Strömstad 1923
Haar hand trilde licht toen ze voorzichtig op zijn raam tikte. Het werd meteen opengedaan en blij realiseerde ze zich dat hij op haar moest hebben gewacht. Binnen was het warm en ze wist niet of zijn wangen rood waren van de warmte of van de gedachte aan de komende uren. Waarschijnlijk het laatste, dacht ze, omdat ze dezelfde warmte in haar eigen gezicht kon voelen.
Eindelijk hadden ze het punt bereikt dat ze al nastreefde sinds het moment dat ze het eerste steentje tegen zijn raam had geworpen. Instinctief had ze begrepen dat ze voorzichtig te werk moest gaan met hem. En als ze iets kon, was het mannen inschatten. Hen inschatten en hun vervolgens de vrouw geven die ze wilden hebben. In Anders’ geval betekende het dat ze een paar ondraaglijk lange weken het verlegen meisje moest spelen. Het liefst was ze al de eerste avond bij hem in bed gekropen, maar ze wist dat dat hem zou hebben weggeduwd. Als ze hem wilde hebben, dan moest ze het spel spelen. Hoer of madonna. Ze kon het mannen alle twee geven.
‘Ben je bang?’ vroeg hij haar toen ze naast hem op zijn smalle bed zat.
Ze glimlachte geforceerd terug. Hij moest eens weten hoe ervaren ze was in wat er nu ging gebeuren! Hij zou moeten beven. Maar ze mocht zich nu niet verraden. Niet op dit moment, nu ze voor het eerst even vurig naar een man verlangde als hij naar haar. Daarom sloeg ze haar ogen neer en knikte vaag. Toen hij geruststellend zijn armen om haar heen sloeg, kon ze niet voorkomen dat er tegen zijn schouder een glimlach op haar gezicht doorbrak.
Vervolgens zocht zijn mond de hare. Toen de kus dieper en inniger werd, voelde ze hoe hij voorzichtig haar blouse losknoopte. Hij deed het tergend langzaam. Ze wilde de stof beetpakken en de blouse openrukken, maar ze wist dat ze dan het beeld van zichzelf zou vernietigen waar ze wekenlang zo hard aan had gewerkt. Na verloop van tijd zou ze die kant van zichzelf wel kunnen laten zien, maar dan zou hij het gevoel hebben dat hij die naar boven had gebracht. Mannen waren zo simpel.
Toen het laatste kledingstuk viel, trok ze verlegen de deken over zich heen. Anders streelde haar haar en keek haar vragend aan, wachtend op haar bevestigende knikje, voordat hij er ook onder kroop.
‘Kun je de kaars niet uitblazen?’ vroeg ze en ze liet haar stem klein en bang klinken.
‘Ja, natuurlijk,’ zei hij, gegeneerd dat hij er zelf niet aan had gedacht dat ze de voorkeur zou geven aan de beschutting van de duisternis. Hij reikte naar het nachtkastje en doofde de vlam met zijn vingers. In het donker voelde ze hoe hij zich weer naar haar omdraaide en haar ondraaglijk langzaam begon te onderzoeken.
Op precies het juiste moment ontglipte haar een kreun van gespeelde pijn en ze hoopte dat de afwezigheid van bloed haar niet zou verraden. Maar te oordelen naar zijn tedere zorg naderhand koesterde hij geen argwaan, en ze voelde zich tevreden over haar inspanningen. Omdat ze haar natuurlijke instincten had moeten onderdrukken, was het wat saaier geweest dan ze had verwacht, maar er was potentieel en weldra zou ze hem op een prettige manier kunnen verrassen door op te bloeien.
Terwijl ze op zijn arm lag, overwoog ze of ze voorzichtig een tweede keer kon initiëren, maar ze besloot dat dat nog even moest wachten. Voorlopig moest ze er genoegen mee nemen dat ze haar rol goed had gespeeld en hem precies had waar ze hem wilde hebben. Nu moest ze zorgen dat ze optimaal betaald kreeg voor de tijd die ze in hem had geinvesteerd. Als ze haar kaarten goed speelde, zou ze deze winter een zeer aangenaam tijdverdrijf hebben.
