17

Kort voordat haar wekker om zes uur afliep, werd Juliet Parrish wakker. Ze rolde zich op haar zij en zette hem haastig af; ze had er altijd een hekel aan gehad om door wekkers uit haar slaap gerukt te worden.

Ze stond op, trok een oude spijkerbroek en een rode trui aan, nam haar stok en liep de gang op. De eerste die ze zag was Robert Maxwell - aan de gekwelde blik in zijn bruine ogen en de dikke wallen daaronder kon Juliet zien dat hij ook niet goed had geslapen.

'Ben je in orde, Robert?' vroeg ze.

'Ja,' mompelde hij, zonder haar in de ogen te kijken.

'Is er iets mis?'

Hij schudde zijn hoofd. 'Nee ... nee. Alleen zenuwen, denk ik.'

'Vertel me er maar over.'

Elias kwam uit de kamer die ze als mannenslaapzaal hadden ingericht. Ook hij keek nerveus uit zijn ogen.

Toen er nog meer mensen de gang op waren gekomen, sprak Juliet hen toe. 'Iedereen moet proberen iets te eten. Ik weet dat jullie nerveus zijn, maar we hebben een lange dag voor de boeg. Het is niet de bedoeling dat er iemand flauwvalt van de honger.'

Ze liep het laboratorium binnen. Daar was ze bezig haar gezicht te wassen in een pannetje koud water, toen ze iemand hoorde binnenkomen. Mike Donovan bleef in de deuropening staan. 'Goeiemorgen, dokter,' zei hij.

'Goeiemorgen, Donovan,' zei Juliet formeel. Ze wist niet waarom hij zich zo gereserveerd tegen haar opstelde, maar er was iets aan zijn zelfvoldane grijns dat haar ergerde.

'Caleb heeft een pannetje roerei gemaakt,' zei Mike, en hij knikte in de richting van de grote kamer. 'Wil je je eigen advies niet opvolgen?'

Juliet glimlachte. 'Ik ben bang dat het meer een kwestie is van "doe wat ik zeg" dan van "doe wat ik doe" ... Om je de waarheid te zeggen geloof ik niet dat mijn maag iets meer dan een kopje sinaasappelsap zou kunnen verdragen.'

'Is het zo erg?' Hij keek toe terwijl ze haar gezicht afdroogde. Juliet, die door zijn strakke blik in verlegenheid werd gebracht, deed haar best om niets te morsen toen ze het pannetje in de gootsteen leeggooide, maar tot haar grote ergernis spatte er toch water op de vloer. Donovan ging verder alsof hij het niet had gemerkt. 'Mijn complimenten, dokter - je hebt dit stelletje goed in de hand. En ze zijn ook goed gemotiveerd. Ze staan klaar om als tijgers te vechten.'

Op dat moment stak Elias zijn hoofd door de deuropening. 'Hé Juliet,' zei hij. 'Ik heb hier wat sap en een broodje voor je.'

'Dank je, Elias.' Ze nam haar stok en liep de gang op. Daar nam ze een teugje van haar sap en slaagde ze erin een paar happen uit het broodje te nemen. Ze keek naar haar mensen. Het waren er meer dan de vorige dag. Veel leden van de nieuwe verzetsgroep woonden nog thuis, vooral degenen die werk hadden dat niets met wetenschap te maken had. De opstandelingen praatten hard en lachten uitbundig; hun bewegingen waren snel en abrupt... behalve een paar van hen, zoals Robert Maxwell, die zwijgend en in zichzelf gekeerd in een hoek zaten.

Ik moet ze vlug iets te doen geven, dacht Juliet. Ze zijn tot het uiterste gespannen. 'Is iedereen er?' riep ze, en toen ze haar stem hoorden, keken ze allemaal in haar richting. 'Goed, nog een laatste keer. Weet iedereen wat zijn of haar taak is?'

Er ging een instemmend gemompel door de groep. 'De afleidingsacties beginnen om één uur. Begrepen, Caleb, Ruby, en de rest van jullie?'

Caleb knikte. Hij droeg zijn gewone werkkleding van de Richland-fabriek en had zijn vriend Bill Graham naast zich staan. 'Op de fabriek zullen ze merken dat we nog lang niet dood zijn.'

