Fjällbacka 1928

Het begon als een gewone dag. De jongens waren ’s ochtends al naar de buurvrouw gerend en ze had het geluk gehad dat ze daar de hele dag waren gebleven. Dat stomme wijf had zich zelfs over hen ontfermd en hun eten gegeven, zodat zij zelf niets had hoeven klaarmaken, al betekende dat meestal alleen maar dat ze een paar boterhammen voor hen smeerde. Dit had haar allemaal in zo’n goed humeur gebracht dat ze zich zelfs had verwaardigd de vloer te zwabberen. En toen de avond kwam, was ze er vrij zeker van enige welverdiende lovende woorden van haar man te krijgen. Niet dat het haar bijster veel interesseerde wat hij dacht, maar het voelde toch altijd goed enige lof te krijgen.

Toen ze Anders’ voetstappen op het trapje hoorde, lagen Karl en Johan al te slapen. Zelf zat ze aan de keukentafel een damesblad te lezen. Ze keek hem verstrooid aan en knikte, maar schrok toen. Anders zag er niet zo moe en terneergeslagen uit als hij meestal deed als hij thuiskwam; zijn ogen hadden een glans die ze in geen tijden had gezien. Er bekroop haar een vaag gevoel van onrust.

Moeizaam ging hij op een van de spijlenstoelen tegenover haar zitten en verwachtingsvol vouwde hij zijn handen en legde die op het versleten tafelblad.

‘Agnes,’ zei hij en vervolgens zweeg hij zo lang dat het onbehaaglijke gevoel in haar buik tot een klomp groeide. Hij had kennelijk iets op zijn hart en als ze iets had geleerd van haar lot, was het wel dat verrassingen zelden iets goeds brachten.

‘Agnes,’ zei hij nogmaals, ‘ik heb veel nagedacht over onze toekomst en ons gezin, en ik ben tot de conclusie gekomen dat we iets moeten veranderen.’

Ja, tot zo ver was ze het met hem eens. Ze zag alleen niet wat hij zou kunnen doen om haar leven een positieve wending te geven.

Anders ging met duidelijke trots verder: ‘Daarom heb ik het afgelopen jaar zoveel extra gewerkt als ik maar kon en ik heb al het geld opzijgezet om voor ons allemaal een enkele reis te kunnen kopen.’

‘Een enkele reis. Waarheen dan?’ vroeg Agnes met stijgende onrust en met een beginnende irritatie toen het tot haar doordrong dat hij geld had achtergehouden.

‘Naar Amerika,’ antwoordde Anders die nu een positieve reactie van haar kant verwachtte. In plaats daarvan voelde Agnes hoe door de schok het gevoel in haar gezicht verdween. Wat had die idioot nu weer gedaan?!

‘Amerika?’ was het enige dat ze kon uitbrengen.

Hij knikte enthousiast. ‘Ja, we vertrekken volgende week al en ik ben druk bezig geweest met regelen, moet je weten. Ik heb contact gehad met een paar Zweden die vanuit Fjällbacka de oversteek hebben gemaakt, en ze hebben me verzekerd dat er genoeg werk is voor mensen als ik, en als je handig bent, kun je “over there” een goede toekomst tegemoet gaan,’ zei hij met zijn brede Blekingedialect, duidelijk trots op het feit dat hij al twee woorden van zijn nieuwe taal kende.

Agnes wilde alleen maar naar voren leunen en hem een klap in zijn grijnzende, blije gezicht geven. Wat dacht hij wel niet! Was hij echt zo onnozel dat hij dacht dat ze samen met hem en zijn jongens op een boot naar een vreemd land zou stappen! Dat ze nog afhankelijker van hem zou worden, in een onbekend land, met een onbekende taal en onbekende mensen. Ze haatte haar bestaan hier weliswaar, maar ze had in elk geval de mogelijkheid om af en toe te ontsnappen uit haar hel. Als ze eerlijk was, moest ze toegeven dat ze zelf met de gedachte had gespeeld om naar Amerika te gaan, maar dan op eigen gelegenheid, zonder hem en de kinderen als een blok aan haar been.

