Er waren sprookjesachtige plekjes in de omgeving van Pastorville - uitgestrekte bossen die aan weerszijden van een smalle weg lagen, bossen die in het midden van de herfst de koperkleur van oude stuivers aannamen, of zo donkerrood werden als geronnen bloed. De eerste dode bladeren lagen nu al op de met gras begroeide hoge bermen aan de kant van de weg. Adrienne reed nonchalant; soms nam ze beide handen van het stuur om een sigaret te pakken of een ander radioprogramma op te zoeken. En Emily, die haar aandacht moest verdelen tussen de schoonheid van het stervende landschap en het rusteloze gebabbel van de vrouw naast haar, zat achterover in haar stoel en probeerde niet te luisteren naar het geluid van Adriennes stem, net zoals ze de gedachte van zich af probeerde te zetten dat de auto van de weg zou raken en over de berm heen zou schieten.
Het was een eenzijdig gesprek, een eindeloze opsomming van wat Adrienne allemaal had bereikt na een moeizaam begin; armoede, een huwelijk dat snel op de klippen liep, daarna een saai maar rustig tweede huwelijk, de kinderen, haar eigen zaak en haar succes. Het was een loflied op wat werk voor een mens kan betekenen. Na een poosje slaagde Emily erin om het meeste langs zich heen te laten gaan. Ze knikte van tijd tot tijd en glimlachte beleefd als ze dacht dat dat van pas kwam. Een verbazingwekkend sociaal vernisje, dit aangeleerde gedrag van knikken en glimlachen op de juiste momenten. Ook als Adrienne al doorhad dat ze niet echt luisterde, weerhield dat haar er niet van om door te gaan. Steeds maar door. Emily keek naar de dorpjes en plaatsjes - of stadjes, zoals ze genoemd wilden worden - die voorbij flitsten, met één kruidenier, een postkantoor en Amerikaanse vlaggen aan de masten op de keurige gazons voor de witte houten huizen. Ergens kreeg je het ongemakkelijke gevoel dat je vanuit de diepe schaduwen op de veranda's werd gadegeslagen. Toen ging Adrienne van de verkeersweg af en reed een smal, ongeplaveid weggetje op, onder een bord door waarop stond: De Cream Pantry, M. Leopold, eigenaar. Ze parkeerde de auto op een volle parkeerplaats voor een huis dat was omgebouwd tot restaurant. Ze stapten uit en Adrienne vroeg: 'Letje op calorieën?'
'Alleen als ik in een schuldbewuste bui ben ...'
'Net zoals ik, net zoals ik. Wat zijn we soms toch zwak. Maar hier komt de verleiding zó op je af dat je je niet kunt veroorloven aan calorieën te denken, echt waar, liefje.'
Ze liepen de treden naar de veranda op en gingen naar binnen. Ze kwamen in een groot vertrek waar volgens Emily meer dan honderd vrouwen aan kleine tafeltjes zaten, koffie dronken en bijna obsceen met zilveren vorkjes in grote stukken taart zaten te prikken. Ze vonden een tafel in een hoek en Emily had het rare gevoel dat ze de een of andere geheime plaats had ontdekt, iets dat tot nog toe voor haar verborgen was gehouden - een samenzwering van taartjeseetsters, vrouwen die uit alle plaatsen in de omgeving waren weggevlucht voor een orgie van slagroom en koffie en roddel. Dus dit doen ze in hun vrije tijd, dacht ze. Zo slagen ze erin om de leegheid van hun bestaan te verdrijven. Ze eten taart. Ze maken stiekeme uitstapjes naar de Cream Pantry om zich daar vol te proppen. Ze werd zich ineens bewust van het feit dat haar kleding niet goed in deze omgeving paste. Alle vrouwen zagen er keurig uit; alleen zij zag eruit als een strandjutter. Ze voelde zich niet erg op haar gemak. Het idee drong zich aan haar op dat ze min of meer een besloten club was binnengestapt, en dat ieder lid wist dat zij als enige geen lidmaatschapsgeld had betaald. Ze luisterde naar het geluid van de vorkjes en naar het gebabbel, ze rook de taartjes en de koffie - en ze dacht: dit past niet in deze tijd. Het lijkt wel of ik in een ver verleden terecht ben gekomen. Een voorbije tijd, waarin vrouwen niet werkten maar bij de buurvrouw op de koffie gingen, waarin het lid zijn van de country club van wereldbelang was en waarin het leven draaide om de rivaliteit met de buren.
