42 De valstrik
Ze hebben niets in de gaten.
Het is zaterdag 30 oktober 2004. Enkele minuten geleden heb ik de auto geparkeerd op de grote parkeerplaats bij de Co-op in Rotebro, aan de noordkant van Stockholm. De recorder, die ik onder het kinderzitje voorin heb verstopt, loopt.
Orhan is net links achterin gaan zitten. Zijn oom Bedirhan zit rechts. Een paar decimeter van Bedirhan vandaan, verborgen achter de rugleuning van de passagiersstoel, zit de kleine microfoon.
Van de microfoon loopt de kabel naar de recorder die ik onder de stoel verstopt heb. Toen ik een paar uur geleden in de parkeergarage van de redactie van Expressen aan Gjörwellsgatan in Stockholm proefopnames maakte, hoorde ik een nauwelijks waarneembaar gebrom van de recorder. Waarschijnlijk was het zo zacht dat niemand anders het zou merken, maar ik neem geen risico. Niet nu.
De parkeergarage was leeg, dus niemand zag me toen ik mijn zwarte T-shirt uittrok en om de recorder wikkelde. Het zachte geluid werd nu helemaal door de stof gedempt. Ik ga twee mensen bedriegen die me vertrouwen.
Ik denk dat de meeste mensen die de nieuwe bewijzen in de Rinkebyzaak zullen zien, het redelijk zullen vinden dat de Yildiz-broers een nieuw proces krijgen.
Maar de juridische kant van de zaak – de vraag of het bewijs werkelijk voldoende was om Önder en Özkan voor de moord op Radu te veroordelen – is één. De waarheid – hebben Özkan en Önder iets met de moord op Radu te maken – is twee. Ik heb nu twee jaar aan de zaak gewerkt. Een hele reeks nieuwe getuigen heeft me overtuigd van het feit dat Özkan en Önder echt in Gävle waren toen Radu Acsinia in Rinkeby werd vermoord. Maar ik kan niet zeggen dat ik het weet. Ik was er niet bij.
En ik wil het weten.
Mijn plan, dat een paar maanden geleden tijdens de treinreis van de gevangenis van Tidaholm naar Stockholm vaste vorm begon aan te nemen, is om de polygraaftest van die merkwaardige professor Undeutsch te gebruiken. In het dashboardkastje ligt de analyse van Undeutsch waarin hij vaststelt dat Özkan liegt als hij ontkent betrokken te zijn bij de moord op Radu Acsinia en waarin wordt aangetoond dat hij met ‘95 procent zekerheid’ de dader is.
Ik wist dat Orhan nu een van zijn regelmatige verlofweekenden zou hebben. Een paar dagen geleden hebben we afgesproken elkaar te ontmoeten om de details van zijn verhaal in het boek door te nemen.
Zijn oom Bedirhan heb ik pas gisteren gebeld. Ik zei dat er iets gebeurd was. Ik had papieren die hij moest zien omdat die voor de hele zaak van belang konden zijn. Ik zei dat het belangrijk was en dat ik hem en Orhan samen wilde spreken.
Terwijl de band loopt pak ik de papieren uit het dashboardkastje. Ik zeg tegen Orhan en Bedirhan dat ik het resultaat van de polygraaftest twee weken geleden ontvangen heb.
Ik vertel dat ik geschokt ben door wat ik te weten ben gekomen. Ik zeg hen niet dat ik me ervan bewust ben dat de polygraaftest waarschijnlijk waardeloos is en niets aantoont over Özkans werkelijke schuld of onschuld. Ik wil ze uitlokken om te praten. Ik geef hen het idee dat ik overweeg het hele project met ons boek af te blazen. Dat ik niet mijn naam onder iets wil zetten wat later een grote leugen blijkt te zijn. Het is belangrijk te bedenken dat de twee mensen die nu een meter van me vandaan op de achterbank zitten de waarheid weten over de moord op Radu Acsinia. Zij zijn twee van de mensen die werkelijk weten of Özkan en Önder op de plaats delict waren of dat ze, zoals de broers zelf beweren, in Gävle waren.
