burgerlijke onderbouw die het onderhield.'
'Dat is idioot! Zonder het leger zou er helemaal geen...!'
'Dat argument is me bekend. Maar hij zegt dat het mannen-leger een overblijfsel was van de afschermfunctie die in de prehistorische horde werd toebedeeld aan de mannelijke exemplaren, die niet aan de voortplanting deelnamen. Hij beweert dat het een vreemd constant feit was dat altijd de oudere mannen de jongere de strijd in stuurden.'
'Wat houdt dat in, afschermfunctie?'
'Dat er zich altijd bepaalde exemplaren in de gevaarlijke buitenkring bevonden om de kern van aan de voortplanting deelnemende mannetjes, vrouwtjes en jongen te beschermen. De exemplaren die het eerst met roofdieren in aanraking kwamen.'
'Waarom is dat gevaarlijk voor de... burgers?'
Idaho nam een hap meloen en proefde dat die heerlijk rijp was.
'Heer Leto zegt dat het mannenleger, als het geen vijand van buiten kreeg, zich altijd tegen zijn eigen bevolking keerde. Zonder uitzondering.'
'Om de vrouwelijke exemplaren te veroveren?'
'Mogelijk. Maar hij is er duidelijk van overtuigd dat het zo eenvoudig niet was.'
'Ik vind dit helemaal geen eigenaardige theorie.'
'Je hebt nog niet alles gehoord.'
'Is er dan nog meer?'
'O ja. Hij zegt dat het mannenleger sterk naar homoseksueel gedrag neigt.'
Idaho keek Moneo over de tafel boos aan. 'Ik heb nooit...'
'Natuurlijk niet. Hij doelt op sublimatie, op omgebogen energie en al dergelijke dingen meer.'
'Wat voor dingen?' Idaho ergerde zich aan wat hij als een aanval op zijn mannelijke zelfbeeld beschouwde.
'Puberaal gedoe, jongens onder elkaar, grappen die er uitsluitend op gericht zijn om pijn te veroorzaken, alleen loyaal zijn tegenover je eigen kornuiten... dat soort dingen.'
Op kille toon zei Idaho: 'Wat vind jij daarvan?'
'Ik denk altijd-' Moneo wendde zijn hoofd af om naar buiten te kijken terwijl hij verder praatte, 'aan iets dat hij eens heeft gezegd en dat volgens mij absoluut waar is. Hij is elke soldaat uit de menselijke historie. Hij bood aan om me een hele reeks voorbeelden te geven - beroemde veldheren die altijd in hun puberteit zijn blijven steken. Ik heb het aanbod afgeslagen. Ik heb de geschiedenis aandachtig bestudeerd en ik heb deze karaktertrek zelf ook opgemerkt.'
Moneo draaide zijn hoofd terug en keek Idaho recht in zijn ogen.
'Denk er eens over na, commandant.'
Idaho ging er prat op dat hij altijd eerlijk was tegenover zichzelf en dit trof hem. Het militaire apparaat zou jongensgedrag en jeugdverheerlijking in de hand werken? Onwaarschijnlijk klonk het niet. Uit eigen ervaring wist hij voorbeelden genoeg...
Moneo knikte. 'Een al dan niet latente homoseksueel, die die toestand uitsluitend handhaaft om redenen die we zuiver psychologisch kunnen noemen, neigt naar pijn veroorzakend gedrag - hij zoekt het voor zichzelf en doet het anderen aan. Heer Leto zegt dat dit terug te voeren is op het beproevingsgedrag in de prehistorische horde.'
'En jij gelooft hem?'
'Inderdaad.'
Idaho nam een hap meloen. Die smaakte hem helemaal niet meer. Hij slikte en legde zijn lepel neer.
'Ik moet hier eerst eens goed over nadenken,' zei Idaho.
'Natuurlijk.'
'Je eet niet,' zei Idaho.
'Ik was al voor zonsopgang op en heb toen ontbeten.' Moneo wees naar zijn bord. 'De vrouwen proberen me voortdurend te verleiden.'
'Lukt ze dat wel eens?'
'Soms.'
'Je hebt gelijk. Ik vind zijn theorie eigenaardig. Zit er nog meer aan vast?'
'Ehhh, hij zegt dat het mannenleger, als het door de puberaal-homoseksuele tralies weet heen te breken, in wezen een verkrachtersbende is. Verkrachting gaat vaak met moord gepaard en dat is geen op overleven gericht gedrag.'
Idaho trok een lelijk gezicht.
Om Moneo's mond verscheen even een grimmig lachje. 'Heer Leto zegt dat in jouw tijd slechts door de Atreides-discipline en door morele remmingen al te erge uitwassen voorkomen zijn.'
Idaho slaakte een diepe, beverige zucht.
Moneo leunde achterover en dacht aan iets dat de God-Keizer ook eens had gezegd: 'Hoezeer we ook naar waarheid verlangen, zelfkennis is vaak onaangenaam. De Waarheidszegger is ons niet sympathiek.'
'Die vervloekte Atreides!' zei Idaho.
'Ik ben ook een Atreides,' zei Moneo.
'Wat?' Idaho was geschokt.
'Zijn teeltprogramma,' zei Moneo. 'Daar hebben de Tleilaxu het vast wel over gehad. Ik stam rechtstreeks af van de verbintenis tussen zijn zuster en Harq al-Ada.'