'En in de stad zullen ze dat ook merken,' zei Ruby. 'Vooral bij de politiebureaus.'

'Goed,' zei Juliet. 'Onze belangrijkste aanval, die op het wapenarsenaal, zal kort voor twee uur beginnen. Op dat moment zullen ze dus al tamelijk gedesorganiseerd zijn.'

'Twee uur?' Robert Maxwell werd lijkbleek. 'Ik ...'

'Ja,' zei Juliet. 'Je hebt gisteravond het eind van onze bespreking gemist. Jij gaat met ons mee naar het arsenaal. Goed?'

'Eh ... ja, goed,' zei Maxwell. Hij voelde een zenuwtrekje bij zijn oog. Juliet keek hem fronsend aan. 'Waar is Robin eigenlijk gebleven? Heb je haar naar het bergkamp teruggestuurd?'

Maxwell knikte zonder iets te zeggen en zonder op te kijken. Toen ze zag hoe bleek hij was, kwam Juliet in de verleiding om hemzelf ook op te dragen naar het kamp terug te gaan - het was duidelijk dat de man doodsbang was. Maar ze konden niemand missen.

Terwijl ze daar nog over nadacht, keek Maxwell op en glimlachte hij zwakjes naar haar. 'Ik ben in orde, echt waar. Alleen een beetje nerveus

'Het is al goed, Robert,' zei Juliet ondanks haar twijfels. 'Nu, de aanval op het arsenaal. We moeten voortdurend ons eerste doel voor ogen houden ...'

'Zoveel mogelijk zware wapens grijpen - vooral reptielenwapens -zonder dat ze ons te pakken krijgen,' vulde Elias aan.

'Goed.' Juliet knikte. 'Het is voor onze toekomstige operaties van het grootste belang dat we ons kunnen verdedigen. En daar hebben we wapens voor nodig. Als we die hebben, kunnen we al onze apparatuur beschermen, als we die van de berg naar beneden brengen.'

Mike Donovan stond rusteloos te schuifelen. 'Zeg, terwijl jullie hier beneden de boel op stelten zetten, wil ik nog eens proberen om in het Moederschip te komen. Ik wil...'

'Je gezin gaan zoeken?' viel Juliet hem in de rede.

'Ja, dat ook. Ik zal het niet ontkennen. Maar misschien kan ik ook ergens komen waar ik kan ontdekken wat hun echte plannen zijn. Met dit uniform moet het niet moeilijk zijn om aan boord van het schip te komen.'

Ruby Engels keek hem aan. Op haar gezicht stond duidelijk te lezen dat ze dacht dat hij gek was. 'Dat lijkt me zelfmoord.'

'Ja.' Donovan haalde zijn schouders op. 'Misschien was ik in mijn vorige leven een kamikazepiloot. Dat zegt mijn collega Tony ook altijd. Vergeet niet, die is nog daar boven. Ik zal niet rusten voor ik weet wat er met hem gebeurd is - en met de anderen.'

'In dat geval moest je ons maar vertellen waar je die videoband hebt verstopt,' zei Juliet. 'Als voorzorgsmaatregel.'

Hij keek haar grijnzend aan. 'De band ligt in een bagagekluis op het busstation.' Hij groef in zijn broekzak en gaf Juliet een sleutel. 'Een vriendje van mijn zoon doet er elke dag een muntje in.'

'Goed,' zei Juliet. 'Pas goed op jezelf, Donovan. We zouden je niet graag verliezen.'

'Ik zou mezelf ook niet graag verliezen.'

-

Harmy Moore haastte zich met een dienblad vol bijgevulde zout-, peper- en suikerbussen naar het magazijn. Het was een mooie dag, vond ze, terwijl ze naar de blauwe hemel en de traag voortzeilende wolken keek. Haar ogen waren zo gewend geraakt aan het kolossale Bezoeker-schip dat boven de stad hing dat ze zich er niet eens meer van bewust was.

Terwijl ze daar liep en zich afvroeg of het tegen de avond zou gaan regenen, plakte haar voet aan iets op het beton. 'Hè?' Harmy bleef staan, zette het dienblad neer en tilde haar voet op. Haar hele schoen was omringd door slierten kauwgom. Harmy slaakte een zucht van wanhoop.

