Strömstad 1923

Ze zou het nooit hardop hebben durven zeggen, maar soms was ze blij dat haar moeder bij haar geboorte was gestorven. Daardoor had zij haar vader voor zichzelf gehad, en als ze de verhalen over haar moeder mocht geloven, had ze haar niet net zo makkelijk om haar vinger kunnen winden. Haar vader had echter niet het hart zijn moederloze dochter ook maar iets te weigeren. Een feit waar Agnes zich maar al te zeer van bewust was en dat ze ook volledig uitbuitte. Goed bedoelende familieleden en vrienden hadden geprobeerd haar vader hierop te wijzen, en hoewel hij halfhartige pogingen deed om nee te zeggen tegen zijn oogappeltje, gaf hij zich vroeg of laat telkens gewonnen bij de aanblik van haar mooie gezichtje met de grote ogen, waaruit zo makkelijk dikke tranen biggelden. Als dat punt was bereikt, smolt zijn hart en kreeg ze meestal haar zin.

Het gevolg was dat ze nu, op een leeftijd van negentien jaar, een verwend nest was en veel vrienden die in de loop van de jaren de revue waren gepasseerd, zouden zeggen dat ze gemene trekjes had. Vooral meisjes durfden dat te beweren. De jongens, zo had Agnes ontdekt, keken zelden verder dan haar mooie gezicht, haar grote ogen en haar lange, dikke haar waarmee ze haar vader altijd zover kreeg dat hij haar alles gaf waar ze naar wees.

Het huis in Strömstad was een van de meest protserige villa’s van de stad. Het lag hoog op de berg, met uitzicht over het water, en was gedeeltelijk betaald met het geërfde vermogen van haar moeder en gedeeltelijk met het geld dat haar vader in de steenindustrie had verdiend. Ooit had hij alles bijna verloren, tijdens de staking van 1914, toen de steenhouwers zich unaniem tegen de grote ondernemingen hadden gekeerd. Maar de orde was hersteld en na de oorlog waren de zaken opnieuw tot bloei gekomen. In de steenhouwerij in Krokstrand bij Strömstad werd met man en macht gewerkt aan bestellingen uit, met name, Frankrijk.

Het kon Agnes niet veel schelen waar het geld vandaan kwam. Ze was rijk geboren en had altijd rijk geleefd, en of het geld geërfd of verdiend was, maakte haar niet uit zolang zij er maar sieraden en mooie kleren voor kon kopen. Ze wist dat sommige mensen dat anders zagen. Haar grootouders waren ontzet geweest toen hun dochter met Agnes’ vader trouwde, die tot de nieuwe rijken behoorde. Zijn ouders waren arme lieden geweest, mensen die niet thuishoorden op grote feesten en die apart uitgenodigd moesten worden voor eenvoudige gelegenheden waar alleen de naaste familie bij aanwezig was. En zelfs die bijeenkomsten waren pijnlijk. Die arme mensen wisten niet hoe ze zich in chique salons moesten gedragen en de conversatie was buitengewoon armoedig. Agnes’ grootouders hadden nooit begrepen wat hun dochter zag in August Stjernkvist, of Persson, zoals hij bij zijn geboorte had geheten. Zijn pogingen om op de maatschappelijke ladder op te klimmen door simpelweg zijn naam te veranderen, konden hen niet om de tuin leiden. Maar van hun kleinkind hadden ze in elk geval plezier en sinds hun dochter zo vroegtijdig in het kraambed was overleden, streden ze er met Agnes’ vader om wie haar het meest kon verwennen.

‘Liefje, ik ga naar kantoor.’

Agnes draaide zich om toen haar vader de kamer binnenkwam. Ze had een tijdje op de grote piano gespeeld die vlak bij het raam stond, vooral omdat ze wist hoe goed ze daar tot haar recht kwam. Muzikaal kon je haar niet echt noemen; ondanks de dure pianolessen die ze al van jongs af aan kreeg, kon ze de bladmuziek die voor haar stond maar matig vertolken.

‘Vader, hebt u over die jurk nagedacht die ik u onlangs heb laten zien?’ Ze keek hem smekend aan en zag dat hij zoals gewoonlijk heen en weer werd geslingerd tussen zijn wens om nee te zeggen en zijn onvermogen om dat daadwerkelijk te doen.

‘Meiske, ik heb toch pas geleden in Oslo nog een jurk voor je gekocht…’

‘Maar die was gevoerd, vader. U kunt toch niet verwachten dat ik zaterdag in een gevoerde jurk naar het feest ga als het buiten zo warm is?’

Ze fronste geërgerd haar wenkbrauwen en wachtte op zijn reactie. Als hij onverwacht meer verzet bood, moest ze maar met haar lip gaan trillen, en als dat niet hielp, tja, dan waren een paar tranen meestal wel genoeg. Maar vandaag zag hij er moe uit en ze dacht niet dat dat nodig was. Zoals meestal had ze gelijk.

‘Ja, ga morgen dan maar naar de kledingzaak om de jurk te bestellen. Maar je bezorgt je oude vader nog eens grijze haren.’ Hij schudde zijn hoofd, maar kon een glimlach niet onderdrukken toen ze op hem af holde en hem een kus op zijn wang gaf.

‘Goed, ga nu maar weer toonladders oefenen. Misschien vragen ze je zaterdag om wat te spelen en dan kun je maar beter voorbereid zijn.’