Anders zag de ontzetting in haar gezicht niet en haalde overgelukkig de tickets tevoorschijn en legde ze op tafel. Met wanhoop keek Agnes naar de vier stukken papier, die als een waaier voor hem lagen uitgespreid, en ze wilde alleen maar ineenzakken en huilen.

Ze had een week de tijd. Een schamele week om op de een of andere manier uit deze situatie te geraken. Met stijve lippen glimlachte ze naar Anders.

 

 

Image

 

 

Monica was naar de Konsum-supermarkt gereden om boodschappen te doen, maar plotseling zette ze haar mandje weg en liep zonder iets te kopen de winkel uit. Iets zei haar dat ze naar huis moest. Haar moeder en oma waren net zo geweest. Ze hadden dingen aangevoeld en zij had geleerd naar haar innerlijke stem te luisteren.

Ze drukte het gaspedaal van haar kleine Fiat helemaal in toen ze om de berg reed, voorbij de wijk Kullen. Toen ze op de weg naar Sälvik de bocht nam, zag ze de politiewagen die voor hun huis geparkeerd stond en wist ze dat ze er goed aan had gedaan naar haar instinct te luisteren. Ze parkeerde vlak achter de politiewagen en stapte voorzichtig uit, bang voor wat haar te wachten stond. De afgelopen week had ze elke nacht deze droom gehad. Politieagenten die bij hen thuis kwamen, die haar dwongen de dingen te vertellen die ze uit alle macht uit haar gedachten had proberen te bannen. Nu was het werkelijkheid, geen droom, en ze liep met muizenstapjes naar het huis. Alles om het onvermijdelijke moment uit te stellen. Toen ze Morgan hoorde brullen, begon ze te rennen. Over het tuinpad, naar zijn huisje. Hij stond voor de deur naar twee agenten te schreeuwen. Met uitgestoken armen probeerde hij hun de toegang te blokkeren.

‘Niemand mag in mijn huis komen! Het is van mij!’

‘We hebben toestemming,’ zei de ene agent in een poging rustig met hem te praten. ‘We moeten ons werk kunnen doen, dus laat ons er nu maar in.’

‘Nee, jullie maken er alleen maar een rommeltje van!’ Morgan maakte een nog breder gebaar met zijn armen.

‘We beloven dat we voorzichtig zullen zijn en alles zoveel mogelijk op zijn plaats laten staan. Maar misschien moeten we een paar spullen meenemen, als je bijvoorbeeld een computer hebt.’

Morgan onderbrak de agent met een woest gebrul. Zijn ogen flakkerden heen en weer en zijn lichaam schokte ongecontroleerd.

‘Nee, nee, nee, nee, nee,’ dreunde hij op en hij zag eruit alsof hij de computers met zijn leven wilde verdedigen, wat volgens Monica niet ver bezijden de waarheid was. Ze haastte zich naar het groepje mensen.

‘Wat is er aan de hand? Kan ik ergens mee helpen?’

‘Wie bent u?’ vroeg de agent die het dichtst bij haar stond, maar hij liet ondertussen Morgan niet los met zijn blik.

‘Ik ben Morgans moeder. Ik woon hier.’ Ze wees naar het grote huis.

‘Wilt u dan aan uw zoon uitleggen dat we toestemming hebben om in zijn huisje rond te kijken en eventuele computerapparatuur mogen meenemen.’

Bij het horen van het woord computerapparatuur begon Morgan weer heftig te schudden en hij herhaalde: ‘Nee, nee, nee, nee…’

Monica stapte rustig op hem af en terwijl ze de agent strak aankeek, sloeg ze haar arm om haar zoon en wreef hem over zijn rug.

‘Als jullie me eerst willen vertellen waarom jullie hier zijn, dan kan ik jullie daarna vast en zeker helpen.’

