12

Dr Benjamin Taylor duwde een wagentje met vuile lakens en handdoeken over het laadplatform van de Stamos Pharmaceutical Company. Met snelle, nerveuze bewegingen duwde hij het wagentje achter in een wachtende vrachtwagen. Juliet sprong naar voren om het van hem over te nemen. 'Geweldig - met al dit spul kunnen we een lab opzetten waar we zo ongeveer alles kunnen doen.' Ze pakte een stapel linnengoed op en keek eronder. 'Mooi zo! Je hebt die sterke microscoop te pakken kunnen krijgen!'

Ben keek nerveus om zich heen. 'Ja. Laten we maken dat we wegkomen. Ik geloof niet dat ze er helemaal intrapten. Er was iemand die nogal achterdochtig naar me keek.'

Ze knikte en liep naar de cabine van de vrachtwagen. Brad Mclntyre, de politieman, zat op de bijrijdersplaats en droeg, net als Juliet en Ben, een blauwe overall. Juliet ging achter het stuur zitten, startte de motor en wachtte tot ze Ben de achterportieren hoorde sluiten. Dat gebeurde ook -maar tegelijk daarmee hoorde ze het geluid van snelle voetstappen. Brad en Juliet keken naar buiten en zagen meerdere gewapende Bezoekers naar buiten rennen!

Ben bonkte op de achterkant van de wagen. 'Rijden! Rijden!'

Ze wilde protesteren maar zag Ben toen van de vrachtwagen vandaan rennen om het vuur van de Bezoekers af te leiden. 'Rijden, Juliet!' schreeuwde Brad. 'We moeten dit spul in veiligheid brengen!'

Juliet zette de wagen in de versnelling en reed weg. Zo hard als ze kon reed ze over de lange oprijlaan. Er werd op hen geschoten, maar ze werden niet geraakt.

Juliet reed nog een paar minuten door de straten en liet de grote vrachtwagen een ingewikkelde route volgen. Tenslotte zei Brad dat ze eventuele achtervolgers inmiddels wel zouden hebben afgeschud. Juliet knikte en reed naar hun hoofdkwartier terug. Brad zag de tranen over haar gezicht lopen, maar ze zei niets.

Tenslotte zette ze de vrachtwagen vlak naast haar kleine witte Volkswagen en ze zwaaide het portier open. 'Wat ga je doen, Juliet?' vroeg Brad. 'Je hebt je wagen nu niet nodig!'

Ze keek eerst naar hem en toen op haar horloge. 'Het is tien minuten geleden - met een beetje geluk hebben ze Ben nog niet te pakken. Ik ga hem helpen.'

'Juliet!' Maar ze was al weg. Vloekend schoof Brad achter het stuur en moest lijdzaam toezien hoe ze met het kleine autootje voor de vrachtwagen langs reed en terugreed in de richting vanwaar ze gekomen waren.

Even later reed Juliet weer over de weg die naar het laadplatform leidde. Haar blauwe ogen zochten wanhopig naar een rennende gestalte in een marineblauwe overall...

Opeens zag ze iets bewegen op de bovenste verdieping van een reusachtige parkeergarage, drie verdiepingen boven de weg. Ze tuurde tegen de zon in - het was Ben!

Juliet drukte op de claxon om zijn aandacht te trekken. Ze zag dat hij naar een onderhoudsladder rende die langs een van de massieve betonnen zuilen omlaag leidde. Maar op het moment dat hij op de ladder afsprong, werd hij getroffen door een blauwe straal. Hij tolde rond en viel over de rand.

'BEN!!!' Met gierende banden reed Juliet naar de plaats waar haar vriend was neergekomen. Hij was in een berg afval terechtgekomen en hij zat onder het bloed.

Terwijl ze het pulserend geluid van een Bezoeker-wapen hoorde, sprong ze uit de wagen, rende eromheen en rukte het rechterportier open. In de verte hoorde ze iemand schreeuwen: 'Neem ze gevangen! Diana wil ze levend in handen krijgen!' Het geluid van stampende laarzen galmde door de garage.