Het is raar, dacht ze. Dit hoort niet in het heden thuis.
Adrienne schoof haar over de tafel een menukaart toe en zei: 'Probeer de Parijse Vanilleverrassing.'
'Dat klinkt als een echte dikmaker.'
'Dat is het ook. Maar we zijn hier toch niet helemaal heengereden om ons in te houden?'
'Het is misschien een flauwe vraag, maar kom je hier vaak?'
Adrienne bestudeerde een poosje zwijgend de kaart. 'Op de dagen dat ik spijbel - en dat komt niet zo vaak voor - ga ik hierheen. Het lijkt wel of het erbij hoort, het is lekker stout om een dag vrij te nemen en je dan vol te proppen.'
Stout, dacht Emily. Dat woord had ze al jaren niet meer gehoord. Het deed haar altijd denken aan de ondeugende streken van een tweejarig kind. Ze keek om zich heen en zag serveersters druk van tafel naar tafel rennen. Wie zijn al die vrouwen? vroeg ze zich af. Waar komen ze vandaan? En wat doen ze in vredesnaam? En ze stelde zich een wereld voor die bestond uit golf- en tennislessen, ouderavonden, middagen met spelletjes backgammon, keurig gedekte ontbijttafels en stoofschotels die 's morgens werden bereid en de hele dag stonden te sudderen. Misschien dat ze tegen de verkiezingstijd de enveloppen voor Republikeinse politici dicht likten.
Er kwam een serveerster naar hun tafel toe en Adrienne bestelde twee Parijse Vanilleverrassingen en een pot koffie. Toen ze weg was zei Adrienne: 'Je ziet er niet erg gelukkig uit, Emily. Vind je het hier niet leuk?'
'Ik denk dat ik een beetje verbaasd ben.'
'Ontspan je en geniet ervan.' Adrienne raakte over de tafel heen even Emily's hand aan. Het deed Emily denken aan het gebaar van een oude tante - een droog, troostend en geruststellend klopje. Deze vrouw zou gemakkelijk de baas over je kunnen gaan spelen, dacht ze. Als je haar in je leven binnenhaalt neemt ze gewoon de touwtjes in handen. Ze nam het zichzelf al een beetje kwalijk dat ze zich hierheen had laten meeslepen, dat ze zo gemakkelijk had toegestemd. Denk niet aan Ted. Geniet van dat walgelijke taartje,
de koffie, vergeet die Adrienne en ga naar huis.
'Hoe lang woon je al in dat vervelende West Pastorville, Emily?'
'Ongeveer tien jaar.'
'Verschrikkelijk, vind je niet?'
'Nou, nee, dat vind ik niet.'
'Emily, krijg jij als je door de straten rijdt nooit het gevoel dat het enige doel van de wijk is dat je er in slaap valt? Dat gevoel heb ik altijd.'
'Het is niet echt een wijk die bruist van het leven ...'
'Dat vind ik nogal voorzichtig uitgedrukt, liefje. Als ik niet iedere dag naar de stad zou gaan, zou ik nu al stapelgek zijn, echt waar. Ik vind het er ronduit doods. Mag ik je vragen hoeveel vrienden je hebt in West Pastorville, Emily? Zeg eens eerlijk?'
'Vrienden ... Nou, dat zou ik zo niet kunnen zeggen.'
'Ik kan wel antwoord voor je geven. Eén? Twee?'
