21

Juliet Parrish liet voorzichtig een grote druppel groengeel bloed op een steriel gaasje vallen. Ze werkte hardnekkig door en weigerde zich door haar zorgen te laten meeslepen. De deur van het lab ging open; Juliet keek hoopvol op, maar haar gezicht betrok toen ze Vader Andrew in de deuropening zag staan. 'Is hij terug?'

'Nog niet,' antwoordde de priester, 'Maak je maar geen zorgen, Juliet. Mike Donovan kan op zichzelf passen.'

'Elias en Brad wilden op hem blijven wachten. Ik was degene die zei dat we weg moesten rijden.' Juliet beet op haar lip en vocht tegen haar tranen.

'En daar heb je goed aan gedaan. Donovan zou je wurgen als je zo stom was geweest om dat vervalste pasje alleen voor hem op het spel te zetten. Je hebt gedaan wat je moet doen. Je kon de hele operatie niet in gevaar brengen.'

Ze wreef zich over de ogen. 'Ik kan het nemen van al die beslissingen bijna niet meer aan. 's Morgens durf ik mezelf nauwelijks in de spiegel te bekijken.'

'Het wordt vanzelf gemakkelijker.'

'Dat betwijfel ik.'

Op dat moment draaiden ze zich plotseling om. De deur was opengegaan en ze zagen een ademloze en grijnzende Mike Donovan staan. 'Hallo! Heeft iemand me gemist?'

Juliet vloog op hem af en omhelsde hem. Donovan keek eerst een beetje verbaasd maar sloeg toen zijn armen om haar heen. Juliet keek naar hem op. 'Het spijt me, Donovan. We wilden niet wegrijden, maar ...'

'Hé, rustig maar.' Hij streek haar verwarde haren naar achteren. 'Ik zou je levend gevild hebben als je iets anders had gedaan.' Ze keken elkaar recht in de ogen en toen deed Juliet met een verlegen lachje een stapje van hem terug.

'Ziet u wel, Eerwaarde?' Ze keek Donovan met pretlichtjes in haar blauwe ogen aan. 'Ik zei toch dat ze hem niet klein kregen?'

'Onkruid vergaat niet,' beaamde Mike.

Elias Taylor stak zijn hoofd naar binnen. 'Hé, Mike! Heeft je moeder je te eten gevraagd?'

Donovan grinnikte. 'Ze stónd erop. Zo vervelend, die sociale verplichtingen.'

Ze moesten allemaal lachen, behalve William de Bezoeker, die achter het plexiglas van de sterilisatiekamer zat. Donovan wierp een blik op de Bezoeker. 'Dus dat is onze nieuwkomer. Heeft hij al gepraat?'

'Een beetje. Ik ben hem nog aan het onderzoeken. Moet je zijn bloed eens zien!'

'Ja?' Hij volgde haar naar de microscoop. Juliet wendde zich tot de priester. 'Eerwaarde, wilt u Robert vragen of hij even wil komen? Hij zou dit ook moeten zien.'

'Natuurlijk,' zei hij, en hij verliet het lab.

Donovan keek met grote ogen naar het groengele bloedmonster. 'Heel vreemd. Nu zou menselijk bloed er voor een leek als mij natuurlijk even vreemd uitzien. Elias zei dat hij een vrouw bij zich had toen ze hem oppikten. Wat is er met haar gebeurd?'

'Ze is nog hier. Ze heet Harmy Moore, en ze bracht het eten rond op de Richland-fabriek. We konden haar niet laten vertrekken, niet nu ze weet waar wij zitten.'

'Denk je dat we haar kunnen rekruteren?'

'Ze zegt dat ze pacifiste is, maar misschien kunnen we haar op een andere manier gebruiken. Ze heeft een avondopleiding voor verpleegster gevolgd.'

'Wat deed ze met hem?' vroeg Donovan.

'Ik geloof dat ze een avondje uit waren,' zei Juliet.

