Fjällbacka 1928

Op een zondag sloeg het noodlot toe. De boot naar Amerika zou op vrijdag uit Göteborg vertrekken en ze hadden de meeste spullen al gepakt. Anders had Agnes naar de winkel gestuurd om nog een paar dingen te kopen waarvan hij dacht dat ze die ‘over there’ nodig zouden hebben, en bij wijze van uitzondering had hij haar geld toevertrouwd.

Met een mand vol spullen liep ze de bocht om en begon de heuvel te beklimmen. Uit de verte hoorde ze mensen roepen en ze versnelde haar pas. De rook bereikte haar een paar huizen voor het hunne en ze zag hoe die verder op de heuvel krachtiger werd. Agnes liet de mand vallen en rende het laatste stuk naar huis. Het eerste dat ze zag was het vuur. Krachtige vlammen sloegen uit de ramen naar buiten en mensen renden als kippen zonder kop heen en weer, de mannen en een paar van de vrouwen met emmers water, de rest van de vrouwen met hun handen rond hun hoofd en paniekerig schreeuwend. Het vuur had zich over diverse huizen verspreid en leek steeds meer van de wijk in bezit te nemen. Het verspreidde zich onwaarschijnlijk snel. Agnes sloeg het allemaal met open mond gade, haar ogen wijd open van de shock. Niets had haar op deze aanblik kunnen voorbereiden.

Een dikke, grijszwarte rook legde zich als een deksel op de huizen en maakte de lucht vlak boven de grond grijsachtig troebel, als een lichte mist. Agnes stond nog steeds als vastgenageld toen een van de buurvrouwen op haar af kwam en aan haar arm rukte.

‘Agnes, kom met me mee, blijf hier niet staan kijken.’ Ze probeerde haar mee te trekken, maar Agnes liet zich niet verplaatsen. Haar ogen traanden van de rook toen ze naar de vlammende resten van hun huis keek. Dat leek het helderst te branden van allemaal.

‘Anders… de jongens…’ zei ze toonloos en de buurvrouw trok nu vertwijfeld aan haar bloes om haar zover te krijgen dat ze daar wegliep.

‘We weten nog niets,’ zei de vrouw, van wie Agnes vaag meende te weten dat ze Britt, of misschien Britta, heette. Ze ging verder: ‘De mensen worden opgeroepen zich op het plein te verzamelen. Misschien zijn ze daar al,’ zei ze, maar Agnes hoorde hoe twijfelend de woorden werden uitgesproken. De vrouw wist net zo goed als Agnes dat ze hen niet op het plein zou vinden.

Langzaam draaide ze zich om en ze voelde hoe de hitte van de brand haar rug verwarmde. Willoos volgde ze Britt of Britta de heuvel af en liet zich naar het plein leiden, waar het gehuil van de vrouwen naar de hemel steeg. Maar het werd stil toen Agnes kwam. Het gerucht had al de ronde gedaan: terwijl zij om hun verloren gegane huizen en bezittingen huilden, kon Agnes om haar man en twee kleine jongens huilen. Alle moeders keken haar met pijn in hun hart aan. Wat ze vroeger ook over haar hadden gezegd en gedacht, op dit moment was ze alleen maar een moeder die haar kinderen had verloren, en ze drukten hun eigen kleine kinderen dicht tegen zich aan.

Agnes hield haar blik strak op de grond gericht. Ze huilde niet.

 

 

Image

 

 

Ze stonden op toen Patrik op hen afkwam. Veronika hield haar dochters hand stevig vast en liet die niet los toen Patrik hen voorging naar zijn kleine kamer. Hij wees naar de twee stoelen en ze gingen zitten.

‘Wat kan ik voor jullie doen?’ vroeg Patrik en hij glimlachte geruststellend naar Frida toen hij haar angstige gezicht zag. Vragend keek ze naar haar moeder, die knikte.

‘Frida heeft iets te vertellen,’ zei Veronika en ze knikte nog een keertje naar haar dochter.

‘Eigenlijk is het een geheim,’ zei Frida met een dun stemmetje.

‘O, een geheim,’ zei Patrik. ‘Wat spannend.’