Om het spul van haar schoen te kunnen krabben, steunde ze met haar hand tegen een van de dikke buizen die uit een grote tank naar buiten staken. Haar vingers streken over iets dat meegaf op hetzelfde moment dat ze een tikkend geluid hoorde. Harmy keek op naar haar hand. Aan een van de buizen zat een stuk grijswit kleefspul dat aan een zwart doosje was verbonden. Op het doosje zat een wijzerplaat. Een rode wijzer gaf één uur aan, terwijl het kwart voor een was.

Wat is dat nou? vroeg Harmy zich af. Het lijkt wel een ... een ...

In paniek rukte ze haar voet van de kauwgom los. Ze vroeg zich af hoe groot het bereik van dat ding was ... en of er op de fabriek nog andere bommen zouden ontploffen. Ze rende naar het parkeerterrein en dacht onderwijl: dit moet het werk van het verzet zijn! Wat moet ik doen?

Harmy had naar Kristine Walsh's TV-reportages gekeken, ze had naar de radio geluisterd - en ze vroeg zich af wat de echte waarheid was. Haar vader was in Korea gesneuveld, haar broer in Vietnam - ze was vanaf de middelbare school al pacifiste geweest. Ze vond het niet prettig om al die gewapende Bezoekers in de straten van haar stad te zien. Maar het ging toch wel wat ver om bommen te leggen op een plaats waar mensen gewond konden raken.

Er was nergens iemand te zien. Misschien zou ze de politie moeten bellen. Maar als ze de geruchten mocht geloven, dan zouden de Bezoekers represailles nemen. Ze had zelfs gehoord dat ze een hele woonwijk hadden opgepakt omdat die tegen hen in opstand was gekomen. En meer dan een maand geleden was een van Harmy's beste vriendinnen, een röntgen-assistente, spoorloos verdwenen.

Harmy keek weer op haar horloge. Twaalf uur achtenvijftig minuten en drieëndertig seconden.

Ze keek achterom. Er liep iemand in een rood uniform om de tank heen. Hij had een klembord in zijn hand.

'Willie!' gilde Harmy. Zonder na te denken sprong ze overeind en rende naar hem toe. 'Nee! Ga daar weg!' Ze rende naar hem toe, greep zijn arm en sleurde hem mee naar het parkeerterrein.

De explosie sloeg hen beiden tegen de grond. In paniek keken ze elkaar aan. Toen hoorden ze de andere explosies. De alarmsirenes gilden. Harmy krabbelde overeind en stak William haar hand toe. 'Harmy?' riep hij terwijl hij opstond. 'Wat is er aan de tand?'

'Aan de hand,' verbeterde ze automatisch. 'Ik denk dat de verzetsmensen dit hebben gedaan.'

'Je hebt mijn leven gered,' zei William, die haar hand nog steeds vasthield. 'Ik zal je altijd dankbaar blijven.'

Te midden van de chaos en het tumult en de loeiende sirenes keek ze hem glimlachend aan. 'Jij hebt Caleb het leven gered. Het was het minste dat ik kon doen.'

-

Mike Donovan bleef heel even aarzelend voor de gele deur staan. In zijn zak voelde hij de gouden en kristallen sleutel die hij zo lang geleden aan Sean had gegeven. Het metaal lag koel en glad in zijn hand. Nadat hij vlug om zich heen had gekeken om er zeker van te zijn dat niemand hem hier in het Moederschip zag staan, duwde hij de sleutel in het slot. De deur gleed opzij en Donovan stapte naar binnen.

Tot dusver niets aan de hand, dacht hij. Hij wachtte nog even om zijn ogen aan de schemering te laten wennen. Er strekte zich een donkere gang voor hem uit. Hij schrok even toen de deur zich weer automatisch achter hem sloot.

Het had hem geen moeite gekost om aan boord van het Moederschip te komen. Hij was met zijn rode uniform en donkere bril gewoon in de buurt van een luchtschip gaan staan tot het op het punt stond om op te stijgen, zodat hij op het laatste moment nog aan boord kon springen.

