6

DE VOLGENDE OCHTEND WERD RAMON WAKKER VAN DE KINDEREN die buiten speelden. Hij staarde naar de luiken, naar de lichtbundels die door de spleten in het hout naar binnen vielen alsof ze naar hem op zoek waren. Hij dacht aan Estella en alleen al de gedachte aan haar deed hem enthousiast zijn bed uit stappen. Hij opende de luiken. Vanaf het terras kon hij Federica’s opgewonden stemmetje en de kalme, toegeeflijke toon van zijn moeder horen. Hij trok een korte broek en een overhemd aan en liep blootsvoets de zonnige gang door. Toen hij in de gaten kreeg dat de hele familie buiten was, sloop hij naar de keuken in de hoop Estella te ontmoeten. In de keuken was het echter stil en somber. Ze was er wel geweest want er lag brood op tafel en de groenten lagen keurig geschikt op het dressoir. Er hing een geur van rozen, vermengd met iets wat alleen bij haar hoorde. Als een dier snoof hij de lucht op. Hij wachtte maar ze kwam niet. Gefrustreerd liep hij naar de woonkamer, haar geur volgend die steeds sterker werd totdat hij wist dat ze ergens in de buurt moest zijn. De jacht op haar deed zijn hartslag versnellen.

‘Buenos días, don Ramon,’ klonk een stem achter hem.

Toen hij zich omdraaide, zag hij haar gehurkt op de grond zitten om een plaat op te zetten. Hij zag een stuk van haar ontblote dij en de sierlijke welving van haar enkel. Hij wilde zijn hand uitstrekken om haar aan te raken.

‘Buenos días, Estella,’ antwoordde hij en hij zag dat ze bloosde bij het noemen van haar naam. Hij keek glimlachend op haar neer totdat ze zijn blik niet meer kon verdragen en zich afwendde. Met trillende hand zette ze de naald op de draaiende plaat op de pick-up. Cat Stevens’ stem schalde door de kamer. ‘Zullen we dansen, Estella?’ vroeg hij. Ze stond op en keek hem verward aan.

‘Nee, señor,’ antwoordde ze terwijl ze hem vanonder haar lange wimpers een nerveuze blik toewierp.

‘Ik ben dol op dansen,’ zei hij, en hij kon het niet laten heen en weer te deinen op de vrolijke klanken van de muziek. Estella glimlachte, een glimlach die heel haar gezicht tot leven bracht. Haar glinsterende witte tanden staken af tegen de melkchocoladetint van haar huid. Haar zijdeachtige haren droeg ze in een dikke vlecht op haar rug. Met trillende hand streek ze een losgeraakte lok achter haar oor. Geen enkele beweging die ze maakte ontging hem en ze bloosde onder zijn starende blik. ‘Bevalt het je hier?’ vroeg hij, in een poging een praatje met haar te maken.

‘Si, don Ramon.’

‘Mijn moeder is erg tevreden over je.’

‘Dank u,’ zei ze, wederom glimlachend.

De stralende glimlach op haar gezicht ontwapende hem. ‘Je bent mooi als je lacht,’ zei hij impulsief. Toen ze het verlangen in zijn stem herkende, huiverde ze, want ze wist dat ze het verlangen in haar eigen stem niet langer kon onderdrukken.

‘Gracias, don Ramon,’ zei ze schor terwijl ze haar ogen neersloeg om haar brandende blik voor hem te verbergen.

‘Heb jij lavendel tussen mijn lakens gelegd en bloemen neergezet?’

‘Si, señor,’ antwoordde ze ademloos. Hij stond nu zo dicht bij haar dat ze hem kon ruiken en hij haar bijna de adem benam.

‘Heel fijn, bedankt.’ Hij zag haar aarzelen. Ze wist niet of ze moest blijven of weggaan. Eigenlijk zou ze zo snel mogelijk terug moeten gaan naar de keuken, maar ze was niet in staat zich los te maken. Met haar tong streek ze langs haar droge lippen. Hij kwam een stap dichterbij. Ze hield haar adem in en verschrikt keek ze in zijn starende ogen.