Hij zag dat het meisje heel erg twijfelde of ze het moest vertellen of niet, dus vervolgde hij: ‘Maar weet je, het is de taak van de politie alle geheimen te horen, daarom telt het niet echt als je een geheim aan de politie vertelt.’

Frida’s gezicht fleurde op bij deze woorden. ‘Krijgen jullie alle geheimen van de wereld te horen?’

‘Nee, niet allemaal,’ zei Patrik. ‘Maar bijna allemaal. Wat heb jij voor geheim?’

‘Er was een gemene meneer die Sara bang maakte,’ zei ze en ze praatte nu heel snel om alles te vertellen. ‘Hij was hartstikke eng en zei dat ze een duistere stoet was en Sara werd hartstikke bang, maar ik moest haar beloven dat ik het aan niemand zou vertellen, want ze was bang dat de meneer anders weer terug zou komen.’

Ze kwam weer op adem en Patrik fronste zijn wenkbrauwen. Duistere stoet?

‘Hoe zag die meneer eruit, Frida? Weet je dat nog?’

Ze knikte. ‘Hij was hartstikke oud. Minstens honderd. Net als opa.’

‘Opa is zestig,’ zei Veronika ter verduidelijking en ze kon het niet laten te glimlachen.

Frida ging verder: ‘Hij had grijs haar en had alleen maar zwarte kleren aan.’ Ze leek verder te willen gaan, maar zakte toen ineen. ‘En verder weet ik niets meer,’ zei ze mismoedig en Patrik knipoogde naar haar.

‘Dat was heel goed. En het was een goed geheim om aan de politie te vertellen.’

‘Jij denkt dus niet dat Sara boos wordt als ze terugkomt uit de hemel, omdat ik het heb verteld?’

Veronika haalde even diep adem om nog een keer de realiteit van de dood aan haar dochter uit te leggen, maar Patrik onderbrak haar.

‘Nee, want ik denk dat Sara het naar haar zin heeft in de hemel en helemaal niet terug wil komen. Het kan haar vast niets schelen dat jij het geheim hebt verteld.’

‘Weet je dat zeker?’ vroeg Frida sceptisch.

‘Heel zeker,’ antwoordde Patrik.

Veronika stond op. ‘Jullie weten waar we wonen voor het geval jullie nog iets willen vragen. Maar volgens mij weet Frida niet meer dan wat ze nu heeft verteld.’ Ze aarzelde. ‘Denk je dat het de…’

Patrik schudde slechts zijn hoofd en zei: ‘Dat is onmogelijk te zeggen, maar het was heel goed dat jullie dit zijn komen vertellen. Alle informatie is belangrijk.’

‘Mag ik in een politieauto rijden?’ vroeg Frida en ze keek Patrik sommerend aan.

Hij lachte. ‘Vandaag niet, maar ik zal kijken of we het een andere keer kunnen regelen.’

Daar nam ze genoegen mee en ze liep voor haar moeder uit naar de gang.

‘Bedankt dat jullie zijn gekomen,’ zei Patrik en hij gaf Veronika een hand.

‘Ja, ik hoop dat jullie degene die dit heeft gedaan gauw te pakken krijgen. Ik durf haar nauwelijks uit het oog te verliezen,’ zei ze en ze streelde voorzichtig haar dochters haar.

‘We doen wat we kunnen,’ zei Patrik met meer vertrouwen dan hij in feite voelde en hij liep met hen mee naar de buitendeur.

Toen de deur achter hen dichtsloeg, dacht hij na over wat Frida had gezegd. Een gemene meneer? De beschrijving die ze had gegeven kwam niet overeen met Kaj. Wie kon het zijn?

Hij liep naar Annika, die achter het glazen loket zat en na een blik op zijn horloge zei hij vermoeid: ‘Je had een aangifte waar ik naar moest kijken.’

‘Ja, hier is-ie,’ zei ze en ze schoof hem een vel papier toe. ‘En vergeet niet dat Gösta je ook nog wil spreken. Hij gaat waarschijnlijk straks weg, misschien is het beter dat je eerst naar hem toe gaat.’

‘Ja, sommige mensen hebben het maar goed dat ze naar huis kunnen,’ zuchtte hij. Erica was niet blij geweest toen hij belde, en zijn slechte geweten knaagde aan hem.