Orhan Yildiz omdat hij natuurlijk zelf op de plaats delict was, waarvoor hij ook veroordeeld is. Hij weet wie er bij hem waren. Hij weet of Özkan en Önder erbij waren. En Bedirhan Yildiz, omdat hij zegt dat hij op de avond dat Radu Acsinia vermoord werd in dezelfde auto als Özkan en Önder zat die van Sollentuna naar Gävle reed. En die zegt dat hij samen met Özkan en Önder in de pub Jackpot in het centrum van Gävle zat toen in het metrostation van Rinkeby de schoten vielen.
Bedirhan Yildiz weet dus of Özkan en Önder in Gävle waren en, als ze daar waren, dat ze onschuldig veroordeeld zijn voor de moord op Radu. Vanzelfsprekend weet hij ook dat als Özkan en Önder op de plaats delict waren, hij ze in dat geval een vals alibi heeft verschaft.
Ik hoop met behulp van de verstopte microfoon een blik te kunnen werpen op de waarheid over de moord op Radu Acsinia.
Want wat zullen Orhan en Bedirhan over het resultaat van de test tegen elkaar zeggen als ze alleen in de auto zitten en ervan overtuigd zijn dat niemand kan horen wat ze zeggen?
Ze hebben geen aanleiding om voor elkaar toneel te spelen. Ze weten allebei dat de ander weet wat de waarheid is. Ik zie aan ze dat ze niets in de gaten hebben. Ik heb inmiddels twee jaar contact met Orhan. Met Bedirhan nog langer. Ik weet niet hoe vaak we zulke gesprekken hebben gevoerd, in mijn of in andermans auto of tijdens een kop koffie en op de redactie. Ze zijn ervan overtuigd dat ik ze alleen maar wil helpen en dat ik nooit zal proberen ze de bak te laten indraaien.
Voordat ik de redactie in Marieberg verliet, heb ik een extra mobiele telefoon bij me gestoken. Die zit nu in mijn linker jaszak. Ik heb mijn eigen mobiele nummer erin gezet. Ik moet nu alleen nog maar, terwijl ik met Orhan en Bedirhan zit te praten, mijn hand in mijn jaszak manoeuvreren en twee keer op de belknop drukken. Voorin ben ik voor hen bijna niet te zien. Ze kunnen niet zien wat ik doe. Een paar seconden later gaat de mobiele telefoon in het zakje van mijn overhemd. Ik antwoord en doe alsof ik luister. Ik draai me om naar Orhan en Bedirhan op de achterbank. Ze hebben de papieren van professor Undeutsch vast. Terwijl ik mijn hand op de microfoon van de mobiele telefoon houd alsof ik wil voorkomen dat degene die me belt iets hoort van wat ik zeg, doe ik het portier open en fluister tegen ze:
‘Ik moet dit even aannemen. Lees de papieren intussen door. Denk ook nog even na of er iets is dat jullie me nog niet verteld hebben. Iets is wat ik moet weten.’
Ze reageren nauwelijks – dit is ontelbare keren gebeurd tijdens onze eerdere gesprekken. Onze mobiele telefoons, zowel die van mij als die van hen, gaan aan één stuk door. Ik stap uit de auto en doe het portier achter me dicht. Ik loop een stukje van de auto weg, maar blijf binnen het zicht van Orhan en Bedirhan en doe alsof ik een gesprek voer. Ik gluur naar de auto verderop. Ik zie Bedirhan praten. Orhan buigt voorover en kijkt naar de papieren. Orhan gebaart. Ik zie dat hij iets zegt. Bedirhan geeft antwoord. Ik loop nog wat verder weg, ga door met mijn nepgesprek. Als de microfoon het maar doet. Goeie God, zorg alsjeblieft dat de band loopt.
