27
‘Shit, man,’ mompelde Chris. ‘Je hebt het gefilmd. Je hebt Angela Finders dood echt gefilmd.’
‘Maar ik wist het niet.’ Benjamins stem klonk hees. Eén moment dacht Julia dat hij huilde, maar het volgende moment barstte hij in een vreemde, hysterische lach uit, waar hij niet meer mee stopte. ‘Ik heb een moord gefilmd, een moord die ik niet eens heb opgemerkt. Jezus, als mijn vader dat wist! Misschien zou dat een baan voor me zijn. Videobewaker in een winkelcentrum. Een schakelpaneel en ik kan alles zien. Dan kan ik de vrouwtjes onder de rokken kijken en de mannen filmen als ze tegen een etalage pissen.’ Benjamin praatte en praatte. Blijkbaar was dat zijn manier om de schok te verwerken.
Debbie snikte zo hysterisch dat zelfs Rose haar geduld verloor. ‘Kun je alsjeblieft eindelijk je kop houden?’
‘Ze heeft iets in haar hand,’ onderbrak Robert de anderen nuchter.
Ze staarden weer naar het beeld. De hand was duidelijk te herkennen en hield inderdaad iets stevig omklemd.
‘Kan het niet scherper?’ vroeg Alex.
‘Daarvoor moeten we de band naar een laboratorium sturen,’ zei Robert nuchter.
‘Zou de politie het voorwerp, wat het ook is, hebben gevonden?’ vroeg Katie. ‘Heeft iemand iets gehoord?’ De een na de ander schudde zijn hoofd. Uiteindelijk wendde ze zich naar Alex, maar ook die haalde zijn schouders op. ‘Mensen, ik vind het net zo vervelend als jullie,’ zei hij hulpeloos. ‘Maar de decaan is heel duidelijk geweest. De studenten, en zelfs de studiebegeleiders, krijgen geen informatie.’
‘We moeten er gewoon naar op zoek gaan,’ zei Katie kalm.
‘Waar?’ fluisterde Rose.
Ze wisten het antwoord voordat Katie het had uitgesproken.
‘Op de bodem van het meer.’
‘En wie van ons is zo krankzinnig om dat te doen?’ vroeg David. De vraag bleef in de lucht hangen.
‘Ik,’ verkondigde Katie.
Katie? Uitgerekend Katie? Waarom? Zocht ze ergens naar? Was het een bewijs dat ze voor de anderen wilde vinden? Of trok de uitdaging haar aan? Terwijl Julia daarover nadacht, bedacht ze dat de anderen hetzelfde over haar konden denken. Iemand die niets van zichzelf prijsgaf, was altijd verdacht.
‘Nee,’ protesteerde David met een stem die nagenoeg toonloos was. ‘Ik ben zowat verdronken in het meer. Je hebt er geen idee van hoe het is.’
‘Het gaat je niets aan wat ik doe,’ antwoordde Katie kalm.
‘Het meer is op sommige plekken meer dan vijftig meter diep. Je hebt geen enkele kans.’
‘Op de plek waar we Angela hebben gevonden, is het niet zo diep. Hoogstens tien meter. Anders hadden we haar nooit gezien.’
‘Er is iets met het meer aan de hand. De waterdiepte verandert,’ zei Robert. ‘En per tien meter diepte wordt de druk een bar hoger. Daarna kan het gevaarlijk worden.’
‘Ik weet wat ik doe,’ zei Katie koppig.
Julia las in haar ogen dat niemand haar ervan af zou houden. Het was iets wat ze in de Koreaanse bewonderde. Iets wat samen met Julia’s vroegere ik was verdwenen.
‘Ik ga mee,’ zei Julia plotseling. ‘Ik heb vroeger vaak gedoken.’
Robert keek haar geschrokken aan.
‘Ik kan niet verantwoorden wat jullie van plan zijn.’ Alex was bleek. ‘Ik moet het aan de decaan melden.’
‘Waar blijf je nou met je beroemde erecode?’ vroeg Chris spottend. ‘We hebben jullie niet verraden en nu hou jij je mond dicht over wat wij van plan zijn.’
Julia had de beslissing spontaan genomen. Ze wilde niet alleen het voorwerp vinden dat ze in Angela Finders hand had gezien, ze had plotseling ook de dringende behoefte om iets extreems te doen. Ze wilde het gevecht aangaan, een gevecht op leven en dood. En het was niet gelogen toen ze vertelde dat ze vroeger vaak had gedoken. Ze was lid van een duikvereniging geweest en had aan internationale wedstrijden meegedaan. Ze beheerste het opheffen van drukverschil onder water, en bovendien had ze haar longen jarenlang getraind, ook al had ze er de laatste tijd niets meer aan gedaan.
Ze ontmoetten elkaar de volgende ochtend om zes uur bij de brug waar Angela Finder was verdronken. Op dit tijdstip waren ze er zeker van dat er geen ooggetuigen zouden zijn.
