Megan

Dinsdag 2 oktober 2012

Ochtend

Het gaat straks regenen, dat voel ik. Mijn tanden klapperen, mijn vingertoppen zijn wit met een zweem blauw. Ik ga niet naar binnen. Scott komt me dadelijk toch wel naar binnen halen en in dekens wikkelen als een kind.

Op weg naar huis gisteravond werd ik overvallen door paniek. Er was een motorrijder die de hele tijd zijn motor liet brullen en een rode auto die langzaam voorbijreed, net zo’n kerel die naar hoeren uitkijkt, en twee vrouwen met kinderwagentjes die me de doorgang blokkeerden. Ik kon ze op het trottoir niet passeren, dus ik stapte de weg op en werd bijna aangereden door een auto die de andere kant op reed en die ik niet eens had gezien. De bestuurder drukte op zijn claxon en schreeuwde iets naar me. Ik kon maar niet op adem komen, en mijn hart ging als een razende tekeer. Ik voelde die onrust in mijn maag, zoiets als wanneer je een pil hebt geslikt en je net high begint te worden, die adrenalinestoot waar je misselijk, opgewonden en angstig tegelijk van wordt.

Ik rende naar huis, het huis door en verder naar het spoor, waar ik wachtte tot de trein kwam om door me heen te ratelen en alle andere geluiden weg te nemen. Ik wachtte op Scott, die me zou kunnen kalmeren, maar hij was niet thuis. Ik probeerde over de schutting te klimmen, omdat ik een poosje aan de andere kant wilde zitten, waar verder nooit iemand komt. Ik sneed me in mijn hand, dus toen ging ik naar binnen, en toen kwam Scott terug en vroeg me wat er was gebeurd. Ik zei dat ik bij de afwas een glas had laten vallen en me had gesneden. Hij geloofde me niet en werd erg kwaad.

 

Ik ben ’s nachts opgestaan, ik liet Scott slapen en sloop naar beneden naar het terras. Ik draaide zijn nummer en luisterde naar zijn stem toen hij opnam, eerst zacht van de slaap, en toen harder, op zijn hoede, bezorgd, geërgerd. Ik verbrak de verbinding en wachtte af of hij zou terugbellen. Ik had mijn nummer niet afgeschermd, dus ik dacht dat hij dat misschien wel zou doen. Dat deed hij niet, dus toen belde ik nog eens, en nog eens, en nog eens. Toen kreeg ik zijn voicemail, neutraal en zakelijk, met de mededeling dat hij zou terugbellen zodra hij in de gelegenheid was. Ik overwoog de praktijk te bellen om mijn volgende afspraak naar voren te verschuiven, maar volgens mij werkt zelfs dat geautomatiseerde systeem van hen niet midden in de nacht, dus ging ik maar naar bed. Ik heb geen oog dichtgedaan.

Misschien dat ik vanochtend naar Corly Wood ga om foto’s te maken; het is er mistig en donker en sfeervol, dus ik kan vast wel wat goeds schieten. Ik heb overwogen om kleine kaartjes te maken om te zien of ik die kan slijten aan die cadeauwinkel aan Kingly Road. Scott zegt de hele tijd dat ik me niet druk moet maken over dat werken, dat ik moet uitrusten. Alsof ik afgekeurd ben! Ik heb helemaal geen behoefte aan rust. Ik heb iets nodig om mijn dagen mee te vullen. Ik weet wat er zal gebeuren als ik dat niet doe.

 

Avond

Doctor Abdic – of Kamal, zoals ik hem mag noemen – stelde tijdens de sessie vanmiddag voor dat ik een dagboek ga bijhouden. Bijna had ik gezegd dat ik dat niet kan doen, omdat ik er niet op kan vertrouwen dat mijn man dat niet leest. Ik heb het niet gezegd, omdat dat afschuwelijk onloyaal tegenover Scott zou zijn. Maar het is wel waar. Ik kan de dingen die ik echt voel of denk of doe gewoon niet opschrijven. Toen ik vanavond thuiskwam, was mijn laptop warm. Ik bedoel maar. Hij weet hoe je de browsergeschiedenis en zo wist, hij weet heel goed hoe hij zijn sporen moet wissen, maar ik weet dat ik mijn computer heb uitgezet voor ik wegging. Hij heeft weer mijn e-mails zitten lezen.

Het kan me niet echt schelen, er valt niets te lezen. (Een hoop spam van wervingsbureaus en Jenny van pilates, die me vraagt of ik zin heb lid te worden van haar donderdagse eetclub van vriendinnen die om de beurt voor elkaar koken. Ik ga nog liever dood.) Het kan me niet schelen omdat het voor hem alleen maar een geruststelling is om te weten dat er niets bijzonders gaande is, dat ik niets aan het bekokstoven ben. En dat is alleen maar fijn voor mij – voor ons –, ook al is het niet waar. En ik kan niet eens echt kwaad op hem worden, want hij heeft alle reden om achterdochtig te zijn. Ik heb hem in het verleden genoeg reden gegeven, en dat gebeurt vast weer. Ik ben geen modelechtgenote. Dat kan ik niet zijn. Hoeveel ik ook van hem houd, het is nooit genoeg.