Op het moment dat het luchtschip in de hangar van het Moederschip was geland, werd er omgeroepen dat de Richland-fabriek werd aangevallen. In het tumult dat toen was ontstaan was het voor hem geen probleem geweest om in het grote schip te verdwijnen.

Donovan liep door. Hij probeerde het geluid van zijn zware laarzen zoveel mogelijk te dempen. Hij kwam niemand tegen. Ten slotte kwam hij in een enorme kamer uit, zo groot dat zelfs de echo's van zijn voetstappen erin verloren gingen. Deze kolossale kamer stond helemaal vol met reusachtige tanks - maar niet de zware tanks die hij in de Richland-fabriek had gezien. Deze tanks - hij tikte tegen een ervan - hadden dunne wanden en bezaten geen drukmeters of andere instrumenten.

Er kwam een rubberen slang uit een van de tanks. Donovan draaide aan het kraantje en er kwam een stroom heldere vloeistof uit. Mike keek ernaar en hield zijn vinger eronder. De koude vloeistof voelde vertrouwd aan. Hij snoof eraan en proefde voorzichtig met zijn tong.

'Jezus, het is water! In al die tanks?' Hij zette het kraantje nog wat verder open en nam een paar flinke slokken; hij had dorst. Hij dwaalde door de enorme kamer en draaide links en rechts kraantjes open en dicht. Elke tank bleek water te bevatten.

Toen hij deze kamer had verlaten, ging hij op zoek naar een andere gele deur. Hij vond hem, stak zijn sleutel in het slot en ging naar binnen. Op dat moment hoorde hij voetstappen naderen. Hij drukte zich weg in een nis en zag een technicus voorbij lopen. Donovan hoorde de gele deur sissen en tuurde voorzichtig naar buiten. Hij deinsde meteen terug toen hij nog meer voetstappen hoorde en gluurde toen behoedzaam langs de rand van de nis. Martin!

Toen de Bezoeker voorbij kwam, stak Donovan zijn hand uit en greep hem vast. Hij voelde het koele namaakvlees op de neus en de mond onder zijn smorende hand en zag dat de ogen van de Bezoeker zich wijd opensperden. Voorzichtig haalde Donovan zijn hand weg.

'Donovan!'

'Ja.' Mike keek hem grimmig aan. 'Ik wil weten wat er aan de hand is. Ik kom net uit het ruim, waar die tanks staan. Die watertanks. Ik heb je al eens eerder gevraagd wat de echte reden is van jullie komst naar de Aarde, maar toen zei je dat daar niet genoeg tijd voor was, omdat ik nog moest ontsnappen. Maar nu heb ik alle tijd van de wereld, en ik wil dat je open kaart met me speelt.'

Martin keek een hele tijd naar de vloer en slaakte toen een zucht. 'Goed. Ja, die tanks zitten vol water, het gaat niet om chemicaliën.'

'Dus jullie lozen de chemicaliën inderdaad in de atmosfeer?'

'Ja.'

'Waarom?' Mike schudde Martins schouders een beetje heen en weer. Toen drong het opeens tot hem door. 'Allemachtig - wat een idioot ben ik geweest. Het water! Jullie stelen het water! Die chemicaliën zijn maar een dekmantel. Al dat water dat naar de fabrieken wordt gepompt, zogenaamd voor die chemicaliën, wordt in werkelijkheid hier naar boven gebracht. Maar waarom?'

'Zuiver water is de zeldzaamste en waardevolste stof die je je maar kunt voorstellen. Het is een van de eerste dingen die door een industriële samenleving worden vernietigd en verontreinigd. Dat is hier op Aarde ook al begonnen, zoals je wel zult weten. In tegenstelling tot de meeste planeten, waaronder de onze, is er op jullie wereld veel meer water dan land. Wij hebben dat water dringend nodig - om te drinken, voor de industrie ... noem maar op.'

'Maar we zouden het jullie graag ...'

'Iemand van ons heeft voorgesteld om jullie de waarheid te vertellen, om jullie te vragen het water met ons te delen. Maar onze Leider wil alles. Nu we de Aarde min of meer in onze macht hebben, zijn er al andere ruimteschepen op weg hierheen. Het hele plan zal ongeveer een generatie in beslag nemen - wij worden ongeveer even oud als jullie - maar uiteindelijk zullen wij al het water hebben, als de Leider zijn zin krijgt.'