‘Je vindt me aantrekkelijk, of niet soms?’ zei hij zacht terwijl hij haar zweet kon ruiken dat door het bleke katoen van haar uniform drong.

‘Ik vindt u erg aantrekkelijk, don Ramon,’ fluisterde ze en ze slikte moeizaam.

‘Ik zou je willen kussen, Estella. Heel graag zelfs,’ zei hij. Hij boog zich naar haar toe. Het gekwebbel vanaf het terras stierf langzaam weg in het gebulder van de zee. De wereld bestond alleen nog maar uit hem en Estella. Op de achtergrond klonk de bekraste plaat van Cat Stevens, die het droevige lied Oh baby baby it’s a wild world zong.

‘Papa, wanneer gaan we naar het strand?’ vroeg Federica, die de woonkamer kwam binnengehuppeld en blij was te zien dat haar vader al aangekleed was. Ramon verstijfde. Estella rechtte haar schouders en met de soepele gang van een panter draaide ze zich om en zocht haar toevlucht in de keuken waar ze, leunend tegen de tafel, zichzelf met een kookboek koelte toewuifde. Haar hart ging tekeer als een bange vogel en haar benen trilden alsof ze voor het eerst probeerde te lopen. Het zweet liep in straaltjes over haar rug en tussen haar borsten. Aan de ene kant was ze blij dat hij ook naar haar verlangde, maar aan de andere kant was ze bang. Ze mocht zich immers niet inlaten met een getrouwde man wiens vrouw en kinderen zich onder hetzelfde dak bevonden. Ze wist dat ze haar baan zou kunnen verliezen. Ook wist ze dat hij haar alleen maar begeerde en de liefde met haar wilde bedrijven om haar daarna links te laten liggen en terug te keren naar zijn echtelijke sponde. Maar dat deerde haar niet. Eén nacht, bad ze. God, geef me één nacht en ik zal me nooit meer misdragen. Ze kon er niets tegen doen. Ze kon hem niet weerstaan. Ze boog zich over de tafel en om haar geprikkelde zenuwen te kalmeren begon ze de groenten te snijden.

Met tegenzin volgde Ramon zijn dochter naar het terras en ging aan tafel zitten, blij dat hij de opwinding die zichtbaar was in zijn korte broek kon verbergen. Hij schonk koffie in en beboterde een geroosterde boterham. Helena zat met zijn moeder en Hal aan de andere kant van het terras. Ramon zag niet dat ze er gelukkiger en meer ontspannen uitzag; hij zag alleen maar Estella, en het enige waaraan hij dacht was een manier om haar zijn bed in te krijgen.

Federica zat op de stoel naast hem ongeduldig met haar benen heen en weer te zwaaien. Ze zette het kistje voor zich op tafel, deed het een aantal keren open en dicht, draaide het om en hield het schuin, maar Ramon was te zeer in verwarring om haar aandacht te geven.

‘Goeiemorgen, Ramon,’ zei Ignacio, die met zijn panama stevig op zijn hoofd gedrukt op het terras verscheen. Hij droeg een dunne ivoorkleurige pantalon en een hemelsblauw overhemd met korte mouwen. ‘Ik stel voor dat we vanmiddag gaan lunchen in Zapallar en dan doorrijden naar Papudo. Ik ken namelijk iemand die heel graag op een pony zou willen rijden.’

‘Ja, ikke,’ gilde Federica terwijl ze haar armen om zijn middel sloeg.

Ignacio klopte zachtjes op haar blonde haren en nam zijn hoed af om zich er koelte mee toe te waaien. Het was warm en in de lucht hing de zware geur van de eucalyptusbomen.

‘Wat een goed idee, Nacho,’ zei Mariana. ‘Dat zullen de kinderen leuk vinden. En jij zult wel een ijsje lusten, nietwaar Hal?’ zei ze tegen Hal, die zich bezighield met de doos speelgoed die Mariana speciaal voor haar kleinkinderen had bewaard.