‘Hij gaat toch zeker pas naar huis als jij zegt dat hij naar huis mag,’ zei Annika terwijl ze hem over haar bril heen aankeek.

‘In theorie heb je gelijk, maar in de praktijk is het waarschijnlijk beter dat Gösta naar huis gaat en wat uitrust. Hij voegt niet zoveel toe als hij hier zit te kniezen.’

Het klonk scherper dan Patrik had bedoeld, maar soms werd hij er zo moe van dat hij zijn collega’s min of meer met zich mee moest zeulen. Twee van hen in elk geval. Nou ja, hij moest dankbaar zijn dat Gösta veel te weinig initiatief toonde om het soort problemen te veroorzaken als Ernst had gedaan.

‘Ik kan maar beter even gaan kijken wat hij wil.’

Patrik pakte het vel papier met de informatie over de aangifte en liep naar Gösta’s kamer. Hij stopte in de deuropening en zag nog net dat Gösta snel een spelletje patience op de computer afsloot. Dat zijn collega zijn tijd zat te verdrijven terwijl Patrik zich de benen uit het lijf liep, irriteerde hem zo erg dat hij op zijn tanden moest bijten. Hij had nu geen puf om die discussie met Gösta aan te gaan, maar vroeg of laat…

‘Ah, daar ben je,’ zei Gösta met een chagrijnige stem, en Patrik overwoog of ‘vroeg’ misschien toch een beter alternatief was.

‘Ja, ik had iets belangrijks te doen,’ antwoordde hij en hij deed zijn best niet zo zeurderig te klinken als hij zich voelde.

‘Ja, ik heb ook het een en ander te vertellen,’ zei Gösta, en Patrik hoorde tot zijn verbazing een zekere ijver in de stem van zijn collega.

Shoot,’ zei Patrik en aan Gösta’s verblufte gezicht te zien begreep hij dat Engelse uitdrukkingen kennelijk niet zijn sterkste kant waren. Tenzij ze natuurlijk over golf gingen…

Gösta vertelde over het gesprek met Pedersen en Patrik luisterde met stijgende belangstelling naar wat Gösta te zeggen had. Hij pakte de faxen die Gösta hem aanreikte en ging zitten terwijl hij las wat erin stond.

‘Ja, dit is ontegenzeggelijk interessant,’ zei hij. ‘Ik vraag me alleen af hoe het ons verder moet helpen.’

‘Ja,’ zei Gösta. ‘Daar heb ik ook over nagedacht. Zoals ik het nu zie, kan het ons helpen iemand aan de moord te koppelen als we de juiste persoon eenmaal hebben gevonden. Maar tot die tijd kunnen we er niet zoveel mee.’

‘En ze konden niet met zekerheid zeggen of deze biologische resten van een dier of een mens afkomstig waren?’

‘Nee,’ antwoordde Gösta en hij schudde spijtig zijn hoofd. ‘Maar over een paar dagen zouden we daar antwoord op krijgen.’

Patrik keek nadenkend. ‘Nog een keer, wat zei Pedersen precies over het steen?’

‘Dat het graniet was.’

‘Met andere woorden, enorm zeldzaam in de provincie Bohuslän,’ zei Patrik ironisch en hij streek moedeloos door zijn haar. ‘Als we er maar achter konden komen welke rol de as speelde, durf ik er wat om te verwedden dat we ook zouden weten wie Sara heeft vermoord,’ vervolgde hij.

Gösta knikte instemmend.

‘Nee, op dit moment komen we niet veel verder,’ zei Patrik en hij stond op. ‘Maar het was heel interessante informatie. Ga jij nu maar naar huis, Gösta, dan gaan we morgen met frisse moed verder.’ Hij slaagde erin een glimlach te produceren.

Dat liet Gösta zich geen twee keer zeggen. Binnen twee minuten had hij de computer uitgezet en zijn spullen gepakt en was hij op weg naar buiten. Patrik had niet evenveel geluk. Het was al kwart voor zeven toen hij achter zijn bureau ging zitten om de aangifte te lezen die hij van Annika had gekregen. Daarna greep hij naar de telefoon.

Soms had ze het gevoel dat ze buiten de werkelijke wereld stond, opgesloten in een heel kleine zeepbel, die voortdurend kromp. Nu was die zo klein dat ze dacht de randen te kunnen aanraken als ze haar hand uitstak.