Monica liep met de kar rond en zette de ingeleverde boeken in de kasten. Ze was haar hele leven al dol geweest op lezen en het eerste jaar dat ze thuis was nadat Kaj het bedrijf had verkocht, had ze zich doodverveeld, dus toen ze hoorde dat de bibliotheek een parttime medewerker zocht, had ze meteen toegehapt. Kaj vond haar gestoord dat ze werkte terwijl dat helemaal niet nodig was, en ze vermoedde dat hij het als prestigeverlies zag, maar ze had het veel te veel naar haar zin om zich daar druk om te maken. Er was een goede sfeer op haar werk en ze had die gemeenschap nodig om haar bestaan enige zin te geven. Kaj werd met het jaar zeurderiger en prikkelbaarder en Morgan had haar niet meer nodig. Er zouden ook geen kleinkinderen komen; dat achtte ze in elk geval onwaarschijnlijk. Zelfs die vreugde was haar ontzegd. Als de anderen op haar werk het over hun kleinkinderen hadden, kon ze een brandende jaloezie niet onderdrukken. Haar maag trok samen van afgunst als ze de fonkelingen zag die dan in hun ogen verschenen. Niet dat ze niet van Morgan hield, dat deed ze wel degelijk, al had hij het hun niet makkelijk gemaakt om van hem te houden. Ze dacht dat hij ook van haar hield. Hij wist alleen niet hoe hij dat moest laten zien, hij wist misschien niet eens dat wat hij voelde liefde heette.
Het had jaren geduurd voordat ze hadden begrepen dat er iets mis met hem was. Of beter gezegd, ze hadden geweten dat er iets niet klopte, maar hun kennis was niet toereikend om te weten wát. Hij was niet achterlijk, integendeel, hij was enorm intelligent voor zijn leeftijd. Ze dacht niet dat hij autistisch was, want hij trok zich niet in zichzelf terug en had er niets op tegen aangeraakt te worden – symptomen waarvan Monica had gelezen dat ze vaak in verband werden gebracht met autisme. Morgan ging naar school lang voordat ADHD en DAMP gemeengoed waren, en een dergelijke diagnose was dus nooit bij hen opgekomen. Toch besefte ze dat er iets niet klopte. Morgan gedroeg zich wonderlijk en leek niet opvoedbaar. Het was alsof hij de onzichtbare communicatie tussen mensen gewoon niet begreep en de regels die de sociale omgang bepaalden Chinees voor hem waren. Hij zei en deed voortdurend de verkeerde dingen. Monica wist dat de mensen achter hun rug fluisterden dat het gedrag van hun zoon het gevolg was van hun slappe opvoeding. Maar zelf wist ze dat er meer aan de hand was. Zelfs zijn bewegingen waren houterig. Door zijn onhandigheid veroorzaakte hij aan één stuk door kleine en grote ongelukken, en soms waren het zelfs geen ongelukken maar dingen die hij met opzet deed. Wat haar nog het meeste zorgen baarde, was dat hij niet in staat leek te zien wat goed en fout was. Ze hadden alles geprobeerd: straffen, omkopen, bedreigen en beloven, alle gereedschappen die ouders gebruiken om hun kinderen een geweten te geven. Maar niets had gewerkt. Morgan kon de meest verschrikkelijke dingen doen zonder ook maar enige spijt te tonen als hij daarop werd aangesproken.
