31
Julia zat een paar minuten naar het lege beeldscherm van de laptop te staren.
Ze wilde dat het ophield. Ze wilde dat alles ophield: de stilte in het appartement, het zoemen van de laptop, de angst, de vragen, de hoofdpijn, het gloeien van haar lichaam en het trillen. Ze wilde niets meer doen, ze wilde niet meer dapper zijn, ze wilde Robert niet meer beschermen, ze wilde geen wantrouwen meer voelen.
Op dit moment wilde ze helemaal niets meer. Ze was moe. Leeg. Alles deed pijn. Maar één ding wilde ze al helemaal niet: dat iemand de macht had om haar zo’n leeg gevoel te geven. Ze wilde zelf beslissen wanneer ze het opgaf.
Julia rechtte haar schouders en stond op. Nee, ze zou niet toelaten dat iemand ontdekte hoe ze echt heette. En ze zou er alles aan doen om ervoor te zorgen dat niemand erachter kwam dat Robert ooit Ralph had geheten.
Julia kwam niemand tegen toen ze met de lift naar beneden ging. De deuren van de lift gingen met een zacht gezoem open en ze stapte de lange gang in.
De gangen van de kelder waren hetzelfde als die van de verdiepingen boven de grond, alleen waren hier geen ramen en was de vloer bedekt met gifgroen linoleum in plaats van parket. Bovendien gaven de groenachtig flikkerende spaarlampen de lange gangen een koude, lugubere sfeer. Het was net alsof ze meespeelde in een van die horrorfilms waarin iemand door de lange gangen van een uitvaartcentrum dwaalde en er elk moment een paar lugubere zombies de hoek om konden komen.
Toen Julia haar hand naar de lichtknop uitstrekte, hield ze er bijna rekening mee dat het licht zou flikkeren, maar de gang baadde meteen in fel licht. Het hielp niet veel. Het leek nog steeds alsof de architecten van plan waren geweest om de kelder zo angstaanjagend mogelijk te maken.
De filmgeluiden van Lord of the Rings drongen door uit de bioscoopzaal. Ze hoorde aan de muziek om welk stuk het ging. Julia’s hoofd bonkte, maar dat kwam niet van het geluid. Twee withete naalden staken rechts en links in haar slapen. Ze legde haar hand op haar voorhoofd. Ze gloeide.
Haastig begon ze door de gang naar de mediatheek te lopen. De deur stond op een kier. Nog steeds hoorde ze de muziek die bij de slag om Midden-Aarde hoorde. Ze was blij dat het geen andere film was, een lachfilm of de een of andere liefdesfilm, want met die muziek als begeleiding had ze waarschijnlijk niet naar binnen durven gaan.
Langzaam duwde ze de deur naar de computerruimte open. En hoewel ze had geprobeerd zich voor te bereiden op wie ze daar zou aantreffen, kon ze niet geloven dat ze gelijk had gehad.
Katie zat achter een van de computers en Julia herkende de lijst op het beeldscherm meteen. De Koreaanse keek op. ‘Aha, daar ben je dan,’ zei ze kalm.
Julia schraapte haar keel. Er zat iets in waardoor ze moeite had met slikken. ‘Wat doe je hier?’ Ze herkende haar eigen stem niet.
‘Moet je dat nog vragen?’ Katie schudde haar hoofd. ‘Ik had verwacht dat je intelligenter was.’
Julia gaf geen antwoord. Het ontbrak haar niet aan woorden, integendeel, er tolden juist te veel woorden door haar hoofd. Daarom zweeg ze koppig en bleef ze ook zwijgen toen Katie verderging. ‘Je hebt de ketting met het medaillon in het meer gevonden.’
Julia keek naar de usb-poort. De met strassteentjes versierde stick zag er heel onschuldig uit, terwijl hij de macht had om oneindig veel leed te veroorzaken.
‘Wat wist Angela Finder over jou?’ vroeg ze uiteindelijk.
‘Niets,’ antwoordde Katie, en ze vertrok haar gezicht in een sfinxachtig glimlachje. ‘Helemaal niets.’
