41 De nacht van de moord

Het piepende geluid van de metaaldetector snijdt door de ochtendstilte van de parkeerplaats.

Lege conservenblikjes, spijkers en stukjes metaal zorgen er voortdurend voor dat de detector uitslaat. Ik loop tussen bomen en struiken en het hoge gras langs de kant van de weg achter winkelcentrum Stinsen in Häggvik, Sollentuna. De gehuurde metaaldetector, een stang met een luidspreker eraan en een ronde metalen schijf aan het andere eind, begint na een paar uur zoeken zwaar te worden.

Hier, op een steenworp afstand van het huis waar Ayhan Yildiz woonde, zegt Orhan het moordwapen te hebben gedumpt, een negen-millimeterpistool van het merk Sig-Sauer. Hij heeft het pistool hier gedumpt nadat hij het ’s morgens vroeg op 27 februari 2002 in de kelder van het huis van zijn neef Ayhan uit elkaar heeft gehaald en de losse delen kapot heeft gehakt en gezaagd.

Het is bijna drie jaar later. Drie winters sneeuwruimen en drie lentes onkruid wieden. Op een van de plekken die Orhan heeft aangewezen liggen lege bekers van MacDonalds en een kennelijk gestolen fiets. Het lijkt een hangplek voor jongeren. Na nog een uur zoeken stop ik. Er is een wonder voor nodig om hier nu nog onderdelen van het moordwapen te vinden. Als Orhan tenminste de waarheid vertelt over de nacht van de moord. Als het waar is dat hij het wapen hier heeft gedumpt. Als hij nu niet meer liegt uit angst dat het zal uitkomen dat hij het wapen eerder gebruikt heeft, bij een ander ernstig misdrijf. Ik kan het niet zeker weten.

Maar wanneer ik dit in oktober 2004 schrijf, weet ik wel dat we nu niet langer alleen op Orhans bekentenis hoeven af te gaan. Inmiddels beschikken we over een hele rij nieuwe concrete feiten: een SOS-logboek, een ambulancetransport, geregistreerde telefoongesprekken, een onopgeloste inbraak die uiteindelijk wordt opgehelderd en een aantal getuigen in een berghutje naar wie de politie nooit heeft gezocht. We hebben een hoop nieuwe getuigen. De meesten zijn geen familie van de veroordeelde broers. Anderen wel, maar ook zij vertellen openlijk hun verhaal, hoewel ze – door het beschermen van moordenaars op de vlucht – een strafbaar feit hebben gepleegd.

Hun verhalen brengen ons dichterbij de waarheid over wat er in de nacht dat Radu Acsinia werd doodgeschoten, werkelijk is gebeurd.

*

Toen we een paar weken geleden langs het Shell-station in Rinkeby reden, zei Orhan dat hij hier naar Hakan had gebeld om te vragen of hij wist waar Radu was. Dat telefoongesprek is in het politieonderzoek uitvoerig gedocumenteerd. Dat slechts enkele seconden daarvoor Orhan nóg een telefoongesprek voerde, hebben de politie-onderzoekers genegeerd. Toen belde Orhan namelijk met een jonge jongen die goed thuis is op Malmvägen. Orhan en Ayhan zeggen dat ze hem belden omdat ze wisten dat hij Radu kende. Deze getuige was met een tiental vrienden op wintersport in Sälen toen zijn mobiele telefoon ging. Het gesprek tussen de telefoon in Sälen en Önders telefoon, de telefoon waarvan Ayhan beweert dat hij die op die avond bij zich had, is in het politie-onderzoek geregistreerd.

