7 mei 1953

De aanstaande kroning zorgde voor veel opwinding in Hongkong. Zowel de Engelsen als de plaatselijke bevolking waren in de ban van de majesteitelijk slanke prinses Elizabeth en haar knappe prins. Overal in de stad hingen aanplakbiljetten waarop kroningskoopjes werden aangekondigd, kleermakers adverteerden met speciale kroningsjurken, en er werden speciale munten en postzegels uitgebracht. Dames uit de hogere kringen maakten plannen voor kroningsfeestjes en theepartijtjes en in alle hotels werden bals gegeven. Claire merkte dat ze elke ochtend verlangend wachtte tot de krant werd gebracht, zodat ze over alle details en voorbereidingen kon lezen.

Ze was altijd gefascineerd geweest door de prinsessen, had het boek gelezen van Marion Crawford, hun kindermeisje, dat veel stof had doen opwaaien, en verslond elke letter die werd geschreven over hun privéleven. En nu werd de prinses koningin!

In Hongkong zouden grote parades worden gehouden en de stad zou worden versierd. Zowel The South China Morning Post als The Standard wijdde een groot deel van de voorpagina aan het naderende evenement. Op Statue Square zou een verlichte fontein worden gebouwd, met in het midden een koningsblauwe meiboom met een kroon erop en daaromheen vier leeuwen die het Verenigd Koninkrijk symboliseerden en vier vuurpotten die stonden voor de vlam van de eenheid van het Britse Gemenebest. De fontein zou dag en nacht worden bewaakt door afgevaardigden van Hare Majesteit zelf. In Kowloon werd een Kroningspark aangelegd, met blauwe hortensia’s en rode en witte waterlelies die werden aangeplant in het patroon van de Engelse vlag. Maar de kranten hielden zich ook met praktischer zaken bezig. De dienst voor bouw- en woningtoezicht waarschuwde dat veranda’s en balkons voldoende gestut moesten zijn als de eigenaren voorzagen dat ze binnenkort vol zouden staan met feestvierders.

Claire las aandachtig welke maatregelen de postkantoren namen om te kunnen voldoen aan de grote vraag naar herdenkingszegels. Er zouden speciale loketten worden aangewezen waar de postzegels werden verkocht en indien nodig zouden er extra loketten worden geopend. Ze was van plan naar het postkantoor aan Des Voeux Road te gaan om haar zegels te halen. Ze had ook geld opzijgelegd voor herdenkingsschildjes met de afbeelding van prinses Elizabeth erop.

Will lachte toen ze hem vertelde hoe opgewonden ze was.

‘Wat kan jou het in hemelsnaam schelen dat een of ander dwaas mens tot koningin wordt gekroond omdat ze toevallig in een bepaalde familie is geboren? En omdat haar oom verliefd is geworden op iemand tegen wie anderen bedenkingen hadden?’

Claire was geschokt. ‘Je klinkt als een communist, Will,’ waarschuwde ze. ‘Dat soort dingen zou ik maar niet in het openbaar zeggen.’

‘Soms ben je ook zo onnozel,’ zei hij, maar zijn toon was vriendelijk. ‘Je bent de gekste vrouw met wie ik graag omga.’ En hij drukte een tedere kus op haar voorhoofd.

Hun relatie duurde nu een maand of acht. Lang genoeg om een eigen ritme te hebben gekregen, maar nog zo kort dat Claire’s handpalmen vochtig werden vlak voordat ze hem zou ontmoeten en dat ze zichzelf dan probeerde te bekijken in elk spiegelend oppervlak dat ze passeerde. Doordat Martin vaste werktijden had konden Claire en Will elkaar regelmatig zien. Van Wills werk begreep Claire niets.

‘Ze doen nooit een beroep op je,’ zei ze. ‘Ze hebben twee andere chauffeurs, allebei Chinezen uit Hongkong. Waarom hebben ze jou in dienst genomen?’

‘Ik maak me op mijn eigen manier nuttig,’ antwoordde hij. Hij weigerde uit te leggen wat hij bedoelde.

Dat hij bijna nooit hoefde te werken betekende dat ze vele middagen samen konden doorbrengen in zijn kleine appartement, nadat hij Ah Yik had weggestuurd voor een boodschap, een van een eindeloze reeks. Een van Claire’s terugkerende problemen was hoe ze met het kleine vrouwtje moest omgaan. Ze had moeite met haar eigen illegitieme status, waardoor ze het lastig vond Ah Yik recht in de ogen te kijken. Ze piekerde voortdurend over wat ze wel en wat ze niet kon zeggen, en of het misschien beter was haar helemaal te negeren. Toen ze Will naar zijn mening vroeg zei hij dat het hem niets kon schelen, wat ze nog irritanter vond dan anders.

‘Het maakt niet uit,’ zei hij. ‘Ze is de discretie zelve en niemand is loyaler dan zij.’

‘Daar maak ik me ook geen zorgen over,’ zei Claire.

‘Waar dan wel over? Over wat ze van je vindt?’ vroeg hij plagerig.

‘Ik vind het gênant, Will. Dat is alles.’