'Je meent het!' Hij keek naar William. 'Weet ze hoe ze er in werkelijkheid uitzien?'

'Ik denk van niet. Ze ...'

'Wat heb je ontdekt, Juliet?' vroeg Robert Maxwell vanuit de deuropening. Zijn ogen zonden William een koele blik toe.

'Ik heb hier een bloedmonster. Kijk maar,' zei Juliet, en ze deed een stap opzij.

'Hé ...,' fluisterde Maxwell. 'Een heel ander soort hemoglobine!'

'Ja,' zei Juliet. 'Maar ik heb nog een paar andere dingen onderzocht. Van binnen ziet hij er niet zo vreemd uit als je zou denken. Op de röntgenfoto's staan een hart, longen, nieren ... allemaal op dezelfde plaats als bij ons. De vormen zijn natuurlijk wel een beetje anders.'

Maxwell wees met zijn duim naar William. 'Werkt hij aan dit alles mee?'

'Perfect,' zei Juliet. 'Hij schijnt te begrijpen wat het verzet nastreeft -waarom wij terugvechten. Toen ik hem vroeg wat ze hem hadden verteld voor ze hierheen gingen ...' Ze begon te grinniken. 'Het was grappig. Hij heeft een beetje moeite met onze taal. Ik vroeg hem of hij voordat ze naar de Aarde kwamen al wist dat wij denkende wezens waren, en hij zei: "Nee. Ze zeiden tegen ons dat jullie allemaal kratten waren.'" Ze grinnikte weer omdat Maxwell haar vragend aankeek. 'De vrouw die bij hem was, Harmy, zei: "Niet kratten, William. Je bedoelt ratten.'"

Er verscheen geen spoor van een glimlach op Roberts gezicht. Juliet tikte op zijn schouder. 'Kom nou, Robert. William is precies wat hij zegt dat hij is, een technicus. Hij is geen soldaat. Hij heeft Kathleen niet gedood!'

'Maar hij is een van hen - en dat maakt hem verantwoordelijk!'

'Ach, welnee,' zei Mike Donovan. 'Dat is net zoiets als alle Duitsers de schuld geven van de concentratiekampen, of alle Japanners de schuld geven van Pearl Harbor.'

'Of alle Amerikanen van Hirosjima,' zei Juliet. 'Vergeet niet, als Martin er niet was geweest, had jij Robin nooit meer teruggezien.'

Maxwell zuchtte. 'Misschien hebben jullie wel gelijk. Maar toch bevalt het me niet dat we hem hier in huis hebben.'

-

Een week voor de aanval op het ziekenhuis van Los Angeles ging Mike Donovan boodschappen doen in een plaatselijke supermarkt. Hij droeg zijn Bezoeker-uniform, compleet met donkere bril en wapen. Voor de supermarkt waren borden opgehangen waarin werd aangekondigd dat de Bezoekers de rantsoenen hadden verhoogd.

Hij ging de winkel binnen en nam een nonchalante houding aan, zoals hij Bezoekers had zien doen.

Er waren misschien vijf minuten verstreken toen Kristine Walsh, met een donkere bril, een oude trui en spijkerbroek en met haar haren in een oude rode doek, de winkel binnenkwam. Ze keek vlug om zich heen en liep toen met doelbewuste passen naar de vleesafdeling.

Donovan haalde haar bij het gehakt in. 'Kris ...' zei hij.

Ze draaide zich half om en herkende hem. 'Jij! Maar ik dacht dat Arthur Dupres

'Praat niet zo hard. Kijk naar het vlees. Loop naar de kip - de spiegels hangen daar gunstiger.'

Toen ze even later weer bij elkaar stonden, knikte hij en zei hij, bijna zonder zijn lippen te bewegen: 'Dat is beter. O ja, vroeger noemde je me Mike.'

'Ik vroeg me al af waarom je stiefvader me onmiddellijk wilde spreken. Dat was een flauwe grap, Mike. Als ze horen dat ik met jou heb staan praten

'Ik was bang dat je niet zou komen, als je wist dat ik het was.'