Hal knikte, waarna hij zich weer op zijn spel richtte.

‘Ik ga even met Fede naar het strand,’ zei Ramon, die helemaal niet van plan was om in Zapallar te gaan lunchen. Hij zou die middag de liefde met Estella gaan bedrijven.

‘Ik ga met je mee, Ramon,’ zei Mariana. ‘Ik heb behoefte aan een wandeling. Jij redt het hier wel, hè Helena?’

Helena knikte glimlachend. ‘Geen probleem. Hal en ik blijven lekker hier,’ zei ze. Ze hoopte dat Ramon zijn ouders van hun plannen op de hoogte zou stellen. Zelf durfde ze er niet over te beginnen. Ze zag hen het huis in verdwijnen. Ze had heerlijk geslapen en was met een goed humeur wakker geworden. De serene koelte in Mariana en Ignacio’s huis deed haar goed, weg van de gespannen sfeer die hun huis in Viña leek te beheersen. Hier voelde ze zich bevrijd. Ze hadden afzonderlijke slaapkamers, zodat ze haar eigen ruimte had. In het bijzijn van zijn ouders was Ramon veel minder imposant en overheersend dan wanneer hij alleen met haar was. Ze leunde achterover in haar stoel en dacht aan Polperro.

Ramon en Mariana liepen langs het strand, terwijl Federica voor hen uit huppelde, tikkertje spelend met de golven die het strand op rolden. Omdat het nog te vroeg was voor badgasten om met hun geoliede lijven op een handdoek in het zand te gaan liggen, hadden ze het strand voor zich alleen.

‘Ik ben zo blij dat je weer terug bent, Ramon,’ zei Mariana. Ze had haar sandalen uitgedaan zodat haar roodgelakte teennagels zichtbaar waren. ‘We missen je zo als je weg bent, maar ik ken je en ik begrijp je,’ zei ze bedroefd, ‘dus je hoort mij niet klagen. We vinden het heerlijk als je er weer bent.’

‘Mama,’ zei hij terwijl hij haar hand pakte. ‘Ik vind het ook fijn om bij jullie te zijn. Ik weet niet waarom ik nergens lang kan blijven. Er is iets in me waardoor ik steeds weer verder moet.’

‘Ik weet het wel. Het is je creativiteit, mi amor,’ zei ze, alsof dat alles verklaarde.

‘Ik wou dat ik met iemand als jij was getrouwd,’ verzuchtte hij.

‘Helena begrijpt meer van je dan je denkt. Het is voor jullie allebei goed om er eens even uit te zijn. Gisteren zag ze er erg gespannen uit, maar vandaag had ze weer kleur op haar gezicht. Ze leek me een stuk gelukkiger.’

‘O ja?’ vroeg hij. Ze was hem nauwelijks opgevallen.

‘Jazeker. Weet je, telkens wanneer je terugkomt van je reizen, heeft ze tijd nodig om je weer te leren kennen. Je moet geduldig zijn en niet te veel verwachten.’

‘Ja,’ zei hij. Hij was blij dat zijn vader haar niets over hun gesprek had verteld. Hij wist dat hij haar zelf de waarheid moest vertellen. Dat Helena hem zou verlaten, uit Chili zou weggaan om een nieuw leven te beginnen aan een verre kust. Tegelijkertijd wist hij dat zijn moeders hart zou breken wanneer ze hoorde dat ze haar kleinkinderen niet zou kunnen zien opgroeien. Hij kon het nu nog niet opbrengen het haar te vertellen. Ze was zo blij hen te zien. Dit was niet het goede moment en dus keek hij glimlachend op haar neer.

‘Mama, vind je het erg als ik vanmiddag niet met jullie meega naar Zapallar? Ik ben moe en ik zou graag even alleen willen zijn. Ik weet dat je me als geen ander begrijpt. Ik wil gewoon eventjes rust hebben, zonder de kinderen,’ zei hij voorzichtig. Jarenlange ervaring had hem geleerd hoe hij zijn moeder moest overhalen.

