16
'Wat wou je morgen gaan doen, Juliet?' vroeg Caleb Taylor.
Juliet zuchtte. 'We hebben wapens nodig. Ik heb een hekel aan geweld, maar Donovans verhaal over San Pedro maakt weer eens duidelijk dat we gewapend moeten zijn. Normale wapens zijn blijkbaar niet zo effectief als de geweren die de Bezoekers zelf gebruiken ...' Ze haalde haar schouders op. 'Alles wijst erop dat ze hier in de stad ergens een arsenaal hebben. Nou, wat zeggen jullie ervan?'
Er werd zwijgend geknikt. Robert Maxwell had een beetje moeite met het idee dat hij gewapend tegen de Bezoekers ten strijde zou trekken - maar hij had dan ook geen enkele militaire ervaring. Te jong voor Korea en te oud voor Vietnam ... Hij richtte zich op en besloot Robin vanavond nog naar haar moeder in het bergkamp terug te sturen. Daar kon ze dan blijven wachten tot de aanval voorbij was.
Maxwell keek in het groepje om zich heen. Zijn dochter was er niet.. .Op zichzelf niet verrassend, maar het drong plotseling tot hem door dat hij haar niet meer had gezien sinds Donovan hier was binnengebracht, en dat was al een paar uur geleden. Hij liet het aan de rest van de groep over om de tactiek van de aanval te bepalen en liep vlug door het hele hoofdkwartier. Geen Robin te zien.
Hij waagde zich buiten en keek om zich heen. Er stond een halve maan, die van tijd tot tijd schuilging achter het jagend wolkendek, maar Maxwell kon zien dat ze niet in de buurt was. Hij liep langs de zijkant van het gebouw. 'Robin?'
Terwijl zijn hart in zijn keel bonkte, keek Maxwell op zijn horloge - half negen. De avondklok was al ingegaan. Als Robin buiten was, in een van de straten aan de andere kant van de heuvel, zou ze door de eerste de beste Bezoeker-patrouille worden ingerekend. Maxwell liep met haastige passen door de opening in de omheining.
Toen hij eenmaal door de straten liep, dook hij diep in de kraag van zijn jas en schuifelde hij over het trottoir als een man die een glas te veel heeft gedronken en opeens beseft hoe laat het al is. Hij keek in alle zijstraten, ieder steegje.
Er ging bijna een uur voorbij en hij had Robin nog steeds niet gevonden. Hij besloot nog één hoek om te gaan en dan terug te keren.
Robert Maxwell ging de hoek om en stond recht tegenover een patrouilleschip. Hij wilde zich gauw weer omdraaien, maar hoorde een harde galmende stem: 'Staan blijven! Laat me uw papieren zien!'
O, verdomme! Maxwell bleef staan, al verzette alles in hem zich daartegen.
Tegen de muur.'
Robert schuifelde als een oude man naar de muur. 'Sorry,' zei hij met een enigszins lallende stem. 'Zat te drinken met een ... vriendin. U weet hoe dat gaat... was de tijd vergeten, het spijt me .. .mijn vrouw zal pisnijdig op me zijn ...'
De handen bewogen zich over zijn lichaam en in zijn zakken, onder zijn armen, langs zijn zijden en ten slotte over zijn dijen. 'Hij is ongewapend,' zei de Bezoeker. Hij pakte Roberts portefeuille. 'U kunt zich weer omdraaien.'
Maxwell draaide zich om. Hij was bang dat hij zijn waardigheid zou verliezen: zijn maag ging op en neer en hij voelde een plotselinge aandrang om te urineren. Hij haalde diep adem en dwong zich om naar de man te kijken die zijn papieren inspecteerde.
Een zwarte - of, verbeterde hij zichzelf, een Bezoeker die het masker van een zwarte droeg.
De Bezoeker keek op van zijn rijbewijs. 'Weer een Maxwell. Wat interessant!'
Robert sperde zijn ogen open. 'Wéér een Maxwell? Wat bedoelt u?' Maar hij kende het antwoord al.
'Nou, vanmiddag hebben we een jongedame opgepikt met hetzelfde adres als u. Haar naam was Robin. Uw dochter?'
'Ja,' zei Robert gelaten. Het had geen enkele zin om het te ontkennen.
'Ik moet dit aan het hoofdkwartier melden,' zei de Bezoeker, en hij wendde zich tot een collega. 'Breng hem naar het luik.'
Maxwell moest met gespreide benen tegen de zijkant van het patrouilleschip gaan staan, terwijl de zwarte Bezoeker naar binnen ging. Maxwell sprak de tweede Bezoeker aan. 'Alstublieft... vertelt u me waar mijn dochter is.'
De Bezoeker glimlachte alleen maar. Zodra zijn collega weer te voorschijn kwam, draaide Robert zich met een ruk naar hem om. 'Mijn dochter? Hebt u haar? Waar is ze?'
