16 De kroongetuige

Hij is nog maar 30 jaar, maar zou wel 50 kunnen zijn. Zijn oogleden hangen half naar beneden. Het gezicht boven zijn spichtige lichaam is grauw en zijn wangen zijn ingevallen. De oom van Özkan en Önder, de ongelukkige, psychisch gestoorde en aan heroïne verslaafde Ara: kroongetuige tegen wil en dank van officier van justitie Henrik Söderman. Hij heeft een groot deel van zijn volwassen leven in gevangenissen en zorginstellingen doorgebracht. Zijn strafblad is anderhalve meter lang. De afgelopen vijf jaar zijn er niet minder dan 35 aanklachten tegen hem ingediend. Roof, inbraak, bedreiging, zware mishandeling, autodiefstal, drugshandel en illegaal wapenbezit, keer op keer. In een uittreksel van zijn persoonsregister wordt vermeld dat hij het leven leidt van een psychisch gestoorde heroïneverslaafde. In een medische verklaring wordt zijn psychische afwijking beschreven als ‘narcistisch’ en vooral een ‘a-sociale persoonlijkheidsstoornis’ genoemd die vergelijkbaar is met het borderline-syndroom. Hij rookt al vanaf zijn twaalfde hasj en rookt en spuit nu al jaren heroïne. In andere gevallen zou een Zweedse rechtbank Ara nooit geloofwaardig hebben geacht en in eerdere situaties heeft niemand hem ooit geloofd. Maar in de rechtszaak tegen de van moord verdachte Yildiz-broers werd hij plotseling wel geloofd. Hij mocht in die zaak zelfs de hoofdrol spelen.

In oktober 2002 ontmoet ik Ara thuis in zijn flat op Malmvägen. Een aantal mannelijke familieleden is ook aanwezig. Twee van hen zullen hem na afloop van het interview terugbrengen naar een afkickkliniek.

Ara’s vijfjarige dochter en zijn tienerzoon zitten ook even in de kamer, tot ze door hun moeder worden meegenomen. Ze kijken heimelijk naar hun vader. Zijn zoon heeft slechts vage herinneringen aan een vader die geen wrak is door de drugs. Zijn dochter kent haar vader niet anders. Ara zit op de bank waar hij altijd met zijn kleren aan in slaap valt als hij high thuiskomt. Ara’s vrouw schenkt thee in. Iedereen in de kamer ziet hoe de schaamte op haar drukt. Ze was pas zestien toen ze door haar ouders aan haar aanstaande echtgenoot werd voorgesteld. Hij was zo sterk. En zijn stem! Op bruiloften vroeg iedereen hem altijd te zingen. Er was ooit sprake van een aanbieding uit Turkije om een plaat op te nemen. Ze herinnert zich hoe trots ze op hem was. Dat was voor hij veranderde.

Vandaag de dag heeft de heroïne hem tot een schaduw gemaakt van de man met wie ze eens trouwde. Iemand die de playstation van zijn zoontje steelt en hem op Sergels torg verkoopt om aan geld voor heroïne te komen. Als Ara’s vrouw het glas met thee voor hem op tafel zet, slaat ze haar ogen neer. Ze blijft niet in de kamer.

*

Ara werd ongeveer tegelijkertijd met de Yildiz-broers opgepakt. Hij werd ervan verdacht bij de moord op Radu Acsinia betrokken te zijn. Tijdens de rechtszitting op 22 maart 2002 kreeg hij te horen dat een ooggetuige, de kaartjescontroleur Miroslav, hem bij een fotoconfrontatie als de moordenaar had geïdentificeerd.

De drugs in het lichaam van Ara waren toen bijna uitgewerkt. Hij werd naar het huis van bewaring Kronoberg gebracht, waar hij een dag later in een poging tot zelfmoord zijn rechterpols doorsneed. Ara was dan wel een wrak maar dit had hij eerder meegemaakt. Hij begreep dat de situatie op scherp stond. Hij was in hechtenis genomen voor een misdrijf waarvoor hij levenslange gevangenisstraf kon krijgen en als Turks staatsburger kon hij ook worden uitgeleverd. Hij dacht aan zijn kinderen. De behoefte aan heroïne maakte hem gek. Hij moest aan drugs zien te komen. Hij wist dat hij een levenslange straf nooit zou overleven. Hij moest hier weg.