Mariana verborg haar teleurstelling. ‘Nou, aangezien jullie zo lang bij ons blijven, ben je voor deze keer vrijgesteld,’ zei ze met een ondeugend lachje.

‘We blijven vier weken,’ zei hij.

‘Duurt het nog zo lang tot Nieuwjaar?’ vroeg ze verbaasd. ‘Nee, dat kan niet, mi amor, we zitten al in december.’

‘Nou, iets minder dan.’

‘Wat geef je de kinderen met kerst?’

‘Ik weet het nog niet,’ antwoordde hij naar waarheid. Helena en hij hadden het zo druk met hun eigen problemen dat ze nog niet eens aan Kerstmis hadden gedacht.

‘Je hebt Fede al dat mooie kistje gegeven. Volgens mij is ze daar zo blij mee dat ze niets anders meer verwacht,’ zei Mariana, die zich de overrompelende schoonheid van het bijzondere voorwerp herinnerde.

‘O, Helena heeft ze al zo overladen met cadeautjes dat ik niet bang hoef te zijn dat ze in dat opzicht iets tekortkomen.’ Hij lachte.

‘Bofferds zijn het. Je zult zien dat we een hele mooie kerst zullen krijgen,’ zei ze terwijl ze in zijn hand kneep.

Teleurgesteld dat haar vader niet mee ging lunchen in Zapallar slikte Federica haar tranen weg. Helena had er gemengde gevoelens over. Aan de ene kant was ze opgelucht en zag ze uit naar een middag zonder zijn verwarrende aanwezigheid, maar aan de andere kant werd ze naar hem toe getrokken als een roekeloze vlieg naar een stierenkop. Ze wilde juist dicht bij hem zijn, alleen maar om hem een reactie te ontlokken. Ignacio merkte droogjes op dat hij al drie maanden alleen was geweest. Na hun gesprek van gisteravond begreep hij wel dat zijn zoon tijd nodig had, niet zozeer voor zichzelf maar juist om niet bij zijn vrouw te hoeven zijn, en dat speet hem. Hij hoopte maar dat ze op een dag zouden inzien dat hun huwelijk het waard was om in stand te houden.

Ramon zag de auto over het zandpad wegrijden en zwaaide naar Federica die gelaten met haar bleke handje terugzwaaide.

Het was snikheet. De middagzon brandde met volle kracht op de aarde. Hij veegde met zijn mouw over zijn bezwete voorhoofd en ging vervolgens terug het huis in. Hij liep rechtstreeks naar de keuken op zoek naar Estella, maar ze was er niet. Daarop haastte hij zich naar het terras, maar ook daar was ze niet. Ongeduldig wierp hij een blik in de woonkamer. Hij wilde geen moment verliezen. Ten slotte liep hij de gang door naar zijn eigen kamer. Hij hoorde het geritsel van lakens en haar lage stem waarmee ze in zichzelf neuriede.

Toen hij in de deuropening verscheen, sprong Estella van schrik op. Niemand had haar gezegd dat don Ramon niet met de rest van de familie mee zou gaan naar Zapallar. Nog steeds verbijsterd bleef ze staan en keek hem onzeker aan. ‘Don Ramon, u laat me schrikken,’ zei ze buiten adem. Ze legde haar hand om haar hals, alsof ze zich uit een knellende greep wilde bevrijden.

‘Het spijt me, dat was niet mijn bedoeling,’ loog hij.

‘Ik kan uw kamer later nog wel doen,’ zei ze, waarna ze het laken liet vallen en om het bed heen naar hem toe liep met de bedoeling de kamer te verlaten.

‘Ja, dat kan wel wachten,’ antwoordde hij terwijl hij haar bij haar bovenarm vastgreep om haar tegen te houden. Ze hapte naar adem. Vervolgens legde hij beide handen op haar armen en duwde haar tegen de muur. Haar borsten deinden verwachtingsvol op en neer. Hij zag een zweetdruppeltje op de zachte huid van haar decolleté. Met zijn vinger veegde hij het weg.