De jongste van de twee agenten keek gegeneerd naar de grond, maar de oudste, die ongetwijfeld veel gelouterder was, antwoordde kalm: ‘We hebben uw man meegenomen voor een verhoor en we hebben ook een huiszoekingsbevel.’

‘En waarom, als ik zo vrij mag zijn dat te vragen? Als mijn vraag onduidelijk is, leg ik hem graag nader aan u uit.’ Ze hoorde dat ze onnodig koel klonk, maar ze was niet van plan te accepteren dat ze zomaar probeerden langs Morgan te dringen zonder haar een zinnige verklaring te geven.

‘De naam van uw man is opgedoken in verband met het bezit van kinderporno.’

De hand die over Morgans rug had gewreven, stopte abrupt. Ze probeerde iets te zeggen, maar er kwam alleen een sissend geluid uit haar mond.

‘Kinderporno?’ Ze schraapte haar keel om de controle over haar stem terug te krijgen. ‘Jullie moeten je vergissen, zou mijn man betrokken zijn bij kinderporno?’

Het begon rond te tollen in haar hoofd. Dingen die ze zich altijd had afgevraagd, waarover ze altijd had nagedacht. Het gevoel van opluchting overheerste echter. Ze hadden niet ontdekt wat zij het allermeest had gevreesd.

Ze nam even de tijd om tot zichzelf te komen en draaide zich toen om naar Morgan.

‘Luister naar me. Je moet ze je huisje in laten gaan. En je moet ze je computers laten meenemen. Je hebt geen andere keus, dit is de politie, ze hebben het recht dat te doen.’

‘Maar wat als ze er een troep van maken? En mijn schema?’ De hoge, schelle stem was niet even toonloos als anders en gaf blijk van ongebruikelijke emoties.

‘Ze zijn vast heel voorzichtig, precies zoals ze zeiden. En je hebt geen keus.’ Ze legde nadruk op de laatste zin en voelde dat hij rustiger werd. Morgan kon altijd makkelijker met een situatie omgaan als hij geen keuzemogelijkheid had.

‘Beloven jullie er geen troep van te maken?’

De agenten knikten en Morgan begon langzaam van de deur weg te lopen.

‘En jullie moeten voorzichtig zijn met wat er op de computers staat. Ik heb er heel veel werk in zitten.’

Ze knikten opnieuw, en nu stapte hij helemaal opzij en liet hen naar binnen gaan.

‘Waarom doen ze dit, mama?’

‘Ik weet het niet,’ loog Monica. Het gevoel van opluchting overheerste nog steeds. Maar de realiteit van wat de agenten hadden gezegd, begon ook langzaam tot haar door te dringen. Een gevoel van walging dat alsmaar erger werd, kwam in haar maagstreek opzetten. Ze pakte Morgan bij zijn arm en leidde hem naar de voorkant van het huis. Hij draaide de hele tijd zijn hoofd om en keek bezorgd naar zijn huisje.

‘Maak je maar geen zorgen, ze hebben beloofd voorzichtig te zijn.’

‘Gaan we naar het grote huis?’ vroeg Morgan. ‘Ik ga nooit om deze tijd naar het grote huis.’

‘Nee, ik weet het,’ zei Monica. ‘Maar vandaag gaan we iets heel anders doen. Ik geloof niet dat we de agenten moeten storen. Je mag met me mee naar tante Gudrun.’

Hij keek verward. ‘Maar daar ga ik alleen met Kerstmis heen. Of als er iemand jarig is.’

‘Ik weet het,’ zei Monica geduldig. ‘Maar vandaag maken we een uitzondering.’

Hij dacht hier even over na en besloot dat er logica in haar woorden zat.

Toen ze naar de auto liepen, zag Monica vanuit haar ooghoek dat het keukengordijn bij de familie Florin werd opengetrokken. In het raam stond Lilian naar hen te kijken. Ze glimlachte.