De politie heeft zich enorm ingespannen om alle gesprekken nader te onderzoeken die met Özkans en Önders mobiele telefoons die avond zijn gevoerd. Maar dit gesprek niet. Noch de eigenaar van de mobiele telefoon waar naartoe is gebeld, noch een van diens vrienden die mee op wintersport waren, is door de politie gehoord. Ik heb twee van de jonge mensen ontmoet die er op wintersport bij waren. Een van hen vertelt:

‘We zaten met z’n allen in de hut een beetje te doezelen toen mijn mobiele telefoon ging. Het was Ayhan. Hij wilde Radu’s adres hebben. Ik zei dat ik dat niet wist. Ik wist niet wat hij ermee moest.’

Hij zegt dat hij Orhans stem op de achtergrond hoorde. Opgewonden en opgefokt. Een andere jongen die zowel Ayhan als Orhan en Radu kende, kreeg de mobiele telefoon. Die zegt:

‘Ik sprak ook even met Ayhan. Ik hoorde dat Orhan er bij was, ik hoorde zijn stem op de achtergrond.’

De politie heeft geen moeite gedaan om deze getuigen te horen. Ze zeggen dat ze bereid zijn een getuigenverklaring af te leggen als dat nodig is.

Orhan en Ayhan zeggen dat ze na de moord samen met Ara in de geleende lichtblauwe Volvo 740 naar Ayhans huis zijn gereden. Daar hebben ze Orhans jack en broek in de open haard verbrand. Daarna zijn ze samen naar Malmvägen gereden en hebben de auto bij de flat geparkeerd. Orhan vertelt dat hij toen de simkaart uit Özkans telefoon haalde, hem in stukken brak en weggooide.

Hij zette er een nieuwe ongebruikte simkaart in. Daarna, zegt Orhan, belde hij met Cecilia, met wie hij eerder op de avond al gesproken had. Orhan zegt dat hij haar op hetzelfde nummer belde dat hij eerder had gebruikt, het mobiele nummer van Cecilia’s zus.

‘Cecilia nam op. Ik heb even met haar zitten praten. Ik zei: ‘Hoe is het? Hoe voel je je?’ Dat vond ze gek. ‘Je weet toch hoe het met me gaat’, zei ze.’

Orhan zegt dat het klonk alsof Cecilia net wakker was geworden. Hij zegt dat ze afspraken dat hij haar later zou terugbellen. Volgens Orhan gingen hij, Ayhan en Ara daarna naar Orhans oom, Mehmet Yildiz.

*

In september 2004 bezoek ik Mehmet bij hem thuis in zijn flat. Hij is net thuis van zijn werk. Zijn vrouw is nog op haar werk. Zijn kinderen zijn op school. Mehmet vertelt dat hij in de nacht van 26 februari door zijn broer Fuat, de vader van Orhan, Özkan en Önder, gebeld werd. Dat gesprek is in het verslag van het vooronderzoek geregistreerd. Het gesprek werd om 00.01.38 uur gevoerd en duurde 30 seconden. Fuat wilde dat Mehmet met zijn minibus naar Rinkeby zou komen om Fuat en zijn gezin op te halen. Er was iets gebeurd en ze moesten daar weg. Mehmet stelde geen vragen. Hij reed naar Rinkeby, dat bij zijn aankomst verlicht werd door blauwe lichten van de politieauto’s.

Toen Orhan, Ayhan en Ara bij Mehmets flat aankwamen, waren Orhans vader Fuat en de rest van zijn gezin er al. Mehmet zegt dat Orhan hem nooit verteld heeft wat er die nacht was gebeurd.

‘Maar hij was bleek en opgewonden. Ik kreeg het gevoel dat er iets verschrikkelijks was gebeurd’, vertelt Mehmet. Orhan zegt dat hij een mobiele telefoon pakte die op de boekenplank in de woonkamer lag. Met die telefoon werd het tweede, omstreden gesprek gevoerd met Thereses mobiele telefoon in Rånäs bij Norrtälje.

‘Ik wilde Özkans mobiele telefoon niet gebruiken, want ik bedacht dat die misschien opgespoord kon worden, ook al had ik de simkaart verwisseld. Dus leende ik een andere telefoon. Nou ja, leende, leende, ik pakte gewoon een telefoon die daar in de flat lag.’