Vergenoegd ging Agnes weer op de pianokruk zitten en begon gehoorzaam te oefenen. Ze zag het al voor zich. Ieders blik zou op haar zijn gericht als ze in het flonkerende schijnsel van de kaarsen achter de piano zat, in haar nieuwe, rode jurk.

 

 

Image

 

 

Eindelijk begon de migraine te zakken. De ijzeren band om haar voorhoofd werd geleidelijk aan minder strak en ze kon voorzichtig haar ogen opendoen. Boven was het stil. Heerlijk. Charlotte draaide zich om in bed en sloot haar ogen. Ze genoot ervan te merken dat de pijn wegtrok en langzaam plaatsmaakte voor een ontspannen gevoel in haar ledematen.

Na een tijdje te hebben gerust, ging ze voorzichtig op de rand van het bed zitten en masseerde haar slapen. Die waren nog altijd gevoelig na de aanval en ze wist uit ervaring dat dat nog een paar uur zo zou blijven.

Albin lag boven kennelijk te slapen. Dan kon zij met een goed geweten nog even blijven liggen. God wist hoezeer ze elk ontspannen moment dat ze kon krijgen nodig had. De migraineaanvallen waren de afgelopen maanden door alle extra spanningen frequenter geworden en hadden het laatste restje energie uit haar gezogen.

Ze besloot haar collega in nood even te bellen om te horen hoe het met haar ging. Hoewel ze zelf op dit moment last van stress had, maakte ze zich zorgen over Erica’s toestand. Ze kenden elkaar nog niet zo lang en waren aan de praat geraakt toen ze elkaar een paar keer met de kinderwagen waren tegengekomen. Erica met Maja, en Charlotte met Albin, haar acht maanden oude zoon. Nadat ze hadden geconstateerd dat ze op een steenworp afstand bij elkaar vandaan woonden, hadden ze elkaar vrijwel elke dag gezien, maar Charlotte begon zich steeds meer zorgen te maken over haar nieuwe vriendin. Ze had Erica weliswaar nooit ontmoet voordat die een kind had gekregen, maar haar intuïtie zei haar dat het niet normaal was dat Erica zo vaak apathisch en somber was als de laatste tijd. Charlotte had tegenover Patrik zelfs voorzichtig geopperd dat Erica wellicht een postnatale depressie had, maar hij had dat van de hand gewezen en gezegd dat Erica gewoon moest wennen en dat alles goed zou komen zodra er wat regelmaat in hun leven kwam.

Ze reikte naar de telefoon op het nachtkastje en toetste Erica’s nummer in.

‘Hoi, met Charlotte.’

Erica klonk slaapdronken en gedempt toen ze opnam, en Charlotte voelde zich meteen weer ongerust worden. Er was iets mis. Goed mis.

Na een tijdje klonk Erica echter vrolijker. Ook Charlotte vond het fijn een paar minuten te babbelen en het onvermijdelijke nog even voor zich uit te schuiven – naar boven gaan, naar de werkelijkheid die haar daar te wachten stond.

Alsof Erica Charlottes gedachten kon lezen, vroeg ze hoe het met de huizenjacht ging.

‘Langzaam. Veel te langzaam. Niclas lijkt continu te werken en hij heeft nooit tijd om rond te kijken. Daarnaast is er nu niet zoveel keuze, dus waarschijnlijk zitten we hier nog wel een hele tijd.’ Een diepe zucht ontsnapte haar.

‘Het komt vast allemaal goed.’ Erica’s stem was troostend, maar helaas hechtte Charlotte niet zoveel waarde aan haar woorden. Niclas, zij en de kinderen woonden al een halfjaar bij haar moeder en Stig, en zoals het er nu uitzag zou dat nog minstens een halfjaar zo blijven. Ze wist niet of ze dat wel trok. Voor Niclas die van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat in de huisartsenpraktijk werkte, was het niet zo erg, maar voor Charlotte, die met de kinderen zat opgesloten, was het ondraaglijk.

In theorie had het zo goed geklonken toen Niclas het voorstelde. In Fjällbacka was een post van districtsarts vrijgekomen en na vijf jaar in Uddevalla te hebben gewoond, hadden ze het gevoel gehad dat de tijd rijp was voor een nieuwe omgeving. Bovendien was Albin onderweg, verwekt in een laatste poging om hun huwelijk te redden, en waarom zouden ze dan niet hun hele leven omgooien, op een nieuwe plek een nieuw begin maken? Hoe meer hij had gepraat, des te beter had het geklonken. Dat ze een oppas in de buurt hadden als ze twee kinderen hadden, had ook aantrekkelijk geklonken. Maar de werkelijkheid had zich al snel opgedrongen. Al na een paar dagen wist Charlotte weer precies waarom ze zo graag het huis uit had gewild. Sommige dingen waren gelukkig wel veranderd op de manier waarop ze hadden gehoopt. Maar daar kon ze het met Erica niet over hebben, hoe graag ze dat ook wilde. Dat moest een geheim blijven, anders zou het hun hele gezin kapotmaken.

Erica’s stem onderbrak haar gedachten. ‘Hoe gaat het met je moeder? Drijft ze je tot waanzin?’