De dag erna, op 25 maart, zei hij tegen het personeel van de ziekenboeg dat hij tegenover de politie een verklaring wilde afleggen over een familielid dat iemand had gedood. De politie kwam. Ze praatten wat met Ara terwijl ze op zijn advocaat wachtten.

Toen Ara’s advocaat, Peter Lindquist, was gearriveerd en even met Ara had gepraat, deelde hij de politie mee dat Ara in deze psychische toestand niet kon worden verhoord. Hij zei dat het onmogelijk was de geloofwaardigheid van Ara’s verklaring te beoordelen. De advocaat zei tegen de politie dat hij om die reden niet aan een verhoor wilde meewerken en vertrok.

Ook de politie verliet het huis van bewaring maar kwam een paar uur later terug. Toen – in afwezigheid van zijn advocaat – vertelde Ara een onsamenhangend verhaal dat één of meer van zijn vier neven hem hadden verteld dat ze bij de schietpartij in Rinkeby aanwezig waren geweest.

Hij vertelde niet dat hij zelf op de plaats delict was geweest, maar dat een paar van de broers hem hadden verteld – onduidelijk was of hij voor of na de moord bedoelde – dat de drie broers Orhan, Önder en Özkan en hun neef Ayhan bij de moord betrokken waren.

In de verhoren die volgden werd zijn verhaal steeds gedetailleerder. De politie heeft slechts een enkel verhoor op de band opgenomen. We kunnen dus niet precies weten wat Ara heeft gezegd. Het vage verhaal van het eerste verhoor, dat wel is opgenomen, wordt in de volgende verhoren plotseling gedetailleerder en waarschijnlijker, maar van die verhoren heeft de politie alleen maar schriftelijke samenvattingen gemaakt. Toen de zaak bij de rechtbank voorkwam, nam Ara alles terug en zei dat hij het hele verhaal verzonnen had omdat hij bang was dat hij zelf de bak zou indraaien.

Door de rechtbank, waar hij terechtstond wegens het nalaten een voornemen tot moord bekend te maken, werd hij vrijgesproken. In plaats daarvan werd hij zonder het te willen de kroongetuige van de officier van justitie.

Want zowel de rechtbank als het gerechtshof koos ervoor om van alle verschillende versies van Ara’s verklaring alleen die versie te geloven die de officier van justitie had uitgekozen. Uiteraard was Ara geen getuige in de formele zin van het woord. Hij was tenslotte zelf aangeklaagd. Maar wat Ara tijdens de verhoren in de ziekenboeg van Kronoberg heeft verteld, is het enige in de hele rechtszaak dat Özkan en Önder met het moordplan in verbinding brengt. En voor het gerechtshof waren Ara’s woorden kennelijk voldoende om de broers tot levenslange, respectievelijk tien jaar gevangenisstraf te veroordelen.

Nu zitten we samen in de woonkamer van Ara’s flat op Malmvägen. Ara drinkt zijn thee maar eet niets. Op de tv die constant aanstaat zonder geluid is een bokswedstrijd te zien. Ara zegt dat hij zich dood schaamt.

‘Ik wilde alleen maar vrijkomen. Ik wist dat ik een levenslange gevangenisstraf niet zou overleven. Ik wist dat Özkan en Önder vastzaten. Ik dacht: ze zitten hier toch al. Ik noem hun namen! Misschien kom ik dan vrij!’

Ara was tijdens de rechtszitting te weten gekomen dat de kaartjescontroleur van het metrostation Rinkeby hem in een fotoconfrontatie als mogelijke moordenaar had aangewezen. Ara zegt dat hij Özkans naam noemde omdat hij weet dat hij en Özkan op elkaar lijken. Dat verklaarde ook dat hij zelf door de ooggetuige was aangewezen en zo kon hij de dans ontspringen.

‘Ik wilde daar alleen maar weg’, zegt hij.

