3
Robert Maxwell keek zijn vrouw Kathleen ontevreden aan. 'Robin had er allang moeten zijn!'
Kathleen was duidelijk van streek, maar ze deed haar best om haar kalmte en zelfvertrouwen te bewaren. 'Rustig maar, schat. Ze is zo klaar! Heb je de wagen al uit de garage gereden?'
'Ja!' Maxwell wist dat hij zich lomp gedroeg, maar hij kon het niet helpen. Dit was zijn eerste kans om de Bezoekers van dichtbij te bekijken, en nu moest hij op zijn dochter wachten! Tieners!
'Ze had een vlekje op haar drumbanduniform,' zei Kathleen. 'Dat probeert ze weg te wrijven. Rustig maar, schat.'
Hun twaalfjarige dochter Polly kwam de trap af met haar driejaar oude zusje Katie in haar armen. Maxwell pakte zijn jongste op, gaf haar een liefdevolle kus en genoot van de frisse zeepgeur die ze verspreidde. 'Mmmm, wat zie jij er lief uit, schatje.'
'Moeder, waar is mijn hoedje?' Robin, zeventien jaar, vloog de trap af. Polly pakte het fluitfoedraal van haar zuster op en gaf het haar.
'Hier is je hoedje.' Kathleen pakte het met bont beklede rode hoedje op.
'Laten we dan gaan! We hadden er vijf minuten geleden al moeten zijn!'
Maxwell reed naar de fabriek die door zijn buurman, Arthur Dupres, werd geleid. In de drie weken sinds de Bezoekers waren aangekomen, hadden ze een aantal fabrieken uitgekozen die de door hen zo dringend benodigde chemische stoffen moesten produceren. De Richland Chemical Corporation was eigenaresse van de eerste fabriek die door de Wetenschappelijk Commandant van de Bezoekers, Diana, in gebruik zou worden gesteld. Als gevolg daarvan wemelde het er van de journalisten en toeschouwers, die allemaal op de landing van het luchtschip wachtten. Maxwell had een plaatsje voor zijn wagen gevonden bij de schoolbussen die de instrumenten van de drumband vervoerden.
'Zie ik er goed uit?' Robin tuurde in het buitenspiegeltje van de wagen.
'Je ziet er fantastisch uit, kind,' zei haar vader, en hij bedacht dat dit standaardantwoord iedere dag weer wat dichter bij de waarheid kwam. Met haar blauwgroene ogen, haar donzige zwarte haar en haar mooie gezichtje had ze de aandacht van de meeste jongens van de Rosemont High School al op zich gevestigd.
Hij zag haar naar de plaats rennen waar de drumband zich opstelde en slaakte een zucht. Ze heeft nog iets van een kind, dacht hij, maar niet lang meer!
Maxwell zette Katie op zijn schouder en liep met Kathleen en Polly naar de tribune, die bij de fabriek was opgericht. Maxwell haalde zijn verrekijker te voorschijn.
'Robert!' riep Kathleen uit, en ze veegde haar donkerblonde haar van haar voorhoofd weg. 'Je gaat dat ding toch niet gebruiken?'
Maxwell richtte zijn kijker op het podium dat voor de openingsceremonie was opgericht. 'Natuurlijk wel,' zei hij.
'Vind je dat niet een beetje onbeleefd?'
'Niemand zal het merken. We zitten zo ver van het podium af dat niemand hierheen zal kijken.'
Kathleen keek hem bezorgd aan. 'En toch vind ik ...'
Maxwell deed de kijker weer in zijn foedraal. 'Schat, er is niemand die naar mij zal kijken! Iedereen zal zijn best doen om een glimp van de Bezoekers op te vangen! Arch Quinton zei vorige week nog tegen me dat de telelensopnames van sommige van de Bezoekers een paar "interessante afwijkingen" te zien gaven, zoals hij het uitdrukte. Ik wil kijken of ik kan zien wat hij bedoelde.'
'Waarom heb je het hem niet gewoon gevraagd?'
'Je weet hoe Arch is, als hij een of ander idee heeft. Dan is hij zo gesloten als een brandkast.'
