30
robert
[de e van elfentaal]
Robert zat in de benauwde bioscoopzaal, die naast de mediatheek in de kelder van het college lag. De kelder lag diep in de rots. Niet alleen in de bioscoop, maar overal in de kelder ontbraken ramen. De gangen werden verlicht door tl-buizen en zodra Robert in de kelder was, had hij het gevoel dat hij stikte. Om hem heen hoorde hij het geritsel van popcornzakken en gefluister.
Op het witte doek draaide Lord of the Rings deel 1 en Robert piekerde erover waarom deze film zoveel mensen had gefascineerd. Er kwam niets in voor wat echt was. Het was een sprookje. Natuurlijk, Tolkien was een genie geweest en had zelfs een eigen taal ontwikkeld, die Robert een tijdlang had bestudeerd. Maar tegenwoordig vond hij de beelden en de woorden irritant en gaven ze hem een onbehaaglijk gevoel.
De zinnen draaiden onophoudelijk in zijn hoofd en verbonden zich op een beklemmende manier met de realiteit.
Waarom vond hij de vallei zo onheilspellend? Welke raadsels en gevaren verborgen de omringende bossen? Waarom raakte hij het gevoel niet kwijt dat er iets niet klopte aan het meer?
Sinds het feest bij het boothuis was hij vooral gefascineerd door het meer. Er was iets onder het wateroppervlak. Iets wat de merkwaardige stromingen en gevaarlijke draaikolken veroorzaakte. Misschien een onderaardse beek, dacht hij voor de honderdste keer. Onderaardse bronnen die Lake Mirror van water voorzagen.
Hij dacht eraan dat hij nergens had kunnen vinden hoe diep het meer was, en aan wat hij zelf had meegemaakt. Toen hij in het woeste water zwom, had het geleken alsof hij een bodemloze diepte onder zich had.
En was er een reden voor de opeenstapeling van ongelukken? Of gebeurde alles toevallig?
De politieagent die zich over Julia en hem had ontfermd – het leek Robert jaren geleden – had gezegd dat hun vader een held was. Misschien was hij dat inderdaad geweest, dat wist Robert niet, maar hij had in elk geval begrepen dat je alleen een held kon worden als je beproevingen doorstond. Levensgevaarlijke beproevingen.
Het gaf Robert absoluut geen gevoel van troost om zijn vader als een held te beschouwen. Het was een troost geweest als ze hem de waarheid hadden verteld, alle details die destijds…
Hij werd uit zijn gedachten gehaald doordat Rose naast hem opstond om Benjamin langs te laten. ‘Zal ik voor jou ook een cola meenemen?’ fluisterde hij.
Robert schudde zijn hoofd en probeerde zich opnieuw op de film te concentreren.
Even later klonk er weer geschuifel. Deze keer stond er iemand helemaal vooraan op, die achter het gordijn verdween dat voor de deur hing. Als hij zich niet vergiste, was het Debbie. Hij herkende haar aan de manier waarop ze haar nek introk. Net een schildpad.
Daarna keerde de rust weer. Op het filmdoek verschenen de zwarte ruiters die jacht maakten op Frodo en Sam. Robert deed zijn ogen dicht.
Waarom werd iemand automatisch een held als hij dood was? De decaan had weliswaar geen rouwdienst laten houden, zoals Robert eigenlijk had verwacht, maar had opdracht gegeven de vlaggen halfstok te hangen en Angela Finders foto in de hal op te hangen. Er was ook een condoleanceregister. Robert had niet gekeken wie van de studenten en docenten het hadden getekend, maar hij wist dat niet veel mensen rouwden om het meisje in de rolstoel.
Hij had een van de oudere studenten horen zeggen dat ze ongedierte was en Isabel had haar een rioolrat genoemd. En Benjamin had een hekel aan Angela gehad. Goed, misschien was dat omgekeerd ook zo geweest, maar Robert had die twee op de avond voor het feest in de kelder geobserveerd. Angela had op Benjamin ingepraat en Julia had hem later verteld dat het meisje in de rolstoel Benjamin kort daarvoor had afgewezen voor de Grace Chronicle.
En dan was Debbie er nog. Er ging geen dag voorbij zonder dat ze een nieuw gerucht over Angela verspreidde, dat vaak volstrekt in tegenspraak was met het vorige. Dat ze een kreng was geweest. Dat ze waarschijnlijk helemaal niet aan haar rolstoel gekluisterd was. Dat ze Debbie en Debbie alleen al haar geheimen had toevertrouwd. Als iemand dan naar details vroeg, schudde Debbie haar hoofd en haalde haar schouders op.
Er liep een koude rilling over Roberts rug toen hij eraan dacht hoe Debbie hem steeds aanstaarde met die onecht lijkende ogen, alsof ze bang was dat hij haar gedachten kon lezen. Hoewel die naïeve voorstelling bij Debbie paste, bedacht Robert glimlachend.
Alsof hij de toekomst kon voorspellen. Dat geloofde hij zelf niet eens. Het was veel eerder zo dat hij meer op zijn gevoelens en intuïtie vertrouwde dan anderen. En soms wilde hij dat hij datgene wat er in hem gebeurde, kon beheersen. Hij verlangde ernaar dat zijn verstand een soort raketafweersysteem zou ontwikkelen, om alle signalen die zijn medemensen uitzonden tegen te kunnen houden.
In plaats daarvan voelde hij ook nu weer het vertrouwde snelle kloppen van zijn hart. Het kwam overeen met de plotselinge angst die hij had gevoeld in de nacht dat ze zijn vader in de kofferbak van zijn Mercedes hadden gevonden.
Robert ging rechtop zitten. Twee dingen vielen hem tegelijkertijd op. Julia was niet aanwezig, hoewel Lord of the Rings ooit haar lievelingsfilm was geweest. En hij had ook Chris nog niet in de bioscoopzaal gezien.