Idaho boog zich naar hem toe. 'Vertel me dan eens, Atreides, hoe het komt dat vrouwen betere soldaten zijn dan mannen.'
'Ze worden makkelijker volwassen.'
Idaho schudde verbijsterd zijn hoofd.
'Zij worden op een lichamelijke manier uit de puberteit in de volwassenheid gedwongen,' zei Moneo. 'Heer Leto zegt altijd: "Als je negen maanden een baby in je buik draagt, verander je vanzelf.'"
Idaho ging met een ruk rechtop zitten. 'Wat weet hij daarvan?'
Moneo staarde hem zwijgend aan, tot Idaho zich Leto's menigvuldigheid herinnerde - zowel van mannen als vrouwen. Het overviel hem. Moneo zag het en moest aan een uitspraak van de God-Keizer denken: 'Jouw woorden brandmerken hem met de gelaatsuitdrukking die je van hem wilt zien.'
Het bleef stil en Moneo schraapte zijn keel. Na een tijdje zei hij: 'Ik val ook herhaaldelijk stil als ik aan de enorme omvang van Heer Leto's herinneringen denk.'
'Is hij eerlijk tegen ons?' vroeg Idaho.
'Ik geloof hem.'
'Maar hij doet zoveel... ik bedoel, neem nu zijn teeltprogramma. Hoe lang is dat al aan de gang?'
'Van het begin af aan. Vanaf de dag dat hij het van de Bene Gesserit overnam.'
'Wat wil hij ermee bereiken?'
'Wist ik dat maar.'
'Maar jij bent...'
'Een Atreides en zijn hofmeier, ja zeker.'
'Je hebt me er niet van weten te overtuigen dat een vrouwen-leger het beste is.'
'Zij zorgen voor het voortbestaan van de soort.'
Eindelijk vonden Idaho's frustratie en boosheid iets om zich in vast te bijten. 'Was dat wat ik die eerste nacht met ze deed - fokken?'
'Mogelijk. De Vissprekers nemen geen voorzorgen tegen zwangerschap.'
'De rotzak! Ik ben geen beest dat hij van stal naar stal kan sturen als een... als een...' 'Als een dekhengst?' 'Precies!'
'Maar Heer Leto wenst absoluut het Tleilaxu voorbeeld van genenchirurgie en kunstmatige inseminatie niet te volgen.' 'Wat hebben de Tleilaxu nou met...'
'Zij zijn het levende bewijs. Dat begrijp ik zelfs nog wel. Hun gelaatsdansers zijn steriel en hebben meer weg van een in kolonien levend organisme dan van mensen.'
'Die... dubbelgangers van me... hebben die ook dekhengst voor hem gespeeld?'
'Een aantal van hen. Je hebt nakomelingen.'
'Wie?'
'Ik bij voorbeeld.'
Idaho staarde Moneo verbluft aan, plotseling verstrikt in ingewikkelde verwantschapsbanden. Idaho kon de verwantschappen onmogelijk ontwarren. Moneo was duidelijk zoveel ouder dan... Maar ik ben... Wie van hen tweeen was nu eigenlijk de oudste? Wie was de voorouder en wie de nakomeling?
'Ik heb er zelf ook wel eens moeite mee,' zei Moneo. 'Misschien helpt het als ik je vertel dat Heer Leto me heeft verzekerd dat jij in ieder geval mijn nakomeling niet bent, in geen enkele normale betekenis van het woord. Maar je kan heel goed de vader van een aantal van mijn nakomelingen worden.'
Idaho schudde verbijsterd zijn hoofd.
'Soms denk ik wel eens dat alleen de God-Keizer zelf deze dingen kan begrijpen,' zei Moneo.
'Dat is nog zoiets!' zei Idaho. 'Dat god-gedoe.'
'Heer Leto zegt dat hij een heilige obsceniteit heeft geschapen.'
Dit was niet het antwoord dat Idaho had verwacht. Wat verwachtte ik dan wel? Dat hij Heer Leto zou verdedigen?
'Een heilige obsceniteit,' herhaalde Moneo. De woorden rolden met een vreemd soort wellust uit zijn mond.
Idaho keek Moneo onderzoekend aan. Hij haat zijn God-Keizer! Nee... hij is bang voor hem. Maar haten we niet altijd datgene waar we bang voor zijn?
'Waarom geloof je in hem?' wilde Idaho weten.
'Vraag je of ik het volksgeloof deel?'
'Nee! Hij wel?'
'Volgens mij wel.'
'Hoezo? Waarom denk je dat?'
'Omdat hij zegt dat hij geen nieuwe gelaatsdansers wil scheppen. Hij staat erop dat zijn mensenmateriaal, als het eenmaal gepaard is, zich voortplant zoals het zich altijd heeft voortgeplant.'
'Wat heeft dat er verdomme nou mee te maken?'
'Jij wilde weten waarin hij gelooft. Volgens mij gelooft hij in het toeval. Volgens mij is dat zijn God.'
'Dat is bijgeloof!'
'Gezien de omstandigheden in het rijk, een tamelijk gedurfd bijgeloof.'
Idaho keek Moneo woest aan. 'Jullie verdomde Atreides,' mompelde hij. 'Jullie durven ook altijd alles!'
Moneo hoorde de mengeling van afkeer en bewondering in Idaho's stem.
Zo beginnen de Duncans altijd.