Emily gaf een tijdlang geen antwoord. Toen zei ze: 'De meeste mensen gaan er weer zo snel weg, ik denk dat het daaraan ligt. Ze knappen hun huis op en verkopen het dan aan het volgende pasgetrouwde stel. Ze blijven er niet wonen.'
'Precies,' zei Adrienne. 'Ze blijven er niet. Je hebt geen tijd om vrienden te maken.'
Emily zag de serveerster terugkomen met twee enorme geglazuurde taartpunten, gevuld met banketbakkersroom. Ze werden voor hen op tafel gezet en ze deden Emily denken aan misvormde monsters van een andere planeet, die vijandig naar haar opkeken. Hoe krijg ik dit door mijn keel? dacht ze. Adrienne schonk twee kopjes koffie in. Ze pakte haar vorkje op en viel op het gebak aan. Uit het gat dat ze in de korst maakte droop gele room.
'Ik heb een heel goede vriendin gehad,' zei Emily, die de behoefte voelde om de buitenwijk te verdedigen, hoewel ze niet precies wist waarom. 'Ze woonde naast ons. Ongeveer vijf jaar, geloof ik. Ze is vorig jaar gescheiden en met de kinderen weggegaan. Ze woont nu ergens anders en sindsdien heb ik geen contact meer met haar gehad.'
'Typerend,' zei Adrienne.
'Buiten haar had ik niemand,' zei Emily schouderophalend. Ze staarde naar haar gebakje en nam een slok koffie.
Adrienne gaf haar weer een klopje op haar hand. 'Ik denk dat we goede vriendinnen zullen worden - als je er tenminste niet vandoor gaat.'
'Ik denk niet dat we in de nabije toekomst weggaan,' zei Emily. Als we ooit gaan. Ze dacht nu aan Beryl, Beryl die haar enige echte goede vriendin was geweest in West Pastorville; Beryl die een hekel had gehad aan de wijk omdat ze het er doods had gevonden. Ze vroeg zich af wat er van haar geworden was. Ze woonde nog ergens in de staat, maar meer wist ze ook niet. Beryls vertrek had een leegte in haar leven achtergelaten.
'Het probleem van West Pastorville is dat ik me er zo leeg voel,' zei Adrienne, die een kloddertje room van haar mond veegde. 'Volgens mij moeten mensen uit het leven halen wat erin zit, vind jij niet? En dat doet niemand in West Pastorville. Ze gaan half slapend het leven door, liefje. Ze doen niets met hun tijd. Dat noem ik geen leven.'
'Ze zijn niet allemaal zo,' zei Emily.
'Oh nee?' Adrienne vouwde haar servet open. 'Ze hebben alle opwinding uit hun leven gebannen. Ze worden nooit meer ergens enthousiast voor. Nergens voor.'
Emily prikte in de korst van haar gebakje. Ze stopte een stukje in haar mond. Het was vet en machtig en zoet. Ze spoelde het weg met de sterke koffie.
'Wat vind jij opwindend, Emily? Waar ben jij enthousiast voor te krijgen?'
Wat een vraag, dacht Emily. Wat werd er eigenlijk van haar verwacht? Dat ze serieus haar leven ging overdenken om de vraag te beantwoorden? Dat ze zei dat ze zo verschrikkelijk geboeid werd door het nieuwe winkelcentrum? Of door het pas in gebruik genomen honkbalveld? Hoe deed je zoiets - ging je in alle donkere hoeken van je geest op zoek naar een antwoord op deze vraag? Tot haar ontzetting merkte ze dat ze helemaal nergens op kon komen.
Adrienne glimlachte fijntjes. 'Mag ik je een persoonlijke vraag stellen?'
'Kan ik je tegenhouden?'
'Nee, dat niet.' Adrienne keek haar van de andere kant van de tafel aan. Ze had het gebakje halverwege laten staan en viste in haar tasje naar een sigaret. 'Vind je je huwelijk nog opwindend?'
'Ik weet niet of ik daar antwoord op kan geven ...'
'Dat hoeft ook niet,' zei Adrienne. 'Ik denk dat ik het wel weet.'