'Ben, Ben!' Juliet knielde bij de jonge arts neer. Ze wist dat ze de man eigenlijk niet mocht verplaatsen, maar er zat niets anders voor haar op. Ze probeerde niet naar het bloed te kijken, en naar het witte bot dat uit de mouw van de gescheurde blauwe overall stak. Nadat ze haar vriend om zijn middel had vastgegrepen, begon ze hem naar de wagen te sleuren.

Juist toen ze op het punt stond hem in de Volkswagen te hijsen, sloeg er iets tegen haar rechterheup, en meteen daarop lag ze naast Bens benen op de grond en drong de geur van geschroeid vlees tot haar neusgaten door. Het was of haar hele rechterzij door woedende vlammen werd verteerd en ze slaakte een zucht van pijn.

Met folterende traagheid lukte het haar om haar handen onder haar lichaam te krijgen en zich op te duwen. De pijn sneed als vuur door haar lichaam en ze dwong zichzelf om haar ogen te sluiten en diep adem te halen.

Met een immense krachtsinspanning kwam Juliet overeind en sleurde ze Ben op de voorbank van de wagen. Vervolgens wankelde ze om de wagen heen om achter het stuur te gaan zitten.

'Hé! Ze ontkomt nog!' riep een verraste stem, en er werd opnieuw op haar geschoten. Het kostte haar de grootste moeite om de wagen te starten en in de versnelling te zetten, maar het lukte haar. Het kleine witte wagentje brulde over de weg. Opeens dook er een gewapende Bezoeker voor haar op.

Met een haat waar ze zich nooit toe in staat had geacht, reed Juliet recht op de Bezoeker af en trapte ze het gaspedaal helemaal in. De Bezoeker sprong opzij, liet zijn geweer vallen en Juliet voelde de klap waarmee de bumper tegen zijn been sloeg. Toen was ze hem alweer voorbij en reed ze in volle vaart over de weg.

Een paar blokken verder ging ze wat langzamer rijden. Ze vroeg zich af waar ze Ben heen moest brengen. Het ziekenhuis? Geen sprake van - daar zaten vast en zeker Bezoekers op alle afdelingen en bij alle ingangen. Trouwens, misschien waren er wel helemaal geen dokters meer. Ze hoorde Ben kreunen en zag zijn ogen opengaan. 'Juliet...'

'Ben, ik weet niet waar ik je heen moet brengen. Weet jij waar je hulp zou kunnen krijgen?'

'Zinloos, schatje,' zei hij. Hij deed zijn ogen dicht, alsof het hem te veel inspanning kostte om ze open te houden en tegelijk met haar te praten. 'Ik heb het gehad ... dat weet ik ...'

'Nee!' zei Juliet. Ze keek zijn arm na, een gecompliceerde breuk maar goddank was de slagader niet geraakt. 'Je arm is gebroken, Ben. Heb je veel pijn?'

'Nee,' zei hij duidelijk verstaanbaar. 'Juliet... schatje ... mijn rug ... die is ook gebroken ... ik kan beneden mijn nek ... niets meer voelen ...'

Juliet beet op haar lip. 'God ... God, alsjeblieft, Ben ...'

'Niet...' Zijn ogen gingen dicht. 'Niet... veel tijd ... Wil mijn vader zien ... Elias ...'

'Goed, Ben.' Juliet vermande zich en startte de wagen weer. 'Ik breng je erheen.'

Hij knikte en begon te kuchen - alleen zijn hoofd bewoog. Er verspreidden zich rode vlekjes over zijn gezicht. Juliet veegde ze onder het rijden weg en gebruikte de bloederige zakdoek toen om haar ogen af te vegen, waar de tranen in opwelden.

Vijf minuten later - het leken wel vijf jaren - parkeerde Juliet de Volkswagen achter Calebs huis. Ze hoorde schetterende popmuziek, zodat ze wist dat tenminste Elias thuis was.