‘Ja, Kaj. Dit is geen fraaie geschiedenis.’ Patrik zat tegenover Kaj, met Martin naast zich en Mellberg onopvallend op een stoel in de hoek. Tot Patriks grote opluchting had hij vrijwillig aangeboden tijdens het verhoor een passieve rol te spelen. Patrik had hem er het liefst helemaal niet bij gehad, maar Mellberg was nu eenmaal de baas.

Kaj antwoordde niet. Hij liet zijn hoofd hangen en Patrik en Martin konden de bovenkant van zijn hoofd van nabij bestuderen. Zijn haar was in de loop van de jaren dunner geworden zodat een deel van zijn roze schedel door de zwarte haren heen te zien was.

‘Kun je zelf verklaren waarom jouw naam voorkomt op een bestellijst van kinderporno? En kom niet met het verhaal dat het de verkeerde naam moet zijn. Je staat met naam en adres genoemd, dus het lijdt geen enkele twijfel dat jij de besteller bent.’

‘Iemand wil me erin luizen,’ mompelde Kaj in zijn schoot.

‘Ach zo?’ zei Patrik op overdreven toon. ‘Kun je dan misschien vertellen waarom iemand zich de moeite zou getroosten jou ergens in te luizen? Welke aartsvijanden heb jij in de loop van de jaren gemaakt?’

Kaj antwoordde niet. Martin sloeg met zijn hand op de tafel om zijn aandacht te trekken waardoor Kaj opschrok.

‘Heb je de vraag niet gehoord? Wie zouden er belang bij hebben jou ergens in te luizen?’

Nog steeds stilte, dus ging Martin verder: ‘Het is zeker niet makkelijk daarop te antwoorden? Want er is helemaal niemand.’

Voor Patrik en Martin lag een stapel papieren. In de stilte die volgde bladerde Patrik ze door en pakte er een paar uit, waar hij een nieuw stapeltje van maakte.

‘We hebben heel veel materiaal over je. We hebben de namen van andere mensen met…’ – hij zocht naar de juiste woorden – ‘dezelfde belangstelling, met wie jij contact hebt gehad. We hebben gegevens over wanneer je materiaal van ze hebt besteld, we weten dat je zelf materiaal hebt verstuurd en we beschikken ook over het chatverkeer waar de collega’s uit Göteborg gelukkig de hand op hebben weten te leggen. Ze hebben daar namelijk een paar knappe computerdeskundigen. En die hebben zich niet laten tegenhouden door alle voorzorgsmaatregelen waarmee jullie wilden voorkomen dat anderen konden meeluisteren als jullie selecte gezelschap gezellig zat te keuvelen. Niets is honderd procent veilig, zoals je wel weet.’

Nu keek Kaj op en zijn blik ging onrustig heen en weer tussen Patrik en de papieren voor hem. Zijn hele wereld stond op het punt in te storten, terwijl de secondewijzer van de klok aan de muur achter hem verder bewoog. Patrik zag dat Kaj geschokt was door de onthulling dat iemand in de files had kunnen komen waarvan hij had gedacht dat ze volkomen beveiligd waren, en nu vroeg hij zich natuurlijk af hoeveel ze eigenlijk wisten. Het was de perfecte situatie om hem nog verder onder druk te zetten.

‘Op dit moment onderzoeken we jouw hele huis. En die collega’s zijn ook geen amateurs. Ze hebben echt alle verstopplaatsen wel gezien. Er bestaan geen geniale geheime plekken die zij niet kunnen vinden. En je computer wordt naar Uddevalla gestuurd, waar echte hackers ernaar gaan kijken. Je weet wel, van die jongens die via internet bij banken zouden kunnen inbreken om geld te kunnen overmaken, als ze daar zin in hadden en toevallig niet aan de goede kant van de wet stonden.’

