17 We zouden vijanden zijn

‘Die jonge jongens worden hard hier op Malmvägen’, zegt hij. ‘Ze leren om nergens voor opzij te gaan. Zo is het in gettoculturen over de hele wereld.’

Vahe Avetion kwam dertien jaar geleden naar Zweden. Hij is 41 jaar, woont op Malmvägen in Sollentuna en is politiek actief. Tijdens de laatste verkiezingen voor zowel het parlement als het provinciaal bestuur en de gemeenteraad stond zijn naam op de stembiljetten van Centerpartiet. Als we over de vier jonge mannen praten die voor de moord in Rinkeby veroordeeld zijn, zegt hij: ‘Ik ken ze. Vooral Orhan, maar ook Ayhan, Önder en Özkan. Ze kwamen vaak naar het internetcafé dat ik hier had.’

Hij voegt er lachend aan toe: ‘Kijk, in de streken waar we vandaan komen zouden we vijanden zijn. Zij zijn Turkse Koerden. Moslims. En ik ben een Armeense christen. Maar hier zijn we vrienden. Hier moeten we bij elkaar blijven. Hier op Malmvägen hebben we alleen elkaar.’

Hij vertelt dat ze tegen hem altijd aardig en fatsoenlijk waren. Natuurlijk hoorde hij wel dat Orhan soms behoorlijk ontspoorde, maar hij behandelde de jongen met respect en werd ook door hem gerespecteerd.

‘Ik zag Orhan hier op Malmvägen dezelfde dag dat hij die jongen heeft vermoord. Hij was toen heel erg onrustig. Ik vroeg wat er aan de hand was? Orhan vertelde dat een paar jongens de avond ervoor naar hem toe waren gekomen en op hem hadden geschoten.’ En Vahe vroeg waarom hij niet naar de politie ging.

‘Hij zei dat politie toch nooit wat zou doen. Dat ze ons allemaal als schurken behandelen. Achteraf voelde ik me een beetje medeverantwoordelijk. Ik reageerde niet zo op wat hij zei. Dat ze op elkaar geschoten hadden, bedoel ik.’

Vahe denkt dat Orhan erop gefixeerd was het probleem snel op te lossen omdat zijn leven bedreigd werd. En dat er niemand was waar hij naartoe kon.

‘Maatschappelijk werkers komen hier niet en de politie bestaat niet voor deze jonge jongen. Hij had het idee dat hij zichzelf moest verdedigen. Dat er geen andere uitweg was.’

Vahe vertelt hoe hij zelf bedreigd werd toen hij zich verkiesbaar stelde. En hoe hij op een dag toen hij thuiskwam zijn buitendeur vernield aantrof. Hij deed aangifte bij de politie.

‘Ze kwamen, keken en gingen weer weg. Het was alsof ze hun schouders ophaalden. Alsof het oké was. Want zo is het. Men lijkt alles oké te vinden op Malmvägen.’

*

Sinds 1995 zijn alle gemeentes in Zweden verplicht een organisatie voor wijkpreventie te hebben. Dit betekent dat er een aantal bij het wel en wee van hun omgeving betrokken bewoners wordt opgeleid om te kunnen klaarstaan en te helpen als er in de omgeving iets ernstigs gebeurt. Bijvoorbeeld bij het ontruimen van een huis bij een gaslek, bij een bommelding of bij een zoektocht naar verdwenen kinderen of bejaarden.

Bo Stübner is door de Gemeente Sollentuna aangesteld als verantwoordelijke voor de wijkpreventie. Hij is binnen de gemeente verantwoordelijk voor de werving, opleiding en training van personeel. Sinds 1998 heeft hij contact met diverse personen uit de familie Yildiz die in Sollentuna bij de wijkpreventie betrokken zijn.

‘Ik kan over deze jongens niets dan goeds vertellen. Zowel over Orhan, Önder en Özkan als over hun familie. Ik weet natuurlijk wel dat Orhan een wilde jongen was en zich met allerlei vreemde zaakjes bezighield, maar in ons werk heeft hij zich altijd prima gedragen.

Bo Stübner is enthousiast als hij over Halis Yildiz vertelt, de oom van de broers die zo’n dertig allochtone jongeren voor de wijkpreventie heeft geworven.

‘Onder wie acht vrouwen. Acht moslima’s dus, dat is echt uniek. En een van die vrouwen heeft daarna tegelijkertijd met Halis de vervolgopleiding gevolgd en het tot groepshoofd gebracht.’