*

Advocaat Peter Lindqvist was Ara’s verdediger. Later zegt hij in een interview in Svenska Dagbladet:

‘Volgens mij wilde Ara de politie tevreden stellen en zo een kans creëren om weer contact met zijn kinderen te krijgen.’

Peter Lindqvist verklaart waarom hij weigerde mee te werken aan een verhoor met Ara.

‘Je moet wel bedenken dat we het over iemand hebben die slechts één dag eerder geprobeerd had zelfmoord te plegen door zijn pols door te snijden. Hij was er zeer slecht aan toe. Ik wilde geen medewerking verlenen aan een verhoor waarin ik een soort gijzelaar zou worden of voor een alibi moest zorgen, alleen maar om het verhoor geloofwaardig te maken.’

De zaak heeft Lindqvist onaangenaam verrast.

‘Er is me verteld dat het hof groot gewicht heeft gehecht aan wat Ara heeft verklaard, wat me sterk verbaast. Dat is zeer beangstigend, verschrikkelijk, als dat zo is.’

*

Het hof schrijft in zijn vonnis dat Ara’s verklaring tijdens het verhoor ‘eerlijk, duidelijk en consistent’ was. Voor degene die de tekst van dat verhoor gelezen heeft, is de beschrijving van het gerechtshof een raadsel.

Oordeel zelf. Dit is de paragraaf waarom het draait. Ze zitten in de ziekenboeg van het huis van bewaring Kronoberg. Aanwezig zijn de leider van het politieverhoor en Ara. De politie begint als volgt.

‘Heb je gehoord dat er aan de gebeurtenissen in Rinkeby een soort planning vooraf is gegaan?’

‘Ja’, antwoordt Ara.

‘Wat was de strekking?’

‘Ze zouden hem meenemen naar Järvafältet, maar zo is het niet gegaan.’

‘Wat zouden ze daar dan doen?’

‘Ze zouden hem waarschijnlijk vermoorden en begraven.’

‘Hem begraven?’

‘Hm.’

‘Wie heeft dit aan jou verteld?’

‘Dat kan ik me niet zo goed herinneren. Want ik was in die tijd zo onder invloed van drugs. Maar ik herinner het me wel ongeveer. Dat weet ik.’

‘Heeft iemand je dit verteld?’

‘Ja. Dat weet ik.’

‘Een van ...’

‘Hen.’

‘Vier.’

‘Hm. Ik geloof dat de vrienden van de jongen deze vier goed kennen.’

Als de politie hem vraagt of zijn neven hem over de moord vertelden voor of nadat hij gepleegd is, antwoordt Ara:

‘Ik geloof dat het ervoor was. Ik denk het wel. Ik zal niet zeggen dat ik het honderd procent zeker weet, maar ik geloof van wel. Ik weet het niet zeker. Ik ga er wel van uit, maar ik ben er niet zeker van. Ik kan niet zeggen dat ik het honderd procent zeker weet.’

De politie vraagt of hij wil proberen zich beter te herinneren wie er wat zei.

‘Kun je dat proberen?’

‘Dat gaat niet.’

‘Dat gaat niet?’

‘Nee.’

‘Maar wat zeiden ze dan ongeveer?’

‘Wat ik net tegen jullie zei.’

‘Ik begreep dat ze hem in Järvafältet zouden gaan begraven.’

‘Ja.’

‘Hebben ze je ook verteld dat ze van plan waren hem dood te schieten?’

‘Begraven ... Wat moeten ze anders begraven? Dat betekent toch dat ze hem wilden vermoorden.’

‘Jij kreeg het idee dat ze hem wilden vermoorden en begraven?’

‘Ja. Dat idee kreeg ik, maar ik kan het fout hebben gehad. Maar dat idee kreeg ik.’

‘Heb je gehoord waarom het dan niet zo gegaan is?’

‘Hij is blijkbaar weggerend. Ik weet het niet zeker, maar omdat ... Op de tv zeiden ze dat hij zich opgejaagd voelde. Blijkbaar zijn ze er dus niet in geslaagd.’

‘Zijn dat jouw eigen conclusies?’

‘Dat is wat ik denk. Het kan kloppen.’

De leider van het verhoor doet verwoede pogingen Ara zich te laten herinneren wie er precies wat tegen hem gezegd heeft.