‘Op z’n zachtst gezegd. Alles wat ik doe is verkeerd. Ik ben te streng tegen de kinderen, ik ben te slap tegen ze, ik kleed ze te luchtig, ik kleed ze te dik, ze krijgen te weinig te eten, ik prop ze vol, ik ben te dik, ik ben te slordig… Er komt geen eind aan die hele waslijst en dat zit me tot hier.’

‘En Niclas?’

‘O, nee. Niclas is volgens mijn moeder perfect. Ze loopt al tortelend om hem heen en vindt het zielig voor hem dat hij zo’n waardeloze vrouw heeft. Hij kan in haar ogen niets fout doen.’

‘Maar ziet hij niet hoe ze jou behandelt?’

‘Zoals gezegd, hij is nooit thuis. En ze houdt zich in als hij erbij is… Weet je wat hij gisteren zei toen ik de brutaliteit had om mijn beklag bij hem te doen? “Maar Charlotte toch, kun je niet een beetje je best doen?” Mijn best doen? Als ik nog beter mijn best doe, word ik compleet weggevaagd. Ik werd zo kwaad dat ik sindsdien geen woord tegen hem heb gesproken. Dus nu zit hij waarschijnlijk op zijn werk te kniezen omdat hij zo’n onredelijke vrouw heeft. Niet gek dat ik vanochtend een verschrikkelijke migraineaanval had.’

Een geluid van boven deed Charlotte met tegenzin overeind komen.

‘Zeg, ik moet gaan en Albin overnemen. Anders gaat mijn moeder weer een hele martelaarsshow opvoeren voordat ik boven ben… Ik kom vanmiddag langs met wat lekkers. Ik klets maar door over mijn dingen en heb helemaal niet gevraagd hoe het met jou gaat. Maar ik kom straks.’

Ze hing op en kamde vlug haar haar voordat ze diep ademhaalde en naar boven ging.

Zo hoorde het niet te zijn. Zo hoorde het helemaal niet te zijn. Ze had stapels boeken over baby’s en ouderschap doorgeploegd, maar niets had haar voorbereid op de werkelijkheid waarmee ze nu werd geconfronteerd. Het leek eerder of alles wat was geschreven onderdeel was van een groot complot. De auteurs schreven over gelukshormonen, over het gevoel dat je op een roze wolk zweefde als je je kind vasthield en over de alles overweldigende liefde voor het kleine bundeltje die je al bij de eerste aanblik ervoer. Natuurlijk stond er weleens in een bijzinnetje dat je waarschijnlijk moeër was dan ooit tevoren, maar ook dat had een romantisch tintje en leek onderdeel van het fantastische moederschapspakket te zijn.

Flauwekul! Dat was Erica’s eerlijke mening nu ze twee maanden moeder was. Leugens, propaganda en pure onzin! Ze had zich nog nooit van haar leven zo ellendig, moe, boos, gefrustreerd en uitgeput gevoeld als sinds Maja’s geboorte. En ze had helemaal geen allesomvattende liefde gevoeld toen het rode, schreeuwende en ja, zelfs lelijke bundeltje op haar borst was gelegd. Hoewel de moedergevoelens na verloop van tijd wel wat waren gegroeid, leek het toch alsof een vreemde hun huis was binnengedrongen, en soms had ze bijna spijt van hun besluit om kinderen te nemen. Patrik en zij hadden het samen heel goed gehad, maar toen ze waren getroffen door menselijk egoïsme en de wens om hun eigen voortreffelijke genen te reproduceren, was hun leven in één klap veranderd en was zij gereduceerd tot een vierentwintig uur per dag werkende melkmachine.

Dat zo’n klein kind zo gulzig kon zijn ging haar bevattingsvermogen te boven. Ze hing voortdurend aan Erica’s overvolle boezem, die bovendien zo groot was geworden dat ze het gevoel had niet meer te zijn dan twee wandelende borsten. Haar fysieke conditie was sowieso niet om over naar huis te schrijven. Toen ze uit de kraamkliniek was gekomen, had ze nog steeds zwanger geleken en de kilo’s waren niet zo snel verdwenen als ze had gewild. Haar enige troost was dat Patrik tijdens haar zwangerschap ook was aangekomen en honger had als een paard, zodat hij nu ook wat extra kilootjes om zijn middel had.

Godzijdank waren de pijnen nu bijna helemaal verdwenen, maar ze voelde zich nog steeds zweterig, pafferig en algeheel lamlendig. Haar benen hadden al in geen maanden een scheermesje gezien en ze moest hoognodig naar de kapper om haar haar te laten knippen en misschien ook wat blonde lokjes te laten zetten om de muisgrijze tint in haar gewoonlijk blonde, schouderlange haar te verhullen. Erica’s ogen werden dromerig, maar toen drong de werkelijkheid zich op. Hoe moest ze dat in vredesnaam doen? O, wat benijdde ze Patrik! Hij was in elk geval acht uur per dag in de echte wereld, de wereld van de volwassenen. Zelf ging ze voornamelijk om met Ricki Lake en Oprah Winfrey wanneer ze onverschillig met de afstandsbediening zapte terwijl Maja maar bleef zuigen.

Patrik verzekerde haar dat hij liever bij Maja en haar thuis was dan dat hij naar zijn werk ging, maar ze zag in zijn ogen dat hij eigenlijk opgelucht was hun kleine wereldje even te kunnen ontvluchten. En ze begreep hem maar al te goed. Tegelijk voelde ze bitterheid. Waarom moest zij zo’n zware last dragen van iets wat het gevolg was van een gemeenschappelijk besluit en wat een gezamenlijk project had moeten zijn? Zou hij niet net zo’n groot deel daarvan moeten dragen?