Ik ben een beetje onzeker hoe lang ik mijn verzonnen gesprek kan laten duren. Ik wil niet verdacht lang wegblijven. Maar tegelijkertijd wil ik dat ze genoeg tijd hebben om te praten.
Terwijl ik hier sta, maakt het niets uit dat ik weet dat alle bewijzen en alle logische argumenten in het voordeel van Özkan en Önder spreken, namelijk dat ze in de nacht van de moord werkelijk in Gävle waren. Ik kan me maar niet losmaken van de gedachte wat er gebeurt als precies het tegenovergestelde blijkt. Ik loop tussen de auto’s op de parkeerplaats en schilder in mijn hoofd het zwartste scenario. Hoe ik achteraf naar de band zit te luisteren en hoor hoe Orhan en Bedirhan me vervloeken omdat ik de test heb afgenomen en omdat die idioot van een Özkan eraan heeft meegedaan terwijl hij wist dat hij schuldig was. Ik stel me voor dat ik Orhan en Bedirhan over verschillende manieren hoor praten om het testresultaat te bagatelliseren, terwijl ze weten dat het klopt. Misschien hoor ik ze zelfs details vertellen hoe Özkan en Önder op de plek van de moord te werk zijn gegaan. Wat doe ik dan?
Nu durf ik niet langer te wachten. Ik ben al enkele minuten weg en wanneer ik naar hen in de auto kijk, lijken ze zwijgend naast elkaar te zitten. Bedirhan kijkt mijn richting uit. Ik loop in de motregen naar de auto terwijl ik doe alsof ik het telefoongesprek beëindig. Ik druk de mobiele telefoon uit, doe het portier open en ga zitten terwijl ik me excuseer dat het zo lang heeft geduurd.
Orhan en Bedirhan zeggen dat ze de hele tijd de waarheid hebben gesproken. Ze zeggen dat ze weten dat deze test met de leugendetector nooit goed kan zijn, omdat ze weten dat Özkan en Önder niet op de plaats delict waren. Ze zweren dat ze me de waarheid hebben verteld. Veel meer valt er niet te zeggen.
We stappen samen de auto uit en lopen het winkelcentrum in. Als alles goed is gegaan, loopt in de lege auto nog steeds de recorder en registreert alle geluiden. We drinken koffie bij MacDonalds. Daarna gaan we uit elkaar. Ik probeer zo rustig mogelijk naar de auto te lopen. Ik moet me beheersen. Niet gelijk de recorder van zijn plek onder het kinderzitje vandaan trekken. Ze kunnen me zien. Ik start de auto en rijd een stukje, maar het gaat niet. Mijn handen beven. Ik stop de auto om de hoek en pak het bundeltje met de recorder. De band loopt. De rec-knop is nog steeds ingedrukt en het rode lampje brandt.
Ik spoel de band terug. Geen stemmen. Het is lang stil, veel te lang. Hoe lang hebben we eigenlijk in MacDonalds gezeten? Heeft die verdomde microfoon het niet gedaan?
Dan is er plotseling gekraak te horen door de luidspreker. Ik druk op play en hoor Bedirhans stem, duidelijk en helder. Het is goed gegaan. Ik dwing me de recorder op de stoel naast me te leggen en me op de weg te concentreren terwijl ik op de E4 richting Stockholm rijd.
Op zaterdagavond zijn er in de parkeergarage van de redactie op Gjörwellsgatan niet veel mensen. Ik rijd voor de zekerheid een verdieping hoger en parkeer op een geheel lege etage.
Ik zet de motor af terwijl ik in het donker met de recorder in mijn armen zit. Ik tril een beetje als ik op de knop druk om naar het begin van het bandje terug te spoelen. Terwijl de recorder terugspoelt zit ik naar de geluiden van buiten te luisteren. Maar het enige wat ik hoor, is mijn eigen ademhaling. Nu is hij teruggespoeld. Het is tijd om een kijkje te nemen in de waarheid over de moord op Radu Acsinia en ik heb geen idee wat ik te weten zal komen. Ik druk op de play-knop.