira’s kantoor kon snuffelen om te kijken of ze het adres van het opvanghuis van Basma Al-Sulaiman voor me kon vinden.
‘Het spijt me, Nick. Het is een opvanghuis voor vrouwen. Onderdeel van de overeenkomst was dat Dominik geen details zou vrijgeven.’
Shit.
‘Maar ik heb een mobiel nummer.’
‘Kate, je bent een ster. Wat zijn de kleuren van jouw nationale vlag?’
Ze aarzelde. Ofwel ze kende de Poolse vlag niet of het was gewoon een stomme vraag. ‘Rood en wit.’
‘Dan zijn dat de kleuren van de bloemen die ik je ga sturen. Is mijn nummer zichtbaar?’
Ik kreeg een heleboel gegiechel en een bedankje voordat ze het antwoord gaf dat ik wilde horen. ‘Ja.’
‘Geweldig – kun je me het nummer dan sms’en? Ik zal die bloemen zo snel mogelijk laten bezorgen. Ik zal niets tegen Moira zeggen als jij het ook niet doet.’
Ik beëindigde het gesprek, terwijl Magreb achter de tweede Humvee aansloot. De schutter van de .50 vond dat niet leuk. Hij zwaaide de loop rond en gebaarde ons afstand te houden.
Magreb trok een gezicht dat in elke taal ‘Ja, bekijk het maar’ betekende. Ik begon deze jongen met de minuut aardiger te vinden.
We maakten wat vorderingen en passeerden een enorme moskee die schuilging achter steigers. Een leger stukadoors was sporen van treffers en gaten van granaten aan het opvullen.
Vlak om de hoek lag een fort dat was vermomd als het Serena Hotel.