 

Zaterdag 13 oktober 2012

Ochtend

Ik heb vannacht vijf uur geslapen, dat is langer dan ik sinds een eeuwigheid heb gedaan, en het vreemde is dat ik zo opgenaaid was toen ik thuiskwam dat ik niet anders verwachtte dan dat ik nog uren zou zitten stuiteren. Ik had me voorgenomen dat ik het niet meer zou doen, niet meer na de vorige keer, maar toen zag ik hem en ik wilde hem hebben en ik dacht: waarom niet? Waarom zou ik mezelf beperkingen moeten opleggen, terwijl een heleboel mensen dat niet doen? Mannen doen dat niet. Ik wil niemand kwetsen, maar je moet jezelf wel trouw blijven, waar of niet? Dat is het enige wat ik doe, mijn ware ik trouw zijn, die ik die niemand kent – Scott niet, Kamal niet, niemand.

Na de pilatesles gisteravond vroeg ik Tara of ze volgende week een keer met me naar de film wilde, en daarna of ze mijn alibi wilde zijn.

‘Als hij belt, wil je dan tegen hem zeggen dat ik met jou op stap ben, dat ik op de wc zit, en dat ik hem dadelijk terugbel? Dan bel je mij en ik bel hem, en dan is alles in orde.’

Ze haalde glimlachend haar schouders op en zei: ‘Mij best.’ Ze vroeg niet eens waar ik heen ging en met wie. Ze wil echt met me bevriend zijn.

Ik had met hem afgesproken bij de Swan in Corly, hij had een kamer voor ons geregeld. We moeten voorzichtig zijn, we mogen niet worden betrapt. Dat zou heel slecht voor hem zijn, zijn leven verwoesten. En voor mij zou het ook een ramp zijn. Ik wil er niet eens over nadenken wat Scott zou doen.

Achteraf wilde hij dat ik praatte, over wat er was gebeurd toen ik jong was in Norwich. Ik had daar eerder naar gehint, maar gisteravond wilde hij details horen. Ik vertelde hem dingen, maar niet de waarheid. Ik loog, fantaseerde dingen, vertelde hem alle smerige dingen die hij wilde horen. Dat was grappig. Ik zit er niet mee dat ik heb gelogen. Het grootste deel geloofde hij volgens mij toch niet. Ik weet bijna zeker dat hij ook liegt.

Hij lag op bed toe te kijken terwijl ik me aankleedde. ‘Dit mag niet meer gebeuren, Megan,’ zei hij. ‘Dat weet je. We kunnen dit niet blijven doen.’ En hij had gelijk, ik weet dat het niet kan. We zouden het niet moeten doen, we horen het niet te doen, maar we doen het wel. Dit is niet de laatste keer geweest. Hij zal geen nee tegen me zeggen. Daar moest ik op weg naar huis aan denken, dat dat is wat ik er het leukst aan vind, dat ik iemand in mijn macht heb. Dat is er zo bedwelmend aan.

 

Avond

Ik sta in de keuken een fles wijn open te maken, als Scott achter me komt staan, zijn handen op mijn schouders legt, erin knijpt en zegt: ‘Hoe ging het bij de therapeut?’ Ik zeg dat het goed ging, dat we vooruitgang boeken. Hij is er inmiddels aan gewend dat hij geen details van me loskrijgt. En dan: ‘Heb je het gisteravond leuk gehad met Tara?’

Ik sta met mijn rug naar hem toe, dus ik kan niet uitmaken of hij dat echt wil weten of dat hij iets vermoedt. Ik pik niets op in zijn stem.

‘Ze is heel aardig,’ zeg ik. ‘Je zou haar aardig vinden. We gaan volgende week weer naar de film. Zal ik haar daarna mee hierheen nemen om een hapje te eten?’

‘En ik word niet uitgenodigd voor de film?’ vraagt hij.

‘Je bent van harte welkom,’ zeg ik, en ik draai me naar hem om en kus hem op de mond, ‘maar ze wil naar die met Sandra Bullock, dus...’

‘Dan weet ik genoeg! Neem haar dan maar daarna mee hierheen,’ zegt hij, en hij duwt zacht met zijn handen tegen mijn onderrug.

Ik schenk de wijn in en we gaan naar buiten. We gaan zij aan zij op de rand van de patio zitten, met onze tenen in het gras.

‘Is ze getrouwd?’ vraagt hij.

‘Tara? Nee.’

‘Geen vriendje?’

‘Volgens mij niet.’

‘Vriendin?’ vraagt hij met opgetrokken wenkbrauw, en ik lach. ‘Hoe oud is ze dan?’

‘Geen idee,’ zeg ik. ‘Rond de veertig.’

‘Ach. En helemaal alleen. Wat verdrietig.’

‘Hm. Misschien is ze inderdaad wel eenzaam.’

‘Die komen altijd op jou af, hè, die eenzame types? Die trek je echt aan.’

‘Is dat zo?’

‘Dus ze heeft geen kinderen?’ vraagt hij, en ik weet niet of ik het me verbeeld, maar zodra het onderwerp kinderen ter sprake komt, hoor ik een scherpe klank in zijn stem en ik voel gewoon de ruzie komen, en daar heb ik echt geen zin in, daar kan ik niet mee omgaan, dus ik sta op en zeg tegen hem dat hij de wijnglazen moet meenemen, want we gaan naar de slaapkamer.

Hij loopt achter me aan en terwijl ik de trap op loop doe ik mijn kleren uit, en zodra we er zijn en hij me op het bed duwt, denk ik niet eens aan hem, maar dat maakt niet uit, want dat weet hij toch niet. Ik ben goed genoeg om hem te laten geloven dat het allemaal om hem draait.