30 april

Als het zo doorgaat zal zelfs Valérie boos op Sophie worden. Vincent is ondoorgrondelijk, je weet nooit wat hij denkt... maar Valérie, dat is iets anders. Valérie is de spontaniteit zelve. Ze is absoluut niet berekenend.

Al een paar dagen zei Sophie tegen haar dat ze nog wat langer zou moeten blijven. Valérie legde uit dat dat niet kon, maar Sophie hield vol. Ze noemde Valérie 'lief schatje'. Valérie kon misschien haar vakantie verlengen, maar ze had het hier niet naar haar zin. Ik denk dat ze voor geen goud langer zou zijn gebleven. Maar op het moment van vertrek kon ze nergens haar treinkaartje vinden. Natuurlijk kwam het idee bij Valérie op dat Sophie alles zou doen om Valéries vertrek te vertragen. Sophie beweert bij hoog en bij laag dat het niet zo is. Valérie doet net of het niet belangrijk is. Vincent veinst dat hij het allemaal voor een incident houdt zonder gevolgen. Valérie heeft via internet een nieuw kaartje besteld. Ze was stiller dan gewoonlijk. Op het station kusten ze elkaar. Valérie streek over de rug van Sophie, die tranen met luiten huilde. Ik geloof dat Valérie heel blij was te kunnen ontsnappen.

10 mei

Toen ik zag dat Laure autopech had gekregen, snapte ik meteen wat er ging gebeuren. Ik liep erop vooruit. Het is mislukt. De volgende dag vroeg Laure aan Sophie of ze haar auto mocht lenen om haar wekelijkse boodschappen te doen. Sophie vindt het altijd heerlijk als ze iemand een dienst kan bewijzen. Alles was klaar. Ik had het goed gedaan en, dat moet ook gezegd worden, ik had een beetje geluk. Laure zou dan ook niets hebben gezien, maar dat deed ze wél. Toen ze de kofferbak opendeed om haar boodschappen op te bergen, zag ze puntjes van tijdschriften uit plastic tasjes steken. In een periode waarin de komst van ano-nieme brieven een ritme aan haar leven gaf, kon ze niet anders dan geboeid zijn. Toen ze de tijdschriften ontdekte met de pagina's waar talloze letters waren uitgeknipt, legde ze onmiddellijk het verband. Ik wachtte op een woede-uitbarsting. Helemaal niets. Laure is een heel gestructureerd en rustig meisje, daarom vindt Sophie haar juist zo aantrekkelijk. Laure is naar haar huis gegaan om de kopieën op te halen van de anonieme brieven die ze de afgelopen weken heeft verzameld. En daarna is ze met het pakket tijdschriften rechtstreeks naar het politiebureau van de dichtstbijzijnde stad gegaan. Daar heeft ze aangifte gedaan. Sophie begon al ongerust te worden, omdat Laure maar niet terugkwam van het boodschappen doen. Ien slotte is ze gerustgesteld. Laure heeft vrijwel niets gezegd. Door de verrekijker zag ik hen tegenover elkaar staan. Sophie sperde haar ogen wijd open. In het kielzog van Laure arriveerde de politiewagen voor het onderzoek. Ze vonden natuurlijk al gauw de andere tijdschriften die ik hier en daar had opgeborgen. Het proces wegens laster zal enkele weken voor onrust in het dorp zorgen. Sophie is wanhopig. Ook dat nog! Ze zal er met Vincent over moeten praten. Ik denk dat Sophie soms verlangt naar de dood. En ze is zwanger.

13 mei

De stemming is tot onder het nulpunt gezakt. Verscheidene dagen heeft Sophie zich letterlijk voortgesleept. Ze heeft in het huis gewerkt, maar niet veel. Ze is verstrooid. Het lijkt bijna of ze weigert naar buiten te gaan.

Ik weet niet wat er aan de hand is met de arbeiders, maar je ziet ze niet meer. Ik vrees dat de verzekeringsmaatschappij problemen maakt. Misschien hadden ze eerder een alarmsysteem moeten hebben, ik weet het niet. Die mensen voeren om het minste of geringste een proces. Kortom, alles stagneert. Sophie kijkt be-zorgd en moedeloos. Ze zit urenlang buiten te roken. In haar toestand is dat toch niet raadzaam...

