Het is ongetwijfeld aan de koelbloedigheid van Jonas te danken, aan zijn psychische en fysieke weerstand en aan de absoluut po-sitieve plaats die hij in het leven van zijn vrouw inneemt, dat Sarah's haat tegen hun zoon nooit tot een medisch ongeluk leidt. Niettemin wordt het kind door zijn moeder mishandeld, op een discrete manier: knijpen, klappen op het hoofd, verdraaiing van ledematen, brandwonden enzovoort. Maar ze zorgt ervoor dat het nooit zichtbaar wordt. Ze zegt dat ze dan met alle macht tegen zichzelf moet vechten om het kind niet te doden dat nu al haar wrok ten opzichte van het leven personifieert.
De plaats van de vader vormt, zoals we al zeiden, ongetwijfeld de ultieme bescherming waardoor dit kind een potentiële kinder-moordenares kan overleven. De blik van de vader leidt tot de ontwikkeling van schizoïde gedrag bij Sarah. Ten koste van enorm veel psychische energie lukt het haar om dubbelspel te spelen: zich voordoen als een liefhebbende en zorgzame moeder voor een kind dat ze heimelijk dood wenst. Die geheime wens openbaart zich in talloze dromen, waarin het kind bijvoorbeeld veroordeeld wordt om zijn grootouders in Dachau terug te vinden en te vervangen. In andere dromen wordt de kleine jongen gecastreerd, ontdaan van zijn ingewanden, ja zelfs gekruisigd. Of hij komt om door verdrinking, verbranding of verbrijzeling, meestal met ondraaglijke pijnen, die een troostende en vooral bevrijdende uitwerking op de moeder hebben.
Het om de tuin leiden van haar omgeving en haar kind zelf eist voortdurend Sarah's aandacht. Ie zou kunnen zeggen dat juist die aandacht om haar haat tegen de jongen te verbergen en te onderdrukken haar psychische energie ondermijnt en haar ten slotte in de uitgesproken depressieve fases van de jaren 1980 stort.
Vreemd genoeg is het juist haar eigen zoon die van het stadium van (onwetend) slachtoffer overgaat naar het stadium van (ongewilde) beul, want zijn bestaan is, op zichzelf en onafhankelijk van haar gedrag, de wérkelijke oorzaak van de dood van zijn moeder.
Twintig uur later staat Frantz op. Hij heeft dikke ogen. Hij heeft veel gehuild in zijn slaap. Hij verschijnt in de deuropening van de slaapkamer, terwijl Sophie voor het raam staat te roken en naar de hemel kijkt. Frantz heeft een massa slaapmiddelen naar binnen gekregen. Zijn gedrag wijst op pure wilskracht, maar Sophie heeft absoluut de regie in handen genomen. In de afgelopen vierentwintig uur heeft ze de moleculaire wedstrijd tussen hen gewonnen. 'Je bent echt heldhaftig,' zegt Sophie koeltjes, terwijl Frantz wankelend door de gang loopt, op zoek naar de wc. Hij huivert, over zijn hele lichaam lopen koude rillingen. Hem nu doodsteken zou een fluitje van een cent zijn... Ze loopt naar de wc en ziet hem op de toiletpot zitten. Hij is zo zwak dat zijn hoofd inslaan, met wat dan ook, heel gemakkelijk zou zijn... Ze rookt en kijkt hem ernstig aan. Hij slaat zijn ogen naar haar op.
'Je huilt,' stelt ze vast, terwijl ze een trekje van haar sigaret neemt.
Hij antwoordt met een scheve glimlach. Terwijl hij zich vasthoudt aan de muren, gaat hij staan. Hij slingert door de zitkamer in de richting van de slaapkamer. Ze komen elkaar weer tegen bij de slaapkamerdeur. Hij buigt zijn hoofd, alsof hij aarzelt, en zoekt steun bij de deurpost. Hij kijkt naar de vrouw met haar ijskoude blik. Hij aarzelt. Dan gaat hij zwijgend op het bed liggen, met wijd gespreide armen. Hij sluit zijn ogen.
Sophie gaat weer naar de keuken en pakt het dagboek van Frantz, dat ze in de bovenste la heeft opgeborgen. Ze begint weer te lezen. Ze beleeft nogmaals het ongeluk van Vincent, zijn dood... Ze weet nu hoe Frantz de kliniek is binnengekomen, hoe hij Vincent na de avondmaaltijd is gaan ophalen en zijn rolstoel met een omtrekkende beweging langs het kantoor van de verpleegkundigen heeft geduwd, hoe hij de nooddeur heeft geopend die naar een grote, monumentale trap leidde. Sophie stelt zich heel even het doodsbange gezicht van Vincent voor. Ze voelt zijn machteloosheid tot in haar botten. En op dat moment besluit ze abrupt dat de rest van het dagboek haar niet meer interesseert. Ze doet het schrift dicht, komt overeind, en zet het raam wijd open: ze leeft.
En ze is er klaar voor.
Frantz slaapt opnieuw zes uur. In totaal meer dan dertig uur zonder drinken of eten, verloren in een comateuze slaap. Sophie begint zelfs te denken dat hij zo, in bed, zal sterven. Door een terugslag. Door een overdosis. Zwakkere mensen zouden al zijn overleden aan die enorme hoeveelheid slaapmiddelen. Hij heeft veel nachtmerries gehad en vaak heeft Sophie hem in zijn slaap horen huilen. Zij heeft op de bank geslapen. Ze heeft ook een fles wijn opengemaakt. Ze is naar beneden gegaan om sigaretten te kopen en een paar boodschappen te doen. Als ze terugkomt, zit Frantz rechtop in bed. Zijn hoofd, dat te zwaar voor hem is, zwaait heen en weer.
'Je bent klaar..zegt ze.
Hij reageert met een scheve glimlach, maar hij slaagt er niet in zijn ogen open te doen. Ze loopt naar hem toe en geeft hem een duwtje met haar vlakke hand. Het is alsof ze hem een harde duw heeft gegeven. Hij valt bijna om. Hij houdt zich vast aan het bed. Het lukt hem te blijven zitten, hoewel zijn hele lichaam heen en weer blijft bewegen, op zoek naar een evenwicht dat echter wankel is.
'Je bent helemaal klaar..zegt ze.
Ze legt een hand op zijn borst en duwt hem heel gemakkelijk achterover. Hij strekt zich uit. Als Sophie de flat verlaat, heeft ze grote, groene vuilniszakken bij zich.