Dus elke dag hield ze goed de tijd in de gaten waarop hij had beloofd thuis te komen. Als hij maar vijf minuten te laat was, raakte ze geïrriteerd en als hij nog langer op zich liet wachten, kon hij rekenen op een flinke uitbrander. Ze wierp Maja in zijn armen zodra hij binnenkwam als dat moment samenviel met een van de zeldzame onderbrekingen in het voeden, en dan kroop ze met oordopjes in bed om het babygehuil even niet te hoeven horen.

Erica zuchtte, nog altijd met de telefoon in haar hand. Alles voelde hopeloos. Maar de gesprekjes met Charlotte vormden een welkome onderbreking van alle somberheid. Als moeder van twee kinderen was ze voor Erica steevast een rots in de branding. Charlotte gaf haar ook allerlei geruststellende verklaringen. Erica moest bekennen dat ze het daarnaast best prettig vond om over Charlottes perikelen te horen in plaats van zich aldoor maar op die van zichzelf te richten.

Natuurlijk was er ook nog een andere bron van zorg in haar leven. Haar zus, Anna. Ze had haar maar een paar keer gesproken sinds Maja’s geboorte en ze voelde dat er iets niet in de haak was. Anna klonk bedrukt en afwezig als ze elkaar belden, maar verzekerde dat alles in orde was. Erica ging zo op in haar eigen misère dat ze het niet opbracht door te vragen. Maar er was iets mis, dat wist ze zeker.

Ze wuifde de lastige gedachten weg en legde Maja aan haar andere borst, waardoor het meisje even jengelde. Futloos pakte ze de afstandsbediening en zette de tv op de zender waar zo meteen The Bold and the Beautiful zou beginnen. Het enige waar ze naar uitkeek was Charlottes bezoek die middag.

Met heftige bewegingen roerde ze in de soep. Ze moest thuis ook alles doen. Eten koken, schoonmaken, bedienen. Albin was gelukkig eindelijk in slaap gevallen. Haar trekken werden zachter bij de gedachte aan haar kleinzoon. Hij was een engeltje. Gaf vrijwel geen kik. Heel anders dan het andere kind. Er verscheen een rimpel op haar voorhoofd en haar bewegingen werden nog heftiger, waardoor er spetters soep over de rand vlogen en op het fornuis belandden, waar ze zich sissend vastzetten.

Lilian had op het aanrecht al een dienblad met een glas, een diep bord en een lepel gezet. Nu tilde ze voorzichtig de pan van het vuur en schepte de hete soep op. Ze snoof de geur op die met de dampen omhoog kwam en glimlachte tevreden. Kippensoep, Stigs lievelingssoep. Hopelijk zou hij flink eten.

Voorzichtig hield ze het blad met beide handen in evenwicht en deed de deur naar de bovenverdieping met haar elleboog open. Aldoor die trap op en af, dacht ze geïrriteerd. Ze zou nog een keer een been breken en dan zouden ze eens zien hoe lastig het was om het zonder haar te stellen – zij die alles voor iedereen deed alsof ze een inwonende slaaf was. Nu lag Charlotte bijvoorbeeld in de kelder te luiwammesen met het smoesje dat ze migraine had. Migraine, ach wat, als iemand migraine had was Lilian het zelf wel. Ze snapte niet hoe Niclas het met Charlotte uithield. Hij werkte zich de hele dag uit de naad in de huisartsenpraktijk en deed wat hij kon om voor zijn gezin te zorgen. En als hij thuiskwam, zag de kelder eruit alsof er een bom was ontploft. Ze woonden er weliswaar tijdelijk, maar dan kon je nog wel verlangen dat het een beetje netjes en schoon was. Charlotte had bovendien het lef te eisen dat hij haar met de kinderen hielp als hij’s avonds thuiskwam. Ze zou hem moeten laten uitrusten na zijn lange werkdag, hem rustig voor de tv laten zitten en de kinderen zo goed het ging bij hem uit de buurt houden. Het was niet gek dat het oudste meisje totaal onhandelbaar was. Zij zag natuurlijk ook hoe weinig respect haar moeder voor haar vader had, met alle gevolgen van dien.

Met gedecideerde passen liep ze de laatste treden van de trap op. Toen Stig ziek was geworden, had ze hem in de logeerkamer geïnstalleerd. Ze kon hem niet in de slaapkamer hebben met al zijn gekreun en gesteun. Om goed voor hem te kunnen zorgen, moest ze zelf voldoende nachtrust krijgen.

‘Lieverd?’ Voorzichtig duwde ze de deur open. ‘Nu niet slapen, ik heb soep bij me. Je lievelingssoep. Kippensoep.’

Stig beantwoorde haar glimlach zwakjes. ‘Ik heb geen honger, straks misschien,’ zei hij mat.

‘Onzin, als je niet goed eet, word je nooit beter. Kijk! Ga maar even rechtop zitten, dan zal ik je voeren.’

Ze hielp hem overeind te komen en ging naast hem op de rand van het bed zitten. Ze voerde hem alsof hij een kind was en veegde met regelmatige tussenpozen de soep weg die uit zijn mondhoeken sijpelde.