‘Ben je zenuwachtig?’ vroeg hij terwijl hij met zijn donkere ogen in haar bezorgde gezicht keek.

‘U bent getrouwd,’ antwoordde ze schaapachtig.

‘Alleen maar op papier, Estella. Alleen maar op papier,’ zei hij met spijt.

Toen boog hij zijn hoofd en streek met zijn lippen zachtjes langs de hare. Ze slikte om de spanning die zich in haar keel had opgehoopt los te laten en sloot haar ogen. Hij kuste de vochtige huid van haar nek, gleed met zijn tong tot aan haar oor. Ze smaakte naar zout en geurde naar rozen. Met zijn handen zocht hij onder haar uniform naar de zachte ronding van haar dijen en heupen. Ze hield haar adem in. Overweldigd door zijn uitstraling gaf haar lichaam zich aan hem over. Dit soort dingen gebeurde alleen in dromen en daarom was ze vastbesloten van het moment te genieten, want morgen kon het voorbij zijn. Zijn ruwe stoppelkin in haar nek leidde even haar aandacht af en toen ze zijn lippen op de hare voelde, merkte ze pas dat zijn vingers langs de rand van haar slipje gleden en de vochtige huid van haar dijen streelden. Ze stonden nog steeds tegen de muur aan gedrukt, zwaar ademend en badend in elkaars zweet. Met zijn vingers voelde hij de fluwelen zachtheid van haar meest intieme plekjes en genietend keek hij naar haar trillende oogleden, terwijl ze zich verloor in zijn liefkozingen.

Hij tilde haar op het bed en trok haar jurk over haar hoofd uit, zodat haar egaal bruine huid en haar volle borsten zichtbaar werden. Alleen in zijn koortsachtige dromen had hij haar naakt gezien, maar de realiteit viel hem niet tegen. Voorzichtig deed hij haar ondergoed uit, waarna hij haar naakte sensualiteit bewonderde. Met haar halfgeloken ogen keek ze hem wellustig aan. Ze voelde zich niet langer verlegen of beschaamd. Haastig ontdeed hij zich van zijn kleren en ging in volle glorie voor het bed staan. Met gloeiende wangen en lippen die gezwollen waren van zijn kussen lag ze hem te bewonderen. Ze was mooi en haar schoonheid tilde hem boven de ellende van zijn huwelijk uit en gaf hem de vergetelheid die hij nodig had.

Naderhand lagen ze in elkaar verstrengeld op het half opgemaakte bed. Door de kieren van de luiken, die Estella had gesloten om de kamer koel te houden, kroop het zonlicht naar binnen. Ramon voelde het verlangen uit zijn lendenen wegebben en zijn hartslag langzaam overgaan in een langzamer ritme. Hij keek neer op haar brandende wangen en haar lange gitzwarte haren die over zijn borst uitgewaaierd lagen. Ze voelde dat hij naar haar keek en glimlachte tevreden. Hij liet zijn hand op en neer over haar rug glijden, terwijl zijn vingers afwezig met de wervels van haar ruggengraat speelden. Meestal had hij meteen na de liefdesdaad genoeg van een vrouw, maar Estella had zo’n warme uitstraling dat hij wilde dat ze bleef.

‘Ik vind het heerlijk om op je te liggen,’ zei hij ten slotte.

Estella was dronken van liefde. ‘Dank u wel, don Ramon,’ antwoordde ze. Ze wilde dat deze middag nooit voorbij zou gaan. Ze hoorde zijn hart kloppen in zijn borstkas en voelde zijn haren tegen haar gezicht kriebelen. Ook hij was zacht en warm om op te liggen. Ze wilde het hem zeggen, maar ze beheerste zich, want ondanks hun lichamelijke nabijheid wist ze dat er vanwege hun verschillende afkomst een afgrond tussen hen gaapte.