'Dan is de Aarde een woestijn,' zei Mike. 'De mensheid... wij allemaal ... zullen sterven als er geen water meer is.'

Martin zuchtte. 'Als wij hier weggaan, zullen er geen mensen meer over zijn.'

Mike keek hem aan.

De Bezoeker knikte. 'Er is nog iets anders wat ik je wil laten zien.'

Met een afschuwelijk voorgevoel liep Mike Donovan achter Martin over een gang. Ook deze kwam uit in een enorme kamer, maar deze bevatte kleinere bassins van een bij twee meter. Terwijl zijn nekharen overeind gingen staan, keek Donovan om zich heen. 'Wat zijn dat voor dingen?'

Martin maakte een vermoeid handgebaar. 'Kijk zelf maar.'

Met stijve bewegingen liep Mike naar het dichtstbijzijnde bassin. Dat was gevuld met een grijze, gelatine-achtige substantie, en toen Donovan daarin keek, zag hij plotseling een gezicht. Het was een oudere man met een grote snor. Zijn ogen staarden leeg voor zich uit; zijn mond hing open. Hij was naakt.

Achter zich hoorde hij Martin zeggen: 'Dat zijn jullie mensen. Degenen die verdwenen zijn.'

Mike draaide zich met een ruk naar hem om. 'Zijn ze dood?'

'Nee. Niet dood.' Donovan sloot van opluchting zijn ogen en dwong zich om te blijven luisteren. Martin ging verder. 'Hun stofwisseling is buitengewoon vertraagd en ze zijn perfect geconserveerd - ze kunnen binnen minuten weer tot leven worden gewekt. Deze techniek is door Diana ontwikkeld.'

Mike keek naar de duizenden en duizenden cocons en keek Martin toen recht in de ogen. 'Mijn zoon is hier. Ergens.'

'Is hij opgepakt?'

'Samen met de rest van San Pedro. Ik moet hem vinden.'

Martin wreef vermoeid over zijn voorhoofd, een heel menselijk gebaar. 'Mike, dat kan alleen als we hem opzoeken in de centrale computer - en ik heb maar een beperkte toegang tot die computer. We weten niet eens zeker of hij op dit schip is. Hij zou ook op het schip van San Francisco kunnen zijn. Of dat van Seattle. Het spijt me.'

Donovan wees naar de cocons. 'Het moet mogelijk zijn om hem te vinden. Maar Martin, waarom? Waarom worden ze op deze manier geconserveerd? Omdat het onruststokers zijn, of wetenschappers die graag onderzoek naar jullie zouden doen om jullie echte gezichten aan het licht te brengen?' Martin wierp hem een snelle blik toe en keek toen een andere kant op. Mike grinnikte. 'Het is gek om hier met je te staan praten alsof jij even menselijk zou zijn als ik. Heel gek.'

'Ja. Ik heb gehoord van je gevecht met Jerome. Hij zei dat je ... hoe heet dat? Een lastige klant was?'

'Ik doe mijn best,' zei Donovan. 'Maar waarom doden jullie die mensen niet? Waarom bewaren jullie ze hier?'

'De Leider wil ze in leven houden. Sommigen van hen zullen worden ingelijfd om in zijn oorlogen te vechten. Ik geloof dat ze dat "kanonnevoer" noemen.'

'Hoe is zo iemand eigenlijk aan de macht gekomen?'

Martin keek grimmig. 'Charisma. De omstandigheden. Mooie beloften. Financiële ondersteuning. Een doctrine die de grote massa aansprak, verzekeringen dat hij hen als hun leider tot grootsheid zou brengen. Er waren er niet genoeg van ons die zich tegen hem verzetten - of hem zelfs maar serieus namen - voor het te laat was. Dat is hier op jullie planeet ook een keer gebeurd, nietwaar?'

'Ja.' Er schoot Mike plotseling iets te binnen. 'Ik wilde je nog vragen hoe het met Barbara is. Ze gaf me opdracht haar neer te schieten - omdat ze anders nooit zouden geloven dat ik haar had overmeesterd en het uniform had gestolen. Maakt ze het goed?'