‘Kijk eens, dat ging toch goed? Ik weet precies wat mijn lieverd nodig heeft, en als je maar goed eet, ben je zo weer de oude.’

Hetzelfde matte glimlachje ten antwoord. Lilian hielp hem om weer te gaan liggen en legde de deken over zijn benen.

‘De dokter?’

‘Maar lieverd toch, ben je het vergeten? Niclas is nu onze dokter, onze dokter woont bij ons in huis. Hij komt vanavond vast wel even naar je kijken. Hij zou je diagnose ook weer doornemen, zei hij, en met een collega in Uddevalla overleggen, dus alles komt goed, je zult het zien.’

Lilian stopte haar patiënt nog eens goed in en nam het dienblad met het nu lege soepbord mee terwijl ze naar de trap liep. Ze schudde haar hoofd. Nu moest ze ook nog verpleegster spelen, naast alle andere beslommeringen.

Een klopje kondigde aan dat er iemand voor de deur stond en ze liep haastig naar beneden.

Zijn hand viel zwaar tegen de deur. Om hen heen was de wind met verbazingwekkende snelheid tot stormkracht toegenomen. Fijne waterdruppeltjes vielen als een regenbui op hen, alleen kwamen ze niet van boven maar van achteren, een dunne nevel van water dat door de stormvlagen op het land werd gestriemd. Alles om hem heen was grijs geworden. De lucht had een lichte grijstint met flarden van donkere wolken, en de vuilbruine zee leek niet meer op haar zomerse, blauwe, glinsterende ik en had golftoppen met een witte schuimrand. Er zaten witte ganzen op het water, zoals Patriks moeder altijd zei.

De deur voor hen ging open en zowel Patrik als Martin haalde diep adem om de extra kracht te vinden die ergens in hen schuilde. De vrouw tegenover hen was een hoofd kleiner dan Patrik en heel erg dun. Ze had kort, gepermanent haar dat in een gelijkmatige, onbestemde bruine kleur was geverfd. Haar wenkbrauwen waren iets te veel geëpileerd en vervangen door een paar potloodlijnen, waardoor ze er enigszins komisch uitzag. Maar deze situatie had niets komisch.

‘Hallo, we zijn van de politie. We zijn op zoek naar Charlotte Klinga.’

‘Dat is mijn dochter. Waar gaat het om?’

Haar stem was iets te schel om aangenaam te klinken en Patrik had van Erica voldoende over Charlottes moeder gehoord om te weten dat het niet prettig was haar de hele dag te moeten aanhoren. Maar dergelijke futiliteiten zouden weldra hun betekenis verliezen.

‘We willen graag dat u haar even haalt.’

‘Ja, maar waar gaat het om?’

Patrik hield voet bij stuk. ‘We willen eerst graag met Charlotte praten. Wilt u haar alsjeblieft…’ Hij werd onderbroken door voetstappen op de trap en nog geen tel later zag hij Charlottes bekende gezicht in de deuropening verschijnen.

‘Hé hallo, Patrik! Wat leuk je te zien. Wat doe jij hier?’

Opeens werd haar gezicht bezorgd.

‘Is er iets met Erica gebeurd? Ik heb haar net nog gesproken en ze klonk wel goed, vond ik…’

Patrik hief afwerend zijn hand. Martin stond zwijgend naast hem en had zijn blik op een noest in de vloer gericht. Meestal was hij dol op zijn werk, maar op dit moment vervloekte hij de dag dat hij het had gekozen.

‘Mogen we even binnenkomen?’

‘Nu maak je me bang, Patrik. Wat is er gebeurd?’ Er schoot een gedachte door haar heen.

‘Is er iets met Niclas? Heeft hij een auto-ongeluk gehad?’

‘We gaan eerst naar binnen.’

Omdat Charlotte noch naar moeder in staat leek om in beweging te komen, nam Patrik het heft in eigen handen en liep voor hen uit naar de keuken, met Martin in zijn kielzog. Hij merkte verstrooid op dat ze niet zoals anders hun schoenen hadden uitgedaan, waardoor ze nu ongetwijfeld een vies, nat voetspoor achterlieten. Maar een beetje vuil maakte nu ook niets uit.

Hij gebaarde naar Charlotte en Lilian dat ze tegenover hen moesten gaan zitten en ze gehoorzaamden zwijgend.

‘Het spijt me, Charlotte, maar ik heb…’ – hij aarzelde – ‘… verschrikkelijk nieuws.’ De zinnen kwamen houterig uit zijn mond. Zijn woordkeuze voelde nu al fout, maar was er überhaupt wel een goede manier om te zeggen wat hij moest zeggen?

‘Een uur geleden heeft een kreeftenvisser een meisje gevonden. Ze is verdronken. Het spijt me, Charlotte…’ Patrik was niet in staat verder te gaan. Hoewel de woorden in zijn hoofd zaten, waren ze zo verschrikkelijk dat ze weigerden naar buiten te komen. Maar hij hoefde ook niets meer te zeggen.

Charlotte hapte naar adem en er kwam een rochelend geluid uit haar keel. Ze greep het tafelblad met beide handen vast als wilde ze zich zo overeind houden. Met lege, opengesperde ogen keek ze Patrik aan. In de stilte van de keuken leek die enge rochelende ademhaling luider dan een schreeuw, en Patrik slikte om zijn tranen terug te dringen en met vaste stem te kunnen praten.