'Wat weet je dan?' De houding van de andere vrouw, die suggereerde dat ze heel veel inzicht had in dit soort zaken, begon Emily mateloos te irriteren. Jezus, waar was ze aan begonnen - aan het uitwisselen van hartsgeheimen? Zouden de vragen nog persoonlijker worden. Ben je echt tevreden met je seksuele relatie, liefje? Hoe lang is Teds pik? Experimenteren jullie wel eens, Em? Likt hij je ooit klaar? Of jij hem? Voel je je aangetrokken tot sadomasochisme?
'Ik weet,' zei Adrienne langzaam, 'ik weet dat jouw huwelijk in hetzelfde stadium verkeert als het mijne, liefje.'
'Ik kan niet zeggen ...'
'Een sleur, nietwaar?'
'Adrienne...'
'Je hoeft tegen mij niet te liegen, je hoeft je niet groot te houden.'
Je tiranniseert me, dacht Emily. Maar ik laat me door jou niet op mijn kop zitten.
Adrienne leunde vertrouwelijk over de tafel en fluisterde: 'Daar is een gemakkelijke oplossing voor.'
'Ik heb nooit gezegd dat ik een probleem had, verdomme.'
'Hoe het ook zij, liefje, als je een probleem hebt, en ik zeg niet dat dat zo is, hoor, maar als je een probleem hebt moet je overwegen een minnaar te nemen.'
'Een minnaar?'
'Je bent veel te snel geshockeerd, Emily. Begin een verhouding. Neem een minnaar. Het liefst een jonge man. Zonder liefde. Zonder verplichtingen. Je gaat met hem naar bed als het je uitkomt en je hebt plezier en daarna trek je je kleren weer aan en gaat naar huis. En denk je dat je lieve echtgenoot iets merkt? Natuurlijk niet. Die zit vastgekluisterd aan het televisietoestel en kijkt naar een honkbalwedstrijd. Weet hij veel.'
Emily zei niets. Ze nam een slokje koffie, stak een sigaret op die ze niet op wilde roken en staarde het volle restaurant in. Werden er aan de andere tafels ook dit soort gesprekken gevoerd? Slaagden deze vrouwen erin om hun leven te vullen met andere mannen? Maakten ze 's middags snel een nummertje met iemand? Misschien zou je moeten kunnen lachen om het idee dat de een of andere bezorger een hele straat met verveelde huisvrouwen van dienst was, of dat de legendarische glazenwasser een open raam binnenklauterde met iets anders dan zeemleer in zijn gedachten. Maar ze vond het niet echt grappig. In werkelijkheid had Adriennes 'oplossing' haar geschokt en haar min of meer van haar stuk gebracht - ze merkte dat ze even zat te fantaseren over de vorige avond met James Hamilton, dat ze zich probeerde voor te stellen wat er gebeurd zou zijn als ze met hem een glas wijn was gaan drinken. Waarschijnlijk had hij haar meegevraagd naar zijn appartement, met alles wat daaraan vast zat. Alleen omdat ze eenvoudigweg 'ja' had gezegd tegen het glas wijn. Ze wilde er eigenlijk niet over nadenken. Hoe kwam dat toch? Hoe kwam het toch dat ze steeds weer op die puriteinse trek in zichzelf stootte? Je bent gewoon een ouderwetse vrouw, Emily. Daar komt het door. Je gelooft in het huwelijk, ook al heb je af en toe fantasieën, ook al verzin je minnaressen voor Ted in zijn motelkamers ... Je bent een ouderwetse vrouw. Wat klonk dat verschrikkelijk, alsof ze nu al bejaard was.
Adrienne zei: 'Hoe denk je dat ik de verveling verdrijf? Wat stel je je voor, Emily? Ik ga naar de stad en ik beweeg me in een wereld die niet helemaal zonder glamour is, liefje. Ik kom jonge mensen tegen die carrière proberen te maken. En soms, zwak en menselijk als ik ben, kan ik de verleiding niet weerstaan.'