‘Je liegt. Angela heeft je gechanteerd.’
‘Waarom zou ze dat doen?’ Irritatie, verbazing, dreiging? Julia kon niet precies zeggen wat ze in Katies stem hoorde.
‘Wat heb je met haar gedaan?’
‘Wat ik met haar gedaan heb?’ Katie keek weer naar het scherm. ‘Niets. Je raaskalt.’
‘“Ik ken je verhaal,”’ citeerde Julia. ‘Die zin stond in Angela’s e-mail aan jou.’
Pas nu ontlokte ze een reactie aan Katie. Ze werd bleek.
‘Welk verhaal bedoelde Angela?’ hield Julia vol.
‘Er is geen verhaal.’ De Koreaanse balde haar vuisten. ‘En niemand chanteert me. Mij niet!’ Ze kreeg een uitdrukking op haar gezicht die Julia bang maakte. Katie kwam langzaam overeind, draaide zich naar Julia om en ging dreigend voor haar staan. ‘Dat gaat niemand iets aan, snap je?’ Haar smalle, donkere ogen vonkten. ‘En ik zweer je, als je iemand iets vertelt, dan…’
Katie maakte de zin niet af, maar pakte plotseling Julia’s arm en trok haar mee. ‘Meekomen, en snel!’ siste ze. ‘Als je één kik geeft, zorg ik ervoor dat je er spijt van krijgt.’ Ze trok Julia tussen de werktafels door naar de achterkant van de zaal. Daar duwde ze haar achter een van de scheidingswanden en gebaarde dat ze moest hurken.
Julia’s tanden klapperden en ze trilde over haar hele lichaam. Ze keek naar Katie, die van de ene seconde op de andere veranderde. Haar ogen werden nog smaller dan ze al waren. De hoge jukbeenderen leken te verschuiven en haar mond werd breder. Julia had het gevoel dat ze naar een masker staarde.
Ze hief haar hand op en Julia deed haar ogen dicht. Ze verwachtte een klap, die echter uitbleef. Toen ze haar ogen weer opendeed, zag ze dat Katie naast haar hurkte en haar vinger tegen haar lippen hield.
Er sloeg een deur dicht en daarna hoorden ze voetstappen.
Aan de openingstune te horen startte iemand Windows op bij een werkplek voor in de mediatheek. Daarna hoorden ze het tikken op een toetsenbord.
Katie verroerde zich niet. Julia vroeg zich af of ze de usb-stick uit de computer had getrokken. Of zat die er nog in?
De deur ging weer open. ‘Ben je nog aan het werk?’ Het was Debbie. Haar stem was uit duizenden te herkennen.
Geen reactie.
‘Of had je geen zin in de film?’
‘Geen zin,’ was het korte antwoord. Ook deze stem kende Julia.
‘Nee, ik ook niet. Wat moet ik met Orlando Bloom als ik jou kan krijgen?’ Debbie lachte de schelle lach die karakteristiek voor haar was.
Katie schoof een stuk naar voren om achter de scheidingswand vandaan te gluren. Julia maakte van de gelegenheid gebruik om uit haar ongemakkelijke positie te komen. Katie pakte haar arm onmiddellijk vast, keek haar met van boosheid fonkelende ogen aan en legde haar vinger tegen haar lippen.
Wat was er aan de hand? Julia snapte er niets van. Wat voerde Katie in haar schild?
‘Ik heb je trouwens gezocht,’ zei Debbie.
‘O ja?’ bromde de stem.
‘Ik wil met je praten over Angela Finder.’
Geen antwoord.
‘Ze heeft je geholpen, nietwaar?’ ging Debbie verder. ‘Ze was natuurlijk slim, heel slim, maar geloof me, ze was niet de enige.’
‘Waarom ga je niet samen met de anderen naar de film kijken?’
‘Ik kan dat soort films niet verdragen.’ Debbie verviel in haar gebruikelijke, schijnbaar onschuldige babbeltoon. ‘Ik bedenk mijn verhalen liever zelf.’ Ze giechelde. ‘Maar om terug te komen op het onderwerp, je weet toch wie mijn vader is? Hij heeft heel goede connecties. Misschien kan hij je helpen.’
