4
'Heb je de vloer in de vochtige kamer schoongemaakt?' vroeg ze hem de volgende dag. Sinds die eerste zondag spraken ze over de vochtige kamer, hoewel niets leek te rotten van plafond tot plinten.
Rory keek op uit het tijdschrift waarin hij aan het lezen was. Onder zijn ogen hingen grijze manen. Hij had niet goed geslapen, had hij gezegd. Een snee in zijn vinger en hij kreeg meteen nachtmerries over sterfelijkheid. Zij had daarentegen als een roos geslapen. 'Wat zei je?' vroeg hij.
'De vloer...' herhaalde ze. 'Er lag bloed op de grond en dat heb jij kennelijk opgeruimd.'
Hij schudde zijn hoofd. 'Nee,' zei hij eenvoudigweg en las verder in het tijdschrift. 'Ik heb het niet gedaan,' zei ze.
Hij gaf haar een welwillend glimlachje. 'Je bent zo'n perfecte huisvrouw,' zei hij. 'Je weet niet eens wanneer je iets hebt gedaan.'
Daarmee was dat gespreksonderwerp afgehandeld. Hij leek er kennelijk vrede mee te hebben dat ze geleidelijk haar gezonde verstand aan het verliezen was.
Zij had aan de andere kant het hoogst merkwaardige gevoel dat ze dat weer aan het hervinden was.