Maja sliep tegen haar borst. Ze had weer geprobeerd haar in bed te stoppen en haar zelfstandig te laten slapen, en weer was Maja een paar minuten later wakker geworden, luid protesterend tegen de enorme brutaliteit dat haar kleine persoontje in een kinderbed was gelegd, terwijl ze zo uitstekend tegen haar moeders borst sliep. Erica had overwogen Hetgroot opvoedboek erop na te slaan, maar het was bij een overweging gebleven. Dus had ze zoals gewoonlijk berustend een eind gemaakt aan het gebrul door Maja tegen haar borst te leggen en haar daar in alle rust in slaap te laten vallen. Vaak kon ze zo een of twee uur slapen, als Erica maar niet noemenswaardig bewoog en ze niet gestoord werd door harde geluiden van de telefoon of de tv. Daarom zat Erica nu al een halfuur als een stenen standbeeld in de fauteuil, met de telefoon uit en de tv aan, maar zonder geluid. Het aanbod was op dit moment van de dag miserabel, dus zat ze naar een stomme Amerikaanse soapserie te kijken waar TV4 duizend afleveringen van leek te hebben gekocht. Ze haatte haar leven.

Schuldbewust keek ze naar het kleine pluizige hoofdje dat tevreden op het voedingskussen leunde, met de halfopen mond en de af en toe trillende oogleden. Het had eigenlijk niets te maken met een gebrek aan moederliefde. Ze hield intens van Maja, maar tegelijk had ze het gevoel dat ze door een vijandige parasiet was aangevallen die alle levenslust uit haar wegzoog en haar dwong tot een schaduwbestaan dat niets gemeen had met het leven dat ze vroeger had geleid.

Soms voelde ze diezelfde bitterheid ook jegens Patrik. Omdat hij gastrolletjes kon spelen in haar wereld en daarna als een gewoon mens weer vrolijk terug kon gaan naar de echte wereld. Omdat hij niet begreep hoe het momenteel was om haar leven te leiden. Maar op helderder momenten besefte ze dat ze niet eerlijk was. Want hoe zou hij het kunnen begrijpen? Hij was lichamelijk niet op dezelfde manier gebonden als zij, emotioneel trouwens ook niet. De band tussen moeder en dochter was in het begin nu eenmaal zo sterk dat die niet alleen als voetboei, maar ook als reddingslijn werkte.

Haar ene been sliep en Erica probeerde voorzichtig van houding te veranderen. Ze nam een risico, dat wist ze, maar de pijn in haar been werd te erg. De gok mislukte deze keer. Maja begon te bewegen, sloeg haar ogen open en begon meteen met wijd open mond naar eten te zoeken. Met een zucht duwde Erica haar tepel in Maja’s mond. Deze keer had Maja slechts een halfuur geslapen en Erica wist dat het niet lang zou duren voordat ze weer wilde slapen. Haar zitvlees zou vandaag weer een beurt krijgen. Nee, verdomme, dacht ze even later. Als Maja de volgende keer ging slapen, moest ze dat helemaal zelf doen!

Het werd een strijd tussen de willen. In de ene hoek van de ring Erica, 72 kilo. In de andere hoek van de ring Maja, 6 kilo. Met krachtige bewegingen duwde Erica de kinderwagen heen en weer over de drempel tussen de woonkamer en de gang. Haar hele arm, naar binnen, naar buiten. Diep in haar hart vroeg ze zich af hoe iemand in een wagen kon slapen die schokte alsof er een aardbeving aan de gang was, maar volgens Het groot opvoedboek moest het precies zo worden gedaan. Duidelijke en heldere boodschappen naar de baby dat ‘ze nu moest slapen, en dat mama de situatie onder controle had’. Een kwartier later zou Erica haar situatie echter niet willen beschrijven als zijnde ‘onder controle’. Hoewel Maja, volgens al haar berekeningen, enorm moe zou moeten zijn, schreeuwde ze moord en brand en was ze vreselijk boos omdat de reuzenspeen in mensenvorm haar werd geweigerd. Even voelde Erica de verleiding het op te geven en te gaan zitten om haar dochter in slaap te voeden, maar toen bedacht ze zich. Hoe boos Maja ook over de nieuwe orde was, en hoezeer het gehuil ook door Erica’s hart sneed, Maja had meer aan een moeder die zich goed voelde en genoeg energie had om voor haar te zorgen. Dus ging ze door. Elke keer dat Maja uit protest krijste, bewoog ze de wagen resoluut heen en weer. Als Maja stil werd en bijna in slaap viel, hield Erica voorzichtig op met bewegen. Volgens Anna Wahlgren was het belangrijk dat je de baby niet in slaap wiegde, nee, je moest vlak daarvoor stoppen, zodat de baby op eigen kracht in slaap viel. En halleluja! Een halfuur later viel Maja in de wagen in slaap. Voorzichtig duwde Erica de wagen de studeerkamer in, deed de deur dicht en ging met een gelukzalige glimlach op haar lippen op de bank zitten.