'Ze is aan de beterende hand.'

'Goed. Ik wil haar op een dag nog eens bedanken.' Hij keek weer naar de cocons. 'Zo veel. Het moeten er wel duizenden zijn.'

'Ja.'

Mike keek hem aan. 'Je zei dat sommigen gebruikt zouden worden als soldaten in het leger van jullie leider. En de rest?'

Martin durfde hem niet recht in de ogen te kijken. 'Op onze planeet is niet alleen gebrek aan water maar ook nog aan iets anders.'

Donovan voelde hoe het bloed uit zijn gezicht wegtrok. Zijn lippen bewogen zonder dat hij geluid maakte. 'Eten?' Maar ofschoon hij het niet hardop had gezegd, zei Martin, die hem nu weer aankeek: 'Ja.'

Donovan begon onbedaarlijk te trillen en sloeg zijn hand voor zijn gezicht. 'O God. Ik had het kunnen weten. Ik denk dat ik ... Hij slikte uit alle macht en had de grootste moeite om zijn braakneigingen in toom te houden.

'Rustig aan, Mike,' zei Martin. 'Daar hebben we nu geen tijd voor.'

'Dat weet ik.' Donovan dwong zichzelf om diep en langzaam adem te halen. 'God. Ik had het kunnen weten. Zouden jullie dat doen? Met een kind als Sean?' Hij keek naar een ander bassin waarin het gezicht van een jonge vrouw dreef. 'Met haar?'

Martin schudde zijn hoofd. 'Ik vind het vreselijk, maar we schieten er niets mee op als we alle twee misselijk worden. Ik wil niet beweren dat ik een vegetariër ben - wij eten nu eenmaal vlees. Maar denkende wezens? Nee. Toen we aan deze expeditie begonnen, kregen we te horen dat de bewoners van deze wereld te vergelijken waren met vee. Dat ze niet konden denken. Toen we hier aankwamen en zagen dat het heel anders was, waren er die protesteerden. Die werden ... opgeruimd.'

'O ja? Broodjes leguaan?'

'Wat?'

'Laat maar. Flauw grapje.' Mike spuwde in een donkere hoek. 'Laten we maken dat we hier weg komen.'

Terwijl ze terugliepen, fluisterde hij: 'Nu moet je me iets beloven, Martin.'

'Wat?'

'Dat je probeert uit te zoeken waar mijn zoon is. Sean Donovan. En zijn moeder ook. Ze heet Marjorie.'

Martin knikte. 'Ik zal het proberen. Het zal niet makkelijk zijn. Ik moet erg oppassen.'

Toen ze bij de deur waren aangekomen, legde Donovan zijn hand op de arm van de Bezoeker. 'En nu Tony. Ik wil dat je me naar hem toe brengt.'

Het buitenaardse wezen dacht een hele tijd na. 'Ik weet in welke cel hij is opgesloten, maar Diana zei dat ze hem persoonlijk wilde ondervragen. Verder heb ik er niets over gehoord.'

'Laten we daar dan heen gaan.'

Martin was zichtbaar bang. 'Het is daar erg druk, en het is er streng beveiligd. Als ze mij daar met jou betrappen, zal ik daar nooit een verklaring voor kunnen bedenken.'

'Jij loopt lang niet zoveel risico als ik. Laten we gaan.'

De Bezoeker aarzelde nog even, maar keek toen in Mike's ogen en zei met enige tegenzin: 'Goed dan.'

Ze liepen snel en doelbewust door de gangen, Donovan met zijn pet omlaag en zijn donkere bril op. Hij kon nu bijna niets meer zien, want het schip zelf was naar menselijke maatstaven al erg schemerig. Maar hij had weinig keuze.

Toen ze ten slotte in het cellencomplex waren aangekomen, keek Martin naar de nummers boven de deuren en stak hij op een gegeven moment zijn sleutel in een slot. ‘Ik moet je waarschuwen, Mike, het is niet mooi om te zien.'

Donovan knikte.

Ze gingen de cel binnen. Het was er koel en stil en het rook er naar bloed en uitwerpselen. In het midden stond een tafel met een laken er overheen. Martin liep er naar toe, pakte de rand van het laken op en keek eronder. Toen Mike bij hem kwam staan, draaide hij zich om en knikte zonder iets te zeggen.