'Maxwell!'
Beide Maxwells draaiden zich om en zagen een kalende man in een duur pak, die vanaf de andere kant van de tribune naar hen stond te zwaaien. Hij werd vergezeld door een vrouw met een stijlvolle maar discrete hoed.
Met Polly en Katie op sleeptouw baanden Robert en Kathleen zich een weg door de menigte. Beneden aangekomen stak Maxwell zijn hand uit. 'Hallo, Arthur. Gefeliciteerd met deze grote dag. De ogen van de wereld zijn vandaag op Richland gericht, nietwaar?'
'Dat zijn ze zeker.' Eleanor Dupres pakte vol trots de arm van haar man vast. 'Ik was degene die met het voorstel kwam. Op de allereerste avond, toen John voor het eerst zei dat ze chemicaliën nodig hadden, zei ik tegen Arthur dat hij Richland moest bellen om zijn fabriek aan te bieden. Dus dat heeft hij gedaan, en nu is het dan zover ... Ik vind het geweldig!'
'Dat is het zeker,' zei Kathleen haastig. Maxwell haalde diep adem en slaagde erin de brede grijns te onderdrukken die Eleanors toespraakjes altijd in hem opriepen.
'O ja, Robert en Kathleen,' zei Eleanor. 'Ik geef vanavond een feestje ter ere van de Bezoekers. Sommige van hen hebben gezegd dat ze zouden komen, en ik vroeg me af of jullie ook belangstelling hadden.'
Maxwell probeerde niets van zijn opwinding te laten blijken. 'We zouden graag komen, Eleanor. Hoe laat?'
'Een uur of acht. Niet al te formeel... gewoon avondkleding. Nou, tot vanavond dan.'
Eleanor en Arthur liepen naar de tribune terug. Maxwell wachtte tot ze buiten gehoorsafstand waren en liet toen een juichkreet horen. 'Mooi zo! Nu krijg ik ze van dichtbij te zien!'
De muzikanten begonnen hun instrumenten te stemmen en de tribune liep snel vol. Maxwell zag een witte bestelwagen met een paar technici die apparatuur begonnen op te stellen. Er kwamen nog een paar andere mensen uit de wagen en Maxwell, die zijn kijker weer gebruikte, herkende twee van hen onmiddellijk.
'Kijk eens, schat, daar heb je Michael Donovan en Kristine Walsh!'
'Laat mij eens kijken!' Kathleen nam de kijker van hem over. 'Hmmm ... Op de een of andere manier lijken ze kleiner dan wanneer je ze op de televisie ziet.'
'Het is een aantrekkelijke vrouw,' zei Maxwell, die naar de journaliste tuurde.
Kathleen keek hem geamuseerd aan. 'Wie zou jij het liefst ontmoeten? Kristine Walsh of Diana?'
'Diana,' zei Maxwell grijnzend. 'Het liefst met een microscoop bij de hand.'
Ze lachte. 'De eeuwige antropoloog. Wou je beweren dat je nog niet had gezien hoe geweldig ze eruitziet?'
Maxwell grinnikte. 'Dat heb ik niet gezegd.'
Op dat moment riep iemand op de tribune: 'Daar komt het!'
Maxwell keek op en zag een van de luchtschepen naderen, afkomstig van het gigantische Moederschip dat boven Los Angeles hing.
'Weet u ook welke ruwe materialen ze gebruiken om hun chemicaliën te maken?' vroeg de man die naast Maxwell stond.
'Vuilnis en andere afvalstoffen, heb ik gehoord,' antwoordde Maxwell. 'Maar ze vertellen je er nooit bij wat voor chemicaliën het zijn, of waar ze het voor willen gebruiken.'
De man, een zwaar gebouwde zwarte man van achter in de vijftig, gromde wat. 'Ik maak me zorgen. Ze zouden vredelievende bedoelingen hebben, maar wat is daarvan gebleken? Waar blijft al die wetenschappelijke kennis die ze ons zouden doorgeven? Ze zijn hier nu al drie weken, en we weten bijna niets meer van ze af dan op de eerste dag.'
