30 De officier van justitie weigert
In november 2002 publiceren we in Expressen vijf dagen lang artikelen over de Rinkeby-moord. ’s Nachts zit ik nog op de redactie en zie het aantal kolommen in de krant van de volgende dag groeien. Orhan die over de nacht van de moord vertelt, de nieuwe getuigen, de verschillende versies van oom Ara over wat hij in die bewuste nacht deed en de vraagtekens die de officier van justitie bij de getuigen plaatst. Het hoofdartikel gaat in op de vraag of ons rechtssysteem minder nauwkeurig wordt als het randgroepen betreft. De redactie verwijst naar een studie waaruit blijkt hoe zeer het onderzoek naar de dood van Osmo Vallo door politie en justitie is verwaarloosd. De redactie concludeert: ‘Ons fundamentele rechtsprincipe dat iedereen voor de wet gelijk is, moet opnieuw worden gedefinieerd.’
Als ik Özkan en Önder in Kronoberg opzoek, vertellen ze dat ze door de bewakers op hamburgers zijn getrakteerd. De broers zijn ervan overtuigd dat het nu binnenkort allemaal achter de rug is en ze vragen me duizend keer naar mijn mening. Nu iedereen weet hoe het zit, komen ze toch zeker wel vrij? Ze zullen nu toch wel snel weer thuis bij hun gezinnen zijn? Iedereen zal nu toch wel inzien hoe verkeerd het allemaal is gegaan? Ik weet niet wat ik moet antwoorden. Kort daarop dient de advocaat van Özkan Yildiz, Thomas Olsson, bij Henrik Söderman een verzoek in om het vooronderzoek te heropenen zodat het aangevuld kan worden met verhoren van de nieuwe getuigen die nu naar voren zijn gekomen. Justitie weigert. In een kort besluit van 22 november 2002 schrijft Henrik Söderman dat hij geen redenen ziet om opnieuw getuigen over de moord in Rinkeby te horen. Wanneer ik hem opbel om te vragen waarom, is het een kort gesprek.
‘Het helpt niets om meer mensen te horen’, zegt Söderman.
‘Is het niet gemakkelijker de geloofwaardigheid van de getuigen te beoordelen nadat je ze gehoord zijn in plaats van ervoor?’
‘Ik heb dit nu achter me gelaten. Ik geloof niet in die nieuwe getuigen.’
‘Nogmaals, is het niet beter om te besluiten of je wel of niet in de nieuwe getuigen gelooft nadat ze zijn verhoord in plaats van ervoor?’
‘Jawel, maar volgens mij is er geen aanleiding ze te verhoren.’
Ik bel advocaat Thomas Olsson. Hij klinkt niet erg verbaasd.
‘Politie en justitie zijn alleen geïnteresseerd in getuigen en bewijzen die hun eigen hypothesen bevestigen.’
Op 16 december 2002 besluit de Hoge Raad dat – alvorens een besluit te nemen over een verzoek tot revisie – de officier van justitie zijn mening moet geven over de nieuwe bewijzen. In de meeste zaken beslist de Hoge Raad uitsluitend op basis van schriftelijke stukken.
Op 20 december besluit de procureur-generaal dat de politie en de officier van justitie het vooronderzoek naar de moord in Rinkeby moeten aanvullen. Alle nieuwe getuigen moeten worden gehoord.
‘Ik geloof niet dat Henrik Söderman eerder het beeld al compleet had. Pas nu, nu de PG alle informatie over deze beroepszaak op tafel heeft, lijkt het plaatje duidelijk’, zegt Gudrun Antemar, destijds chefjurist bij de procureur-generaal en tegenwoordig hoofd van afdeling economische delicten.
Ik bel Henrik Söderman die bevestigt dat het vooronderzoek is heropend.
‘De procureur-generaal en ik kwamen in onderling overleg tot dat besluit’, zegt hij.
Dezelfde officier van justitie die het eerdere vooronderzoek uitvoerde en al te kennen heeft gegeven dat hij niet in de nieuwe getuigen gelooft en ze dus ook niet hoeft te horen, heeft nu dus de opdracht gekregen om te kijken of dat vooronderzoek wel goed tot stand gekomen is. En wie geeft hij op zijn beurt opdracht om de nieuwe getuigen te horen, ofwel om te beoordelen of het eerdere politieonderzoek goed is uitgevoerd? Jawel, aan hetzelfde district van de Stockholmse politie dat het oorspronkelijke feitenonderzoek verrichtte.
In de winter van 2003 interviewt een studente journalistiek van de universiteit van Stockholm voor haar scriptie een paar van de agenten die aan de moord op Radu Acsinia hebben gewerkt. In die scriptie noemt een van de agenten de nieuwe verhalen in Expressen over de Rinkeby-moord onzin die alleen maar van de kant van familieleden en vrienden komt. Een andere agent die in de scriptie wordt geciteerd, belooft de studente dat hij haar vijftig kroon zal betalen als de nieuwe getuigen tot een nieuwe rechtszaak zullen leiden. Daarna verhoogt hij zijn bedrag tot honderd kroon, omdat hij ‘in een gulle bui’ is.