Federica reed op een kleine pony langs het strand. Helena liet haar zelfs even alleen draven, terwijl ze Hals pony bij de teugels vasthield. Papudo was een pittoresk vissersplaatsje dat aan de voet van nevelige blauwe bergen lag en uitkeek over de zee. Mariana had ijsjes gekocht voor de kinderen en Ignacio zat in de schaduw van de eucalyptusbomen koffie te drinken en patience te spelen, terwijl hij tegelijkertijd op Federica’s kostbare vlinderkistje paste. Helena had genoten van de lunch in Zapallar; de kinderen hadden er vrolijk op los gebabbeld en ze had nauwelijks aan Ramon gedacht.

Federica had echter voortdurend aan Ramon gedacht. Ze miste hem. Ze had graag gewild dat hij haar had zien ponyrijden en ze herinnerde zich de keer dat hij voor haar het mooiste zandkasteel van de wereld had gemaakt, versierd met bloemblaadjes en schelpen. Pas toen ze allemaal in de auto zaten om naar huis te rijden voor het avondeten, vrolijkte ze op omdat ze hem gauw weer zou zien.

Ramon bedreef nogmaals de liefde met Estella. Hij kon geen genoeg van haar krijgen en er waren nog plekjes aan haar lichaam die hij nog niet had geproefd. Toen zijn zinnen en zijn nieuwsgierigheid bevredigd waren, trok hij haar onder luid protest en gelach mee onder de douche waar het water alle sporen van hun overspel wegspoelde. Pas toen hij zichzelf stond af te drogen, keek hij op zijn horloge. Het was laat in de middag. Ze konden elk ogenblik thuiskomen. Hij zei tegen Estella dat ze zich moest verkleden, want in haar uniform zaten kreukels en zweetvlekken. Ze raakte in paniek toen ze de wanorde in de kamer zag en ze dacht aan alle karweitjes die ze had laten liggen en die haar wellicht zouden verraden. Ramon liep echter rustig het terras op en ging in de zon zitten lezen in het boek van zijn vader. Op zijn ruige gezicht lag een zachte, tevreden uitdrukking.

Estella haastte zich naar haar kamer, waar ze haar haren vlocht, een schoon uniform aantrok en haar gezicht met eau de cologne depte. Daarna ging ze onmiddellijk verder met het in orde maken van de slaapkamers. Ze had geen tijd voor zoete dromen over de voorbije middag, over hun zwoele liefdesspel of de passie die al het andere onbelangrijk en overbodig” maakte. Toen de voordeur in de hal openging en ze kinderstemmen hoorde, hapte ze naar adem van schrik want eigenlijk had ze thee met iets lekkers moeten klaarzetten en ze had nog helemaal niets gedaan.

‘Papa, ik heb helemaal alleen op een pony gereden,’ riep Federica, die naar haar vader toe rende. Hij was in een opperbeste stemming en trok haar op zijn knie.

‘Helemaal alleen? Wat een knapperd ben je toch,’ zei hij lachend en kuste haar warme wang.

‘Hal heeft ook op een pony gezeten, maar mama moest hem leiden. Hij is nog te klein om zelf te rijden. Abuelito heeft de hele middag over mijn kistje gewaakt.’

‘Pas maar op dat je het niet een keer vergeet mee te nemen,’ zei hij.

‘Papa, ik zal dit kistje nooit vergeten mee te nemen,’ reageerde ze, verbijsterd dat hij ook maar één seconde kon denken dat ze haar dierbaarste bezit ergens zou laten slingeren.

‘Fede heeft helemaal alleen gereden,’ zei Mariana, die langzaam het terras op kwam lopen terwijl ze zichzelf met een waaier koelte toewuifde.

‘Je ziet er uitgeput uit, mama.’ Hij glimlachte haar vol genegenheid toe.

‘Dat ben ik ook, Ramon. Het was heet en vermoeiend. Maar ik heb ook genoten. We hebben je gemist, mi amor.’ Ze plofte op een gemakkelijke stoel neer.

‘Nou, hier is het lekker rustig geweest,’ zei hij geeuwend. ‘Ik heb de hele middag niets gedaan behalve in papa’s boek gelezen. Het is erg goed, trouwens.’