Maxwell kneep zijn ogen samen en herkende Diana in de menigte. De Bezoekers kwamen de een na de ander uit het luchtschip. Er scheen geen eind aan te komen.
'Hoeveel zijn het er eigenlijk, Robert?' vroeg Kathleen.
De zwarte man keek haar aan. 'Dat vroeg ik me ook af. Hoeveel hebt u er geteld?'
Maxwell keek naar de groeiende zee van in rode overalls geklede Bezoekers. ‘Ik weet het niet. Een heleboel.'
'Ja,' zei de zwarte man. 'Een heleboel.'
-
Robin Maxwell deed haar best om met de rest van de band in de maat te blijven, maar haar ogen waren onafgebroken op de Bezoekers gericht. Ze wilde zich de kans om hen van zo dichtbij te bekijken niet laten ontgaan!
Het waren er een heleboel. Robin vroeg zich af wat die zwarte strepen en insignes op hun overalls betekenden. Wat had Daniël Bernstein ook al weer gezegd? Het zouden tekenen van hun rang en functie zijn.
Denkend aan Daniël trok ze haar aantrekkelijke neus op. Hij had zich zo stom gedragen sinds de Bezoekers waren gekomen. Hij praatte over niets anders meer. Ach, Daniël was een aardig joch, hij zag er goed uit, maar dat was dan ook alles wat hij was - een joch. Zeker, hij was bijna negentien, anderhalf jaar ouder dan Robin zelf, maar hij gedroeg zich nog als een kind.
Wat kwamen er toch veel van die Bezoekers langs, dacht Robin. Ze vroeg zich vaag af hoeveel het er waren, maar toen liet ze opeens haar fluit zakken en keek ze verbaasd voor zich uit.
De jongen die ze zag staan was mooier dan alle jongens die ze ooit had gezien - bronskleurig haar en prachtige ogen. Omdat hij een zonnebril droeg, was het moeilijk te zien welke kleur die ogen hadden, maar Robin bleef ernaar turen tot ze er zeker van was. Blauw. Prachtig hemelsblauw. Hij stond naast het luik van het ruimteveer en moest er blijkbaar voor zorgen dat de technici ordelijk naar buiten kwamen.
Robin bleef naar hem staren en was zich niet bewust van de glimlach op haar gezicht. Opeens keek de Bezoeker haar een ogenblik aan. Robin voelde dat ze een kleur kreeg.
Toen was hij in de menigte verdwenen. Robin zette de fluit weer aan haar lippen en speelde met de rest van de band mee.
Wat een stuk is dat, dacht ze. Wat een stuk! Ze hoopte dat ze hem op de een of andere manier, op de een of andere dag, zou terugzien ...
-
Op de loopbrug stonden twee mannen met helmen. Ze keken naar de in rode overalls geklede gedaanten die onder hen langs liepen. Een van hen, een zwarte man met brede schouders, schudde zijn hoofd. 'Verdomme!'
Zijn metgezel, wiens buikomvang van zijn liefde voor bier en televisiekijken getuigde, keek hem aan. 'Wat bedoel je, Caleb?'
'Wat ik bedoel?' Caleb Taylor wees verontwaardigd naar beneden. 'Kijk dan, man! Ze zijn met zo veel dat ze amper op het parkeerterrein passen! Eerst pikten de bleekscheten alle baantjes in, en toen de Mexicanen - en nu krijgen we die griezels ook nog op ons dak, en ze komen niet eens van deze planeet!'
Bill Graham lachte. 'Stel je niet aan, Caleb!'
Taylor liet een cynisch grinniklachje horen. 'Als jij je net zo vaak zorgen over je baan had moeten maken als ik, Bill, zou jij ook niet zo rustig praten.
Jij weet net zo goed als ik dat zwarten meestal de eersten zijn die er uitvliegen. Toen ik nog een vrouw en twee kleine kinderen te onderhouden had, kreeg ik het iedere keer dat het hier in Richland een beetje minder goed ging meteen benauwd.'
