Emily stopte de kinderen in bed en probeerde toen opnieuw Caroles nummer, maar er werd weer niet opgenomen. Ze zette de kopjes en schoteltjes in de afwasmachine en vulde het bakje met zeeppoeder. Even een druk op de knop, dacht ze, en een klein huishoudelijk wonder geschiedt. Ze luisterde naar het gezoem van de machine en het geluid van het water en keek terug op de eerste bijeenkomst van de oppasgroep. Toegegeven, het was niet bepaald geweldig begonnen, maar op het eind was alles goed gekomen - het was eigenlijk gemakkelijker geweest dan ze van tevoren gedacht had; de afspraken, het puntensysteem, het feit dat de andere vrouwen zo snel met het plan hadden ingestemd. Ze leunde tegen de bar en zag het zachte licht weerkaatsen in Teds houten wanden.

Een voor een ging ze de vrouwen na. Over het algemeen vond ze ze aardig. Als ze zelf had mogen kiezen was het natuurlijk niet helemaal deze groep geworden, maar voor een loterij was het niet al te gek uitgevallen. Carole leek aardig en betrouwbaar en - wat een woord - eenvoudig. (Klonk dat allemaal niet een beetje neerbuigend? vroeg ze zich af. Wist ze niets uitgesprokeners te verzinnen?) Susan was misschien een beetje verlegen, maar dat was gezien de omstandigheden begrijpelijk - en misschien had het iets te maken met haar uiterlijk. Hoe zou het zijn, dacht ze, om de jaren je schoonheid te zien ruïneren, om te zien hoe je spiegelbeeld verandert van een mooi meisje in een verlepte huisvrouw?

Dat probleem heb ik achter de rug, dacht ze. Ze was om te beginnen nooit mooi geweest en was haar tienerjaren doorgekomen met een gezicht dat het best als pittig omschreven kon worden; het soort uiterlijk dat men later aardig gaat noemen. Ook zo'n akelig woord, dacht ze. Een woord dat niets inhoudt. Mensen gebruikten dat soort woorden als ze niet wisten hoe ze iets moesten beschrijven en een pijnlijke stilte wilden vermijden.

En hoe ziet Emily er uit, Ted?

En hij zou kunnen zeggen: Heel aardig.

Aardig. Zoals je een paar handschoenen of een meubelstuk omschrijft, dat je niet echt mooi vindt. Of misschien wel een plantenklimrek.

Ze dacht vervolgens aan Marylou. De intelligentste van allemaal. Iemand met wie je beter geen ruzie kon krijgen, omdat ze dan waarschijnlijk zo hard als een bikkel zou zijn. Ze was blijkbaar vastbesloten om haar schoonheid te verbergen en die te camoufleren met een zware bril en onvrouwelijke kleding. Een feministe, dacht Emily. Bekijk me eerst als mens, dan als vrouw. Iemand die ervan hield om in organisaties te zitten en die het idee van een coöperatieve samenwerking duidelijk een warm hart toedroeg. Zo iemand had je nodig, al was het maar om de knoop door te hakken als niemand anders een beslissing durfde te nemen. Ze was zeker flink en zakelijk, en Emily kon zich voorstellen dat Marylou de organisatie van de club zou overnemen, misschien zelfs wel het puntenboek zou inpikken zonder het ooit weer af te staan. Een prettig vooruitzicht. Zo gaf ze het puntenboek trouwens wel een beetje de status van een Dode Zeerol, terwijl ze alleen maar een schoolschrift hoefde te pakken en op het kaft 'puntenboek' hoefde te schrijven. En voilà, er is een oppasclub geboren.

Ze schoof het gordijn voor de ruit in de keukendeur een stukje opzij en keek de inktzwarte achtertuin in. Het was een maanloze, rustige avond. Adrienne, dacht ze.

Ja, Adrienne.

Ze deed haar nog het meest denken aan die meisjes op de middelbare school die in de klas altijd de clown uithingen en die volgens de voorspellingen in het jaarboek een carrière zouden opbouwen als actrice. Ze stonden altijd vooraan bij de auditie voor een toneelstuk van school en droomden ervan een ster te worden. Meestal kwamen ze niet verder dan de planken van een plaatselijk theatergroepje, waarna ze uiteindelijk uit het gezicht verdwenen, opgeslokt door de alledaagse anonimiteit. Was dit dan wat er met hen gebeurde? Dat ze jaren later weer tevoorschijn kwamen, iets minder ambitieus maar met nog even veel enthousiasme? Kozen ze beroepen waarin ze hun fantasieën onbeperkt uit konden leven? Zoiets als Adrienne met haar modellenbureau, bijvoorbeeld? Maar wat je verder ook op haar aan te merken kon hebben, haar komst en haar manier van optreden hadden het ijs doen smelten en de zaak aan het rollen gebracht.

Over het algemeen genomen, dacht Emily, had ze het slechter kunnen treffen.

Ze deed het keukenlicht uit en liep naar de trap. Ze staarde omhoog naar het flauwe licht op de overloop. Het was niet de heksenkring waar Ted het over had gehad - dat kon je toch op zijn minst wel zeggen van de groep.

Ze ging naar boven. Toen ze in de slaapkamer in de richting van de badkamerdeur liep zag ze in het voorbijgaan zichzelf in de spiegel van de toilettafel. Ze stond stil, draaide zich om en keek naar haar spiegelbeeld. Ze pakte haar haar achter in haar nek bij elkaar, zwiepte het omhoog en trok een pruilmondje. Cosmo, dacht ze, jullie weten niet wat jullie missen.