‘Dat moet een vergissing zijn! Het kan Sara niet zijn!’ Lilian staarde wild van Patrik naar Martin en weer terug, maar Patrik schudde alleen zachtjes zijn hoofd.

‘Het spijt me,’ zei hij nogmaals. ‘Ik heb het meisje zopas gezien en het lijdt geen twijfel dat het Sara is.’

‘Maar ze zou bij Frida gaan spelen, zei ze. Ik heb haar die kant op zien gaan. Het moet een vergissing zijn. Ze is vast bij Frida.’ Als in een droom stond Lilian op en liep naar de telefoon aan de muur. Ze zocht een nummer op in het adresboekje dat ernaast hing, en toetste snel het nummer in.

‘Hoi, Veronika, met Lilian. Zeg, is Sara bij jou?’ Ze luisterde even en liet toen pardoes de hoorn los, zodat die aan zijn snoer heen en weer bleef bungelen.

‘Ze is daar niet geweest.’ Met een plof ging ze weer aan tafel zitten en keek hulpeloos naar de agenten tegenover haar.

De kreet kwam uit het niets en Patrik en Martin veerden hoog op. Charlotte schreeuwde recht voor zich uit, zonder te bewegen en met ogen die blind voor zich uit staarden. Het was een primitief, luid en schril geluid en ze kregen kippenvel van de rauwe pijn die de kreet onbarmhartig voortstuwde.

Patrik probeerde Charlotte te overstemmen. ‘We hebben Niclas geprobeerd te bereiken, maar hij was niet in de huisartsenpraktijk, dus we hebben het bericht voor hem achtergelaten dat hij zo snel mogelijk naar huis moet komen. De dominee is onderweg.’ Hij richtte zijn woorden meer tot Lilian dan tot Charlotte, met wie contact niet langer mogelijk was. Patrik besefte dat ze het niet goed hadden aangepakt, hij had ervoor moeten zorgen dat er een arts was geweest die iets kalmerends had kunnen geven, maar het probleem was dat de vader van het meisje de dokter van Fjällbacka was en dat ze hem niet te pakken hadden kunnen krijgen. Hij wendde zich tot Martin.

‘Bel de huisartsenpraktijk en vraag of de verpleegkundige meteen kan komen. En zeg dat ze iets kalmerends meebrengt.’

Martin deed wat hem was gevraagd, opgelucht dat hij een excuus had om de keuken even te verlaten. Tien minuten later kwam Aina Lundby zonder te kloppen binnen. Ze gaf Charlotte een kalmerend pilletje, voerde haar samen met Patrik voorzichtig naar de woonkamer en legde haar op de bank.

‘Mag ik ook iets kalmerends?’ vroeg Lilian. ‘Ik heb altijd al zwakke zenuwen gehad en nu dit…’

De districtsverpleegkundige, die van Lilians leeftijd leek, snoof slechts en stopte Charlotte moederlijk in, die nu klappertandde alsof ze het koud had.

‘U kunt wel zonder,’ zei ze en ze zocht haar spullen bij elkaar.

Patrik wendde zich tot Lilian en vroeg zachtjes: ‘We moeten met de moeder praten van het vriendinnetje met wie Sara zou gaan spelen. Waar woont ze?’

‘In het blauwe huis iets verderop,’ zei Lilian zonder hem aan te kijken.

Toen de dominee een paar minuten later op de deur klopte, wist Patrik dat Martin en hij verder niets konden doen. Ze verlieten het huis dat door hun bericht in droefenis was gehuld en gingen op de oprit in de auto zitten, maar startten die nog niet.

‘Shit,’ zei Martin.

‘Ja, shit,’ zei Patrik.

Kaj Wiberg stond voor het keukenraam, dat op de oprit van de familie Florin uitkeek.

‘Wat heeft dat mens nu weer uitgespookt?’ zei hij geërgerd.

‘Hoe bedoel je?’ vroeg zijn vrouw Monica vanuit de woonkamer.

Hij draaide zich half naar haar om en riep terug: ‘Er staat een politiewagen bij hen voor de deur. Ik durf er wat om te verwedden dat er gedonder van komt. Zij woont daar alleen om mij voor mijn zonden te laten boeten.’

Ongerust kwam Monica de keuken in. ‘Denk je dat het echt om ons gaat? We hebben toch niets gedaan?’ Ze was haar steile blonde pagekapsel aan het kammen, maar bleef met de kam in de lucht stilstaan om ook uit het raam te kijken.

Kaj snoof. ‘Probeer haar dat maar eens te vertellen. Wacht maar tot de rechter mij in het gelijk stelt over het balkon, dan kijkt zij lelijk op haar neus. Ik hoop dat het haar een smak geld kost om dat ding weer weg te halen.’

‘Doen we daar echt wel goed aan Kaj? Ik bedoel, hij steekt maar een paar centimeter over onze erfscheiding en eigenlijk hebben we er geen last van. En dan net nu die arme Stig ziek is.’

‘Ziek, ja, ja. Ik zou ook ziek worden als ik met dat stomme wijf zou moeten samenwonen. Bovendien, eerlijk is eerlijk. Als zij een balkon bouwen dat boven onze tuin hangt, dan moeten ze er maar voor betalen. Of de boel slopen. Zij hebben ons gedwongen om die boom om te kappen, nietwaar? Onze mooie oude berk, gereduceerd tot brandhout, alleen omdat Lilian Florin vond dat die haar uitzicht op zee belemmerde. Zo was het toch? Of heb ik het verkeerd begrepen?’ Hij wendde zich hatelijk tot zijn vrouw, opgewonden bij de herinnering aan alle onrechtvaardigheden die er waren begaan in de tien jaar dat ze naast de familie Florin woonden.