Orhan zegt dat hij met Cecilia praatte over zijn belangrijke afspraak met de sociale dienst de volgende dag.

‘Ik wilde dat alles er normaal zou uitzien. Ik wilde dat ze met me meeging. Maar ze zei dat ze niet kon. We spraken in plaats daarvan af om erna in het centrum van Sollentuna samen koffie te drinken’, zegt Orhan.

Ook dit gesprek is in het vooronderzoek geregistreerd. Er werd om 01.58.07 uur gebeld en het gesprek duurde 412 seconden.

Volgens Orhan was het druk in Mehmets flat, met veel geschreeuw. Het was een komen en gaan van mensen. Er kwamen familieleden langs die in andere portieken woonden. De meesten waren opgewonden. Niemand wil het achteraf erkennen, maar het is duidelijk dat iedereen toen al wist wat er gebeurd was. Een hele rij gesprekken met mobiele telefoons werden in die uren vanuit de flat op Malmvägen gevoerd met familieleden die in de omgeving van Stockholm woonden. Iedereen had natuurlijk gezien wat er op teletekst stond. Er was een jongen doodgeschoten in Rinkeby. Iedereen begreep dat Orhan, Ayhan en Ara erbij betrokken waren.

Ook de politie ontdekte al tamelijk snel dat het gesprek naar de mobiele telefoon van Therese met de mobiele telefoon van Mehmets vrouw was gevoerd. Bij het politieonderzoek werd Mehmet verhoord, maar hij ontkende iets van de moord af te weten. Hij zei dat hij niet wist over welke mobiele telefoon de politie het had. Maar de politie had met zijn toenmalige werkgever gesproken en die bevestigde dat het desbetreffende telefoonnummer door Mehmets gezin werd gebruikt.

Nu ik bijna drie jaar na de moord bij Mehmet thuis zit, zegt hij:

‘Ik was doodsbang bij het gebeurde betrokken te raken. Ik had niets gedaan. Ik zeg nog steeds dat ik toen niet wist wat Orhan gedaan had; hij zei niets tegen me en ik ben niet iemand die vragen stelt. Maar Orhan, Ayhan en Ara waren bij me thuis. En Orhan leende de mobiele telefoon van mijn vrouw om te bellen. Ik zag dat hij de telefoon pakte en zich in de slaapkamer opsloot.’

‘Het hof beweert dat Özkan dat gesprek voerde.’

‘Dat klopt niet. Het was Orhan. Özkan en Önder waren hier niet’, zegt Mehmet Yildiz.

Mehmet vertelt dat hij voorstelde dat Orhan, Ayhan en Ara naar Mehmets moeder zouden gaan, Sultan Simsek, die op Klasrovägen in een flat in Häggvik woonde.

‘Daar zouden we veilig zijn, niemand zou op het idee komen ons daar te zoeken’, zegt Ayhan als ik hem spreek. Orhan en Ayhan vertellen hoe ze samen met Ara eerst naar Edsviken gingen waar Orhan het pistool en de munitie onder een steen in de struiken verstopte. Volgens Orhan staken ze toen het schoolplein van Rudbecksskolan over en liepen naar Studievägen in Häggvik dichtbij het station. Aan de andere kant ligt Klasrovägen.

Toen gebeurde er iets totaal onverwachts. Plotseling stonden Orhan en Ayhan tegenover drie jongens die ze goed kenden.

‘Het waren Ibrahim, Ferkan en Carlos. Ze waren aan het inbreken in een winkel. We herkenden ze en zij zagen dat wij het waren. Maar we zeiden niets. We schrokken alleen maar en gingen er direct vandoor’, zegt Orhan.

Ayhan beschrijft hoe ze in paniek raakten.