‘Me alegro,’ zei ze met een zucht. ‘Ik ben blij dat je je geamuseerd hebt.’

‘Zullen we vanavond voordat je gaat slapen nog even gaan zwemmen?’ stelde Ramon aan Federica voor, in een plotselinge drang zijn afwezigheid tijdens de lunch goed te maken.

‘Ja, papa. Graag,’ reageerde ze enthousiast. ‘Abuelito kan dan weer op mijn kistje passen,’ zei ze toen ze hem met zijn gedeukte panama op zijn hoofd het zonnige terras op zag komen. ‘Ja toch, abuelito?’

‘Waar heb je het over, Fede?’ antwoordde hij met wijd opengesperde ogen, alsof hij verbaasd was. Federica giechelde; ze vond het altijd leuk als haar grootvader gekke gezichten trok.

‘U mag weer op mijn kistje passen als papa en ik in zee gaan zwemmen,’ zei ze.

‘Pas maar op dat de krokodillen je niet opeten,’ grapte hij.

‘Er zitten helemaal geen krokodillen in de zee, gekkie,’ zei ze lachend.

Estella verscheen met een zwaarbeladen dienblad met thee, cake en koekjes. Terwijl Ramon haar hielp de spullen op tafel te zetten, wisselden ze even een samenzweerderige blik uit. Ze zag er net zo uit als die ochtend, behalve dan dat er een voldane glimlach om haar lippen speelde ondanks haar poging die te verhullen.

‘Volgens mij heeft Estella een minnaar in het dorp,’ merkte Mariana op, zodra de huishoudster in het huis was verdwenen.

‘Dios, Mariana, wat kan jou dat schelen?’ zei Ignacio terwijl hij de cake aansneed.

‘O niets, Nacho. Ik ben alleen maar benieuwd wie het is,’ antwoordde ze. Ze pakte een kop en schotel en overhandigde die aan Helena, die met Hal uit de donkere woonkamer tevoorschijn kwam.

‘Waarom denk je dat ze een minnaar heeft, mama?’ vroeg Ramon geamuseerd.

‘Omdat ze straalt. Vrouwen hebben daar een speciale antenne voor. Ik zie het aan haar tred en in haar ogen.’

‘Voor een vrouw op leeftijd ben je nog erg opmerkzaam,’ zei hij lachend. Helena ging naast Federica zitten en stak een sigaret op. De aanblik van haar echtgenoot gaf haar een ongemakkelijk gevoel.

‘Ik mag dan oud zijn, mi amor, ik geef mijn ogen wel de kost,’ reageerde Mariana terwijl ze haar zoon met haar lichtgrijze ogen liefdevol aankeek.

‘Wat maakt het uit of ze een minnaar heeft,’ zei Ignacio schouderophalend.

‘Wie heeft een minnaar?’ vroeg Helena, die Hal een plak cake toestak.

‘Estella.’

‘Dat klopt,’ antwoordde ze. ‘Wij vrouwen voelen zoiets aan. Ik kan het aan haar ogen zien.’

Ramon lachte hartelijk. ‘Fijn voor haar. Geen wonder dat ze er stralend en voldaan uitziet,’ zei hij niet zonder trots.

‘Nou, als hij haar in moeilijkheden brengt, hoop ik dat hij ook met haar trouwt. Sommige mannen zijn nu eenmaal minder deugdzaam dan ze zouden moeten zijn,’ zei Mariana streng. ‘Arm kind, ik hoop dat ze weet wat ze doet.’

Ramon kauwde op zijn cake. ‘Lekker, hè Fede?’ zei hij met een glimlach. Ze keek grijnzend naar hem op en knikte. Het viel Mariana op dat haar kleindochter haar ogen geen moment van haar vader afhield. Niet dat ze niet van haar moeder hield maar met haar vader had ze die speciale band. Het deed haar verdriet dat Ramon er telkens weer vandoor ging en zijn dochter achterliet. Ze keek naar de adorerende blik in de ogen van haar kleindochter en had medelijden met haar.