In Julia’s bonkende hoofd draaide alles. Wat was dat voor geklets over goede connecties? En waarom hield Katie haar nog steeds vast?
‘Waarom hoepel je niet gewoon op?’ hoorde ze. ‘Ik heb de connecties van je vader of je stomme geklets over Angela niet nodig. En als je geen zin in de film hebt, ga je toch gewoon naar bed?’
‘Alleen?’ Het was waarschijnlijk verleidelijk bedoeld, maar het klonk alsof ze in een slechte film speelde. ‘Dat meen je niet. Je weet toch hoe gek ik op je ben?’
‘Hé, wat doe je? Laat me los!’
‘Ik weet dat je ook gek op mij bent. Dat voel ik.’
‘Ben je krankzinnig?’
‘Maar je hebt bij het meer toch gezegd dat ik altijd bij je mag komen?’
‘Omdat je zeurde dat je moeite had met je studie.’
Het zou Julia niet verbazen als Debbie het volgende moment de kleren van haar lichaam zou rukken. En prompt hoorde ze een woedende kreet.
‘Laat dat!’
‘Jij wilt het toch ook?’ jammerde Debbie. ‘Waarom heb je gisternacht dan voor me gezorgd?’
‘Ben je gek geworden? Ik zou nog eerder Ike pakken dan een vetzak zoals jij!’ Hij lachte, en er welde een geluid uit Debbies keel op dat Julia niet kon thuisbrengen. Iets tussen snikken en knorren in.
‘Je bent gemeen,’ fluisterde Debbie. ‘Hondsgemeen.’
Er rolde een stoel over de grond en iets stootte tegen een tafel.
‘Ik zou alles voor je doen.’ Het was even stil en daarna ging ze verder. ‘Net als Angela.’
Stilte. Katie verroerde zich niet. Haar ogen waren wijd opengesperd.
‘Ik hou van je, begrijp je dat niet?’ riep Debbie. ‘Ik hou echt van je!’
Weer het rollen van een stoel en daarna opnieuw de stem. Nuchter. Koud. Zo ijskoud als Julia nog nooit had gehoord. ‘Donder gewoon op, Debbie. Ik heb er genoeg van. Ik wens je een fijne avond en een fijn leven, maar zonder mij.’
Ineens was elk spoor van gejammer en wanhoop uit Debbies stem verdwenen. ‘Als ik jou was, zou ik me niet wegsturen,’ zei ze beheerst, alsof ze over het weer praatte. ‘Ik weet dat Angela je de examenvragen met de antwoorden heeft gegeven.’
‘Ik heb geen idee waar je het over hebt.’
‘Angela kon in de computers van de grootste banken komen. De opgaven van het toelatingsexamen waren kinderspel voor haar.’
Julia zag een spier in Katies gezicht trekken, en nu begon zij het ook langzamerhand te begrijpen. Angela had hem ook gechanteerd.
Er klonk een klap.
‘Au, dat doet pijn!’
‘Dat is ook de bedoeling, en het gaat nog veel meer pijn doen als je niet eindelijk je bek houdt! Voor altijd!’
‘Heb je dat ook tegen Angela gezegd voordat je haar in het meer duwde?’
Julia hield haar adem in. Hij? Nee, dat kon niet waar zijn.
‘Debbie, geloof me, je begeeft je op héél gevaarlijk terrein.’ De dreiging in zijn stem was onmiskenbaar.
‘Meen je dat?’ Haar stem droop van het sarcasme. ‘Weet je, ik denk het niet. Want ik weet toevallig precies wat je hier aan het doen bent. Je zoekt Angela’s geheime gegevens, nietwaar? Zodat je dat kleine, lekkere kontje van je kunt redden. Maar hoe wil je die vinden als ze gecodeerd zijn weggestopt? Die gegevens kan alleen iemand opsporen die net zo goed is als Angela.’ Er klonk triomf in Debbies stem. ‘Iemand zoals ik.’