‘Orhan en ik liepen voorop, daarna kwam Ara. Hij was helemaal high van de heroïne. Ik geloof niet dat ze hem zagen. Maar we stonden maar zo’n tien meter van ze af. Ze herkenden ons direct.’

‘We begrepen dat ze met een kraak bezig waren. En precies op dat moment ging het alarm af. We renden als gekken weg.’

Volgens Orhan werd de inbraak gepleegd in een computerwinkel op Studievägen. Als ik Häggvik binnenrijd, blijkt de computerwinkel al lang geleden opgeheven. Maar naast het lege pand is de schoonheidssalon van Häggvik gevestigd. De eigenaresse kan zich de inbraak in de winter van 2002 nog goed herinneren.

‘De dieven sloopten het traliewerk voor mijn deur en kwamen hier naar binnen. Daarna sloegen ze gaten in de tussenmuur naar de computerwinkel. Ik raakte een telefoon kwijt,’ vertelt ze.

Een van de twee personen die Orhan en Ayhan als inbreker aanwijzen, heet Ibrahim. Ibrahim kent de Yildizbroers en hun neef Ayhan goed. Hij heeft vier jaar verkering gehad met een meisje dat op Malmvägen woonde, hij zat op Rudbecksskolan en bracht veel tijd in Sollentuna door. Eind september 2004 ontmoet ik hem in de gevangenis van Täby. Hij moet dan nog tien dagen uitzitten van zijn eenjarige gevangenisstraf wegens diefstal. Hij zegt dat hij bereid is alles te bekennen wat er die nacht gebeurd is.

‘Als het Özkan en Önder kan helpen, doe ik het’, zegt hij.

Ibrahim vertelt dat zijn twee vrienden Ferkan en Carlos – allebei notoire dieven – hem gevraagd hadden te helpen bij de inbraak in de computerwinkel. Hij hoefde alleen maar op de uitkijk te staan. Hij beschrijft hoe de jongens een traliewerk omhoog hesen en een ruit in de deur van de schoonheidssalon verbrijzelden.

‘We zaten fout. We dachten dat we de computerwinkel binnenkwamen’, zegt hij.

Daarom moesten ze de muur kapotslaan.

‘We waren een paar minuten bezig toen Ayhan en Orhan er plotseling aankwamen. Ferkan zag ze het eerst. Toen ik. En ze zagen ons ook. Paniek! Het alarm ging af. We groetten elkaar niet. Ze verdwenen, het was erg chaotisch’, zegt Ibrahim.

Zijn vriend Ferkan die bij de inbraak was, is net als de Yildiz-broers op Malmvägen opgegroeid.

‘Hij zei meteen: ‘Die hebben iets verdachts gedaan.’ Ik kan me herinneren dat hij dat zei. Hij zei: ‘We gaan ervandoor’’, vertelt Ibrahim. Ik heb in het politiearchief de rapporten gelezen over het verloop van de gebeurtenissen en de aangifte van diefstal. De inbraak is precies zo gegaan als Ibrahim vertelt. Hij beschrijft ook de buit gedetailleerd. Door gebrek aan bewijs werd het politieonderzoek naar de inbraak al snel stopgezet, maar de inbraak is nog niet verjaard. Ibrahim zegt dat hij beseft dat hij ervoor veroordeeld kan worden als hij bij een nieuw proces over de Rinkeby-moord bij zijn bekentenis blijft.

‘Dat moet ik voor lief nemen, want wat Özkan en Önder is overkomen is verkeerd. Iedereen die zich hier met criminele zaakjes bezighoudt, weet wat er in Rinkeby is gebeurd. Verdomme, zelfs snotjochies, kleine kinderen weten wat er gebeurd is! Zelfs Radu’s familie weet dat Özkan en Önder er niet bij waren. Iedereen weet het!’

