Een profeet laat zich niet misleiden door zinsbegoochelingen uit verleden, heden of toekomst. Zulk onderscheid wordt bepaald door het strakke patroon van de taal. Profeten hebben de sleutel die past op het slot in een taal. Voor hen blijft het mechanische model gewoon een model. Dit is geen mechanisch heelal. De lineaire opeenvolging van gebeurtenissen wordt door de waarnemer opgelegd. Oorzaak en gevolg? Geen sprake van. De profeet doet lots bepalende uitspraken. Je vangt een glimp op van iets dat 'gedoemd is te gebeuren'. Maar het profetisch ogenblik maakt iets van oneindig belang en oneindige macht los. Het heelal ondergaat een spookachtige verschuiving. Daarom verbergt de wijze profeet het werkelijk aanwezige achter glinsterende etiketten. Oningewijden denken dan dat de taal van de profeet dubbelzinnig is. De toehoorder wantrouwt de profetische boodschapper. Je instinct zegt je dat het uitspreken de kracht van zulke woorden afzwakt. De beste profeten voeren je mee naar het gordijn en laten je er zelf tussendoor kijken.
De Gestolen Verslagen
Met de kilste stem die hij ooit had gebruikt, zei Leto tegen Moneo: 'De Duncan gehoorzaamt me niet.'
Ze bevonden zich in de torenkamer van goudkleurig gesteente, bovenin de zuidelijke toren van de Citadel, waarheen Leto drie volle dagen geleden was teruggekeerd van het Tienjaren festival in Onn. Een open nis naast hem bood uitzicht op de Sarier in het meedogenloze middaglicht. De wind, die met een laag zoemend geluid door de opening blies, deed zand en stof opwaaien zodat Moneo door zijn oogharen moest kijken. Leto had daar zo te zien geen last van. Hij staarde over de Sarier waar de hitte de lucht voortdurend in beweging hield. De duinenrijen in de verte gaven het landschap een soort beweeglijkheid die alleen zijn ogen waarnamen.
Moneo stond midden in de zure stank van zijn eigen angst, in de wetenschap dat de wind de boodschap van die geur zou overbrengen naar Leto's neus. De voorbereidingen voor het huwelijk, de verwarring die onder de Vissprekers heerste - alles was even tegenstrijdig. Het deed Moneo denken aan iets dat de God-Keizer tegen hem had gezegd toen hij nog maar pas bij hem in dienst was.
'Een tegenstrijdigheid is een aanwijzing om verder te kijken dan je neus lang is. Als tegenstrijdigheden je hinderen, verraadt dat een diep verlangen naar absoluutheden. De relativist beschouwt een tegenstrijdigheid gewoon als een interessant verschijnsel, mogelijk vermakelijk of zelfs, afschuwelijke gedachte, opvoedkundig.
'Je geeft geen antwoord,' zei Leto. Hij hield op met het bestuderen van de Sarier om al zijn aandacht op Moneo te kunnen richten.
Moneo had geen ander antwoord dan een schouderophalen. Is de Worm erg nabij? vroeg hij zich af. Moneo had gemerkt dat de terugkeer uit Onn naar de Citadel soms de Worm wekte. Moneo had nog geen enkel teken van die gruwelijke verschuiving in de persoonlijkheid van de God-Keizer waargenomen, maar hij voelde dat er iets in de lucht hing. Zou de Worm ook zonder enig voorteken kunnen verschijnen?
'Versnel de voorbereidingen voor het huwelijk,' zei Leto. 'Laat het zo snel mogelijk plaatsvinden.'
'Nog voor je Siona op de proef stelt?'
Leto zweeg even en zei toen: 'Nee. Wat denk je aan de Duncan te doen?'
'Wat wil je dat ik doe, Heer?'
'Ik heb hem opgedragen om bij Noree uit de buurt te blijven, om haar niet op te zoeken. En ik heb erbij verteld dat het een bevel was.'
'Ze vindt hem zielig, Heer. Meer niet.' 'Waarom zou ze hem zielig vinden?'
'Hij is een ghola. Hij heeft geen band met onze tijd, geen wortels.'
'Zijn wortels gaan net zo diep als de mijne!' 'Maar dat weet hij niet, Heer.' 'Spreek je me tegen, Moneo?'
Moneo deed een halve stap achteruit, hoewel hij wist dat dat hem niet buiten de gevarenzone bracht. 'O nee, Heer. Maar ik probeer je altijd oprecht te vertellen wat er volgens mij aan de hand is.'
'Ik zal jou eens vertellen wat er aan de hand is. Hij maakt haar het hof.'
'Maar zij is degene die de ontmoetingen op touw zet.' 'Jij wist er dus van!'
'Ik wist niet dat je dit absoluut verboden had, Heer.'
Op peinzende toon zei Leto: 'Hij weet handig met vrouwen om te gaan, Moneo, ontzettend handig. Hij kijkt in hun ziel en hij laat ze precies doen wat hij wil. Dat hebben de Duncans altijd al gehad.'
'Ik wist niet dat je elke ontmoeting tussen hen beiden streng verboden had, Heer!' Moneo's stem klonk bijna schel.
'Deze is veel gevaarlijker dan alle anderen,' zei Leto. 'Dat ligt hem aan de tijd waarin wij leven.'
'Heer, de Tleilaxu hebben nog geen opvolger voor hem klaar.'
'En we kunnen deze niet missen?'