Haar goede humeur hield aan, hoewel het al acht uur was geworden en Patrik nog steeds niet thuis was. Erica had geen puf gehad om de lampen aan te doen, dus toen de schemering was gevolgd door de avond, was het steeds donkerder geworden in huis. Nu scheen alleen het licht van de tv en terwijl ze Maja weer voedde, keek ze loom naar een van de vele docusoaps die ’s avonds werden uitgezonden. Tot haar schande moest ze bekennen dat ze aan veel te veel van die programma’s verslaafd was geraakt en Patrik mopperde steeds vaker dat hij voortdurend werd overspoeld door intriges en mediageile mensen. Hij keek bijna geen sport meer, maar zolang hij niet degene was die ’s avonds de borst gaf, was zij van plan baas te blijven over de afstandsbediening. Ze zette het geluid harder en verbaasde zich erover dat zoveel superknappe vrouwen zich onderdanig gedroegen tegenover een ijdele, onnozele vrijgezel die hen probeerde wijs te maken dat hij klaar was voor het huwelijk, terwijl het voor alle kijkers duidelijk was dat hij zijn medewerking aan het programma eerder beschouwde als een manier om meer vrouwen te kunnen versieren in de hippe cafés in Stockholm. Erica was het met Patrik eens dat de programma’s gespeend waren van intelligentie, maar als je eenmaal was begonnen ernaar te kijken, kon je er niet meer mee ophouden.

Een geluid bij de deur deed haar het volume lager zetten. Heel even voelde ze haar oude angst voor het donker, maar toen vermande ze zich en begreep dat het Patrik was, die eindelijk thuiskwam.

‘Wat zit jij in het donker,’ zei hij en hij deed een paar lampen aan voordat hij naar haar en Maja toe liep. Hij leunde naar voren en gaf Erica een zoen op haar wang, streelde zachtjes Maja’s hoofd en liet zich toen moeizaam op de bank zakken.

‘Het spijt me echt dat het zo laat is geworden,’ zei hij, en ondanks haar kinderachtige gedachten eerder op de dag, stroomde de irritatie op datzelfde moment uit haar weg.

‘Het geeft niets,’ zei ze. ‘We hebben ons goed gered, de kleine meid en ik.’ Ze was nog steeds euforisch over de korte tijd die ze voor zichzelf had gehad toen Maja in de wagen in de studeerkamer lag te slapen.

‘Ik mag zeker niet even naar ijshockey kijken?’ Patrik wierp een verlangende blik op de tv, zonder Erica’s ongebruikelijk goede humeur op te merken.

Erica snoof slechts ten antwoord. Wat een stomme vraag.

‘Dat dacht ik wel,’ zei hij en hij stond op. ‘Ik ga even wat boterhammen smeren, wil jij ook?’

Ze schudde haar hoofd. ‘Ik heb een tijdje geleden al gegeten. Maar een kop thee zou lekker zijn. Zij is zo klaar.’ Alsof ze begreep wat Erica zei, liet Maja haar greep los en keek voldaan naar haar op. Erica ging dankbaar rechtop zitten, zette Maja in de maxi-cosi en volgde Patrik naar de keuken. Hij stond bij het fornuis cacaopoeder in een pan met melk te roeren, en zij ging vlak achter zijn rug staan en sloeg haar armen om hem heen. Het voelde heerlijk en ze realiseerde zich hoe weinig lichamelijk contact ze hadden gehad sinds Maja was geboren. Dat lag vooral aan haar, dat moest ze bekennen.

