10 mei 1943

Edwina Storch was er op twijfelachtige wijze in geslaagd buiten het kamp te blijven, fluisterde men. Ze had gebruik gemaakt van het feit dat haar overleden moeder Fins was om een Fins paspoort te bemachtigen en had haar Britse staatsburgerschap opgegeven. Mary Winkle was samen met de anderen naar Stanley gebracht en Edwina stuurde haar zo vaak mogelijk pakketten met levensmiddelen.

Toen Trudy Edwina op straat zag lopen, ging ze een praatje maken. Ze had van een afstandje altijd een zwak gehad voor Edwina, ook al had ze rare verhalen gehoord over haar tijd als hoofd van de Essex-lagere school. Kennelijk had ze haar gezag met een overdaad aan bevlogenheid maar tamelijk ondoordacht uitgeoefend. Er deed een verhaal de ronde over een jongetje dat in het ziekenhuis was beland na een wat al te krachtdadige bestraffing, maar dat was in de doofpot gestopt. Hij was van gemengd bloed geweest, het kind van een Engelse ambtenaar en diens favoriete maar onwettige Chinese concubine. Hij was niet op school teruggekomen.

‘Ben je ook op vrije voeten?’

‘Ja, dankzij wijlen mijn dierbare moeder. Ze was Fins.’

‘Je moet elke kans aangrijpen die zich voordoet. Maar het is overal vreselijk, vind je niet?’

‘Ja, maar jouw familielid Victor Chen is een grote hulp voor me geweest. Hij kan werkelijk wonderen verrichten en je alles bezorgen wat je maar wilt!’

Trudy’s gezicht betrok. ‘Als je maar genoeg wilt betalen, neem ik aan. Nou, ik ben blij dat hij in elk geval íémand heeft geholpen.’

‘Jullie zijn toch neef en nicht?’

‘Nee, ik ben familie van Melody, zijn vrouw. Zij is in Californië. Daar zal ze haar kind baren.’

Edwina’s blik schoot even naar Trudy’s eigen dikke buik.

‘Dat is dan goed geregeld.’ Ze dempte haar stem. ‘Totdat hier alles wat beter gaat, bedoel ik.’

‘Ja,’ zei Trudy. ‘Ik neem aan dat het allemaal wel goed zal komen, denk je niet?’

‘Natuurlijk,’ zei het gewezen schoolhoofd.

‘Nou, ik hoop je weer eens tegen te komen in deze vreemde nieuwe wereld. Ik ben op weg naar een lunchafspraak met Dominick.’

‘Doe hem de groeten,’ zei de oude dame. ‘We zullen ons er allemaal wel doorheen slaan.’

Met een eigenaardige uitdrukking op haar mooie gezichtje keek Trudy Edwina Storch na.