Hij zet de zaken op een rij en besluit de foto's van het huis van Sophies vader weg te gooien, omdat ze geen enkel nut hebben. Hij bekijkt ze een voor een. Het huis, alle ramen, de auto. En daarna Auverney, die naar buiten komt en de envelop op de maaimachine legt. Auverney, die aan de tuintafel zit te werken, die zijn zakken tuinaarde uitlaadt, die het toegangshek met een afbijtmiddel behandelt. Het is twee uur in de ochtend. Frantz zet de pc aan en begint een paar foto's te downloaden. Hij wil ze op het scherm van zijn computer bekijken alvorens ze te vernietigen. Hij heeft er slechts vier uitgekozen. Op de eerste staat Auverney, rondlopend in de tuin. Frantz heeft deze bewaard omdat je heel goed zijn gezicht kunt zien. Voor een zestigplusser is hij sterk. Vierkant gelaat, krachtige gelaatstrekken, alerte blik. Frantz vergroot het gezicht voor tachtig procent. Intelligent. Voor honderd procent. Sluw. Honderdvijftig procent. Het soort man dat angstaanjagend kan zijn. Aan die karaktertrek, ongetwijfeld erfelijk, is het te danken dat Sophie nog in leven is. De tweede foto toont Auverney aan het werk achter zijn tuintafel. Frantz vergroot een stukje van de foto op het computerscherm. Het beeld blijft wazig. Hij probeert het zo scherp mogelijk te krijgen. Hij meent gereedschap te zien, maar het geheel blijft onscherp. Hij laat de foto in de prullenbak verdwijnen. De derde foto is de vorige dag genomen. Auverney in pak. Hij loopt naar de maaimachine om er de envelop op te leggen, hoogstwaarschijnlijk bestemd voor degene die de machine moet repareren. Het is onmogelijk om te lezen wat er op de envelop staat, dat is trouwens ook niet belangrijk. De laatste foto is genomen helemaal aan het eind van de observatiepost. Auverney heeft de deur van de schuur wijd open laten staan en Frantz bekijkt uitvoerig de binnenkant, waar hij allang door zijn verrekijker naar heeft gekeken: een grote, ronde tafel met een lamp die vrij laag lijkt te hangen, achterin een hifi-installatie in een boekenkast met een indrukwekkend aantal cd's. Frantz laat de foto in de prullenbak verdwijnen. Ineens krijgt hij een idee. Hij diept de foto van de schuur uit de prullenbak op en vergroot wat ervan te zien is in het duister: dozen, zakken tuinaarde, tuingereedschap, gereedschapskist, koffers. Dwars door de stapel dozen loopt een streep, veroorzaakt door de schaduw van de deur. De onderste dozen zijn gedeeltelijk verlicht, de bovenste gaan op in het halfduister. Hij vergroot de foto: honderdtwintig procent, honderdveertig procent. Frantz probeert te lezen wat met een zwarte viltstift op de zijkant van een van de dozen is geschreven. Hij vergroot nog meer. Ten slotte lukt het hem om een paar letters te raden. Op de eerste regel: een A, een V en aan het eind een S. Op de volgende regel een woord dat begint met een D, dan een
C, en dan een U. Daarna een ander woord dat begint met AUV, dat is ongetwijfeld Auverney. Op de laatste regel staat duidelijk: H t/m L. De doos is de onderste van de stapel. Door de bovenste loopt een lichtstreep. De onderste helft is verlicht, de bovenste helft is onzichtbaar. Maar het weinige dat hij kan zien zorgt ervoor dat hij abrupt stopt. Onthutst blijft hij lang naar het scherm kijken en beseft wat het voor hem betekent. De dozen bevatten het archief van dokter Auverney.
In een van de dozen zit het medische dossier van zijn moeder.