‘Hoe is je dag geweest?’ vroeg ze, terwijl ze zich realiseerde dat ze dat ook heel lang niet had gevraagd.

‘Verschrikkelijk,’ zei hij en hij pakte boter, kaas en kaviaarcrème uit de koelkast.

‘Ik hoorde dat jullie Kaj hebben opgepakt,’ zei ze voorzichtig, onzeker over hoeveel Patrik wilde vertellen. Zelf had ze besloten niets te zeggen over de bezoekjes die ze vandaag had gehad.

‘Het gerucht heeft zich als een lopend vuurtje verspreid, neem ik aan?’ vroeg Patrik.

‘Dat kun je wel zeggen.’

‘Wat zeggen de mensen?’

‘Dat hij iets met Sara’s dood te maken moet hebben. Is dat zo?’

‘Ik weet het niet.’ Patriks bewegingen waren vermoeid toen hij de warme chocola in een beker schonk en een paar boterhammen smeerde. Hij ging tegenover Erica zitten en doopte zijn kaas met kaviaar-boterhammen in de chocolademelk. Na een poosje ging hij verder: ‘We hebben hem niet vanwege de moord op Sara opgepakt, maar om een andere reden.’

Hij zweeg weer. Erica wist dat het onverstandig was, maar kon het toch niet laten verder te vragen. Voor haar geestesoog zag ze Charlottes futloze blik.

‘Maar is er iets wat erop wijst dat hij iets met Sara’s dood te maken kan hebben gehad?’

Patrik doopte nog een boterham in de chocola en Erica probeerde niet te kijken. Ze vond deze gewoonte van hem op zijn zachtst gezegd barbaars.

‘Ja, waarschijnlijk wel. Dat moeten we afwachten. We moeten ons er niet volledig door in beslag laten nemen. We moeten ook naar andere dingen kijken,’ zei hij en hij ontweek haar blik.

Ze vroeg niet verder. Een protesterend gegrom uit de woonkamer gaf aan dat Maja er genoeg van had helemaal alleen te zijn en Patrik stond op om de maxi-cosi met zijn dochter te halen. Ze klokte dankbaar en zwaaide met haar handen en voeten toen Patrik haar op de keukentafel zette. De vermoeidheid in zijn gezicht verdween en het speciale licht dat hij voor zijn dochter reserveerde, straalde uit zijn ogen.

‘Ben jij papa’s schatje? Heeft papa’s lieverd het vandaag goed gehad? Ben jij het liefste meisje van de hééééle wereld?’ brabbelde hij liefkozend terwijl hij zijn gezicht vlak bij dat van Maja hield. Toen vertrok Maja haar gezicht, het werd knalrood en na enig gekreun hoorden ze een gerommel uit de onderste regionen komen en een enorme stank verspreidde zich rond de tafel. Erica stond automatisch op om het probleem te verhelpen.

‘Ik ga wel, blijf jij maar zitten,’ zei Patrik en Erica zakte dankbaar terug op de keukenstoel.

Toen Patrik met een schone Maja in pyjama terugkwam, vertelde Erica enthousiast dat het haar gelukt was Maja in de kinderwagen te laten slapen.

Patrik keek sceptisch. ‘Heeft ze vijfenveertig minuten geschreeuwd voordat ze in slaap viel? Moet dat echt zo? Op het consultatiebureau zeiden ze toch dat je baby’s de borst moet geven als ze huilen. Kan het echt goed zijn als ze zo lang moet huilen?’

Zijn gebrek aan enthousiasme en begrip maakte Erica nijdig. ‘Natuurlijk is het niet de bedoeling dat ze vijfenveertig minuten blijft krijsen. Het moet binnen een paar dagen beter gaan en trouwens, als jij het geen goed idee vindt, moet jij maar thuis blijven en voor haar zorgen! Jij bent niet degene die de hele dag de borst zit te geven, dus ik begrijp dat jij geen enkele behoefte voelt om iets te veranderen!’

Toen barstte ze in huilen uit en rende naar boven, naar de slaapkamer. Patrik bleef aan de keukentafel zitten en voelde zich een idioot. Waarom dacht hij nooit na voordat hij zijn mond opendeed?