Pas toen ze de helling af was geklommen, begon Julia te beseffen wat het betekende om hier te duiken. Katie had gelijk dat het water op deze plek waarschijnlijk niet dieper dan tien meter was, maar Julia was vergeten hoe steil de oever afliep. Ze moest meteen in het diepe springen en kon niet langzaam aan de kou wennen. Aan de andere kant maakte ze zich misschien zorgen om niets. Het water was gisteren helemaal niet zo koud geweest.
Julia keek naar Katie, die naast haar stond. Net als Julia droeg ze een sportbadpak. Ze huiverden allebei in de frisse ochtendlucht. Het kon niet warmer dan tien graden zijn. De hemel was bewolkt en grijs, maar de zon scheen achter de wolken. Het leek alsof de dag nog niet had beslist of hij vandaag mooi wilde zijn of niet.
‘Weet je het zeker?’ vroeg Chris zachtjes terwijl hij zijn arm om Julia’s schouders sloeg.
Ze wisselde een blik met hem. ‘Heel zeker,’ antwoordde ze. Hij knikte en ze was dankbaar dat hij niet probeerde haar tegen te houden.
‘Daar gaan we dan!’ Katie nam een korte aanloop en dook met haar hoofd voorover in het water.
Julia’s hart bonkte. Het volgende moment dook ze achter haar aan. Ondanks de ervaring van gisteren had Julia zich erop voorbereid dat het water verschrikkelijk koud zou zijn, maar ze voelde de kou nauwelijks. Of kwam het doordat haar lichaam de afgelopen maanden een beschermende laag had ontwikkeld waardoor ze ongevoelig voor pijn was geworden?
Ze haalde nog een keer diep adem, deed haar ogen dicht en dook. De stilte omringde haar en de kou werd steeds doordringender. Toen ze haar ogen opendeed, zag ze het eerste moment niets. Met vloeiende bewegingen begon ze naar beneden te zwemmen, tot iemand ineens haar schouder vastpakte. Katie keek haar met grote ogen aan.
Julia knikte naar haar. Alles oké, gebaarde ze, en ze had er graag ‘ik ben gelukkig’ aan toegevoegd. Dat was ze namelijk. Onder water was alles anders, bijna vertrouwd. Het voelde een beetje als thuiskomen. Julia’s duikrecord stond op twee minuten en drieënveertig seconden, maar nu had ze het gevoel dat ze het veel langer zou kunnen volhouden.
Ze keek om zich heen. De oever liep steil naar beneden en stopte bij een betonnen rand. Als iemand Angela met rolstoel en al in het water had geduwd, was het gehandicapte meisje als een baksteen naar beneden gezonken.
Julia werd duizelig bij het idee. Of kwam dat door het gebrek aan zuurstof? Concentreer je, Julia!
Ze ging harder zwemmen en na een paar slagen zag ze de bodem. Geen planten, geen vissen, alleen stenen. Het was verlaten, naargeestig en schraal. Ze had op duiksportforums gelezen over bergmeren met een woestijnachtige bodem en dit leek er een te zijn. In elk geval op deze plek.
Julia voelde dat ze langzamerhand minder zuurstof kreeg, maar wat had ze anders verwacht? Ze had maandenlang niet gedoken en was ongetraind. Haastig zocht ze de bodem af, terwijl ze tegelijkertijd de seconden telde tot ze weer naar boven moest.
Waar was Katie? Was ze al naar boven om adem te halen?
Julia zocht verder. Er móést hier iets zijn! Ze moest een spoor van Angela vinden. Hoewel ze het steeds benauwder kreeg, wilde ze niet opgeven.
Iemand pakte haar arm vast en wilde haar naar boven trekken. Julia schudde de hand af. Ze was hier om de waarheid te zoeken! Ze wilde het mysterie oplossen.
Haar handen gleden over de stenen en grepen tussen de ruimtes. Plotseling raakte haar hand iets. Het was een ruw voorwerp. Een ketting? Ze trok het naar zich toe. Het zat klem. Julia trok nog een keer. De ketting bleef ergens achter haken. Met alle kracht trok ze opnieuw en hield daarna het voorwerp in haar hand dat Angela op een bepaald moment had losgelaten. Zonder na te denken liet ze de ketting in de halsopening van haar badpak glijden.
Katie pakte Julia weer vast, maar ze verweerde zich opnieuw. Waarom deed ze dat? Julia begreep het zelf niet. Het was iets waar ze geen controle over had. Het leek alsof ze alles had bereikt wat ze wilde. Onder water hoefde ze niet te liegen, hoefde ze niet te bedriegen, hoefde ze niet te kijken naar de gezichten van mensen die iets van haar verwachtten. Het was alsof die afschuwelijke tijd voorbij was, alsof ze alles gewoon kon loslaten.
Misschien had Angela het helemaal niet erg gevonden om op deze manier te sterven. Misschien was verdrinken niet zo’n verschrikkelijke dood. Misschien was de dood op zich zelfs niet gruwelijk, zoals ze zeiden, maar was het vredig, zoals ze zich nu voelde.