Een paar weken later ontmoet ik op Malmvägen nog een van de dieven, Carlos. Hij heeft een aantal jaren in de gevangenis gezeten voor een lange rij misdrijven. Hij vertelt gedetailleerd over de inbraak op Studievägen. Carlos bevestigt Ibrahims verhaal en lacht om hun fout toen ze de schoonheidssalon binnengingen.

‘Dat was een arm zooitje hoor, die schoonheidssalon, geen enkel apparaat. Er was alleen maar een telefoon en die hebben we meegenomen.’

Hij zegt dat hij niet wil dat zijn naam in het boek komt waaraan ik werk. Hij heeft geen zin om weer vast te zitten.

‘Als Özkan en Önder een nieuwe rechtszaak krijgen en als het belangrijk voor ze is, dan kan ik het wel doen, maar nu niet’, zegt hij.

Een paar weken later ontmoet ik de derde inbreker, Ferkan. Hij vertelt hetzelfde. Hij zegt dat hij direct doorhad dat Orhan en Ayhan iets gedaan hadden.

‘Anders waren ze wel gestopt om ons te helpen dragen. Nu renden ze alleen maar als gekken weg’, zegt hij. De volgende ochtend kreeg hij te horen dat Radu Acsinia die nacht in Rinkeby was doodgeschoten.

‘Ik begreep toen wel dat het Orhan en Ayhan waren. En dat was ook zo. Het duurde niet lang voordat iedereen op Malmvägen wist wat er gebeurd was.’

Orhan en Ayhan zeggen dat ze van Studievägen naar Klasrovägen in Häggvik renden. En Ara was er al die tijd bij.

*

In de flat op de tweede etage woonden toen moeder en dochter Simsek. Moeder Sultan was eerder getrouwd met weer een andere oom van Orhan en Ayhan, maar was van hem gescheiden.

Sultans dochter Nadije was zwanger. Ze voelde zich niet lekker en haar beste vriendin, Nece – een zus van Ayhan Yildiz – was er om voor haar te zorgen. De meisjes werkten in de cafetaria van winkelcentrum Stinsen, niet ver daarvandaan. Nece, die zich bijna als een halve zus van Nadije beschrijft, was ’s avonds met haar mee naar huis gegaan toen ze zich niet goed voelde.

Orhan vertelt hoe ze buiten stonden. Het was pikdonker. De deur zat op slot. Het was koud buiten. Ze zagen door een van de ramen van de flat dat er licht brandde.

‘Ik gooide een sneeuwbal tegen het raam’, zegt Orhan. Nadije en moeder Sultan vertellen allebei dat ze het gebons van sneeuwballen tegen het slaapkamerraam hoorden en naar buiten keken.

‘We zagen Orhan, Ayhan en Ara daar buiten staan. Ze wilden naar binnen.

Nece, Ayhans zus, ging naar beneden om open te doen.

*

Orhan beschrijft hoe de zwangere Nadije naar hen staarde toen ze bovenkwamen. Nadije en haar moeder begrepen niet wat de drie jongens daar midden in de nacht deden. Maar ze waren nu eenmaal familie en in de Koerdische cultuur is het ondenkbaar familie niet binnen te laten. Zeker als het mannen zijn.

‘Nadije zag dat er iets niet in orde was. ‘Wat heb je gedaan?’ vroeg ze. Ik zei ‘niets bijzonders’ tegen haar. Maar ze begreep dat er iets niet goed zat’, vertelt Orhan. Nadije Simsek vertelt me dat ze die nacht nooit zal vergeten.

‘Het was aan ze te merken dat er iets gebeurd was. Orhan was nerveus en bleek en liep maar heen en weer door de flat. Hij keek naar teletekst. Hij leek in paniek. Hij belde met zijn mobiele telefoon. Maar hij wilde niet vertellen wat hij gedaan had.’

Nadije vertelt dat de hele situatie haar bang maakte en dat ze steeds ergere pijn en kramp kreeg.

‘Ik was hartstikke bang dat ik het kind zou verliezen. Ik viel zowat flauw.’