‘Kun je beschrijven of proberen te vertellen wat ze dan tegen je zeiden toen je te weten kwam dat er iets te gebeuren stond? Kun je ... Wie zei er wat. Kun je het proberen?’

‘Het gaat niet.’

‘Het gaat niet?’

‘Nee.’

In het schriftelijke verslag van het verhoor staan nog veel meer voorbeelden van Ara’s, volgens het gerechtshof, ‘eerlijke, duidelijke en consistente’ verklaring.

‘Dat heb ik al eerder tegen jullie gezegd. Ik weet niet wie van hen het gedaan heeft.’

‘Nee, maar wat deed de groep, wat deden je neven nadat ze hem neergeschoten hadden?’

‘Dat weet ik niet. Maar ik weet dat ze er op de een of andere manier bij betrokken zijn. Maar ik weet niet op welke manier. Dat weet ik niet. Dat weet ik in wezen niet. Het kan zijn dat ze het verteld hebben, dat ik het niet ... Maar ik weet het niet precies. Dat weet ik niet.’

Ara komt met nog een paar versies over wat er mogelijk gebeurd kan zijn voordat de politie de warrige verhoren afsluit en Ara in het huis van bewaring achterlaat. In de rechtbank nam Ara echter alles terug wat hij gezegd had. Plotseling beweerde hij dat hij niets van de moord afwist. In hoger beroep voor het hof – nadat Orhan de schuld van de moord op zich had genomen – veranderde hij weer van mening en bekende dat hij in de buurt was toen Radu door Orhan werd doodgeschoten en dat hij daarvandaan was weggereden in de vluchtauto van Orhan en Ayhan. Maar het hof koos ervoor die versie als een leugen af te doen.

*

Nu, een paar maanden later thuis in zijn flat, vertelt hij met lijzige stem wat er die avond gebeurde – dezelfde versie die hij voor het gerechtshof heeft verteld.

De heroïne was gaan werken. Hij stond aan de rand van Rinkeby torg. Hij had zich zojuist in een toilet een shot gegeven. Alles was prachtig. Iemand schreeuwde tegen hem in de auto te springen, dat was waarschijnlijk Orhan. Hij gehoorzaamde. Orhan, Ayhan en hij zaten in de auto. Özkan en Önder? Nee, die waren er niet bij. Ze reden naar Ayhans huis waar ze Orhans kleren verbrandden. Ara zegt dat hij het grootste deel van de rit vanaf Rinkeby zijn ogen dicht had. Ara’s blik wordt steeds vermoeider. Zijn dochtertje is binnengekomen om welterusten te zeggen. Het is tijd om hem weer naar de kliniek terug te brengen. Zijn handen beven wanneer hij een sigaret probeert aan te steken. Ik kan het niet laten hem te vragen:

‘Heb je het ooit eerder in alle jaren als drugsverslaafde en crimineel meegemaakt dat een rechtbank iets geloofde van wat je vertelde?’

Ara is even stil. Hij kijkt verbaasd op en lacht.

‘Nee, eigenlijk niet. Dit was de eerste keer.’

Ara is eerder altijd op goede gronden door de rechtbank als leugenaar afgedaan. Maar deze ene keer was hij volgens het gerechtshof dus ‘eerlijk, duidelijk en consistent’.

*

Lena Schellin is als juridisch onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Stockholm. Ze doet onderzoek naar de bewijslast in zogeheten ‘getuigenzaken’, dat wil zeggen rechtszaken waarbij het woord van de een tegenover dat van de ander staat. In opdracht van de advocaat van Özkan Yildiz, Thomas Olsson, heeft ze Ara’s verklaring bestudeerd. Haar studie is niet gebaseerd op psychologische gegevens van de getuige. Ze heeft uitsluitend onderzocht in hoeverre het oordeel van het hof over Ara’s getuigenverklaring overeenstemt met de rechtspraktijk. De vraag waar ze het antwoord op heeft gezocht, is of het gerechtshof – toen er besloten werd zoveel waarde te hechten aan Ara’s rommelige verhaal – de richtlijnen heeft gevolgd die zijn vastgesteld door de Hoge Raad. Haar antwoord is glashelder: Nee, dat heeft het gerechtshof niet gedaan.