Ze voelde de kracht uit haar ledematen wegtrekken. Haar lichaam zweefde. Ze liet los waaraan ze de afgelopen maanden uit alle macht had vastgehouden. Iets wat nooit meer zou terugkomen. Haar verleden. Mama. Papa.
Plotseling voel ze een ruk. Iemand trok aan haar. Ze hoorde geschreeuw en voelde dat ze naar boven werd getrokken. Ze verweerde zich niet, en toen het felle zonlicht haar ondanks haar gesloten ogen verblindde, dacht ze dat ze het allemaal had gedroomd.
Stemmen schreeuwden tegen haar. ‘Adem! Verdomme, haal adem, Julia!’ Iemand duwde op haar bovenlichaam. Haar ribben deden pijn, alsof ze bijna braken. ‘Je moet ademen!’
Waarom?
Julia’s hoofd werd naar achteren geduwd, haar mond geopend, en daarna voelde ze vreemde lippen op haar mond. Ze waren hard en vastberaden. Het volgende moment stroomde er lucht door haar lichaam. Ze deed haar ogen open en keek in een gezicht, dat van David bleek te zijn. Hij was razend!
‘Ben je helemaal gek geworden?’
Stemmen, gezichten, Julia kon ze niet goed plaatsen. ‘Wat was je van plan? Vier minuten! Je bent vier minuten onder water gebleven! Wilde je zelfmoord plegen?’
Roberts bleke gezicht en de grote ogen achter de bril verschenen in haar blikveld. De uitdrukking van verdriet en ontzetting schokte Julia, maar er was nog iets. Hij wist het. Hij wist waarom ze zo lang onder water was gebleven, waarom ze één moment, één moment maar, had gehoopt dat ze zou verdwijnen en rust zou vinden op de bodem van het meer.
‘Er is n-niets aan de hand,’ stotterde ze. Ze hapte naar adem. Het lukte haar niet om het klapperen van haar tanden te stoppen, net zomin als het trillen van haar lichaam. ‘Alles is in orde, echt waar. Ik had geen problemen daar beneden. Helemaal niet.’
Ze zag wantrouwen in Roberts ogen, maar hij zweeg, terwijl David nog steeds vloekte. Hij vervloekte ‘deze klotevallei en het verdomde meer’, alsof de natuur schuldig was aan het korte moment waarin Julia met haar leven had gespeeld.
‘Hoe is het gegaan?’ Debbie leek als enige onverstoorbaar. ‘Hebben jullie daar beneden iets gevonden?’
Julia schudde haar hoofd terwijl ze zich nog steeds concentreerde op het ademhalen. Ze dacht aan de ketting met het medaillon in haar halsuitsnijding.
‘Alleen dit,’ hoorde ze Katie mompelen. In haar hand hield ze twee wonderlijke, getande voorwerpen van metaal.
‘Wat zijn dat?’
‘Stijgijzers,’ zei Katie stralend. Voor het eerst sinds Julia haar had leren kennen, leek ze gelukkig.
Alleen Chris had zich nog niet verroerd. Hij zat een beetje achteraf met zijn gezicht in zijn handen. Julia staarde naar hem. Op dat moment hief hij zijn hoofd op en keek hij haar aan met ogen die zo donker waren dat ze zwart leken.
Later, ze wist niet goed hoe ze in het schoolgebouw was teruggekomen, vluchtte Julia naar de gemeenschappelijke toiletruimte naast de ontvangsthal. Wat ze die ochtend onder water had beleefd en gevoeld, kon ze niemand vertellen. Ze probeerde zich zo normaal mogelijk te gedragen en hoopte dat niemand zou merken hoeveel moeite dat haar kostte. En het was nog veel moeilijker omdat ze steeds weer verbazing hoorde over het feit dat ze vier minuten onder water was gebleven.
Ze staarde naar de ketting. Het zilveren medaillon woog zwaar in haar hand. Niets wees erop dat het bijna een week in het meer had gelegen.
Julia kon niet uitleggen waarom ze het aan niemand had laten zien. Of eigenlijk wist ze het wel. Behalve Robert kende ze niemand op Grace College. Niet echt. Haar huisgenootjes en jaargenoten niet, en de studenten uit de hogere jaren al helemaal niet. Voor haar vertrek hadden ze haar ingeprent dat ze niemand mocht vertrouwen.
En Chris dan? Nee, Chris ook niet. Ze was sowieso te dicht bij hem gekomen. Veel te dicht.
Ze haalde diep adem en maakte het medaillon open. Het was een wonder dat er geen water in was gekomen, maar het was helemaal droog. Ze pakte het zwarte voorwerp, dat zijn verblijf in het water had doorstaan zonder beschadigd te raken.
Aanvankelijk had ze er geen idee van wat het was, maar toen vielen de schellen haar van de ogen. Ze hield de kleinste usb-stick die ze ooit had gezien in haar hand. Een usb-stick met een zwarte metalen huls, die was versierd met piepkleine strassteentjes.