'Reken maar dat ik dan niet was gekomen! Jij staat boven aan hun lijst van gezochte personen! Ze schieten je meteen neer!'

'Niet zo hard praten!'

'Wat wil je, Mike?'

'Ze hebben Sean, mijn zoon. Ik wil hem terug hebben.'

'Sean?'

'Ja, ze hebben heel San Pedro opgepakt, weet je nog?'

Kristine bleef een hele tijd zwijgen.

'Misschien zijn ze dood,' zei ze ten slotte.

'Niet helemaal. Ze zijn ergens opgeslagen aan boord van jouw schip.'

'Waar heb je het over?'

Hij keek haar in de spiegel aan. 'Er zijn daar mensen in een soort cocons verpakt. Ze worden kunstmatig in leven gehouden.'

'Waarom doen ze dat?'

'Om ze op te eten.'

Haar mond viel open, en als hij niet was gaan sissen zou ze fel tegen hem uitgevallen zijn. Nu fluisterde ze: 'Nee! Dat geloof ik niet!'

'Word wakker, Kris! Vroeger was je niet zo stom! Waarom denk je dat ze het dagelijks rantsoen hebben verhoogd? Om ons vet te mesten. Ze zijn van plan om alle levende wezens op deze planeet als voedsel te gebruiken, misschien met uitzondering van de vissen. Ze willen met ons beginnen. Als wij eenmaal uit de weg zijn geruimd, is de rest van de planeet een makkie. Wat ik je al eerder vertelde, en wat je ongetwijfeld ook in onze ondergrondse krantjes hebt gelezen, is waar. Het zijn reptielen. Ze eten dieren die pas gedood zijn. Ons ook.'

Hij trok een van de kopieën die hij van de foto van zijn zoon had gemaakt uit zijn zak en gaf hem aan haar. 'Dit is een foto van Sean. Pak aan!' Vervolgens gaf hij haar de vreemde sleutel. 'En dit. Hij bevindt zich in wat ze Sectie 34 noemen.' Hij begon nu heel zacht te fluisteren. 'Alsjeblieft.'

Haar vingers sloten zich om de foto en de sleutel. 'Ik zal doen wat ik kan, Mike. Maar blijf bij mij uit de buurt. Ik maak geen grapjes - ze zullen alles doen om jou in handen te krijgen. Als ik succes heb, laat ik het je weten.'

'Er is een officier die Martin heet. Ken je hem?'

'Ja. Hij is een van Diana's adjudanten.'

'Die bedoel ik. Hij weet hoe ik te bereiken ben. Je kunt hem vertrouwen.'

'Goed.' Haar stem werd harder. 'Ik doe dit voor jou, Mike. Ik ben geen bondgenote van het verzet... daar word ik te veel voor in de gaten gehouden. Ik zit er nu zo diep in dat ik er niet meer uit kan.'

Zonder nog een woord te zeggen draaide ze zich om en duwde haar wagentje weg.

Donovan wachtte tot ze uit de buurt was en 'patrouilleerde' toen door de supermarkt, steeds dichter naar de uitgang toe. Hij had het parkeerterrein nog maar net bereikt of hij werd al door een Bezoeker aangesproken. 'Hallo daar. Jij bent hier nieuw, hè? Van welke sectie ben je?'

Hij keek enigszins opzij en zag een grote zwarte 'man' met een helm en een borstpantser. De ogen van de Bezoeker keken hem argwanend aan. Donovan aarzelde even, knikte toen met zijn hoofd en stak twee vingers omhoog. De man keek hem peinzend aan. 'O. Nou ja, leuk je ontmoet te hebben. Ik zeg nu, tot ziens, en zeg jij me dat na!'

Donovan bevochtigde zijn lippen en schoot toen zonder plichtplegingen de Bezoeker neer. Hij rende van het parkeerterrein weg en bereikte de bossen aan de andere kant van de weg.