In de diepe stem van de Bezoeker klonk iets van medeleven door. 'Ze is onze gevangene.'
Maxwell wilde het schip in duiken. De leider hield hem tegen. 'Niet hier. Ze is naar het Moederschip gebracht.'
'Is ze in orde?'
De Bezoeker keek hem recht in de ogen. 'Dat schijnt van ú af te hangen, meneer Maxwell.'
Robert sloeg zijn ogen neer en beet op zijn lip. 'Wat bedoelt u?' vroeg hij.
'Wij hebben wat informatie nodig,' zei hij. 'We denken dat u ons misschien kunt helpen.'
Maxwell keek hem aan. 'Ik weet niets waar ik u mee zou kunnen helpen ... gelooft u mij.'
De Bezoeker ging onverstoorbaar verder, alsof Robert niets had gezegd. 'Informatie over een kamp in de bergen.'
'Nee...' Robert probeerde zonder veel succes op een kalme toon te spreken. 'Ik heb nog nooit gehoord van een kamp ...'
'We weten dat het bestaat,' zei de leider onverbiddelijk. 'Maar we weten de locatie niet.'
'Ik kan u niet helpen,' zei Maxwell. 'Ik weet niets van een kamp in de bergen. Echt niet!' Hij probeerde al zijn oprechtheid en overtuigingskracht te verzamelen.
'Hmmm.' Er verscheen een bedroefde blik in de donkere ogen van het donkere gezicht. 'Dat is dan jammer. Het spijt me erg ... voor uw dochter, Robin.' Hij maakte aanstalten om de ladder weer op te gaan.
Een stap ... twee... 'Nee, wacht!' riep Maxwell, en hij dacht koortsachtig na.'Wacht!U begrijpt het niet! Mijn vrouw ... mijn andere dochters ... die zijn allemaal daar boven. Ik kan niet tussen hen kiezen - dat kan ik niet! Hoe graag ik het u ook zou willen vertellen!'
'In het bergkamp?' De diepe, meelevende stem was weer terug.
Robert knikte en probeerde na te denken. 'Ja ... in het kamp. Ik kan niet... U kunt niet van me verlangen ... God, alstublieft...'
'Komt u eens hier, meneer Maxwell.' De Bezoeker legde zijn hand op Roberts arm en trok hem een eindje van de andere Bezoeker vandaan. Hij sprak met een diepe samenzweerderige stem. 'Ik begrijp uw probleem. U verkeert in een vreselijk dilemma...'
Robert knikte.
De leider aarzelde nog een ogenblik en zei toen: 'Ik begrijp het, want u moet weten, ik heb ook kinderen ...'
Maxwell keek hem afwachtend aan.
'Stel nu eens,' zei de leider met die zachte diepe stem van hem, 'dat ik u kon garanderen dat het bergkamp pas op een bepaald tijdstip zou worden overvallen, zodat u eerst uw vrouw en dochter kon weghalen. Wat zou u daarop zeggen?'
'Zou u dat doen?' zei Maxwell, die het heel graag wilde geloven. 'Maar Robin dan?'
'Als het kamp geen probleem meer is, kan ik haar aan boord van mijn schip smokkelen en terugbrengen. En dan laat ik haar vrij en vertel ik haar hoe ze contact met u kan opnemen. Het is nog maar een jong meisje. Niemand zal naar haar zoeken.'
'Nee. Gelooft u mij, zij weet helemaal niets! Het is nog maar een kind!'
'Dat kon ik zien, toen we haar vandaag vonden. Eerlijk gezegd vond ik het verschrikkelijk om haar te arresteren, maar jammer genoeg hadden de anderen haar ook gezien. Dus ik moest wel. Maar er is haar geen kwaad gedaan, en dat zal ook niet gebeuren - als u mij helpt.'
'Ik...'
'Als u de anderen waarschuwt voordat wij in het kamp zijn, zal Robin door Diana worden ondervraagd. Begrijpt u wat ik u duidelijk probeer te maken?'
Maxwell sloot zijn ogen en dacht aan wat Donovan had gezegd. 'Ja. Ja. Ik begrijp het. Ik zal ze niet waarschuwen ...' Er zullen nog maar weinig mensen in het kamp zijn, dacht hij. En morgen zullen het er nog minder zijn ... Misschien maar een of twee ... 'Maar het zijn mijn vrienden. Kunt u het kamp niet bezetten zonder ... zonder ...'
'Ja,' zei de leider en hij greep Roberts schouders vast. 'Dat is gemakkelijk te doen, zonder dat iemand iets overkomt. En we gaan er pas naar toe om ... wat zullen we zeggen? Morgenmiddag vier uur? Hebt u dan genoeg tijd?'