'Ik zie er de zin niet van in,' zei Emily en ze hoorde hoe zwak dat moest klinken. Ze moest ineens aan haar kinderen denken, twee foto's die ze onverwacht voor zich zag. De kinderen. Ergens draaide het altijd om de kinderen, en het laatste wat je zou doen was hun bestaan in de waagschaal zetten voor een zinloze verhouding met een man.
'Je hebt lol, dat is alles. Wilde je soms beweren dat je je nog nooit van een andere man hebt afgevraagd hoe het zou zijn om met hem naar bed te gaan?'
'Ik geloof niet...'
'Dat is heel natuurlijk, liefje. Je ziet een aantrekkelijk iemand en je vraagt je af hoe hij in bed is. Je moet daar wel eens aan gedacht hebben. Vast wel.'
Emily schudde haar hoofd. 'Daar denk ik nooit aan.'
'Dan ben je een uitzondering.'
'Dat kan best.'
'Of je hebt een afwijking.'
'Misschien zelfs dat wel.' Emily vroeg zich af of ze wel helemaal eerlijk was. Hamilton was, ondanks het feit dat hij zo duidelijk eenzaam was, een aantrekkelijke man, maar had ze ooit aan hem in bed gedacht? Nee, wat ze ook gedacht en gefantaseerd had, zo ver was het niet gegaan. Het was niet meer geweest dan een onschuldig fantasietje zoals een tiener die kan hebben, ze had even aan hem gedacht en daar verder niets mee gedaan. Het was zelfs geen echte fantasie geweest, verdomme. Wat haalde ze zich in haar hoofd?
'Ik geloof niet dat je een afwijking hebt,' zei Adrienne. 'Ik heb het gevoel dat je gewoon een beetje bang bent.'
'Waarvoor?'
'Voor jezelf, liefje. Voor jezelf.'
'Dat is kletspraat.'
Adrienne lachte en dronk haar kopje leeg. Daarna zei ze: 'Misschien is het ook kletspraat, Emily. Waarschijnlijk heb je gelijk.'
Er viel nu een stilte tussen hen. Emily zat de andere vrouw een poosje op te nemen. Waar zat ze zich in vredesnaam druk over te maken? Als Adrienne haar leven op die manier wilde inrichten, wat dan nog? Het leek Emily alleen een leeg bestaan, dat was alles. Vruchteloos, nutteloos. Maar als ze dat graag wilde, laat haar dan. Ze wist dat ze het zelf niet zou kunnen - en toch betrapte ze zich erop dat ze zat na te gaan of ze niet af en toe een aantrekkelijke man in een menigte, in een restaurant of op een feestje had gezien bij wie ze zulke gedachten had gekregen. Ze kon het zich niet herinneren. Ze kon het zich echt niet herinneren.
'Laten we er over ophouden,' zei Adrienne. 'We hebben verschillende opvattingen, liefje, en die kunnen we nooit in overeenstemming brengen. Ik vind een vrije seksuele omgang een van de weinige beloningen die het leven je te bieden heeft.'
Een beloning, dacht Emily. Een medaille van verdienste. Wat gebeurde er trouwens als je oud werd? Als je zelfs geen jonge mannen meer je bed in kon lokken? Wat een leegte hield je dan over, lange uren waarin je alleen maar verdrietig terug kon blikken.
Adrienne keek even in haar lege kopje en zei daarna: 'Zullen we teruggaan?'
'Als jij zover bent?'
'Ik ben zover.' Adrienne pakte haar tasje en stond op. Emily liep achter haar aan naar de veranda. Het zonlicht was oogverblindend; het brandde op de verkleurende bomen waar het zich verspreidde in talloze kleine lichtjes die weerkaatsten als spiegeltjes. Adrienne draaide zich naar haar om en zei: 'Ben jij al eens gevraagd om op te passen?'
'Nog niet.'
'Ik ook niet.'
Adrienne haalde haar schouders op, alsof ze teleurgesteld was en liep naar de auto. Emily volgde even later.