‘Dat snap ik. Maar het kan haar helemaal niets schelen wat we uitvoeren. Ze heeft wel ergere dingen gezien.’

‘Hoe dat zo?’

‘Ze werkt al jaren voor me.’

‘Bedoel je…’ Ze zweeg. ‘Laat maar.’ Ze wilde eigenlijk niet weten wat hij bedoelde.

‘Waarom geef je zoveel om de koningin?’ vroeg hij plotseling.

‘Ze is nou eenmaal onze koningin,’ zei ze. ‘Wat bedoel je? Waarom zou ik niet om haar geven?’

‘Geloof je in het Britse imperium?’

‘Natuurlijk,’ zei ze, hoewel ze niet precies wist waar hij het over had.

Met een geïnteresseerd gezicht richtte hij zich op één elleboog op.

‘Dan heb ik nog een vraag voor je. Denk je dat de koningin iets om jou geeft?’

‘Wat? Wat stel je toch een rare vragen, Will. Soms snap ik helemaal niets van je.’

‘Ik wil alleen maar weten of je denkt dat de koningin, of liever gezegd de toekomstige koningin, geïnteresseerd is in jouw welzijn.’

‘Ze heeft heel veel onderdanen, maar ik weet zeker dat ze ons allemaal het beste toewenst.’

‘En jij bent haar je loyaliteit verschuldigd en ziet jezelf als haar onderdaan.’

‘Inderdaad, ja.’ Ze schudde haar hoofd. ‘Waarom ben je zo obstinaat? Dat zijn dingen waar we als Britse onderdanen waarde aan hechten. Zo bijzonder is het niet om er zo over te denken.’

Er gleed een trage glimlach over Wills gezicht. ‘Ik denk gewoon dat die lieve kleine Lizzie niet zoveel om je geeft als jij schijnt te denken.’

‘Je bent hopeloos,’ zei ze. ‘Laten we hierover ophouden. Ik krijg er een slecht humeur van. Je bent vreselijk en je maakt me boos.’

Hij lachte. Hij vond het leuk als ze hem de les las.

Will was echter ook onvoorspelbaar. Hij kon om de raarste dingen driftig worden.

Op een keer had ze de deur achter hen op slot gedraaid, en toen hij de klik hoorde had hij zich met een woedend gezicht naar haar omgedraaid.

‘Ik heb je toch gezegd dat ik mijn deur nooit op slot doe,’ zei hij. ‘Maak hem alsjeblieft weer open.’

Dat had ze gedaan. Ze voelde zich ernstig op haar vingers getikt en liep rood aan van verwarring.

Later begon ze erover. ‘Waarom word je zo kwaad als ik per ongeluk je deur op slot doe? Het lijkt nogal overdreven.’

‘Dat is een lang verhaal,’ zei hij. ‘Maar doe het alsjeblieft nooit meer.’ Hij verontschuldigde zich niet en gaf geen verdere uitleg.

Op dat soort momenten gedroeg ze zich alsof ze op eieren liep, maar dan trok hij haar het bed in of kuste haar en dan wist ze dat dat genoeg was, dat het alle onzekerheid, vernedering en schuldgevoel waard was.

En dan was er nog iets. Claire wilde een baby.

Die wens was heel plotseling opgekomen. Nadat ze die dreinende wezentjes jarenlang alleen had gezien als lastposten, was er opeens iets in haar veranderd en nu hunkerde ze tot in elke vezel van haar lijf naar een kind, een baby’tje om in haar armen te houden, om aan te ruiken en tegen zich aan te drukken. Ze verlangde naar een dikker wordende buik en naar het gevoel dat er iets mysterieus in haar bewoog, kortom, naar het besef dat er een kind in haar groeide.

Overal zag ze kindjes: baby’s in een doek op de rug van Chinese vrouwen gebonden, vlasblonde peuters die op het grasveld van de Ladies’ Recreation Club speelden. Ze had het gevoel dat ze iets ontbeerde, dat ze geen echte vrouw was, alsof haar iets essentieels werd ontzegd. Ze ging haar menstruatiecyclus bijhouden en huilde als haar ondergoed bebloed was. Als kennissen haar vertelden dat ze in verwachting waren, trok haar maag samen van verlangen.

En het zou natuurlijk Wills baby worden. De gedachte een kind van Martin te krijgen vond ze niet eens weerzinwekkend maar kwam nauwelijks bij haar op, alsof het geen reële optie was. Martin was in haar huidige leven zo op de achtergrond geraakt dat ze altijd enigszins verbaasd was als ze naast hem wakker werd. Zijn geur kwam haar vreemd voor, en zijn huid te klam en lijfelijk. Ze ging niet in op zijn avances en hij legde zich daar goedhartig bij neer. Daar ging ze hem om minachten, en van de weeromstuit ging ze zichzelf minachten. Was ze altijd zo hardvochtig geweest? Waardoor was ze zo geworden? Martin ging gewoon harder werken en bracht meer tijd op kantoor door, wat voor haar alleen maar makkelijk was. Hoe was hij zo geworden? Hoe was zij zo geworden?