'Je hebt gelijk: daar begint het allemaal. Begin juli 2000 griste een vent op een motor mijn tas uit mijn auto. De politie gaf de tas twee dagen later aan me terug: de dader had ruimschoots de tijd gehad om alles te dupliceren. Onze flat, de auto... Hij kon in ons huis. Hij kon dingen meenemen, ze verplaatsen, onze mailtjes bekijken. Kortom: alles, echt alles!'

'Zijn je... je stoornissen in die periode ontstaan?'

'Het stemt met elkaar overeen. Destijds slikte ik pillen om te slapen, een product op plantenbasis. Ik weet niet wat hij erin heeft gestopt, maar ik denk dat het iets is wat hij me sindsdien geeft. Na Vincents dood kreeg ik een baantje bij de familie Ger- vais. Toen ik daar een paar dagen werkte, verloor de werkster haar sleutelbos. Ze zocht hem overal. Ze was in paniek en durfde het niet tegen haar werkgevers te zeggen. Wonderlijk genoeg vond ze hem in het weekend terug. Hetzelfde patroon... Ik denk dat hij dat spel heeft gespeeld om de kleine te komen wurgen. Daarom dacht ik dat de deur van binnenuit was gesloten.'

'Zou kunnen... En die motorrijder?'

'Het stikt van de motorrijders, maar ik weet dat het steeds dezelfde is! Degene die mijn sleutels steelt, degene die de sleutelbos van de werkster steelt, degene die Vincent en mij volgt, die door Vincent wordt aangereden en die zich uit de voeten maakt, degene die ik in de val laat lopen door mijn mobiel in de wc van een café in Villefranche te verstoppen...'

'Oké, het klinkt allemaal steekhoudend. Wat weerhoudt je om de politie te waarschuwen?'

c »

'Je hebt toch voldoende gegevens?'

'Ik ben niet van plan de politie in te schakelen.'

'??? Wat wil je dan nog meer?'

'Het is niet voldoende...'

'??'

'Laten we zeggen dat het voor mij niet voldoende is.' 'Wat een onzin!'

'Het is mijn leven.'

'Dan ga ik het doen!'

'Papa! Ik ben Sophie Duguet! Ik word gezocht voor minstens drie moorden!! Als de politie me nu vindt, krijg ik levenslang. Denk je dat de politie mijn hersenspinsels serieus zal nemen als ik geen bewijzen heb?'

'Maar... die heb je wél!'

'Nee! Wat ik heb is een reeks omstandigheden. Alles berust slechts op een veronderstelling, die niet zwaar zal wegen tegenover drie moorden, waarvan eentje op een zesjarig kind!'

'Oké, laten we er voor nu maar over ophouden. Iets anders: hoe kun je er zeker van zijn dat die vent werkelijk jouw Frantz is?'

'Hij heeft me leren kennen via een huwelijksbureau, waar ik me had ingeschreven onder de naam Marianne Leblanc. De naam die op het uittreksel uit het geboorteregister stond dat ik had gekocht. Hij heeft me altijd onder die naam gekend.'

'Nou en?'

'Leg mij dan eens uit waarom hij mij Sophie noemde, toen ik mijn pols had doorgesneden en hij begon te schreeuwen!'

'Maar... waarom je pols doorsnijden?'

'Papa! Het is me één keer gelukt om te ontsnappen: hij heeft me op het station opgepakt. Vanaf die dag is hij steeds bij me gebleven. Als hij naar buiten ging, deed hij de deur op slot. Ik slaagde erin om gedurende een paar dagen niets te slikken van wat hij me gaf: mijn hoofdpijnaanvallen en mijn angsten werden minder... Trouwens, ik had geen andere oplossing. Ik moest een uitweg vinden: in een ziekenhuis kon hij me niet dag en nacht bewaken...'

'Het had slecht kunnen aflopen...'

'Niet waar! Wat ik deed was spectaculair, maar niet dodelijk. Op die manier ga je niet dood... hij had me nooit laten doodgaan. Hij wil me zélf om het leven brengen. Dat is wat hij wil.' 'Ben je er nog?'

'Ja, ja. In feite probeer ik na te denken, maar ik ben woedend, liefje! Ik voel een verschrikkelijke woede in me opkomen.'

'Ik ook, maar bij hem werkt woede niet. Bij hem is er iets anders nodig.'

'Wat dan???'


'!!! Wat??'

'Hij is intelligent. Er is sluwheid nodig. We moeten een list bedenken...'

'??? Wat ga je nu doen?'

'Dat weet ik nog niet, maar in elk geval ga ik terug.'

'Wacht even! Dat is waanzin! Ik laat je niet teruggaan, geen sprake van!'

'Ik wist wel dat je dat ging zeggen...'

'Ik laatje niet naar hem teruggaan, punt uit!'

'Sta ik er dan opnieuw helemaal alleen voor?'

'Wat?'

'Ik vraag je of ik er opnieuw helemaal alleen voor zal staan. Houdt je hulp hier op? Alles wat je me aanbiedt is je medelijden en je woede. Je weet toch wat ik heb doorgemaakt ? Besef je dat wel??? Vincent is dood, papa! Hij heeft Vincent gedood! Hij heeft mijn leven vernietigd, hij heeft alles verwoest! Sta ik er opnieuw helemaal alleen voor?'

'Luister, groen muisje...'

'Hou op met je groen-muisje-gedoe ! Ik ben hier. Help je me, ja of nee?'



'Ik hou van je. Ik help je.'

'O, papa, ik ben zo moe...'

'Blijf een tijdje hier, rust lekker uit.' 'Ik moet weer vertrekken. En daarbij ga je me helpen. Oké?'

'Natuurlijk... maar er blijft nog één belangrijke vraag over...'

'??'

'Waarom heeft hij al die dingen gedaan? Ken je hem? Heb je hem gekend?'

'Nee.'

'Hij heeft geld, tijd en een duidelijk pathologische hardnekkigheid... Maar waarom richt hij zich op jóu?'

'Dat is de reden waarom ik hier ben, papa. Heb jij de dossiers

van mama?'

'???'

'Ik denk dat we die moeten checken. Is hij een patiënt van mama geweest? Hij of een familielid van hem? Ik zou het niet weten.'

'Ik heb twee of drie mappen, geloof ik. In een doos... Ik heb ze nooit opengemaakt.'

'Nou, daar is dan nu het moment voor, denk ik.'