De vrouwen sloten zich op in de slaapkamer van Nadije. In de woonkamer hoorden ze de opgewonden stemmen van de mannen.

*

Ayhan Yildiz vertelt hoe Orhan na een poosje ongerust begon te worden dat hij het moordwapen niet goed genoeg had verstopt. Hij wilde terug naar Edsviken om het beter te doen.

‘Maar ik had helemaal geen zin om daar weg te gaan. Het voelde daar veilig. Niemand kon weten dat we daar waren’, zegt Ayhan.

Maar Orhan zeurde aan zijn hoofd en ten slotte stemde Ayhan ermee in met hem mee te gaan om het te regelen. Ara bleef in de flat.

Ze gingen samen naar Edsviken. Orhan vertelt dat hij het pistool pakte, maar dat hij niet meer aan de patronen dacht die hij daar ook had neergegooid. Ze namen het wapen mee en gingen naar het huis op Glimmervägen waar Ayhans familie woonde. Orhan bevestigt dat Ayhan en hij het pistool uit elkaar haalden, een vijl in de loop heen en weer haalden en daarna alles met een ijzerzaag en een bijl in stukken zaagden en hakten. Orhan vroeg Ayhan bij de bushalte van Stinsen op de uitkijk te gaan staan om te zien of er auto’s aankwamen. Zelf liep hij even weg. Na een minuutje was hij al terug.

‘Toen had hij de stukken van het pistool ergens weggegooid, ik zag niet waar omdat hij niet wilde dat ik het zou zien. Maar het moet daar in de buurt geweest zijn’, zegt Ayhan.

‘Ik verspreidde ze op verschillende plekken in de bosjes langs de weg’, vertelt Orhan.

Ayhan zegt dat hij doodziek wordt van alle leugens.

‘Bijna iedereen heeft van het begin af aan gelogen. Al toen we in Mehmets flat kwamen begon Fuat plannen te maken wat iedereen zou moeten zeggen, zodat niemand de bak zou indraaien. Nou, dat ging geweldig’, zegt Ayhan cynisch. ‘Doordat we niet gezegd hebben hoe het zat, zijn Özkan en Önder nu ten onrechte veroordeeld.’

Nadat ze het kapotgeslagen pistool hadden gedumpt en ze terugkwamen in de flat aan Klasrovägen, zegt Orhan dat ze ongerust naar Ara keken.

‘Ik probeerde aan hem te zien of hij de vrouwen iets had verteld’, zegt Orhan. ‘Maar hij was nog steeds hartstikke high. Helemaal van de wereld.’

Nadijes pijn werd steeds heviger.

‘Ze kreeg een soort aanval. En ze was natuurlijk zwanger. Nece, Ayhans zus, belde een ambulance. Die kwam na een tijdje. Wij verstopten ons, zodat ze ons niet zouden zien’, vertelt Orhan.

Volgens Orhan ging Ayhans zus mee naar het ziekenhuis. Nece Balci werd na de moord ook door de politie verhoord, maar ze zei dat ze niet wist waar ze die avond precies geweest was en dat ze zich niet kon herinneren wat ze toen had gedaan. Als ik in de herfst van 2004 met haar praat, is ze met haar gezin naar Gävle verhuisd. Ze zegt: ‘Wat er die nacht gebeurd is, zal ik nooit vergeten. Maar ik kon mijn eigen broer toch niet verraden.’

Het logboek van de SOS-alarmdienst toont aan dat het die nacht inderdaad Neces mobiele telefoon was die gebruikt werd om de ambulance naar de flat op Klasrovägen te laten komen. Zoals we eerder gezien hebben, kunnen we – alleen maar op basis van het gebruik van iemands mobiele telefoon – geen keiharde conclusies trekken over diens aanwezigheid ter plaatse. Maar we kunnen op zijn minst concluderen dat de gegevens van de SOS-alarmdienst in de richting wijzen dat wat Nece en moeder en dochter Simsek vertellen, correct is. Nece heeft nog steeds hetzelfde telefoonnummer. Ik kan haar daarop bereiken. Nece bevestigt dat ze naar beneden rende om voor Orhan, Ayhan en Ara de deur open te doen.

