36 We hadden het geweten

‘We hadden het geweten’, zeggen ze. ‘Begrijp je, Dick, we hadden het nu echt wel geweten als Önder en Özkan bij de moord betrokken waren.’

‘Iedereen wist al een paar dagen erna dat Orhan geschoten had.’

‘En dat Ayhan erbij was.’

‘Zoiets komt altijd uit. Zoiets weet je gewoon.’

Ik herken het uit mijn eigen tienerjaren. Het is absoluut zo. Wij wisten wie de auto van Lasses vader had gestolen. En wie een paar jaar eerder de wielen van de kinderwagens afhaalde om voor zijn zeepkist te gebruiken. Wie er met luchtbuksen op kleine vogeltjes in het bos schoot. En hoe het kwam dat de lokale rockband plotseling veel betere versterkers en microfoons had. En we wisten ook wie de dertienjarige Anette zwanger had gemaakt. Hoewel zoiets nooit bij de volwassenen terecht kwam. Zelfs niet nadat ze abortus had laten plegen. Ik vraag me af of zij en de vader van het ongeboren kind nog steeds bij elkaar zijn. Een paar jaar geleden, toen ik voor een reportage voor het SVT-programma Striptease in de gevangenis van Kumla was, zei een gedetineerde plotseling tegen me:

‘Hallo Dick, herken je me nog?’

‘Jerry!’

‘Ja, ik begrijp dat het je verbaast me hier te ontmoeten.’

Ik had hem niet meer gezien sinds we op de lagere school bij elkaar in de klas zaten. En nu zat hij dus hier in Kumla. Het bleek dat hij er zat voor een gewapende roofoverval. Was ik verbaasd? Nee, helemaal niet. Als 11-of 12-jarigen dachten we al dat Jerry vroeg of laat wel in de bak terecht zou komen. Maar dat zei ik natuurlijk niet tegen hem.

‘Kun je je nog herinneren’, zegt hij glimlachend, ‘dat we op de laatste dag dat we elkaar zagen zo verschrikkelijk gevochten hebben? Dat was de dag voor wij uit Rågsved verhuisden.’

Ja zeker, we vochten, vochten en vochten. Ik ranselde hem op school af en zijn oudere broer kwam me nog diezelfde avond in elkaar slaan of de avond daarop als hij me toen pas te pakken kreeg. De dag erna liep Jerry altijd vrolijk en grijnzend rond omdat ik slaag van zijn grote broer had gehad. Waarop ik Jerry weer in elkaar sloeg. We hielden geen van beiden op. Niemand gaf zich over.

Zou, als Jerry niet was verhuisd, het bij ons net zo zijn afgelopen als met Orhan en Radu? Nee, wij hadden geen vuurwapens. Maar het had best gekund dat iemand van ons door onze harde vuisten ernstig gewond was geraakt. Vooral toen we wat ouder werden. Toen we zeventien, achttien waren en met meer kracht konden uithalen. Alle kinderen op school en in de buurt wisten waar mijn en Jerry’s dikke lippen en blauwe ogen vandaan kwamen. Maar de leraren, de rector en onze ouders niet.

‘We hadden het geweten.’

Ja zeker, wij wisten een paar jaar later precies wie er op een nacht in bijna alle winkels in het centrum hadden ingebroken en die ’s ochtend zo stoned als een garnaal in de schoenenwinkel werden aangetroffen.

Bezig schoenen te passen ...

En natuurlijk wisten we wie er op een avond een zestienjarige jongen uit een andere voorstad had doodgeslagen. We wisten het de volgende dag al. Het was immers iemand uit onze wijk. Dit voorval werd uiteraard een zaak voor de politie. Maar pas weken nadat wij het al wisten, kwam de politie erachter dat het geen ernstige, langdurige mishandeling was die tot de dood geleid had, maar een ongelukkige vuistslag die het strottenhoofd van de jongen had verbrijzeld. Terwijl ik dit schrijf wordt er op het lokale nieuws aandacht besteed aan het feit dat iemand putdeksels en fietsen op de rails van de trein heeft gelegd. En stenen tegen de ruiten van de trein heeft gegooid. Jongeren in de omgeving worden geïnterviewd. Ja, natuurlijk weten ze wie het gedaan heeft, zeggen ze.

Jonge mensen praten. Met hun beste vriend of vriendin of vriendje of vriendinnetje. Ze praten over wat ze gedaan hebben. Of gezien hebben. En dan verspreidt het gerucht zich. Ervaren volwassen criminelen kunnen misschien hun mond houden, maar jonge mensen absoluut niet.

Dus ik geloof die mensen daar in de buurt van Malmvägen die beweren dat ze het geweten hadden als Önder en Özkan die nacht van de moord op Radu ter plekke waren. Want zo is het nu eenmaal. Maar voor de bewijsvoering betekent het niets.