Patrik was er niet helemaal zeker van of hij de computerkennis van zijn collega’s misschien niet een beetje overdreef, maar dat wist Kaj niet. En hij zag dat zijn tactiek werkte. Er verschenen zweetpareltjes op Kajs voorhoofd, en Patrik voelde, meer dan dat hij het zag, dat Kajs benen ongecontroleerd trilden.

‘Ja, en hoewel je zelf een amateur bent op computergebied, heeft Morgan je misschien verteld dat je een bestand wel kunt verwijderen, maar dat dat niet betekent dat het echt weg is. Onze computermensen kunnen de meeste gegevens terughalen, zolang de harde schijf niet is beschadigd.’ Martin ging verder op de door Patrik ingeslagen weg.

‘Zodra ze hem hebben bekeken, bellen ze ons. Dan weten we precies wat je hebt uitgehaald. Zowel hier als in Göteborg wordt gewerkt aan de identificatie van de personen die voorkomen op het materiaal dat de politie in beslag heeft genomen. De informatie die we tot nog toe hebben gekregen, wijst erop dat jonge jongens jouw favoriete slachtoffers zijn. Klopt dat? Nou, is dat zo, Kaj? Geef je de voorkeur aan jongens zonder haar op hun borst, jonge, onbedorven jongens?’

Kajs onderlip trilde, maar hij zei nog steeds niets.

Patrik leunde naar voren en liet zijn stem dalen. Nu was hij aanbeland bij het punt waartoe het verhoor eigenlijk moest leiden.

‘Maar hoe zit het met meisjes? Zijn kleine meisjes ook goed? Het was zeker behoorlijk verleidelijk met eentje zo dichtbij, in het huis van de buren. Dat moet bijna onweerstaanbaar zijn geweest. Vooral omdat het ook een mogelijkheid was om Lilian een hak te zetten. Wat een gevoel moet dat zijn geweest! Om vlak onder haar neus wraak te nemen voor de jarenlange krenkingen. Maar er ging iets mis, is het niet? Wat gebeurde er? Bood het meisje weerstand, zei ze dat ze het aan haar moeder zou vertellen, moest je haar verdrinken om haar tot zwijgen te brengen?’

Met open mond keek Kaj van Patrik naar Martin en weer terug. Zijn ogen waren rond en leeg. Hij schudde heftig zijn hoofd.

‘Nee, daar heb ik niets mee te maken. Ik heb haar niet aangeraakt, dat zweer ik!’

Het laatste klonk als een schreeuw en Kaj zag eruit alsof hij elk moment een hartaanval kon krijgen. Patrik vroeg zich af of hij het verhoor moest afbreken, maar besloot nog even door te gaan.

‘En waarom zouden we jou geloven? We hebben bewijzen dat je een seksuele belangstelling hebt voor kinderen, en binnenkort zullen we zien of er bewijzen zijn dat jij je aan iemand hebt vergrepen. En een meisje van zeven dat in het huis naast het jouwe woonde, is verdronken gevonden. Zeg nou zelf, is dat niet allemaal heel toevallig?’

Hij zei niet dat er geen sporen van aanranding op Sara waren aangetroffen . Maar dat hoefde nog niet te betekenen dat zoiets niet had plaatsgevonden, zoals Pedersen had gezegd.

‘Maar ik zweer het. Ik heb niets te maken met de dood van het meisje! Ze is nooit bij ons binnen geweest, ik zweer het!’

‘Dat zullen we nog wel zien,’ zei Martin grimmig en hij wierp een blik op Patrik. Hij zag hetzelfde ‘shit’ in de ogen van zijn collega als hij zelf voelde. Patrik knikte licht en Martin stond op om een telefoontje te plegen. Ze waren vergeten een team technische rechercheurs te sturen om de badkamer te onderzoeken. Toen die fout was hersteld en Martin de toezegging had gekregen dat er meteen een team op pad zou gaan, keerde hij terug naar de verhoorkamer. Patrik was doorgegaan met vragen over Sara te stellen.