In haar analyse keurt Lena Schellin de beoordeling van Ara’s verklaring door het gerechtshof volledig af. Ze wijst erop dat Ara tijdens het vooronderzoek eigenlijk verhoord is als verdachte van moord en in de rechtbank als verdachte van nalatigheid een moordplan bekend te maken. Hij had er dus alle reden toe de schuld af te schuiven en te liegen over zijn eigen rol. ‘Die omstandigheden manen tot zeer grote terughoudendheid bij de beoordeling van Ara’s getuigenverklaring’, schrijft Schellin.

Ze stelt vast dat Ara’s verklaringen onduidelijk zijn en weinig gedetailleerd, dat hij tijdens het verhoor in zijn antwoorden door leidende vragen is gestuurd en dat hij op de meest wezenlijke punten geen heldere feiten kon melden over de plannen voor de misdaad en de vermeende bekentenissen door Özkan en Önder Yildiz. Lena Schellin constateert in haar onderzoek:

‘Een doorslaggevende tekortkoming in de verhoren met Ara is dat men, nadat ter inleiding terloops de vier neven met name zijn genoemd, voorts – uitgezonderd op enkele momenten – alleen maar spreekt over de vier als “zij”. Dit leidt in het verhoor tot sjablonen waarin niet duidelijk is of het in Ara’s verhaal over alle vier gaat. Opvallend is dat pas tijdens latere verhoren het begrip “zij” nader met namen wordt gepreciseerd. Latere verhoren geven om die reden een meer directe en betrouwbare indruk.’

Ze stelt vast dat ‘geen van Ara’s verklaringen naar mijn mening van een zodanig karakter is dat deze aan de richtlijnen voldoet die de Hoge Raad stelt aan verklaringen van een eisende partij’. Lena Schellin vat samen dat ‘je het je sterk kunt afvragen of Ara’s verklaringen van zodanige kwaliteit zijn [...] dat ze voldoen aan de eis van de Hoge Raad dat een verklaring volledig betrouwbaar moet zijn om er een veroordeling op te baseren van een aangeklaagde die een misdrijf ontkent’.

Het gerechtshof had Ara dus niet mogen geloven. Maar officier van justitie Henrik Söderman, die in de Rinkebyzaak zowel bij de rechtbank als het gerechtshof als openbaar aanklager fungeerde, noemt het verhaal van Ara ‘spontaan’.

*

‘Ara vertelt ongeveer tien verschillende versies over wat er die avond is gebeurd.’

‘Ja, het zijn er nog al wat’, lacht Henrik Söderman wanneer we elkaar op zijn kantoor ontmoeten.

‘Als ik zeg dat ik bij het lezen van de verhoren het gevoel krijg dat de politie hem dingen in de mond legt die men wil horen?’

‘Ik ben er stellig van overtuigd dat dat niet zo is. Hij vertelt het spontaan.’

‘Hoeveel keer denk je dat ons rechtssysteem Ara in de afgelopen vijftien jaar geloofd heeft?’

‘Dat is een leuke vraag.’

‘Zelf zegt hij dat dit de eerste keer was. Het was een nieuwe ervaring voor hem.’

‘Hahah, dat is eigenlijk wel grappig’, lacht Henrik Söderman.

*

Gemeenschappelijk in al die zeer verschillende versies van het gebeurde die Ara tijdens de verhoren en de rechtszaken vertelde en nu achteraf vertelt, is dat ze allemaal slechts op één ding gericht zijn: zichzelf vrij krijgen. Maar er is nog een verhaal. Het verhaal dat zou kunnen onthullen wat er nu werkelijk gebeurd is in de nacht dat Radu Acsinia in het metrostation van Rinkeby werd doodgeschoten. Maar Ara weet dat wanneer hij stopt met liegen en dat verhaal vertelt, hij riskeert om in een nieuwe rechtszaak wegens moord veroordeeld te worden tot levenslange gevangenisstraf. En hij is niet bereid zich daaraan bloot te stellen. Het is nog maar laat in de herfst van 2002. Nog niet.