'Dat heb je zelf gezegd, Heer. Het is een tegenstrijdigheid waar ik niets van snap, maar je hebt het zelf gezegd.'
'Over hoeveel tijd kunnen we een vervanger krijgen?' 'Dat duurt minstens een jaar, Heer. Zal ik de precieze termijn opvragen?'
'Doe het vandaag nog.'
'Het zou hem ter ore kunnen komen, Heer. Dat was met de vorige wel het geval.'
'Ik wil helemaal niet dat het zo gebeurt, Moneo!' 'Dat weet ik, Heer.'
'En ik durf hier niet met Noree over te praten,' zei Leto. 'De Duncan is niet voor haar. Maar ik kan haar geen pijn doen!' Die laatste woorden kwamen er bijna jammerend uit.
Moneo zweeg vol ontzag.
'Begrijp je dit niet?' vroeg Leto. 'Moneo, help me!'
'Ik begrijp best dat het met Noree anders is,' zei Moneo. 'Maar ik weet niet wat ik moet doen.'
'Wat is anders?' Leto's stem had een doordringende klank die Moneo door merg en been ging.
'Je houding tegenover haar, Heer. Die is heel anders dan wat ik van je gewend ben.'
Toen nam Moneo de eerste voortekenen waar - de trillende handen van de God-Keizer, de al enigszins verglaasde blik in zijn ogen. Grote goden! De Worm is op komst! Moneo voelde zich uiterst onveilig. Een zwiep van het grote lijf kon hem tegen een wand verpletteren. Ik moet de mens in hem aanspreken.
'Heer,' zei Moneo, 'ik heb de verhalen gelezen en je eigen woorden gehoord over je huwelijk met je zuster Ghanima.'
'Was ze nu maar bij me,' zei Leto.
'Zij was toch ook nooit je partner, Heer.'
'Wat wil je daarmee zeggen?' wilde Leto weten.
Het trillen van Leto's handen was overgegaan in een beverig schokken.
'Ze was... ik bedoel Heer, dat Ghanima Harq al-Ada's partner was.'
'Ja, natuurlijk! Jullie Atreides stammen allemaal van hen af!'
'Is er iets dat je me niet hebt verteld, Heer? Is het mogelijk... dat wil zeggen, zou Hwi Noree... je partner kunnen zijn?'
Leto's handen schokten zo hevig dat het Moneo verbaasde dat de eigenaar ervan het niet merkte. De grote, blauwe ogen verglaasden iets meer.
Moneo deed nog een stap achteruit in de richting van de deur naar de trap die uit dit gevaarlijke oord omlaag leidde.
'Vraag me niet naar mogelijkheden,' zei Leto en zijn stem klonk van afschuwelijk ver weg, ergens diep ondergedoken in zijn verleden.
'Zal niet meer gebeuren Heer,' zei Moneo. Hij liep buigend achteruit tot op een pas afstand van de deur. 'Ik zal er met Noree over spreken, Heer... en met de Duncan.'
'Doe je best.' Leto's stem was heel ver weg, in die innerlijke vertrekken die alleen hij kon betreden.
Zachtjes stapte Moneo de deur uit. Hij deed hem achter zich dicht en liet zich er bevend met zijn rug tegenaan zakken. Dat was op het kantje af!
En de tegenstrijdigheid was er nog steeds. Waar wees die op? Wat was de betekenis van de eigenaardige, pijnlijke beslissingen van de God-Keizer? Wat had de Goddelijke Worm gewekt?
In Leto's torenkamer klonk een bonkend geraas van zware klappen tegen het gesteente. Moneo durfde de deur niet open te doen om te kijken. Hij zette zich af tegen de deur die met het angstaanjagende bonken meetrilde en liep heel behoedzaam de trap af. Hij durfde pas weer vrijelijk adem te halen toen hij de begane grond bereikte waar een Visspreker op wacht stond.
'Is hij van streek?' vroeg ze met een blik omhoog.
Moneo knikte. Ze konden allebei het bonken heel duidelijk horen.
'Waardoor is hij van streek?' vroeg de wachtpost.
'Hij is God en wij zijn maar gewone stervelingen,' zei Moneo. Dit was een antwoord waarmee de Vissprekers gewoonlijk genoegen namen, maar nu waren er nieuwe krachten in het spel.
Ze keek hem recht in zijn gezicht en Moneo zag de geoefende moordenaar door het oppervlak van haar zachte trekken heen schemeren. Ze was een betrekkelijk jonge vrouw met kastanjebruin haar en een gezicht waarin een wipneus en een gulle mond gewoonlijk overheersten, maar nu lag er een harde, veeleisende blik in haar ogen. Alleen een idioot zou die blik negeren.
'Ik heb hem niet van streek gemaakt,' zei Moneo.
'Natuurlijk niet,' zei ze vlug. Haar ogen stonden nu iets zachter. 'Maar ik zou verdomd graag weten wie of wat dat wel heeft gedaan.'
'Volgens mij verlangt hij erg naar zijn huwelijk,' zei Moneo. 'Meer is het denk ik niet.'
'Maak daar dan alsjeblieft haast mee!'
'Daar ben ik juist mee bezig,' zei Moneo. Hij draaide zich om en snelde door de lange gang naar zijn eigen deel van de Citadel. Grote goden! Die Vissprekers werden al net zo gevaarlijk als de God-Keizer.
Die stomkop van een Duncan Idaho! Hij brengt ons allemaal in gevaar! En Hwi Noree! Wat moet ik met haar?