‘Denk je echt dat wij je geloven als je zegt dat je nooit in de verleiding bent geweest om… iets met je buurmeisje te doen. Het was een heel lief meisje.’

‘Ik heb haar niet aangeraakt, zeg ik toch. En zo lief was ze nou ook weer niet. Ze was een echte donderstraal. Van de zomer is ze onze tuin in geslopen en heeft al Monica’s planten uit de grond getrokken. Dat was vast een idee van haar stomme oma.’

Patrik verbaasde zich over de snelheid waarmee Kajs nervositeit verdween en de haat jegens Lilian Florin de overhand kreeg. Zelfs onder deze omstandigheden lagen de emoties zo diep dat Kaj even vergat waarom hij hier zat. Toen zag Patrik hoe de werkelijkheid weer tot hem doordrong en Kaj zijn schouders weer liet zakken.

‘Ik heb het meisje niet vermoord,’ zei Kaj zachtjes. ‘En ik heb haar niet aangeraakt, ik zweer het.’

Patrik wisselde wederom een blik met Martin en nam toen een besluit. Ze leken momenteel niet veel verder te komen. Hopelijk zouden ze meer materiaal krijgen als de huiszoeking en het onderzoek van Kajs computer klaar waren. En als ze echt geluk hadden, vonden de technici iets in Kajs badkamer.

Martin bracht Kaj terug naar zijn cel en Mellberg vertrok even later. Patrik bleef alleen achter. Hij keek hoe laat het was. Nu was het voor hem ook tijd om te gaan, vond hij. Hij wilde naar huis om Erica een zoen te geven en zijn neus in het kuiltje van Maja’s hals te drukken en haar geur in te ademen. Dat was waarschijnlijk het enige dat het kleffe gevoel kon verdrijven dat hij had na zo lang met Kaj in een kleine ruimte te hebben gezeten. Het gevoel van ontoereikendheid deed hem ook verlangen naar de geborgenheid thuis. Maar hij mocht dit niet verprutsen. Mensen als Kaj mochten niet vrij rondlopen. Vooral niet als ze de dood van een klein meisje op hun geweten hadden.

Hij wilde net naar buiten gaan toen Annika hem tegenhield. ‘Je hebt bezoek, ze zitten al een tijdje te wachten. En Gösta wilde je spreken zodra je tijd hebt. En ik heb een aangifte binnengekregen waar je naar moet kijken. Meteen.’

Patrik zuchtte en liet de deur dichtvallen. Het leek erop dat hij zijn plan om naar huis te gaan moest laten varen. Nu zag het ernaar uit dat hij Erica moest bellen om te zeggen dat het laat zou worden. Het was een telefoontje waar hij zich niet op verheugde.

Charlotte hield haar vinger al bij de deurbel, maar aarzelde. Toen nam ze een beslissing en na een keer diep adem te hebben gehaald, drukte ze toch. Ze hoorde de bel overgaan. Heel even overwoog ze om om te draaien en weg te gaan. Toen hoorde ze voetstappen en dwong ze zichzelf te blijven staan.

Ze herkende de vrouw vaag toen de deur werd geopend. Het dorp was niet groot en waarschijnlijk waren ze elkaar weleens ergens tegen het lijf gelopen. Ze zag dat de ander wist wie zij was. Na een kort, aarzelend moment deed Jeanette de deur verder open en stapte opzij.

Het verbaasde Charlotte hoe jong de andere vrouw eruitzag. Vijfentwintig, had Niclas gezegd toen ze hem onder druk had gezet. Ze wist zelf niet waarom ze dergelijke details wilde weten. Het was een soort oerbehoefte, een drift om zoveel mogelijk te weten. Wellicht omdat ze hoopte op de een of andere manier te begrijpen wat hij zocht dat zij hem niet kon geven. Misschien was ze daarom ook door een onverbiddelijke kracht hierheen gezogen. Ze was nog nooit de confrontatie aangegaan met zijn eerdere minnaressen. Ze had hen wel willen zien, maar ze had het nooit gedurfd. Na Sara’s dood was alles echter helemaal anders geworden. Het was alsof ze onkwetsbaar was. Alle angsten waren verdwenen. Ze was al getroffen door het ergste dat een mens kan overkomen; de meeste dingen die haar vroeger hadden lamgeslagen en beangstigd, leken nu onbeduidende kleine hindernissen. Niet dat het makkelijk was hierheen te gaan, dat wilde ze niet beweren. Maar ze deed het. Sara was dood, dus deed ze het.