Vijftien jaar geleden hadden ze echter buitengewoon geboft. Een van de vele artsen die ze in de loop van de jaren hadden bezocht, had een grote passie voor zijn vak en las alles over nieuw onderzoek waar hij zijn hand maar op kon leggen. Op een dag vertelde hij dat hij een begrip was tegengekomen dat akelig goed op Morgan van toepassing leek: het syndroom van Asperger. Een vorm van autisme, waarbij de patiënt een normale tot hoge intelligentie heeft. De eerste keer dat Monica het woord hoorde, was het alsof er een last van haar schouders viel. Ze had de naam geproefd en genietend over haar tong laten rollen: het syndroom van Asperger. Ze hadden zich niets ingebeeld, het lag niet aan hun opvoedkundige vaardigheden. Ze had gelijk gehad dat het moeilijk zo niet onmogelijk voor Morgan was om de dingen te begrijpen die het dagelijkse leven voor alle andere mensen makkelijker maakten: lichaamstaal, gelaatsuitdrukkingen, impliciete bedoelingen. Dat alles werd niet in Morgans hersenen geregistreerd. Voor het eerst konden zij hem ook echt gaan helpen. Alhoewel… zij? Eigenlijk had Kaj zich niet echt met Morgan bemoeid. Niet sinds hij kil had vastgesteld dat zijn zoon nooit aan zijn verwachtingen zou voldoen. Daarna was Morgan Monica’s kind geworden. Dus zij las in haar eentje alles wat ze over het syndroom van Asperger te pakken kon krijgen en bedacht simpel gereedschap om haar zoon met zijn dagelijkse dingen te helpen. Kleine kaarten die allerlei scenario’s beschreven en hoe je je gedroeg als ze zich voordeden, rollenspelen waarin ze verschillende situaties oefenden en gesprekken waarin ze probeerde hem op intellectueel niveau te laten begrijpen wat zijn hersenen intuitief niet opnamen. Ze deed ook haar best om zelf duidelijk tegenover Morgan te zijn en alle vergelijkingen, overdrijvingen en zegswijzen te vermijden die normaliter het taalgebruik kleur en vorm geven. Voor een groot deel was ze daarin geslaagd. Hij had geleerd om in elk geval redelijk in de wereld te functioneren, al was hij het liefst alleen. Met zijn computers.
Dat was de reden dat Lilian Florin een lichte irritatie had weten om te zetten in haat. Al het andere had Monica kunnen accepteren. Ze gaf geen zier om bouwwetten, overtredingen en bedreigingen, nu eens over het een en dan weer over het ander. Volgens haar had Kaj net zo’n groot aandeel in de ruzie en ze dacht dat hij er soms zelfs van genoot. Maar dat Lilian keer op keer Morgan had aangevallen, had de tijgerin in haar wakker gemaakt. Het leek wel of puur en alleen het feit dat hij anders was, Lilian vrij spel gaf – en anderen trouwens ook. God verhoede dat je ook maar iets afweek, en dat hij nog steeds bij zijn ouders woonde, weliswaar niet in hun huis, maar wel op hun terrein, was veel mensen een doorn in het oog. Maar niemand was zo gemeen als Lilian. Over sommige beschuldigingen was Monica zo nijdig geworden dat het haar zwart werd voor de ogen als ze eraan terugdacht. Ze had de verhuizing naar Fjällbacka vaak betreurd. Ze had het er zelfs een paar keer met Kaj over gehad, al had ze van tevoren geweten dat het zinloos was. Hij was een veel te grote stijfkop.
Ze zette de laatste boeken op de kar weg en liep even om de kasten om te zien of er nog meer opgeruimd moest worden. Haar handen trilden van woede bij de gedachte aan alle laaghartige aanvallen op Morgan waar Lilian in de loop van de jaren achter had gezeten. Ze was niet alleen een paar keer naar de politie gegaan, ze had ook valse geruchten in het dorp verspreid en die schade viel bijna niet te repareren. Waar rook is, is vuur, werd er gezegd. En hoewel vrijwel iedereen wist dat Lilian Florin een echte roddeltante was, werden haar woorden door herhaling en slijtage geleidelijk aan waarheid.
Nu hadden de mensen ook nog eens medelijden met haar, en veel van haar gemene streken waren haar in één klap vergeven. Ze had ondanks alles een kleinkind verloren. Maar zelfs daarom kon Monica geen medelijden met haar hebben. Nee, dat bewaarde ze liever voor Lilians dochter. Hoe Charlotte een kind van Lilian kon zijn, was haar een groot raadsel. Een lievere meid kwam je maar zelden tegen. Monica had zo met haar te doen dat haar hart bijna brak als ze eraan dacht.
Maar Lilian? Nee, om haar zou ze geen traan laten.
Aina keek verbaasd toen hij op de gebruikelijke tijd, acht uur ’s ochtends, bij de huisartsenpraktijk arriveerde.
‘Hoi, Niclas.’ Ze aarzelde. ‘Ik dacht dat je nog wat langer thuis zou blijven.’