'Nou, dat ligt tegenwoordig toch wel anders,' merkte Bill op. 'Ben doet het zo goed in het ziekenhuis dat je je pensioen van dit werk niet eens nodig zult hebben.'
'Dat weet ik nog zo net niet,' zei Caleb peinzend. 'Ik heb nooit op andermans zak geteerd, en dat ben ik ook niet van plan. Ook al is Ben een dokter. Trouwens, misschien gaat hij wel trouwen en verhuist hij naar Boston of zoiets. Wat moeten Elias en ik dan beginnen?'
'Heeft Ben nu eindelijk serieus verkering?'
Caleb Taylor trok zijn neus op. 'Kom nou, hij gaat zo in zijn werk op dat hij alleen maar naar een vrouw kijkt als ze op een onderzoekstafel ligt!'
'En Elias, hoe gaat het met hem?' vroeg Graham.
Caleb Taylor keek weer met een sombere blik in zijn ogen naar de Bezoekers. 'Dat weet ik niet, Bill. Hij slaapt bijna nooit meer thuis. Hij heeft in geen maanden gewerkt, maar toen ik hem laatst vroeg of hij de krantenjongen wilde betalen, haalde hij een pak bankbiljetten uit zijn zak waar een krokodil in zou stikken!'
'O.'
'Je haalt me de woorden uit de mond, man. Ik weet niet waar hij overdag naar toe gaat, of wat hij doet, en ik durf het hem niet te vragen, omdat ik bang ben dat hij het me vertelt, en wat moet ik dan?'
'Het spijt me, Caleb. Gek eigenlijk, die twee jongens. Ben is zo'n succes, en Elias ...'
'Ja. Ik snap er ook niks van.'
Ze keken een aantal minuten zwijgend naar de Bezoekers, die nu aan de fabrieksdirectie werden voorgesteld. Graham begon over iets anders te praten. 'Heb je gehoord dat ongeveer de helft van de fabrieken die voor hen gaan werken gebruikt zullen worden om zeewater te ontzilten, niet om die chemicaliën te produceren?'
'Oh ja? Wat doen ze dan hier in Richland?'
'Beide.'
'Hoeveel fabrieken gaan ze gebruiken?'
'Dat weet ik niet. Ze zijn nog aan het onderhandelen. Een heleboel. Ik heb gehoord dat ze bijna alle fabrieken aan de kust hebben benaderd. Niemand weet hoeveel ze er daarvan zullen uitkiezen.'
Caleb keek gespannen naar de Bezoekers en Graham vroeg zachtjes aan zijn collega: 'Wat zijn ze nu aan het doen, Caleb?'
'Ze zijn die kerels aan het tellen. Verdomme, wat zijn het er veel!'
-
Juliet Parrish keek over Dennis Lowells gebruinde, gespierde schouder naar het televisiescherm, waar een van de leiders van de Bezoekers, 'Steven', zich door de bekende verslaggeefster Kristine Walsh liet interviewen.
Hij legde uit dat de meeste fabrieken die de Bezoekers hadden uitgekozen zich langs de kusten van de Aarde bevonden.
Terwijl Juliet zat te kijken, bleven haar vingers Lowells rug masseren. 'Kijk toch eens hoeveel mensen, Denny. Ik ben blij dat we thuis zijn gebleven om het op de TV te zien. Als we daarheen gereden waren, hadden we niks kunnen zien.'
Denny, verdiept in de Wall Street Journal, maakte een instemmend gromgeluid. Juliet keek glimlachend naar zijn donkere hoofd en bleef hem masseren. Ze voelde een plotselinge aandrang om zijn nek te kussen, maar ze deed het niet. Denny hield er niet van om gestoord te worden als hij de beursberichten bestudeerde.
'Mmmm, dat is goed,' mompelde Denny.
Juliet glimlachte weer. 'Nou, na vijf jaar medicijnenstudie mag dat ook wel.'
'Nee, ik bedoel de beurs. Die vliegt omhoog. De Bezoekers zijn goed voor de economie.'