‘Ik merkte dat er iets geks met hen was. Ze waren opgewonden. Verward. Er was iets. Maar ze zeiden niet wat er gebeurd was.’

Ze beschrijft hoe de drie vrouwen zich in Nadijes slaapkamer opsloten. De drie mannen zaten in de woonkamer. Nece vertelt dat Orhan luidruchtig was en geforceerd praatte.

‘Hij was helemaal van de wereld. Zijn ogen waren heel groot. Hij kon niet stilzitten. Hij liep maar heen en weer. Ik vroeg: ‘Wat is er gebeurd?’ Maar hij zei alleen maar: ‘Niets, ga de kamer uit!’’

Ze zegt dat Orhan razend werd toen ze ’s morgens vroeg naar hem toeging om te zeggen dat het zo slecht ging met Nadije en dat ze een ambulance had gebeld.

‘Hij schreeuwde tegen me: ‘Wat, wie heb je gebeld? Niemand mag zien dat we hier zijn. Doe de deur dicht!’’ vertelt Nece.

Nece zegt dat bij geen van de vrouwen de gedachte opkwam om naar de jongens toe te gaan om te vragen waar ze eigenlijk het recht vandaan haalden om hier zomaar binnen te vallen.

‘Dat zou ik nooit durven doen. Zodra onze jongens bij elkaar zitten, willen ze niet gestoord worden. En zeker niet door vrouwen en meisjes. Zo is het nu eenmaal. Maar Sultan vond het heel raar. Ze waren bijna nooit eerder bij haar thuis geweest en nu doken ze opeens midden in de nacht op en deden heel raar.’

Toen het ambulancepersoneel de flat binnenkwam had Orhan, volgens Nece, de deur naar de woonkamer dichtgedaan.

‘Orhan, Ayhan en hun oom Ara zaten daarbinnen in het donker, doodstil.’

Nece vertelt dat ze met Nadije meereed naar het ziekenhuis van Danderyd, waar ze een paar uur bleven. Toen ze die morgen naar de flat terugkwamen, waren de jongens er nog steeds. De vrouwen gingen naar bed en vielen in slaap. Toen ze een paar uur later wakker werden, waren Orhan, Ayhan en Ara weg.

‘Toen we daar ’s ochtends weggingen, zijn we uit elkaar gegaan’, zegt Ayhan.

Het logboek van de SOS-alarmdienst bevestigt alles wat Nece over het ambulancetransport vertelt. Fredrik Bergengård is groepschef bij de SOS-alarmdienst in Stockholm. In een schriftelijke verklaring beschrijft hij dat het gesprek op 27 februari via het alarmnummer 112 binnenkwam en dat er gebeld werd met het mobiele telefoonnummer dat ook nu nog door Nece Balci wordt gebruikt. Het adres dat werd opgegeven was Klasrovägen 43C in Häggvik. Volgens de aantekeningen van SOS-alarm werd de toestand van Nadije Simsek als een geval in de categorie ‘prio 2’ beoordeeld. Tien weken zwanger, verlies van vruchtwater, bleek, hevige pijn. Volgens de notitie werd de ambulance om 04.56 uur gewaarschuwd. Die kwam op Klasrovägen aan om 05.04 uur, laadde om 05.11 uur en kwam om 05.25 uur aan in het ziekenhuis van Danderyd.

En daar houdt het verhaal over de nacht van de moord op.

Ik wil er alleen nog aan toevoegen dat Nadije Simseks zwangerschap, ondanks de spanningen tijdens de nacht van de moord, normaal verlopen is. Na de zomer kreeg ze een gezonde dochter.