‘Natuurlijk, Kaj. Je hebt gelijk.’ Monica sloeg haar ogen neer, zich er maar al te zeer van bewust dat terugkrabbelen de allerbeste verdediging was als haar man in zo’n bui was. Lilian Florin werkte op hem als een rode lap op een stier, en er viel geen redelijk gesprek met hem te voeren als zij ter sprake kwam. Hoewel Monica moest toegeven dat het niet alleen aan Kaj lag dat er zoveel ruzie was geweest. Ze was niet makkelijk in de omgang, Lilian, en als zij hen met rust had gelaten, was het nooit zo gelopen. In plaats daarvan had ze hen voor de ene na de andere rechterlijke instantie gesleept vanwege erfscheidingen die niet zouden kloppen, een pad dat achter haar huis over haar terrein liep en een schuurtje waarvan ze vond dat het veel te dicht op haar tuin stond. En dan was er ook nog de prachtige berk die ze een paar jaar geleden hadden moeten omhakken. Alles was begonnen toen ze met de bouw van hun huis waren gestart. Kaj had zijn bedrijf in kantoorartikelen net voor een paar miljoen verkocht en ze hadden besloten vervroegd met pensioen te gaan, het huis in Göteborg te verkopen en zich in Fjällbacka te vestigen, waar ze altijd de zomer doorbrachten. Lilian had duizend en een tegenwerpingen tegen de bouw van het huis gehad. Ze had handtekeningen verzameld en was beroepsprocedures gestart om te voorkomen dat het er kwam. Toen ze daar niet in slaagde, was ze over van alles en nog wat ruzie gaan maken. Mede door Kajs heftige humeur was de burenruzie buiten proporties geëscaleerd. Het balkon dat de Florins hadden laten plaatsen, was niet meer dan het meest recente wapen in de strijd, en dat de Wibergs nu gelijk leken te krijgen, had Kaj een overmacht gegeven waar hij graag gebruik van maakte.

Kaj fluisterde opgewonden vanaf zijn plek achter het gordijn. ‘Nu komen er twee mannen naar buiten, die in de politiewagen gaan zitten. Je zult zien dat ze zo meteen bij ons aankloppen. Maar waar het ook om gaat, ik zal ze wel vertellen hoe de vork echt in de steel zit. Lilian Florin is niet de enige die aangifte kan doen. Stond ze een paar dagen geleden niet over de heg te schelden dat ze ervoor zou zorgen dat ik mijn verdiende loon kreeg? Bedreiging, heet zoiets toch? Daarvoor kun je in de gevangenis belanden…’ Opgewonden likte Kaj zijn lippen af bij de gedachte aan de komende strijd; hij bereidde zich er nu al op voor.

Monica zuchtte, trok zich terug in haar fauteuil in de woonkamer, pakte een damesblad en begon te lezen. Ze kon zich er niet langer druk om maken.

‘Kunnen we niet beter meteen met het vriendinnetje en haar moeder gaan praten? We zijn hier nu toch.’

‘Natuurlijk,’ zuchtte Patrik en hij zette de auto in de achteruit. Eigenlijk hoefden ze niet met de auto te gaan, het was maar een paar huizen verderop, maar hij wilde de garage van de familie Florin niet blokkeren als Sara’s vader in de tussentijd thuiskwam.

Met een ernstig gezicht klopten ze op de deur van de blauwe woning, slechts drie huizen verderop. Een meisje van ongeveer dezelfde leeftijd als Sara deed open.

‘Hoi, ben jij Frida?’ vroeg Martin vriendelijk. Ze knikte en deed toen een pas opzij om de agenten binnen te laten. Ze stonden eventjes onhandig in de hal terwijl Frida heimelijk naar hen keek. Patrik vroeg ten slotte ongemakkelijk: ‘Is je moeder thuis?’

Ook nu zei het meisje niets. Ze holde naar een ruimte links van de hal, waarvan Patrik vermoedde dat het de keuken was. Hij hoorde zacht gemompel en toen kwam een donkere vrouw van in de dertig naar hen toe. Haar ogen schoten onrustig heen en weer terwijl ze de beide mannen die in haar hal stonden, vragend aankeek. Patrik besefte dat ze niet wist wie zij waren.

‘We zijn van de politie,’ zei Martin, die kennelijk dezelfde gedachte had gehad. ‘Mogen we binnenkomen? We zouden graag even apart met je praten.’ Hij keek veelbetekenend naar het kind en Frida’s moeder werd bleek toen ze haar eigen conclusies trok over de reden waarom de agenten het gesprek niet geschikt achtten voor haar dochters oren.

‘Frida, ga jij maar boven op je kamer spelen.’

‘Maar mama…’ protesteerde het kind.

‘Geen gemaar. Je gaat op je kamer spelen en blijft daar tot ik je roep.’

Het meisje leek nog meer protesten te willen laten horen, maar een metalen klank in haar moeders stem vertelde haar dat dit een strijd was die ze niet zou winnen. Mokkend sjokte ze naar boven terwijl ze af en toe een hoopvolle blik op de volwassenen wierp om te kijken of die misschien van mening waren veranderd. Niemand bewoog tot het meisje de bovenste tree had bereikt en de deur van haar kamer achter zich had dichtgedaan.