Juliet zuchtte. Denny hield evenveel van zijn werk als effectenmakelaar als zij van haar medicijnenstudie. Op een dag zou hij ongetwijfeld schatrijk worden, hij was zo goed in wat hij deed. Als ze zouden trouwen - als - zou ze dat met hem delen. Al had ze nooit iets om geld gegeven. Als ze die beurs niet had gekregen, zou ze nog veel dieper in de schulden hebben gezeten ...
Het liefst zou ze zich na haar studie bij het Vredeskorps aansluiten. Of anders wilde ze ook wel naar China, waar ze zes maanden in het kader van een uitwisselingsprogramma had gestudeerd. Maar als ze dat deed, zou ze Denny verliezen. Denny was niet het soort man dat twee of drie jaar zou wachten. Dat gold voor de meeste mannen, dacht ze met een grimas. De meeste mannen tot wie ze zich aangetrokken had gevoeld waren spoorslags verdwenen zodra ze hoorden dat ze medicijnen studeerde en een van de besten van haar jaar was. Haar biochemisch onderzoek met dr Metz had dat alleen maar erger gemaakt. Toen had ze Denny ontmoet...
Hij was een van de weinige mannen die ze ooit had ontmoet die het prettig vonden om bij een vrouw te zijn die waarschijnlijk intelligenter was dan hijzelf. En na al die maanden en jaren van zware studie was Juliet erg blij geweest met de veranderingen die hij in haar leven had aangebracht. Rustige huiselijke maaltijden en intieme restaurants in plaats van diepvriesdiners en studieboeken. Feestjes met een paar sympathieke vrienden. Trektochten met een rugzak, als ze een vrij weekend hadden. Oude films op zijn video.
Ze keek met enigszins samengeknepen ogen naar het gezicht van de Bezoeker op het scherm en wilde dat ze een van hen kon ontmoeten en hem of haar kon overreden om wat bloed af te staan. Hoe zou hun DNA eruitzien? Als ze al DNA hadden ...
Waarschijnlijk wel. Tenslotte leken ze heel sterk op mensen. In zekere zin, dacht Juliet Parrish, zou ik het prettiger hebben gevonden als ze paarse tentakels of zoiets hadden gehad. Ze zag een zwart gezicht tussen de talloze
Bezoekers die naast het luchtschip stonden opgesteld. Wat vreemd. Er schijnen zelfs verschillende rassen te zijn. Zou Ben Taylor ook naar deze beelden kijken?
Ze tuurde naar de rijen en rijen Bezoekers, op zoek naar afwijkingen. Er zijn er zoveel, dacht ze, en ze zijn allemaal perfect. Ze besefte niet dat haar vingers steeds heftiger waren gaan masseren, tot Lowell uitriep: 'Hé, kijk uit, schatje! Je doet het te hard!'
Ze kuste zijn nek en zei: 'Sorry, Den. Zullen we de TV uitzetten?'
'Waarom? Dit is een historische gebeurtenis.'
Ze greep naar de afstandsbediening, zette het toestel af en liet heel langzaam haar handen langs zijn lichaam glijden. 'Omdat ik een beter plan heb dan naar een historische gebeurtenis kijken.'
'O ja?'
Geen van hen merkte dat ze de Wall Street Journal verkreukelden.
-
De avondlucht was juist koel genoeg om Robert Maxwell zijn gebruikelijke afkeer van jas en stropdas te doen vergeten. Kathleen en hij liepen over de straat en door het hek van het huis van de Dupres'. Het huis zelf was grotendeels donker; het gelach en gepraat kwam uit de tuin achter het huis.
De tuin was versierd met buitenlampen, muggen en mensen. Maxwell begon verlekkerd te snuiven - hij was te laat thuisgekomen om nog iets te kunnen eten.
Hij nam een paar wijnglazen van een dienblad en gaf er een aan Kathleen. Op dat moment kwam Eleanor met uitgespreide armen op hen af. 'Robert, Kathleen! Ik ben zo blij dat jullie konden komen! Kom, dan stel ik jullie aan onze eregasten voor!'
'Een leuk feestje,' zei Maxwell, terwijl hij onopvallend een mug verjoeg.