23 mei

Aan het eind van de dag hingen er dikke, donkere wolken in de lucht. Tegen zeven uur begon het te regenen. Toen Vincent

Duguet me om kwart over negen passeerde, onweerde het hevig.

Vincent is een voorzichtige, toegewijde man. Hij rijdt redelijk snel en geeft keurig richting aan, naar links of naar rechts. Toen hij op de rijksweg reed, meerderde hij vaart. De weg is kaarsrecht, een paar kilometer lang, en dan maakt hij, vreemd genoeg, ineens een bocht naar links. Ondanks de verkeersborden zijn veel chauffeurs erdoor overvallen, temeer daar op die plek vrij grote bomen langs de weg staan, die de bocht aan het oog onttrekken: je jaagt een motor vrij snel over de toeren. Dat geldt natuurlijk niet voor Vincent. Hij legt dat traject al weken af. Als je de weg kent, voel je je altijd veilig, je denkt er zelfs niet meer aan. Vincent is de bocht ingegaan met het zelfvertrouwen van iemand die ermee bekend is. Het was harder gaan regenen. Ik reed vlak achter hem. Ik heb hem precies op het goede moment ingehaald en voegde heel plotseling in, zo onverhoeds, dat de achterkant van mijn motor zijn voorbumper raakte. Vlak voor het eind van mijn inhaalmanoeuvre maakte ik een gecontroleerde slip. Daarna remde ik krachtig om de motor weer recht op de weg te brengen. De uitwerking van de verrassing, de regen, de motor die ineens verschijnt en zo scherp invoegt dat hij Vincents auto raakt en voor Vincents ogen begint te slippen... Vincent Duguet was compleet in verwarring. Een te harde trap op de rem. Hij probeerde de auto weer onder controle te krijgen. Ik liet de motor bijna steigeren en toen bevond ik me weer vóór hem. Hij zag dat hij tegen me aan vloog, een ongecontroleerde ruk aan het stuur en... het pleit was beslecht. Zijn auto draaide om zijn as, zijn banden kregen vat op de berm, dat was al het begin van het einde. De auto leek naar rechts te draaien en daarna naar links. De motor brulde. Met een enorme klap boorde de auto zich in de boom: de auto zat klem en steigerde op zijn achterwielen, de voorkant hing een centimeter of vijftig boven de grond.

Ik stapte van de motor af en rende naar de auto. Ondanks de overvloed aan regen was ik bang voor brand. Ik wilde voortmaken, ik vloog naar het portier aan de kant van de chauffeur. Vincents borst lag verbrijzeld tegen het dashboard. Ik had de indruk dat de airbag was ontploft, ik wist niet dat dat mogelijk was. Ik weet niet waarom ik het deed, ik wilde me er ongetwijfeld van verzekeren dat hij dood was. Ik deed het vizier van mijn integraalhelm omhoog, ik greep zijn haren vast en draaide zijn hoofd naar me toe. Het gezicht droop van het bloed, niemand zou zich iets dergelijks kunnen voorstellen: zijn ogen waren wijd open en hij keek me strak aan! Ik verstijfde onder die blik... De slagregen beukte tegen de binnenkant van de auto. Vincents gezicht zat onder het bloed en zijn ogen keken me aan met een angstaanjagende intensiteit. We keken elkaar lang aan. Ik liet zijn hoofd los, dat opzij viel, en ik zweer het: zijn ogen waren nog steeds open. Deze keer was het staren anders. Alsof hij eindelijk dood was. Ik rende naar mijn motor en stoof weg. Even later zag ik in mijn achteruitkijkspiegel een auto met zwaailichten.

Vincents blik die zich in de mijne boorde hield me uit mijn slaap. Is hij dood? Zo niet: zal hij zich mij herinneren? Zal hij een verband leggen met de motorrijder die hij onlangs heeft aangereden?