Hij schudde zijn hoofd en liep naar zijn kamer. Hij kon het niet opbrengen om het uit te leggen. Om uit te leggen dat hij geen minuut langer thuis kon blijven, al voelde hij zich daar nog zo schuldig over. Maar een andere, ergere schuld bracht hem ertoe Charlotte in al haar vertwijfeling alleen achter te laten bij Lilian en Stig. Een schuld die hem de keel dichtsnoerde en hem letterlijk de adem benam. Als hij daar nog langer was gebleven, was hij gestikt, daarvan was hij overtuigd. Hij kon zelfs niet naar Charlottes gezicht kijken. Hij kon haar niet recht in de ogen zien. Haar pijn, gecombineerd met zijn eigen schuldige geweten, was meer dan hij kon dragen. Daarom had hij naar zijn werk moeten vluchten. Het was laf, dat wist hij. Maar hij koesterde al heel lang geen illusies meer over zichzelf. Hij was geen sterke, moedige man.
Maar het was niet de bedoeling geweest dat Sara daar het slachtoffer van zou worden. Het was überhaupt niet de bedoeling dat iemand er het slachtoffer van werd. Niclas zat als verlamd achter zijn grote bureau, dat vol statussen en andere papieren lag, en greep naar zijn borst. De pijn was zo scherp dat hij voelde hoe die door zijn aderen schoot en zich in zijn hart verzamelde. Plotseling begreep hij hoe een hartinfarct moest voelen. Die pijn kon in elk geval niet erger zijn dan deze.
Hij haalde zijn handen door zijn haar. Wat er was gebeurd en waar een eind aan moest komen, lag als een onoplosbaar raadsel voor zijn neus. Toch moest hij het oplossen. Hij moest domweg iets doen. Op de een of andere manier moest hij uit het lastige parket zien te komen waarin hij zichzelf had gebracht. Vroeger was dat altijd gelukt. Door zijn charme, souplesse en open, eerlijke glimlach was hij er tot nu toe meestal in geslaagd de consequenties van zijn daden te ontlopen, maar misschien was daar nu een eind aan gekomen.
De telefoon die voor hem stond, begon te rinkelen. Het telefonisch spreekuur was begonnen. Hoewel hij kapot was, moest hij nu de zieken helen.
Met Maja in een draagzak voor haar buik deed Erica vertwijfelde pogingen schoon te maken. Het vorige bezoek van haar schoonmoeder lag nog vers in haar geheugen en daarom liep ze nu bijna manisch met de stofzuiger door de woonkamer. Hopelijk had Kristina geen reden om naar boven te gaan, dus als Erica erin slaagde het beneden toonbaar te maken voordat ze arriveerde, kwam het vast allemaal goed.
De vorige keer dat Kristina op bezoek was gekomen, was Maja drie weken geweest en Erica had zich nog in een shockachtige nevel bevonden. Overal hadden grote vlokken stof gelegen en op het aanrecht had een hele stapel afwas gestaan. Patrik had weliswaar pogingen ondernomen om met het schoonmaken te beginnen, maar omdat Erica Maja in zijn armen wierp zodra hij thuiskwam, had hij alleen nog maar de stofzuiger uit de kast kunnen halen.
Zodra Kristina een voet over de drempel had gezet, had ze afkerig gekeken; een blik die alleen verdween als ze naar haar kleinkind keek. Vervolgens waren er drie dagen verstreken waarin Erica door haar nevel heen Kristina had horen mopperen dat het zo’n geluk was dat zij er was omdat Maja anders binnen afzienbare tijd astma zou krijgen van al het stof, dat je in haar tijd niet de hele dag voor de buis zat maar dat je voor je baby en de andere kinderen zorgde, schoonmaakte en ook nog eens het eten op tafel had staan als je man thuiskwam. Gelukkig had Erica zich veel te mat gevoeld om zich al te zeer te ergeren aan het commentaar van haar schoonmoeder. Ze was blij geweest als ze even een moment voor zichzelf had wanneer Kristina trots met de baby wandelde, haar verschoonde of in bad deed. Maar nu was Erica fysiek sterker en mede door haar voortdurende melancholie wist ze instinctief dat het beter was om alles te vermijden wat voor haar schoonmoeder een aanleiding tot kritiek kon zijn.