'Prachtig,' mompelde Kathleen.
'Zijn de ceremonies niet voortreffelijk verlopen? Steven zei daarnet nog tegen me dat de ceremonie en het feest tot de mooiste behoorden die ze hebben meegemaakt. Ik heb tegen Arthur gezegd dat we dit nog een keer moeten doen.'
'Moeder,' zei een mannenstem bijna in Maxwells oor.
Hij draaide zich tegelijk met Eleanor en Kathleen om en stond tegenover de journalisten die hij die middag had gezien - Mike Donovan, Kristine Walsh en een oosters uitziende man. Naast de laatste stond een slanke brunette.
'Pardon?' begon Maxwell, maar Eleanor viel hem met een geërgerd gebaar in de rede.
'Wat is er, Michael?'
'Kris en Tony en ik hebben straks een exclusief interview met Diana, dus we moeten gaan.'
'O. Ik had je aan iedereen willen voorstellen, Michael.' Eleanor was zichtbaar misnoegd. Maar Donovan stoorde zich daar niet in het minst aan.
'Sorry. Om negen uur worden we op het parkeerterrein van de fabriek door het luchtschip opgepikt.' De verslaggever scheen Maxwell nu pas te zien staan, en hij stak zijn hand uit. ‘Ik ben Mike Donovan. Kristine Walsh, Tony en Fran Leonetti. Aangenaam.'
Ze begonnen elkaar te begroeten, maar kort daarop liepen de drie journalisten al bij het gezelschap vandaan. Robert wendde zich weer tot zijn gastvrouw.
'Eleanor, ik had geen idee dat Michael Donovan je zoon is. Hij is een van de bekendste TV-reporters van het land!'
Eleanor trok haar neus op. 'Hij had wel wat langer kunnen blijven. Dan had hij de rest van mijn gasten kunnen ontmoeten.'
'Eh, ja ...'Maxwell wierp een zijdelingse blik naar Kathleen, die hem uit de penibele situatie redde.
'Over gasten gesproken, Eleanor, is die daar niet een van je gasten? Robert en ik zouden hem zó graag willen ontmoeten!'
Eleanor begon weer te stralen. 'Ja, dat is Steven. Hij heeft een jonge vrouw meegebracht - een heel aantrekkelijk meisje. Ik zal jullie voorstellen.'
Ze baanden zich een weg door de menigte tot ze bij de donkerharige slanke man in de rode overall waren aangekomen. Omdat het licht hier in de tuin niet zo fel was, had hij zijn donkere bril afgezet.
Eleanor pakte de arm van de Bezoeker vast. 'Steven, dit zijn twee mensen die je echt moet ontmoeten. Robert Maxwell en zijn vrouw Kathleen. Robert is een vooraanstaand antropoloog.'
Ze schudden elkaar de hand en Steven vroeg: 'An-tro-po-loog? Wat voor werk doet u, meneer Maxwell?'
'Robert,' zei Maxwell. 'Noem me maar Robert, Steven. Een antropoloog is een wetenschapper die de ontwikkeling van de mens bestudeert, van zijn oudste voorvaderen tot aan onze huidige versie van de homo sapiens.'
Terwijl Maxwell dat vertelde, verdween de glimlach van Stevens gezicht. Wat heb ik nou verkeerd gezegd? vroeg Robert zich af.
Maar even later begon de Bezoeker weer te glimlachen. 'Je moet het ons niet kwalijk nemen - wij hebben jullie taal grondig bestudeerd, maar natuurlijk zijn er altijd nog woorden die we niet kennen.'
'Dat geeft niet,' zei Maxwell, en hij streek langs zijn oor. 'Die vervloekte muggen
Op dat moment kwam Eleanor met een dienblad vol hors d'oeuvres naar hen toe. Terwijl Maxwell zich aan allerlei hapjes tegoed deed, nam Steven met een beleefde glimlach alleen een wortel van het dienblad. Hij schudde zijn hoofd toen Eleanor hem gehaktballen, kipragoüt en worstjes aanbood.