Het kostte hem enkele uren om een van de 'veilige' huizen te bereiken. Daar verkleedde hij zich, en daarna reed de eigenaar van het huis hem naar het hoofdkwartier. Toen hij daar aankwam, stond Juliet al bleek en woedend in de deuropening te wachten. 'Kan ik je even spreken, Donovan?'

Terwijl hij zich afvroeg waarom hij haar niet gewoon negeerde, volgde hij haar gehoorzaam naar een van de slaapzalen, die overdag helemaal verlaten waren. Ze deed de deur geruisloos achter hen dicht. Donovan prentte zich in dat hij een volwassen man was, minstens tien jaar ouder dan deze jonge vrouw, maar het hielp niet. Hij voelde zich weer de schooljongen in het kamertje van de bovenmeester.

Juliet keek hem een hele tijd aan. Haar blauwe ogen fonkelden, van woede of van tranen, dat kon Mike niet zien. Tenslotte begon ze met een geforceerd kalme stem te spreken. 'Hoe ben jij ooit zo'n klootzak geworden, Donovan?'

Mike stond weer eens versteld van de snelheid waarmee het nieuws haar bereikte. Hij begon onwillekeurig op te stuiven. 'Zeg, wacht eens even! Ik had een goede reden om dat te doen!'

'Natuurlijk. Jij wilt je zoon terug, en je wilt wel met iedereen aanpappen om dat te bereiken. Zelfs met de ergste verraadster die het menselijk ras ooit heeft gekend - verdomme, Donovan!'

'Ik geloof niet dat Kris hen nog vrijwillig helpt! En zelfs als dat wel zo is, zal ze me helpen om Sean terug te krijgen. Dat heeft ze gezegd, en ik geloof haar.' Hij keek haar recht in de ogen. 'Juliet, het gaat om mijn zoon! Ik moet toch al het mogelijke doen om hem terug te krijgen?'

'O, ik twijfel niet aan je edele motieven, Donovan, maar in de omstandigheden waar wij ons momenteel in bevinden zijn persoonlijke motieven altijd volkomen ongerechtvaardigd!'

Juliet draaide zich weer naar de deur om. Hij dacht dat ze die wilde openen, maar in plaats daarvan balde ze haar vuist en sloeg ze krachtig tegen de deurpost. 'Verdomme, Donovan! Hoe kon je ons dit aandoen?'

'Kristine zal proberen Sean te vinden. Wat moet ik dan, vergeten dat ik een zoon heb? Dat hij daar boven is, in dat vervloekte schip? Dat ze hem misschien morgen bij het ontbijt opdienen? Ik kan mijn persoonlijke belangen niet helemaal ondergeschikt maken aan de verzetsbeweging - zo zit ik nu eenmaal niet in elkaar!'

'Dan hoor je misschien niet meer bij ons thuis.' Haar stem was weer dodelijk kalm. 'Jij mag nooit meer zoiets doen. Jij weet te veel. Je hebt ons allemaal in gevaar gebracht, Donovan.'

'Maar...'

Ze stak haar hand op. 'Zeg nu maar niets meer. Denk alleen maar eens na over wat ik zeg. Dat verwacht ik van iedereen hier. Ze moeten in de eerste plaats aan ons allemaal denken en pas in de tweede plaats aan hun eigen veiligheid of gemoedsrust. Anders lukt het niet. Je moet iets om ons geven, Mike.'

Donovan had eigenlijk wel geweten dat hij een veel te groot risico nam, maar hij had daar niet aan willen denken. Nu was hij zich opeens van zijn fout bewust en voelde hij de tranen in zijn ogen prikken. Hij draaide zich vlug om, zodat ze het niet kon zien. 'Dat is niet waar. Ik geef wel om jullie.' Hij beet op zijn lip en streek nonchalant met zijn hand door zijn haar.

Juliet keek hem met sombere ogen aan. 'Mike, wij hebben jou nodig. Ik heb jou nodig. Maar als jij je niet voor honderd procent kunt inzetten, kun je beter gaan - dan moet je verdwijnen. Voor je ons echt schade toebrengt.'