‘Wat wil je?’ Jeanette keek haar afwachtend aan.

Charlotte voelde zich groot vergeleken met haar. De ander was waarschijnlijk niet langer dan één meter zestig en met haar één meter vijfenzeventig voelde Charlotte zich een reus. Jeanettes figuur was ook niet veranderd door de geboorte van twee kinderen en Charlotte noteerde onwillekeurig dat de borsten in het strakke topje geen bh nodig hadden om omhoog te steken. Ze zag een scène voor zich. Jeanette naakt in bed met Niclas, die haar perfecte borsten streelde. Ze schudde even haar hoofd om het beeld te laten verdwijnen. Ze had in de loop van de jaren al genoeg tijd besteed aan dat soort zelfkwellingen. Bovendien raakten de beelden haar tegenwoordig niet even erg. Ze had ergere beelden in haar hoofd. Beelden van Sara, drijvend in het water.

Charlotte zette zich ertoe terug te keren naar de werkelijkheid. Met kalme stem zei ze: ‘Ik wilde alleen even met je praten. Kunnen we misschien een kopje koffie drinken?’

Ze wist niet of Jeanette had verwacht dat ze zou komen, of dat ze de situatie zo absurd vond dat ze niet wist wat ze ermee aan moest. Jeanettes gezicht verried hoe dan ook geen verrassing, ze knikte slechts en liep naar de keuken. Charlotte volgde haar. Nieuwsgierig keek ze om zich heen in de flat. Het zag er ongeveer zo uit als ze had verwacht. Een kleine tweekamerflat, met veel grenen meubelen, gordijnen met ruches en souvenirs uit het buitenland als voornaamste versiering. Waarschijnlijk spaarde ze elke öre die ze overhield om feestreizen naar de zon te kunnen maken, en die reizen vormden ongetwijfeld de hoogtepunten in haar leven. Naast vrijen met getrouwde mannen natuurlijk, dacht Charlotte bitter terwijl ze aan de keukentafel ging zitten. Ze voelde zich niet even zelfverzekerd als ze hoopte dat ze eruitzag. Binnen in haar borst klopte haar hart hard en nerveus. Maar ze had de ander in de ogen willen kijken. Om voor het eerst te zien welk type vrouwen een paar uur in bed zwaarder liet wegen dan huwelijksbeloften, kinderen en fatsoen.

Tot haar verbazing was Charlotte teleurgesteld. Ze had zich Niclas’ minnaressen altijd heel anders voorgesteld. Jeanette zag er weliswaar leuk uit en ze had mooie rondingen, maar ze was zo… ze zocht naar het juiste woord… zo nietszeggend. Ze straalde geen warmte uit, geen energie en naar wat Charlotte van haar en haar huis zag, leek ze ook niet de capaciteiten of ambities te hebben om iets anders te doen dan onverschillig met de stroom mee te varen.

‘Alsjeblieft,’ zei Jeanette nors en ze zette een kopje koffie voor Charlotte neer. Toen ging ze aan de andere kant van de tafel zitten en begon nerveus van haar koffie te drinken. Charlotte zag dat ze lange, perfect verzorgde nagels had. Nog een ding dat niet voorkwam in de leefwereld van moeders met kleine kinderen.

‘Ben je verbaasd mij hier te zien?’ vroeg Charlotte en ze keek de vrouw tegenover zich met ogenschijnlijke kalmte aan.