Hij weigert voedsel te eten dat gekookt of gebakken is, dacht Maxwell. En wij worden belaagd door die muggen - maar hij niet...
Maxwell schraapte zijn keel. 'Zijn er veel wetenschappers aan boord van jullie schepen?'
Steven knikte. 'Ja. Vooral veel technici.'
'Hebben jullie ook wetenschappers die met antropologen te vergelijken zijn?'
'Ja, natuurlijk. Maar die hadden we voor deze missie niet nodig.'
'Vind je het erg als ik je een paar vragen stel over jullie cultuur?'
Steven glimlachte. 'Ga je gang.'
'Hoe ziet jullie planeet eruit?'
'Ongeveer zoals die van jullie. Hij is een beetje groter, zoals onze ster ook groter is. Hij bestaat grotendeels uit dezelfde soorten mineralen.'
'En jullie evolutie? Hebben jullie dezelfde voorouders als andere antropoïden? Je weet wel, apen en zo.'
'Ja, ik begrijp het. Nou, ik ben natuurlijk geen antropoloog, maar ik denk dat onze antropologen van mening zijn dat onze evolutie heel goed met die van jullie te vergelijken is.'
'Geweldig!' zei Maxwell enthousiast. 'Wat voor regeringsvorm hebben jullie?'
'Wij hebben geen afzonderlijke staten, zoals jullie. Alle volkeren van onze wereld zijn onder het leiderschap van onze Grote Leider verenigd.'
'Hoe regeert hij?'
'Door na te gaan wat de wil van het volk is en ons aan de hand daarvan te leiden.'
'En wat voor sociale opbouw hebben jullie?'
'Sociale opbouw?' Steven keek hem vragend aan.
'Nou, onze samenleving is grotendeels opgebouwd uit gezinnen. Een man en een vrouw die een belofte doen om te leven en te werken in het belang van elkaar en van hun eventuele kinderen.'
'Dus seksuele contacten met anderen worden afgekeurd?'
'Dat klopt. Monogamie.'
De Bezoeker knikte. 'Wij hebben ook monogamie. Een man, een vrouw, kinderen.'
'Ik vind het echt heel interessant om met je te praten, Steven.'
De ogen van de Bezoeker keken langs Maxwell heen en richtten zich op een tafeltje in het midden van de patio bij het zwembad. Aan dat tafeltje zaten Kathleen en een jonge vrouw met lang blond haar en een rode overall.
'Je vrouw?' vroeg Robert.
'Nee,' zei Steven glimlachend. 'Barbara is plaatsvervangend leider van de eenheid die ik leid. We werken samen.'
'Hallo, Robert!' bulderde Arthur Dupres, die hem meteen enthousiast de hand schudde. 'Ik zie dat je Steven al hebt ontmoet. Vind je het erg als ik hem van je afpak?' Hij knipoogde naar de Bezoeker. 'Er zijn zojuist wat mensen van Richland aangekomen, en ze willen je erg graag ontmoeten. En Bob hier kennende neem ik aan dat hij je bestookt heeft met vragen over jullie sociale structuur en gewoonten. Heb ik gelijk of niet?'
Maxwell forceerde een glimlach. 'Je kunt het me niet kwalijk nemen dat ik zo nieuwsgierig ben, Arthur. Dit is de eerste keer dat ik iemand ontmoet die van een andere planeet komt!'
Arthur pakte Stevens arm en leidde hem naar een groepje mannen en vrouwen die bij de ingang van de tuin stonden. Toen ze langs de kooi met Eleanors dierbare dwergpapegaaien kwamen, begonnen de vogels wanhopig te fladderen en vlogen ze in paniek tegen de ijzeren tralies.
Wat vreemd is dat, dacht de antropoloog. Hoe komt het dat die vogels zo opgewonden zijn? Hij liep er naar toe en vroeg zich af of er in de struiken een kat op de loer lag. Maar in de struiken was niets te zien.
Robert Maxwell bleef nog een hele tijd naar de dwergpapegaaien staan kijken, en hij wist zeker waardoor ze in paniek waren geraakt. Absoluut zeker.
Het kwam door Steven. De Bezoeker.