Hij zat met zijn draagbare radio in de tuin en was bezig eieren na te kijken en in doosjes te stoppen. Toen Juliet de Volkswagen naast hem parkeerde, keek hij grijnzend op. 'Hé Juliet! Moet je eens kijken! Zes dollar voor een dozijn eieren ... zijn ze niet prach ...' Zijn stem stierf weg zodra hij zijn broer op de voorbank zag hangen.

'Is Caleb thuis?' Juliet keek om zich heen. 'Ben is gewond.'

Elias kwam naar de wagen en schudde zijn hoofd als antwoord op haar vraag. Ben haalde luid en raspend adem. 'Wat is er gebeurd?' vroeg Elias.

'We ... we probeerden wat apparatuur voor een laboratorium te stelen. Toen hebben ze op hem geschoten ...'

Elias schudde zijn hoofd en weigerde te geloven wat zijn ogen hem vertelden. 'Wat?' zei hij met een nerveus lachje. 'De dokter? Stelen?' Hij schudde quasi-verontwaardigd met zijn hoofd. 'Broertje, je had naar mij moeten komen. Elias had je kunnen leren hoe je zoiets goed moet doen, man!' Juliet besefte dat hij elk moment kon instorten.

Ben begon weer zachtjes te kuchen en Juliet veegde wat dun roze schuim van zijn mond weg. Elias deinsde met doodsbange ogen terug. 'Julie, ik geloof dat ik maar een ambulance ga bellen ...'

Bens ogen gingen open. 'Geen ... ambulance ... niet meer nodig ...'

'Maar man .. .'Elias liep druk gebarend langs de wagen heen en weer.'Ik snap het niet, man! Hoe kon je zo'n kraak nou zetten zonder je kleine broertje?'

Ben glimlachte flauw. 'Maar we hebben het... gered ... De vrachtwagen ...' Hij kuchte. 'Vrachtwagen ... weg gekomen?'

Juliet knikte. 'Ja, Ben. Die is in veiligheid.' Ze wilde juist tegen Elias zeggen dat hij de radio moest uitzetten maar hoorde toen een geluid in Bens keel... Ze hield hem onhandig vast en hij maakte de laatste stuiptrekkingen.

Zodra het tot Elias was doorgedrongen dat zijn broer dood was, sloeg hij zijn armen om Bens lichaam heen en drukte hij het tegen zich aan. Door een waas van haar tranen stak Juliet haar hand uit om de zijne vast te pakken. De greep waarmee hij haar vingers omvatte was de greep van een man die niets anders meer had om zich aan vast te klampen ...

-

Abraham en Ruby wandelden langzaam naar het winkelcentrum, toen ze een groepje kinderen zagen dat zich bij de aanplakbiljetten van de Bezoekers had verzameld. Een van de jongens had een grote spuitbus met rode verf en was druk bezig een snor en een baard op de agressief knappe gelaatstrekken van de Bezoeker te schilderen. Abraham vond dat de aanplakbiljetten eruitzagen alsof Brian, Daniels vriend, ervoor model had gestaan. De kinderen giechelden en een van hen zei: 'Doe het nog een keer, Kenny! Zo zien die griezels er veel mooier uit!'

Zonder erbij na te denken stak Abraham zijn hand uit en greep hij de pols van de jongen vast. 'Nee!' De kinderen deinsden terug.

Abraham zocht naar de juiste woorden. 'Als we ze willen uitdagen, moeten we het goed doen. Jullie hebben een symbool nodig ... dat hebben we allemaal nodig. Vroeger hadden we dit symbool.' Hij spoot zorgvuldig een grote 'V' over het biljet heen. 'Alleen deden we het toen met onze vingers ... lang geleden. De V van Victorie - begrijpen jullie dat?'

Ze knikten aarzelend. Abraham gaf de spuitbus aan Kenny terug. 'Ga het aan jullie vriendjes vertellen.'

Abraham knikte Ruby toe en draaide zich om. Toen hij het sissen van de spuitbus achter zich hoorde, keek hij om en zag hij dat er een tweede druipende 'V' over het gezicht van een glimlachende Bezoeker was gespoten. Abraham en Ruby glimlachten voor het eerst sinds lange tijd en liepen door.