Hij had te weinig vertrouwen in zijn stem om haar antwoord te kunnen geven.

Ze draaide zich om naar de deur. Haar volgende woorden drongen zachtjes tot hem door: 'Wij vormen een eenheid, en we voeren een oorlog. We kunnen ons geen individualist permitteren die alleen maar meedoet als het met zijn eigen persoonlijke belangen strookt.'

Harmy Moore liep rustig door de gang naar de opslagkamer waar ze Willie hadden ondergebracht. Achter zich kon ze Maggie's voetstappen horen en ze wist dat de andere vrouw haar volgde. Harmy hield haar handen van haar lichaam vandaan. Ze had gezien hoe goed Maggie met haar geweer kon omgaan, en ze droeg het altijd bij zich.

De man die Brad heette stond voor de opslagkamer op wacht. Hij was ook gewapend en hij keek haar argwanend aan. 'Ja?'

Bang maar vastbesloten keek Harmy hem aan. 'Hebben ze iets met Willie gedaan?'

'Alleen wat bloedproeven.' Hij keek haar woedend aan. 'Menselijke proeven. Meer dan die ellendeling verdient.'

'Je vergist je in hem. Hij heeft nooit iemand kwaad gedaan. Hij is aardig,' zei Harmy.

'Jazeker,' zei Brad sarcastisch. 'Aardig, als je van reptielen houdt. Jij moet wel een vreemde smaak hebben, dame.'

'Dat is ook niet waar! Ik geloof die verhalen niet!'

'Heb je nooit de opnames gezien die Donovan op het Moederschip heeft gemaakt?'

'Ik heb ze gezien. Kristine Walsh heeft er een hele uitzending over gemaakt. De terroristen deden het met make-up - zoals ze in griezelfilms doen.'

Hij lachte. 'Denk je dat? Kom maar eens mee!' Hij greep met zijn ene hand Harmy's pols vast en gaf Maggie een teken dat ze de deur van de opslagkamer op slot moest doen. 'Hou hem onder schot, Maggie!'

William zat in de hoek op de vloer. Zijn gezicht was onbewogen, maar Harmy kon voelen hoe bang hij werd toen hij Brad zag binnenkomen. Toen richtte hij zijn blik op Harmy, en hij begon meteen te stralen. 'Harmy! Hebben ze je geen kwaad gedaan?'

Ze glimlachte hem geruststellend toe. Brad trok haar naar zich toe. 'Ik hoop dat je een sterke maag hebt, jongedame,' zei hij, en toen greep hij Willie's hand vast. De Bezoeker probeerde zich los te rukken, maar hij hield daarmee op toen Maggie Blodgett haar geweer op hem richtte. Brad begon venijnig met zijn vingernagels in Williams hand te graven.

'Hou op!' riep Harmy. 'Wat doe je toch?'

Vol afschuw zag ze hoe er groene schubben onder de huid van haar vriend werden weggekrabd, en daarna kwamen er vijf veel te dunne knokige vingers te voorschijn, uitlopend in korte stompe klauwtjes. 'Kijk!' snauwde Brad, en hij greep Williams pols vast ondanks diens pogingen zich los te rukken. 'Vraag hem nu eens of die film een trucage is! Vraag hem waarom ze hier naar toe zijn gekomen!'

Harmy stak haar vinger uit alsof ze de geschubde huid wilde aanraken maar trok zich huiverend terug. 'Is het waar?' vroeg ze, en ze keek niet naar Brad maar naar Willie.

William liet zijn hoofd hangen en bedekte zijn afgekrabde vingers met zijn andere hand. Brad schudde aan zijn pols. 'De dame vroeg je iets!'

'Het is waar,' zei William. 'Het spijt me, Harmy.'

Harmy schuifelde achteruit naar de deur terug, draaide zich toen blindelings om en strompelde weg.