‘We kunnen wel in de keuken gaan zitten.’

De vrouw liep voor hen uit naar een grote, gezellige keuken, waar ze kennelijk net begonnen was met de voorbereidingen voor de lunch.

Patrik en Martin schudden haar beleefd de hand en stelden zich voor voordat ze aan de keukentafel plaatsnamen. Frida’s moeder pakte kopjes uit de kast, schonk koffie in en legde koekjes op een schaaltje. Patrik zag dat haar handen trilden en realiseerde zich dat ze het moment waarop ze zekerheid kreeg over de reden van hun bezoek, nog even wilde uitstellen. Maar uiteindelijk was dat niet langer mogelijk en ze nam moeizaam plaats op een stoel tegenover hen.

‘Er is iets met Sara gebeurd, hè? Waarom zou Lilian me anders bellen en de hoorn zomaar wegleggen?’

Patrik en Martin waren een paar tellen te lang stil omdat ze beiden hoopten dat de ander zou beginnen, en door de bevestiging die de stilte gaf, werden Veronika’s ogen nat.

Patrik schraapte zijn keel. ‘Ja, helaas is het zo dat Sara vanochtend is verdronken.’

Veronika haalde diep adem, maar zei niets.

Patrik ging verder: ‘Het lijkt een ongeluk te zijn geweest, maar we willen graag wat informatie, zodat we kunnen achterhalen wat er precies is gebeurd.’ Hij keek naar Martin, die met pen en papier in de aanslag zat.

‘Volgens Lilian Florin zou Sara vandaag met Frida gaan spelen. Hadden de meisjes dat afgesproken? Bovendien is het maandag, dus waarom waren ze niet op school?’

Veronika staarde naar het tafelblad. ‘Ze waren dit weekend alle twee een beetje ziek, dus Charlotte en ik besloten dat we ze vandaag thuis zouden houden, maar we vonden het wel goed als ze met elkaar speelden. Sara zou vanochtend hier komen.’

‘Maar ze kwam niet?’

‘Nee, ze kwam niet.’ Veronika ging niet verder en Patrik moest doorvragen om een vollediger antwoord te krijgen.

‘Was je niet verbaasd toen ze niet opdook? Waarom heb je bijvoorbeeld niet gebeld waar ze bleef?’

Veronika aarzelde. ‘Sara was een beetje… hoe zal ik het zeggen… speciaal. Ze deed waar ze zin in had. Het gebeurde vrij vaak dat ze niet zoals afgesproken hierheen kwam omdat ze opeens had bedacht dat ze liever iets anders deed. Ik geloof dat de meisjes daarom af en toe wat ruzie hadden, maar ik heb me er niet mee willen bemoeien. Ik heb gehoord dat Sara zo’n stoornis heeft en dan wil je de zaken niet erger maken…’ Ze scheurde een servet in kleine stukjes en op de tafel had zich al een heel bergje papier gevormd.

Martin keek op uit zijn notitieboekje en fronste zijn wenkbrauwen. ‘Een stoornis, wat bedoel je daarmee?’

‘Ach, je weet wel, wat ieder kind tegenwoordig lijkt te hebben, ADHD, MDB, DAMP of hoe het ook maar allemaal heet.’

‘Waarom dacht je dat Sara dat had?’

Ze haalde haar schouders op. ‘Dat werd gezegd. En voor mijn gevoel klopte het ook. Sara kon totaal onhandelbaar zijn, dus of ze had een stoornis, of ze was niet opgevoed.’ Ze huiverde toen ze zichzelf zo over een dood meisje hoorde praten en sloeg snel haar blik neer. Met een nog grotere gedrevenheid bleef ze stukjes van het servetje scheuren. Nog even en er was niets van over.

‘Dus je hebt Sara vanochtend helemaal niet gezien? Ze heeft ook niet gebeld?’

Veronika schudde haar hoofd.

‘Weet je zeker dat Frida haar ook niet gezien of gesproken heeft?’

‘Ja, ze is aldoor thuis geweest, dus als ze Sara had gesproken, had ik dat gemerkt. Ze was bovendien nogal chagrijnig omdat Sara alsmaar niet kwam, dus ik ben er zeker van dat ze elkaar niet hebben gesproken.’

‘Oké, dan hebben we verder niet veel meer te vragen.’

Met een licht trillende stem vroeg Veronika: ‘Hoe gaat het met Charlotte?’

‘Zoals je onder deze omstandigheden kunt verwachten,’ was het enige dat Patrik haar kon zeggen.

In Veronika’s ogen zag hij hoe de afgrond zich opende die alle moeders ervaren als ze in een fractie van een seconde hun eigen kind zien verongelukken. Ook zag hij de opluchting dat het het kind van iemand anders was overkomen en niet haar eigen. Dat kon hij haar niet kwalijk nemen. Zijn eigen gedachten waren de afgelopen uren veel te vaak naar Maja gegaan, en beelden van haar slappe, levenloze lichaam hadden zich opgedrongen en zijn hart een paar keer doen overslaan. Hij was ook dankbaar dat het het kind van iemand anders was overkomen en niet het zijne. Dat was niets om trots op te zijn, maar wel menselijk.