Jeanette haalde haar schouders op. ‘Ik weet het niet. Misschien. Ik heb niet zoveel over jou nagedacht.’

Ze is in elk geval eerlijk, dacht Charlotte. Of dat uit oprechtheid was of gewoon uit domheid, kon ze nog niet uitmaken.

‘Wist je dat Niclas mij over jou heeft verteld?’

Wederom hetzelfde nonchalante ophalen van de schouders. ‘Ik wist natuurlijk dat dat vroeg of laat zou gebeuren.’

‘Hoe wist je dat?’

‘De mensen praten hier zoveel. Er is altijd wel iemand die ergens iets heeft gezien en zich vervolgens verplicht voelt dat door te vertellen.’

‘Het klinkt alsof je dit spel vaker hebt gespeeld,’ zei Charlotte.

Er verscheen een glimlachje op Jeanettes lippen. ‘Ik kan er toch ook niets aan doen dat de beste mannen meestal al bezet zijn. Niet dat zij zich daar echt druk om maken, trouwens.’

Charlottes ogen versmalden zich. ‘Dus Niclas maakte zich daar ook niet druk om? Dat hij getrouwd was en twee kinderen had?’ Ze bleef even steken bij het woord ‘had’ en voelde hoe de emoties haar opnieuw dreigden te overmannen. Met moeite duwde ze ze weg.

Haar aarzeling over de formulering had Jeanette kennelijk doen inzien dat ze misschien medemenselijke verplichtingen had. Stijf zei ze: ‘Het spijt me echt wat er met jullie dochter is gebeurd. Met Sara.’

‘Ik wil niet dat je de naam van mijn dochter in je mond neemt,’ zei Charlotte met ijskoude stem, waardoor Jeanette terugdeinsde. Ze sloeg haar blik neer en roerde in haar koffiekopje.

‘Beantwoord liever mijn vraag: maakte Niclas zich er ooit druk om dat hij met jou vree terwijl hij thuis een gezin had?’

‘Hij had het niet over jullie,’ zei Jeanette ontwijkend.

‘Nooit?’ vroeg Charlotte.

‘We hadden andere dingen te doen dan over jullie praten,’ liet Jeanette zich ontvallen, voordat ze inzag dat ze zich uit puur fatsoen wat gedeisder moest houden.

Charlotte keek haar met afkeer aan. Maar ze voelde nog meer afkeer en verachting voor Niclas, die kennelijk bereid was geweest alles weg te gooien voor een dom, kleingeestig wicht dat dacht dat de wereld aan haar voeten lag omdat ze op de middelbare school een keer tot lichtkoningin van de klas was gekozen. Ja, Charlotte herkende het type. Te veel aandacht in de jaren dat het ik het meest beïnvloedbaar was, had haar ego tot enorme proporties opgeblazen. Dat ze andere mensen kwetste, nam wat haar niet toebehoorde, dat betekende niets voor vrouwen als Jeanette.

Charlotte stond op. Ze had spijt dat ze was gekomen. Ze had liever het beeld vastgehouden dat Niclas’ minnares een mooie, intelligente, hartstochtelijke vrouw was. Iemand die ze in zekere zin als concurrente kon zien. Maar deze vrouw voelde alleen maar goedkoop. De gedachte aan Niclas en Jeanette samen deed haar maag omkeren, en ze voelde hoe het kleine beetje respect dat ze in de loop van de jaren voor hem was blijven voelen, langzaam in het niets verdween.

‘Ik kom er zelf wel uit,’ zei ze en ze liet Jeanette achter aan de keukentafel. Op weg naar buiten stootte ze ‘per ongeluk’ een aardewerken ezel met de tekst ‘Lanzarote 1998’ om die op het gangkastje stond. Hij viel in duizend stukken op de grond. Een ezel voor een ezel, dacht Charlotte terwijl ze genietend op de scherven stapte voordat ze de deur achter zich dichttrok.