Erica keek op haar horloge. Naar verwachting nog een uur voordat Kristina naar binnen zwierde, en aan de afwas was ze nog niet toegekomen. Ze zou ook moeten stoffen. Ze keek met een schuin oog naar haar dochter. Maja was bij het geluid van de stofzuiger tevreden in de draagzak in slaap gevallen en Erica vroeg zich af of dat misschien ook zou werken als ze in bed lag. Tot nu toe ware alle pogingen om haar in bed te laten slapen gepaard gegaan met luide protesten, maar er werd wel beweerd dat kinderen de slaap makkelijker vatten bij een monotoon geluid, zoals van een stofzuiger of een wasdroger. Het was hoe dan ook de moeite van het proberen waard. Momenteel kreeg Erica haar dochter alleen op haar buik of aan haar borst in slaap, en dat werd onhoudbaar. Misschien moest ze de methoden proberen waarover ze in Het groot opvoedboek had gelezen, het geweldige boek van Anna Wahlgren, die zelf moeder was van negen kinderen. Ze had het gelezen voordat Maja was geboren, samen met een heleboel andere boeken trouwens, maar toen de baby er eenmaal was, was al haar theoretische kennis vervlogen. In plaats daarvan paste Erica met Maja een soort ‘minuut-tot-minuutoverlevingsstrategie’ toe, en ze voelde dat het nu wellicht tijd was om de controle te herwinnen. Het kon niet normaal zijn dat een kind van twee maanden het hele huishouden stuurde zoals nu het geval was. Als Erica daarmee had kunnen leven was het nog één ding geweest, maar nu voelde ze dat ze steeds dieper de duisternis in gleed.
Een kort klopje op de deur onderbrak haar gedachten. Of het uur was omgevlogen, of haar schoonmoeder was een uur te vroeg gekomen. Het tweede alternatief was waarschijnlijker en Erica keek vertwijfeld om zich heen. Nee, er viel weinig meer aan te doen. Ze kon alleen maar een glimlach opzetten en haar schoonmoeder binnenlaten. Ze deed de deur open.
‘Maar kind toch, je staat met Maja op de tocht. Straks vat ze nog kou, dat snap je toch wel!’
Erica sloot haar ogen en telde tot tien.
Patrik hoopte dat het goed ging als zijn moeder op bezoek kwam. Soms was ze een beetje… overweldigend, misschien was dat de beste omschrijving. Hoewel Erica daar normaal gesproken wel raad mee wist, was ze sinds Maja’s geboorte niet zichzelf geweest. Ze moest echter ook een beetje ontlast worden, en omdat Patrik dat zelf niet kon bieden, moesten ze gebruik maken van de andere mogelijkheden die er waren. Opnieuw vroeg hij zich af of hij iemand moest zien te vinden met wie Erica kon praten, een deskundige. Maar tot wie moest hij zich wenden? Nee, misschien was het maar beter om te wachten tot het vanzelf overging. Dat gebeurde vast zodra ze een beetje aan de nieuwe situatie gewend waren, hield hij zichzelf voor. Maar in zijn achterhoofd knaagde de gedachte dat hij dat misschien graag wilde geloven omdat dat de minste inspanning van hemzelf vereiste.
Hij zette zich ertoe de gedachten aan het thuisfront los te laten en keerde terug naar de aantekeningen voor zijn neus. Hij had iedereen gevraagd om negen uur op zijn kamer te zijn, en dat was al over vijf minuten. Zoals verwacht had Mellberg er niets op tegen gehad de rest van het personeel erbij te betrekken, integendeel, hij leek dat zelfs vanzelfsprekend te vinden. Iets anders zou ook idioot zijn geweest, zelfs naar Mellbergs maatstaven gemeten. Hoe hadden ze ooit met zijn tweetjes een moordonderzoek kunnen doen, Ernst en hij?
Martin was er als eerste en hij nam plaats in de enige bezoekersstoel die de kamer rijk was. De rest zou zijn eigen stoel moeten meenemen.
‘Hoe is het met die flat gegaan?’ vroeg Patrik. ‘Was die de moeite waard?’
‘Die was geweldig!’ zei Martin met stralende ogen.‘We hebben hem meteen genomen, over twee weken mag je helpen dozen sjouwen.’
‘O, mag dat?’ schaterde Patrik. ‘Dat is aardig. Ik laat het je weten zodra ik de regering thuis heb geconsulteerd. Erica is op dit moment niet zo gul met mijn tijd, dus ik kan je niets beloven.’
‘Uiteraard,’ zei Martin. ‘Ik heb nog wat wederdiensten van andere verhuizingen tegoed, dus we redden het vast wel zonder jou.’
