26 februari

Vanmorgen is Sophie naar de begrafenis van haar lieve collega gegaan. Toen ik haar zo zag vertrekken, helemaal in het zwart gekleed, vond ik haar knap, voor een toekomstige dode. Twee begrafenissen in zo weinig tijd, dat moet toch schokkend zijn. Eerlijk gezegd ben ik zelf erg geschokt. Andrea, en vooral die manier van doodgaan...! Ik vind het godslasterlijk. Een belediging voor mijn moeder. Zeer verdrietige beelden uit mijn jeugd kwamen bij me boven, ik heb ertegen gestreden, stukje bij beetje. Misschien zijn alle vrouwen die van me houden bestemd om door het raam te verdwijnen.

Ik heb heel goed over de situatie nagedacht. Natuurlijk is de toestand niet florissant, maar hij is ook niet rampzalig. Ik moet nóg voorzichtiger zijn. Ik denk dat alles goed zal gaan als ik niets doms doe. Bij Percy's heeft niemand me gezien. Ik heb me er niet meer vertoond na mijn ontmoeting met die tuthola.

Ik heb natuurlijk een boel sporen in haar huis achtergelaten, maar ik heb een blanco strafregister. Als ik niet in een ongeluk verzeild raak, is er weinig kans dat ik het onderwerp van juridisch onderzoek word. Dat neemt niet weg dat de grootste voorzichtigheid is geboden. Ik zou nooit meer zo blunderen zonder mijn hele plan in gevaar te brengen.

28 februari

Wat Sophie betreft, niets tragisch. Ze verlaat Parijs. Daar zullen we het mee moeten doen. Punt uit. Wat me zwaar valt, is mijn hele technische organisatie nutteloos te zien worden. Goed, het zij zo. Uiteraard is er geen kans dat ik een observatiepost zal vinden die net zo geschikt is als deze, maar ik vind heus wel iets.

De baby zal deze zomer ter wereld komen. Ik begin hem in mijn strategie van de komende maanden te integreren.

5 maart

Vanmorgen verscheen de verhuiswagen beneden op straat. Het was nog geen zeven uur, maar sinds vijf uur vanmorgen brandde er licht in de flat en onderscheidde ik de gestalten van Sophie en haar man, die druk in de weer waren. Tegen halfnegen is Vincent naar zijn werk gegaan. Zijn vrouwtje moest zich maar zien te redden. Die vent is echt afschuwelijk.

Ik zie er het voordeel niet van in om nog langer hier te blijven, in deze kamer die me voortdurend zal herinneren aan de heerlijke momenten waarop ik dicht bij Sophie woonde, waarop ik elk ogenblik naar haar ramen kon kijken, haar kon zien, haar kon fotograferen... Ik heb meer dan honderd foto's van haar. Sophie op straat, in de metro, achter het stuur van haar auto. Sophie die naakt langs haar raam loopt, Sophie geknield voor haar man. Sophie die haar teennagels lakt voor het raam van de zitkamer...

Op een dag zal ik Sophie voor altijd missen, dat is zeker. Maar zo ver is het nog niet.

7 maart

Technisch probleempje: ik heb maar twee van de drie microfoontjes kunnen terugvinden. Het derde is waarschijnlijk tijdens de verhuizing verdwenen. Die dingetjes zijn zo klein.

18 maart

Het is ijskoud hier op het platteland. God, wat is het hier triest! Wat is Sophie hier in vredesnaam komen doen... Ze volgt haar grote echtgenoot. Lief vrouwtje. Binnen drie maanden zal ze zich dood vervelen. Haar buik zal haar gezelschap houden, maar ze zal zoveel zorgen hebben... Zeker, haar Vincent heeft een mooie baan gekregen, maar ik vind hem erg egoïstisch.

Het feit dat Sophie zich in het departement 1'Oise vestigt, zal me dwingen veel kilometers te maken, en hartje winter... Ik heb voor mezelf een kamer in een hotelletje in Compiègne gevonden. Ik ga er door voor een schrijver. Ik had meer tijd nodig om een observatiepost te vinden. Maar het is gelukt. Ik ga door het ingestorte deel van de tuinmuur naar de achterkant van het huis. Ik zet mijn motor neer onder wat er nog over is van het dak van een schuurtje. Het is erg ver van het huis en vanaf de weg is mijn motor niet te zien. Trouwens, er komt bijna niemand langs.

Afgezien van de kou gaat alles dus goed met me. Dat kan ik bepaald niet van Sophie zeggen. Ze heeft zich nauwelijks geïnstalleerd en ze heeft al een boel problemen. Allereerst, zelfs als je actief bent zijn de dagen lang in dit enorme huis. De eerste dagen vormden de arbeiders een afleiding, maar heel onverwacht is de vorst teruggekeerd en toen zijn de mannen gestopt met werken. Sophie weet niet wanneer ze hen zal terugzien. De binnenplaats voor het huis, verpest door de vrachtwagens, is nu helemaal bevroren. Sophie breekt bijna haar benen als ze naar buiten moet. Dat maakt haar nóg triester. Het hout voor de open haard leek dichtbij toen ze het nog niet nodig hadden, maar nu... En ze is alleen. Af en toe gaat ze buiten op de stoep staan, een kom thee in haar hand. Hoe enthousiast je ook bent, wanneer je de hele dag helemaal in je eentje werkt en je man elke avond op een onzalig tijdstip thuiskomt....

Vanmorgen ging de voordeur van het huis open. Daarna kwam er een kat naar buiten. Het is een goed idee, een kat. Hij bleef even op de drempel zitten om naar de tuin te kijken. Het is een zwart-witte kat, een mooie. Even later ging hij zijn behoeften doen, op een plek die niet ver van het huis was verwijderd. Waar- schijnlijk was het een van de eerste keren dat de kat alleen buiten was. Sophie stond door het keukenraam naar hem te kijken. Ik maakte een hele omweg om ook bij de achterkant van het huis te komen. We stonden bijna recht tegenover elkaar, de kat en ik. Ik bleef abrupt staan. Het was geen wilde kat. Een lief beest. Ik bukte me en riep hem. Hij wachtte even en toen kwam hij dichterbij. Hij liet zich aaien terwijl hij een ronde rug opzette en zijn staart optilde, zoals ze allemaal doen. Toen nam ik hem in mijn armen. Hij begon te spinnen. Ik voelde me gespannen, nerveus... De kat liet zich al spinnend ronddragen. Ik heb hem meegenomen naar het schuurtje waar Vincent zijn gereedschap bewaart.