Maxwell knikte. Hij was zo uitgeput dat hij het gevoel had dat hij ter plekke in slaap zou kunnen vallen. De Bezoeker schudde hem een beetje heen en weer. 'Goed. Hier heb ik een kaart. Wijst u mij de plaats aan.'
Maxwell deed het. 'Zegt u tegen Robin dat ze naar de speelplaats van de school moet gaan. Ik kom daar morgenavond naar toe.'
'Goed. Vier uur. U hebt mijn woord ... mijn woord als vader.' Hij stak zijn hand uit.
Maxwell keek een hele tijd naar de hand en pakte hem toen langzaam vast. Ze schudden elkaar de hand en de Bezoeker zei met een luidere stem: 'Goed, maar zorg dat we u niet meer 's avonds betrappen. Als u wilt drinken, doet u dat voortaan maar thuis!'
Hij duwde Maxwell naar de straat terug. 'Vooruit - en vergeet u niet wat ik gezegd heb!'
'Ik zal eraan denken,' zei Robert. 'Bedankt!'
Hij draaide zich om en liep met een verdoofd gevoel in zijn hoofd in de richting van het ondergrondse hoofdkwartier. Hij kon vanavond niet meer naar het bergkamp terug - maar morgen. Morgen.
-
Diana keek Martin woedend aan. 'Ontsnapt? Hoe?'
Martin haalde diep adem. 'Dat weet ik niet zeker. Ik heb hem in een cel achtergelaten en stuurde Barbara naar hem toe om hem voor de eerste injecties te halen. Toen ik me realiseerde dat ze te laat was, ging ik naar de cel om te kijken wat er was gebeurd. Barbara was bewusteloos, ze was door een van onze eigen geweren getroffen. Haar geweer en uniform waren weg.'
'Verdomme!' riep Diana uit. Ze begon woedend heen en weer te lopen en Martin wachtte gespannen af.
'Goed.' Ze was weer tot rust gekomen en keek hem aan. 'We moeten maar van het ergste uitgaan - dat hij aan boord van een van de luchtschepen is ontsnapt. Waarschuw alle eenheden dat ze onbevoegde bemanningsleden onmiddellijk moeten rapporteren.'
'Dat zal ik meteen doen, Diana,' zei Martin. Hij was nog maar twee stappen van de deur verwijderd toen ze nog zei: 'En Martin?'
Hij was zo bang dat hij zich bijna niet durfde om te keren, maar hij dwong zich haar recht in de ogen te kijken. 'Ja, Diana?'
'Stuur Brian naar me toe.'
'Jawel, Diana.'
Hij ging de kamer uit.
Toen Brian binnenkwam, knikte Diana hem vriendelijk toe. 'Ah, Brian. Ik heb je hulp nodig.'
Brian verbaasde zich maar probeerde een kalme houding te bewaren. Hij had het tot nu toe goed gedaan - hij hoefde zich nergens zorgen over te maken. Tenminste, dat hoopte hij maar. 'Natuurlijk, Diana. Alles wat ik maar kan.'
Ze keek hem onderzoekend aan. 'Ik heb gehoord dat jij een soort relatie bent aangegaan met deze jongedame.' Ze drukte op een knop en op een scherm aan de wand verscheen een meisje dat huilend in een van de cellen zat.
'Robin Maxwell!' riep Brian uit. 'Maar ik dacht dat zij en haar familie ontsnapt waren!'
'Zij niet.' Diana keek peinzend naar het meisje op het scherm. 'Nou, kén je haar?'
'Eh ... ja, ik ken haar,' stamelde Brian, en hij vroeg zich af of Diana ook had gehoord dat hij wel eens met het meisje naar de film was geweest.
'Vind je haar aantrekkelijk?' Diana's donkerblauwe ogen keken hem strak aan.
Brian haalde zijn schouders op. Daar had hij nooit over nagedacht. Hij keek haar recht in de ogen. 'Niet zoals ik jou aantrekkelijk vind.'
Ze glimlachte. 'Ah, nu begrijp ik waarom jij zo snel carrière hebt gemaakt.'
'Ik spreek in alle ernst,' zei Brian, en hij kwam wat dichter naar haar toe.
'Dat is heel interessant,' gaf Diana toe. 'Want ik heb al een hele tijd een oogje op jou.'
Brian keek haar glimlachend aan. 'Natuurlijk sta ik altijd tot je dienst
Ze glimlachte en wierp hem een zijdelingse blik toe. 'Misschien binnenkort een keer. Maar op dit moment wil ik dat je me helpt bij een experiment. Een experiment met jou en ...' Ze keek weer naar het scherm,'... en haar.'
Brian schrok een beetje. 'Begrijp ik je goed? Waarom? Ik weet niet eens zeker of het wel mogelijk is.'