‘Wat hoor ik over verhuizingen?’ vroeg Annika, terwijl ze met een kopje koffie in haar ene hand en een notitieblok in haar andere binnenkwam. ‘Ik geloof mijn oren niet. Treed je eindelijk toe tot de gesettelde gemeenschap, Martin?’
Martin werd rood, zoals altijd als Annika hem plaagde, maar moest ook glimlachen. ‘Ja, dat heb je goed gehoord. Pia en ik hebben een flat in Grebbestad gevonden. We trekken er over twee weken in.’
‘Nou maar, dat is mooi,’ zei Annika. ‘Het werd ook wel tijd. Ik begon me al een beetje zorgen te maken dat je niet aan de vrouw zou komen. En, wanneer kunnen we het getrappel van kindervoetjes verwachten?’
‘Ach, hou op,’ zei Martin. ‘Ik kan me nog goed herinneren hoe je Patrik lastigviel toen hij Erica net had ontmoet. Moet je nou kijken hoe het hem is vergaan. Die arme stakker voelde zich helemaal onder druk gezet om zijn vrouw te bevruchten, en zie hem nu eens zitten: hij ziet er minstens tien jaar ouder uit.’ Hij knipoogde naar Patrik om te laten zien dat hij een grapje maakte.
‘Laat het me gerust weten als je tips nodig hebt over hoe je dat doet,’ zei Patrik goedmoedig.
Martin wilde net iets gevats terugzeggen toen Ernst en Gösta zich gelijktijdig met hun stoel door de deur probeerden te wringen. Mopperend liet Gösta Ernst voorgaan, die nonchalant midden in de kamer plaatsnam.
‘Het wordt hier een krappe boel,’ zei Gösta en met een chagrijnige blik kreeg hij Martin en Annika zover dat ze iets opschoven.
‘Er gaan veel makke schapen in een hok,’ zei Annika.
Mellberg kwam als laatste naar binnen geslenterd en hij nam er genoegen mee in de deuropening te blijven staan.
Patrik spreidde de papieren voor zich uit en haalde diep adem. Het drong opeens met volle kracht tot hem door welke verantwoordelijkheid een moordonderzoek met zich meebracht. Dit was niet de eerste keer, maar hij was toch zenuwachtig. Hij hield er niet van in het middelpunt te staan en de ernst van de zaak drukte op zijn schouders. Maar het alternatief was dat Mellberg het onderzoek leidde, en dat wilde hij tot elke prijs voorkomen. Dus hij moest maar gewoon beginnen.
‘Zoals jullie ondertussen allemaal weten, hebben we bevestigd gekregen dat de dood van Sara Klinga geen ongeluk was, maar een moord. Ze is weliswaar verdronken, maar het water in haar longen is zoet en niet zout, wat aantoont dat ze ergens anders is verdronken en vervolgens in zee is gegooid. Dat is natuurlijk geen nieuwe informatie, maar alle details staan in het rapport van Pedersen, dat Annika heeft gekopieerd.’ Hij liet een stapel geniete papieren rondgaan en iedereen pakte een exemplaar.
‘Valt er op grond van het water in de longen iets te zeggen? Hier staat bijvoorbeeld dat er zeepresten in zaten. Kunnen we achterhalen wat voor zeep het was?’ vroeg Martin en hij wees naar een punt in het sectierapport.
‘Hopelijk wel,’ antwoordde Patrik. ‘Een monster van het water is ter analyse naar het Gerechtelijk Laboratorium gestuurd en over een paar dagen horen we wat zij hebben kunnen vinden.’
‘En haar kleren?’ ging Martin verder. ‘Weten we of ze aangekleed was toen ze in de badkuip werd vermoord? Want we kunnen er toch haast van uitgaan dat dat in een badkuip is gebeurd?’
‘Mijn antwoord is helaas hetzelfde. Haar kleren zijn ook opgestuurd en zolang we de testresultaten niet hebben, weet ik net zoveel als jullie.’
Ernst sloeg zijn ogen ten hemel en Patrik keek hem scherp aan. Hij wist precies wat de man dacht. Ernst was alleen maar jaloers omdat Martin intelligente vragen wist te stellen en hijzelf niet. Patrik vroeg zich af of Ernst ooit zou begrijpen dat ze deze zaak als team probeerden op te lossen en dat het geen individuele wedstrijd was.