De sleutel van de voordeur wordt omgedraaid. Ze is nu alleen. Sophie staat onmiddellijk op, rent naar de kast, gaat op haar tenen staan, pakt haar sleutel en opent de deur. Al haar spieren zijn gespannen. Ze hoort Frantz de trap aflopen. Ze vliegt naar het raam, maar ze ziet hem niet naar buiten komen. Het kan zijn dat hij het flatgebouw via de achterdeur heeft verlaten, maar dat is niet echt waarschijnlijk. Hij heeft geen jas aan, alleen zijn overhemd. Hij moet ergens in het flatgebouw zijn. Ze trekt snel platte schoenen aan. Dan sluit ze zachtjes de deur en loopt naar beneden.
In dit gedeelte van het flatgebouw klinken geen televisiegeluiden meer. Sophie haalt rustiger adem. Op de begane grond blijft ze staan, dan loopt ze naar voren. Er is geen andere oplossing dan deze. Ze doet langzaam de deur open, biddend dat hij niet zal piepen. Het is niet helemaal donker. Onder aan de trap die vóór haar ligt ziet ze tamelijk ver een schijnsel. Ze luistert, maar ze hoort alleen haar bonzende hart en haar kloppende slapen. Ze loopt langzaam de trap af. Beneden voert het licht haar naar rechts. Het zijn kelders. Achterin, aan de linkerkant, staat een deur op een kier. Het is niet nodig om nog verder te gaan, dat zou zelfs gevaarlijk zijn. Frantz bewaart drie sleutels aan de sleutelbos van zijn motor. De laatste dient dus hiervoor. Sophie loopt stilletjes weer naar boven. Wachten op een gunstige gelegenheid.
Aan de smaak te oordelen, die duidelijk bitterder is dan gewoonlijk, moet het een zware dosis zijn. Gelukkig weet Sophie nu hoe ze het aan moet pakken. Vlak bij het bed legt ze een bal van verfrommelde papieren zakdoekjes neer waarin ze kan overgeven, en die ze telkens wanneer ze naar de wc gaat vervangt. Dat lukt niet altijd. De dag ervoor bleef Frantz te lang bij haar. Hij verloor haar geen seconde uit het oog. Ze voelde dat de vloeistof zich kronkelend een weg baande in haar keel. Voordat ze ging hoesten, wat ze nooit deed en wat hem beslist ongerust zou maken, besloot ze het spul door te slikken, terwijl ze een onrustige slaap- beweging veinsde. Een paar minuten later voelde ze dat haar lichaam verdoofd werd, haar spieren werden slap. Het deed haar denken aan de laatste seconden voor een operatie, als de narcoti- seur vraagt of je tot vijf wilt tellen.
Die keer was het mislukt. Maar haar techniek is vooruitgegaan, en als aan alle voorwaarden is voldaan, gaat alles goed. Ze kan de vloeistof in haar mond opslaan en haar speeksel doorslikken. Als Frantz zich in de volgende paar minuten verwijdert, gaat ze snel op haar zij liggen, pakt de zakdoekjes en spuwt alles weer uit. Maar als ze het medicijn te lang in haar mond houdt, dringt het door het slijmvlies bij haar binnen en vermengt het zich met haar speeksel. En als ze moet slikken, blijft haar een kleine kans over om misselijkheid op te wekken, maar ze moet het wel in de allereerste seconden doen. Deze keer is alles goed gegaan. Een paar minuten nadat ze heeft gespuugd, doet ze net of ze slaapt. En wanneer Frantz zich over haar heen buigt en haar begint te strelen en tegen haar te praten, beweegt ze haar hoofd van rechts naar links, alsof ze zijn woorden wil ontvluchten. Ze maakt langzame bewegingen. Ineens begint ze zich razendsnel te bewegen. Ze kronkelt alle kanten op, en spartelt als een vis om aan te geven dat er een hoogtepunt in haar nachtmerrie is. Ook Frantz volgt zijn ritueel. Hij buigt zich eerst over haar heen en praat rustig tegen haar. Hij streelt haar een beetje met zijn vingertoppen, haar haren, haar lippen, haar keel, maar dan stopt hij al zijn energie in zijn woor-den.