Ze glimlachte en liet haar valse menselijke tanden zien. 'O, ik twijfel er niet aan dat je het zult kunnen. Ik beschik over rapporten dat je erg ... flexibel bent.' Ze knikte. 'Wil je me helpen?'
'Zal het... pijnlijk zijn?' Brian wierp een blik op het meisje.
'We zullen eerst een beetje tijd in het laboratorium moeten doorbrengen. Intussen zal ik je precies uitleggen wat ik van je verwacht. Ik kan je niet beloven dat het met geen enkel ongemak gepaard zal gaan, maar de handeling zal zich vooral op een intercellulair niveau voltrekken. En het experiment zelf zou bijzonder aangenaam kunnen zijn.'
Brian had nog zijn twijfels maar wilde daar niets van laten blijken. 'Als het belangrijk voor jou is, Diana, zal ik het natuurlijk doen.'
Ze glimlachte. 'Je zult er geen spijt van hebben, Brian.'
Ze gingen samen de kamer uit en liepen naar het laboratorium aan de andere kant van het gigantische ruimteschip.
Robin zat op het bankje in haar cel te huilen. Het was nu uren geleden dat ze aan boord van het Moederschip was gebracht. Ze begon honger en dorst te krijgen.
Toen ze aan boord was gebracht, was ze aan een Bezoeker-vrouw overgedragen die haar naar een vreemde kamer, een soort laboratorium, had gebracht, waar ze haar kleren had moeten uittrekken. Toen Robin dat niet had willen doen, had ze haar wapen getrokken en haar daarmee bedreigd. Ten slotte had Robin maar gehoorzaamd.
De vrouw had haar op een soort sofa laten liggen en had een vreemdsoortig instrument over haar lichaam bewogen, en daarna nog een ander instrument over haar middendeel. Het had geen pijn gedaan, maar Robin had zich vernederd gevoeld. De vrouw wilde geen antwoord geven op haar vragen. Toen ze klaar was, had ze het meisje haar kleren teruggegeven en haar later een broodje en een kartonnetje melk voorgezet. Nadat ze nog een bezoek had mogen brengen aan een opmerkelijk normaal uitziende WC, was ze hier in deze afschuwelijke cel opgesloten.
Robin begroef haar gezicht in haar armen en vroeg zich af of ze haar vader en moeder ooit terug zou zien. Ze was nog maar een kind. Wat konden ze toch van haar willen?
Ze hoorde een geluid bij de deur - een zacht gesis. De deur ging open en Robin zette grote ogen op. 'Brian! Brian, Brian!' Ze vloog op hem af, dolblij omdat ze zijn vertrouwde knappe gezicht zag. 'O, goddank!'
Hij had meteen een stap naar voren gedaan en had teder en beschermend zijn armen om haar heen geslagen. 'Robin ... rustig maar. Je bent nu in veiligheid. Ik zal zorgen dat niemand je kwaad doet.'
Ze snikte half van opluchting, half van blijdschap. 'O, Brian! Ik heb je zo gemist! Ik dacht dat ik je nooit meer zou zien!'
'Ik ben nu hier. Ik zal je beschermen. Ik zal je hier weghalen.'
Hij drukte haar nog dichter tegen zich aan en ze voelde de koele hardheid van zijn gespierde lichaam. Aarzelend schoof Robin haar armen om hem heen. Haar knieën voelden aan alsof ze van rubber waren, en ze leunde tegen hem aan. Hij ondersteunde haar moeiteloos en streek met zijn hand door haar dichte verwarde haar. 'Robin ... ik heb je zo gemist.'
'Brian ...' Ze streek aarzelend over zijn wang en hoopte dat ze geen rode ogen had en dat haar make-up niet was uitgelopen. Ze kon niet geloven dat hij was gekomen, dat hij haar omhelsde.
Hij kuste haar. Zijn mond veegde aftastend over Robins lippen en kwam toen terug om haar met meer kracht te kussen. Ze deed haar ogen dicht, voelde zich duizelig worden en klampte zich koortsachtig aan hem vast. Brian, ik hou van je, dacht ze, en ze voelde dat zijn hand haar borst aanraakte, eerst aarzelend, toen ferm. Hij liet zijn hand onder haar trui glijden.
'Nee ..zei ze zachtjes, terwijl zijn mond over haar wang gleed en op haar keel tot rust kwam. Zijn hand trok aan haar trui. 'Nee... ja... Brian..
Ze deed haar ogen dicht en wankelde op haar benen. Het drong nauwelijks tot haar door dat hij haar op de rustbank liet zakken. Ze had nog één keer een scherp besef van de werkelijkheid. Dat was toen ze besefte dat haar spijkerbroek open was, maar inmiddels werd ze door zijn gewicht op de rustbank gedrukt. Hij was zwaar; ze kon niet overeind komen.
Nee, wilde ze zeggen. Hou op, dit is té echt...
Maar het was al te laat.