Vandaag de dag is Halis volledig verantwoordelijk voor de wijkpreventie van heel Malmvägen. Deze ontwikkeling in Sollentuna heeft een positief effect gehad op de hele provincie, met als gevolg dat nog eens zo’n dertig allochtone jongeren in diverse delen van de provincie nu bij hun wijkpreventie betrokken zijn.

‘Önder was de eerste van de broers die zich bij onze organisatie aanmeldde. Dat was in het voorjaar van 2000. Hij werd daarna geselecteerd voor een vervolgopleiding tot groepschef, maar dat werd uitgesteld omdat hij ziek werd.’

Daarna volgden Orhan en Özkan in het voorjaar van 2001 de basiscursus van acht avonden à drie uur. Stübner vertelt dat de houding van de jongens en hun bereidheid voor de gemeenschap klaar te staan hem imponeerden.

‘Ik heb deze broers goed leren kennen. Zij en anderen hebben mijn beeld bijgesteld van alles wat we “allochtoon” plegen te noemen. Want ik had waarschijnlijk net zoveel vooroordelen als veel anderen.’

Hij is van mening dat het in de culturele tradities van deze allochtone jongeren meer vanzelfsprekend is om in dit soort probleemsituaties voor elkaar klaar te staan.

‘Ik weet heel goed dat Orhan zich met drugs bezighield. Maar hij heeft zich nooit op een negatieve manier gedragen. En zijn broers al helemaal niet. En ik heb lange tijd contact met hen gehad.’

*

Er is heus wel iets aan de hoge misdaadcijfers in deze omgeving te doen, denkt Vahe Avetion. Hij vertelt dat ze een paar jaar geleden enkele misdaadpreventieprojecten op Malmvägen hadden die toen zichtbare resultaten opleverden.

‘Het misdaadcijfer ging drastisch omlaag. In de politiestatistieken was hier voor het eerst in 30 jaar een daling van de criminaliteit te zien. Maar toen werden de subsidies voor alle projecten afgeschaft.

Hij is wanhopig als hij ziet wat er nu gebeurt en wijst erop dat de projecten lonend waren, zowel voor de gemeente als voor de samenleving als geheel.

‘Criminaliteit kost de gemeenschap veel geld. Maar men is zo kortzichtig. De beleidsmakers denken: ‘Aha, het misdaadcijfer op Malmvägen gaat omlaag. Dan hebben ze dus geen subsidie voor misdaadpreventie meer nodig’.’

Wat de moord betreft is hij ervan overtuigd dat Önder en Özkan er niet bij betrokken waren. Hij was niet ter plekke dus hij kan het niet zeker weten, maar is er toch honderd procent van overtuigd dat ze onschuldig zijn:

‘Kijk, niet iedereen kan toch over zoiets gelogen hebben. De waarheid komt altijd boven water. Als Önder en Özkan erbij betrokken waren, had ik het nu echt wel geweten.’

Volgens Vahe zien we nu in Zweden goed wat er in de jaren zeventig in Amerika gebeurde.

‘We zijn er nog niet helemaal, maar we zijn al een heel eind op weg: gangvorming. Eigen wetten en regels in de getto’s. En politie en justitie die zoveel mogelijk mensen willen opsluiten, alleen maar om ze van de straat te krijgen.’

Hij zegt dat een aantal jonge jongens als Orhan die in zo’n omgeving opgroeien, hard worden – te hard.

‘Je kunt uit twee dingen kiezen. Buigen of – zoals de jongens zeggen – “slapjanussen” of het tegenovergestelde: er met een rechte rug op afgaan, ongeacht waar het om gaat. Een normaal compromis, iets er tussenin, bestaat voor hen niet.’

Hij vergelijkt de rechtszaak waarbij de vier jonge Koerden tot een maximale straf zijn veroordeeld, met een film.

‘Een paar blanke mannen aan de ene kant van de witte streep met aan de andere kant een kooi vol beesten. Jonge, laag opgeleide kleurlingen die niets in te brengen hebben. Die kansloos zijn. Vreemde figuren die bij honderden tegelijk veroordeeld worden.’

‘Haal je er nu niet te veel bij?’

‘Ik zei toch als in een film. Gedramatiseerd. Maar denk je soms dat jij veroordeeld zou zijn als ze wat ze tegen Özkan en Önder hadden, tegen jou hadden gehad? Of ik? Ik ben dan wel een kleurling, maar een christen, goed opgeleid, volwassen en een werkende vader.’