‘Hebben we met een zedendelict te maken?’ vroeg Gösta, en Ernst keek zo mogelijk nog chagrijniger nu zelfs iemand die even sloom was als hijzelf erin slaagde een relevante vraag te stellen.
‘Daar valt niets over te zeggen,’ antwoordde Patrik. ‘Maar ik zou graag willen dat Martin nagaat of er iemand in onze registers staat die is veroordeeld voor zedendelicten waarbij kinderen zijn betrokken.’
Martin knikte en maakte een aantekening.
‘Vervolgens moeten we ook nader naar de familie kijken,’ zei Patrik. ‘Ernst en ik hebben een inleidend gesprek met ze gehad en ze verteld dat Sara is vermoord. Verder hebben we gesproken met degene die Sara’s oma als mogelijke verdachte heeft aangewezen.’
‘Laat me raden,’ zei Annika zuur. ‘Is dat wellicht ene Kaj Wiberg?’
‘Dat klopt,’ zei Gösta. ‘Ik heb Patrik alle informatie gegeven over het contact dat ze in de loop van de jaren met ons hebben gehad.’
‘Verspilde tijd en middelen,’ zei Ernst. ‘Het is bespottelijk om te denken dat Kaj iets met de dood van het meisje te maken zou hebben.’
‘O ja, jullie kennen elkaar,’ zei Gösta en hij keek vragend of Patrik zich daarvan bewust was. Patrik bevestigde het met een knikje.
‘Hoe dan ook,’ onderbrak Patrik Ernst, die verder wilde gaan, ‘doen we onderzoek naar Kaj om zo snel mogelijk te kunnen bepalen of hij er iets mee te maken heeft. We werken zo breed als we in deze fase maar kunnen. We moeten überhaupt meer over het meisje en haar familie zien te achterhalen. Ik had het zo gedacht: Ernst en ik gaan met haar onderwijzers praten om te horen of zij weten of er problemen in de familie zijn. Omdat we over heel weinig informatie beschikken, hebben we waarschijnlijk ook de hulp van de plaatselijke pers nodig. Zou jij daarbij kunnen helpen, Bertil?’
Patrik kreeg geen antwoord en hij herhaalde zijn vraag iets luider: ‘Bertil?’ Nog steeds geen antwoord. Mellberg leunde tegen de deurpost en leek diep in gedachten verzonken te zijn. Nadat hij zijn stem nog iets meer had verheven, kreeg Patrik eindelijk een reactie.
‘O, sorry. Wat zei je?’ vroeg Mellberg en Patrik kon het zich wederom niet goed voorstellen dat Mellberg de baas van dit bureau was.
‘Ik vroeg alleen of jij met de plaatselijke pers zou willen praten. Je kunt vertellen dat het een moord betreft en dat alles wat de mensen hebben gezien van belang is. Ik heb het gevoel dat we de hulp van het grote publiek in deze zaak goed kunnen gebruiken.’
‘O ja, natuurlijk,’ zei Mellberg, die nog altijd een beetje slaapdronken keek. ‘Prima, ik praat met de pers.’
‘Mooi. Verder dan zo komen we op dit moment waarschijnlijk niet,’ zei Patrik en hij vouwde zijn handen. ‘Heeft iemand nog vragen?’
Niemand zei iets en na een korte stilte begon iedereen als op een teken zijn boeltje te verzamelen.
‘Ernst?’ Patrik hield zijn collega tegen op het moment dat die naar buiten wilde lopen. ‘Kun je over een halfuur klaar zijn?’
‘Waar gaan we heen?’ vroeg Ernst met zijn gebruikelijke stuursheid.
Patrik haalde diep adem. Soms vroeg hij zich af of hij alleen maar dácht dat hij praatte en enkel zijn lippen bewogen. ‘Naar Sara’s school. Om met haar onderwijzers te praten,’ zei hij overdreven duidelijk.
‘O, ja. Ja, over een halfuur kan ik wel klaar zijn,’ zei Ernst en hij draaide Patrik zijn rug toe.
Patrik keek hem nijdig aan. Hij zou de partner die hem was opgedrongen nog een paar dagen geven. Daarna zou hij Mellberg waarschijnlijk wel durven trotseren en discreet Molin meenemen.