27 mei 1953

Edwina Storch had Claire alles verteld, in de overtuiging dat zij het weer zou doorvertellen aan Will.

In het donkere clubhuis had de oude dame thee geschonken en Claire had haar aangehoord.

‘Trudy ging dubbel zo hard haar best doen om zich onmisbaar te maken bij Otsubo. Ze wist dat ze veel aan hem kon hebben. Ik kende Otsubo, want hij had me geholpen bij het verkrijgen van mijn paspoort, en ik hield contact met hem en deed af en toe een kleinigheidje voor hem.’ Ze keek Claire over haar bril heen doordringend aan. ‘Je moet goed begrijpen dat ik niet collaboreerde. Ik dacht dat ik me nuttiger voor Engeland en voor iedereen zou maken als ik op de hoogte bleef van de situatie, en er was geen reden de man van me te vervreemden.’ Ze zette haar bril af en wreef hem weer schoon.

‘En toen Trudy echt onmisbaar voor Otsubo begon te worden – die meid wist alles over Hongkong en kende alle verborgen schandalen – werd haar neef Dominick, die ik nooit heb gemogen, jaloers. Het was alsof ze met elkaar wedijverden om bij hem in de gunst te komen, terwijl er maar voor één van hen plaats was. Dominick was een vreselijke man. Ik weet niet of je iets van hem weet, maar hij was ronduit afschuwelijk. Een sadistisch, min mannetje dat altijd vond dat alles hem in de schoot zou moeten vallen. Ze waren allebei slaafjes van Otsubo en deden hun best besprekingen met Chinese hooggeplaatsten voor hem te regelen en hem op de hoogte te houden van alles wat er in de Chinese gemeenschap en zelfs in het restant van de Europese gemeenschap leefde. Dominick verdiende wat geld met de handel in levensmiddelen en andere noodzakelijke artikelen. Die kocht hij goedkoop in via de contacten die hij had en zelf vroeg hij er exorbitante prijzen voor. Walgelijk. Hij wilde ook altijd weten wie wie hielp en die informatie gaf hij dan door aan Otsubo. Het spreekt vanzelf dat hij zich daarmee niet bepaald populair maakte in hun oude kringetje, maar hij had wel het meest te eten van iedereen. Dominick deed dit allemaal openlijker dan Trudy. Hij werd met de nek aangekeken.’

Claire viel haar in de rede. ‘Moest u ook werken? Hoe bent u erdoorheen gekomen?’

Edwina trok een zuinig gezicht. ‘Ik heb er altijd de voorkeur aan gegeven niet te lang stil te staan bij onaangenaamheden uit het verleden.’

Claire moest bijna hardop lachen, maar zag nog net op tijd dat Edwina Storch zich totaal niet bewust was van de ironie van haar woorden.

‘De Japanners in Hongkong probeerden zichzelf uiteraard te verrijken. Dat is heel gebruikelijk tijdens een bezetting, maar er werd veel gepraat over de Krooncollectie, die onder meer uit zeer zeldzame en kostbare voorwerpen van porselein bestond. Otsubo ontdekte dat ik wel iets van dat onderwerp wist en liet me bij zich komen om er meer over te horen. Het weinige dat ik wist heb ik hem verteld.’

Edwina’s ogen glinsterden. ‘Nou ja, eigenlijk wist ik heel wat meer dan ik liet merken, maar daar leek het me niet het juiste moment voor.’ Ze zweeg even.

‘Zal ik je eens iets vertellen, Claire? De gouverneur was pas heel kort voor de oorlog naar Hongkong gekomen.’ Ze zat doodstil, alsof ze in trance was. ‘Hij kwam in een zeer netelige situatie terecht en dat wist hij. Hij was net beëdigd en kreeg de leiding over een kolonie die volgens de rapporten van de inlichtingendienst op zeer korte termijn veroverd zou worden. De regering had hem opdracht gegeven de Krooncollectie, die zich in het gouverneurshuis bevond, in veiligheid te brengen. Zijn strategie…’

Ze onderbrak zichzelf en lachte. ‘Interessant verhaal, hè? Politici zijn toch zo dom. Geen greintje gezond verstand. Zijn strategie hield in dat hij aan drie verschillende mensen vertelde waar hij de collectie naartoe stuurde om die veilig door de oorlog te loodsen. De communicatie met Londen werd al afgeluisterd, dus hij moest iets anders bedenken.’ Ze keek Claire aan. ‘Ik was één van de drie.’

‘Dat was vast een grote eer,’ mompelde Claire. Ze zag het voor zich: Edwina Storch, die werd ontboden in het gouverneurshuis en daar thee met scones kreeg en hartelijk werd ontvangen door een man die nog niet veel wist van zijn nieuwe werkterrein; hij was zijn woonvertrekken nog aan het inrichten, moest de bedienden leren kennen en zich voorbereiden op zijn zware taak. Edwina zou neerbuigend zijn geweest, zoals alleen een vrouw van haar leeftijd en achtergrond dat kon zijn. Hoe had ze dat zo lang kunnen volhouden zonder dat iemand daar ooit kritiek op had gehad?

‘Ze wisten dat ik hier al lang was en veel wist van de inwoners en de geschiedenis van Hongkong, en daar hadden ze natuurlijk gelijk in,’ zei Edwina peinzend. ‘En er waren dus nog twee anderen. Ik kwam er ook achter wie dat waren. Het was niet de bedoeling dat we dat van elkaar wisten, maar dit soort informatie lekt nu eenmaal uit. De gouverneur was nerveus en nam een paar mensen in vertrouwen, niet over de locatie maar wel over onze identiteit. Er werd gekletst en zo kwam ik het te weten. Eén van hen was Reggie Arbogast. Ken je hem?’

Claire knikte. ‘Oppervlakkig.’

‘Na de oorlog is hij een beetje vreemd geworden.’ Haar mond vertrok tot een rechte, grimmige streep en haar gezicht kreeg een onverzoenlijke uitdrukking. ‘En die vrouw van hem, Regina, is een onnozel mens.’

‘En de derde?’ Claire kon haar nieuwsgierigheid niet bedwingen.

Edwina keek verrast. ‘Ik dacht dat je dat wel geraden zou hebben. De derde was Victor Chen.’