25 Hoe je een zeventienjarige bang kunt maken

Niemand heeft Özkan en Önder dus op de plaats delict gezien. En er is geen enkel technisch bewijs waarmee is aangetoond dat ze er die nacht zijn geweest. De opsporingslijst van hun mobiele telefoons wijst echter uit dat die rond de tijd van de moord wel in Rinkeby waren.

Dus was het voor politie en justitie cruciaal om aan te tonen dat Özkan en Önder hun telefoons op die avond daadwerkelijk bij zich hadden. Daartoe maakte men gebruik van twee getuigen: de zeventienjarige Dan en Hakan, een vriend van het slachtoffer. Wat zij vertelden was volgens het hof voldoende om vast te stellen dat Önder en Özkan op die avond hun mobiele telefoons bij zich hadden.

Maar is dat ook zo? Eerst Dan, 17 jaar.

Nadat de politie had geconstateerd dat er in de uren voor de moord gesprekken waren geregistreerd tussen de mobiele telefoon van Dan en die van Özkan, werd Dan aangehouden. Dan herhaalde drie keer dat hij Özkan en Önder niet kon identificeren. Toen nam officier van justitie Henrik Söderman hem wegens medeplichtigheid aan moord in hechtenis en werd hij opgesloten. De ochtend daarop vertelde hij wat de politie wilde horen. Het hof gebruikte vervolgens Dans verklaring om Özkans en Önders alibi’s in Gävle als ondeugdelijk van de hand te wijzen en stelde tevens vast dat Özkan in de bewuste nacht zijn mobiele telefoon bij zich droeg.

Laten we kijken wat Dan eigenlijk heeft verklaard. Tijdens het eerste verhoor op 27 maart 2002 zegt Dan om vijf voor elf ’s ochtends dat hij niets weet over Özkan en Önder over wie de politie hem maar vragen blijft stellen. Hij zegt dat hij alleen weet dat het broers van Orhan Yildiz zijn. Hij vertelt dat ze lang geleden eens ruzie hebben gehad, maar dat hij de afgelopen maanden geen enkel contact met ze heeft gehad. De politie zegt dat er verhalen de ronde doen dat hij wel degelijk contact men hen heeft gehad. Dan zegt dat dit niet klopt.

De leider van het verhoor beweert dat Dan Özkan, Önder en Orhan wel degelijk kent. Dan verklaart dat hij Özkan nog nooit heeft ontmoet. Hij heeft zijn naam wel eens gehoord maar weet niet eens hoe hij eruit ziet. Hij zegt dat hij nooit met hem gesproken heeft. Met de anderen kan hij wel eens gesproken hebben. Hij weet niet meer met wie, ‘ze zien er allemaal hetzelfde uit’.

De politie vertelt hem dat zijn mobiele nummer op een lijst voorkomt die aantoont dat hij in de uren voor de moord in Rinkeby contact met Özkan en Önder heeft gehad. Dan zegt dat dit niet kan kloppen, hij heeft met Özkan en Önder geen contact gehad. Na het verhoor zegt Henrik Söderman tegen Dan dat hij verdacht wordt van medeplichtigheid aan moord. De 17-jarige jongen wordt in hechtenis genomen en moet een nacht in een politiecel doorbrengen.

Als Dan de volgende dag om 10.20 uur opnieuw wordt verhoord, zegt hij plotseling datgene waarvan hij intussen begrepen heeft dat de politie het horen wil. Dan zegt nu dat hij ‘ze’ af en toe aan hasj geholpen heeft. Dat is het enige contact dat hij met ‘hen’ heeft gehad. Dan vertelt hoe dat eraan toegaat. Hij wordt door een van ‘hen’ opgebeld en gevraagd of hij hasj heeft. Dan zegt hij te zullen rondbellen. Op de vraag hoe vaak hij de laatste tijd contact met ‘hen’ gehad heeft, antwoordt hij dat dat een beetje verschilt – soms één keer per maand, soms een paar keer per week. Dan krijgt de vraag wie hij met ‘hen’ bedoelt en hij antwoordt: Özkan en Önder. Als ze de hasj kwamen ophalen, kwamen ze met de auto. Dan herinnert zich dat het een beige auto was. Een gewone vierdeurs van een voor hem onbekend merk. De politie zegt tegen hem goed na te denken wat voor contact hij op 25 en 26 februari met hen heeft had.

Dan zegt dat hij het zich niet kan herinneren. Hij weet niet eens of hij ze toen wel ontmoet heeft. Hij voegt eraan toe dat als er drie of vier telefoongesprekken tussen hen geregistreerd zijn, hij ze waarschijnlijk wel ontmoet zal hebben. Maar hij kan het niet met zekerheid zeggen, hij weet het niet. Dan zegt ook dat hij Özkans of Önders telefoonnummer niet in zijn telefoonboek heeft geprogrammeerd, omdat hij nooit van plan was zelf contact met hen op te nemen.

Dan heeft verteld wat politie en justitie wilden horen. Na het verhoor wordt de aanklacht tegen hem ingetrokken. Dan mag het politiebureau verlaten en kan naar huis.

*

Politie en justitie laten ook Dan niet deelnemen aan een fotoconfrontatie. We weten dus niet of hij Özkan en Önder had kunnen identificeren.

Tijdens de zitting van de rechtbank trekt Dan zijn verklaring in dat hij Özkan heeft geïdentificeerd. Maar voor het hof verklaart hij wel onder ede dat Orhan en hij enkele keren contact hebben gehad toen Orhan hem vroeg hasj voor hem te regelen.

Dan vertelt ook dat Önder Yildiz hem een keer belde en uitschold omdat hij hasj aan Orhan had verkocht. Özkan kent hij helemaal niet, hij is hem alleen een keertje op een station samen met Önder tegengekomen. Hij zegt dat hij op 26 februari door Orhan, Ayhan of Önder werd opgebeld, hij weet niet precies door wie. Degene die belde wilde in ieder geval hasj en Dan heeft dat geregeld.

Nadat Orhan de moord op Radu had bekend, vertelde hij tijdens de nieuwe verhoren gedetailleerd dat hij Dan op de avond dat hij terugkwam uit Gävle opbelde en dat ze afspraken elkaar later te ontmoeten. Dan stond in Husby op hem en Ayhan te wachten. Ze kwamen in de lichtblauwe Volvo van hun oom Reis – die auto komt goed overeen met de beschrijving van de auto die Dan eerder gegeven had – toen ze op weg naar Rinkeby waren om Radu te zoeken.

Maar het hof geloofde niet wat Dan tijdens de zitting verklaarde. Volgens het hof loog Dan, misschien uit angst. Het hof stelde vast dat de zeventienjarige Dan wel de waarheid sprak toen hij door de politie werd verhoord – de ochtend nadat hij een nacht in een politiecel had doorgebracht, verdacht van medeplichtigheid aan moord.