Mike's adem stokte hem in de keel. 'Tony,' zei hij zachtjes, al wist hij dat zijn vriend het niet kon horen. Hij duwde Martin zachtjes opzij en trok het laken omhoog.

Tony Leonetti's gezicht was strak en sereen. Iemand had zijn ogen gesloten. Er zaten geen schrammen op zijn gezicht. Op zoek naar de doodsoorzaak trok Mike het laken nog verder weg en keek naar het hele lichaam. De doodsoorzaak was duidelijk zichtbaar. Iemand had Tony opengesneden, iemand met een grote chirurgische vaardigheid, maar ze hadden niet de moeite genomen hem weer dicht te naaien. De tafel waar hij op lag was een beetje hol, en hij lag centimeters diep in het bloed.

Donovan streek voorzichtig over het gezicht van zijn vriend. Tony ... God, wat spijt me dat, kerel. Het spijt me zo ...' Hij liet het laken weer over de roerloze bleke gelaatstrekken zakken. 'Diana?' vroeg hij.

'Ja.' Martin klonk bijna even geschokt als Donovan zich voelde. 'Ze heeft haar goedkeuring gegeven aan een aantal... medische experimenten. Soms geeft ze haar medewerkers een demonstratie van chirurgische technieken ...'

'Ik wil haar doden,' zei Mike met een harde stem.

'Dan zul je in de rij moeten staan,' zei Martin.

Beiden schrokken op toen ze iemand in de hoek hoorden kreunen. Op de koude vloer lag iemand in een blauwe overall in het donker. Donovan bekeek de gewonde man van dichtbij. Het was duidelijk dat hij geslagen was door iemand die goed werk wilde leveren - zijn gezicht was zo gehavend dat bijna niet meer te zien was hoe oud hij was en hoe hij er vroeger had uitgezien. Zijn linkeroog was zo erg opgezwollen dat het een afschuwelijke roodblauwe bult vormde.

De gehavende, gebarsten lippen bewogen, en Donovan kon een hees gefluister horen. 'Wie ... wie ben jij?'

'Een vriend.'

'Ben je ... ben je niet... een van hen?'

'Nee.'

De man deed een zwakke poging om te glimlachen. Mike zag aan zijn donkere haar en hoorde aan zijn accent dat hij van Mexicaanse herkomst was. 'Ze wilden me laten praten ... ik heb ze niets verteld.' Hij grijnsde.

'Heb je ook ... water? Ik heb mijn laatste water gebruikt... om Diana in haar gezicht te spuwen.'

'Hier,' zei Martin en hij hield een kop bij zijn lippen. De man had moeite met slikken maar slaagde erin de hele kop leeg te drinken. Martin kwam terug met wat medicamenten. Terwijl Donovan het gezicht van de man verzorgde, gaf Martin de man een aantal injecties.

Toen Donovan hem vragend aankeek, zei hij: 'Om infectie te voorkomen. Ik neem aan dat je hem mee wilt nemen?'

Donovan had daar eigenlijk nog niet over nagedacht, maar hij knikte. 'Ja. Denk je dat we hem in een patrouilleschip kunnen smokkelen?'

'Ik zal wel eens kijken. Er is nog iemand anders die je mee zou moeten nemen. Ze hebben gisteren een jong meisje opgepikt en ik geloof dat ze als gijzelaar wordt gebruikt om haar vader te dwingen een van de ondergrondse bases te verraden. Diana schijnt veel belangstelling voor haar te hebben, dus je moet zorgen dat ze hier weg komt. Het is nog maar een kind.'

'Goed. Ga jij dat meisje maar halen, dan zorg ik voor hem. We zien elkaar in de hangar over ... tien minuten?'

Martin keek op zijn chronometer. 'Maak er een kwartier van. Tot straks, Mike.'

Toen hij weg was, gaf Donovan zijn patiënt nog een kop water. 'Denk je dat je nu rechtop kunt staan?' vroeg hij, toen de man de kop had leeggedronken. 'We gaan proberen te ontsnappen. Ben je daartoe in staat?'

'Nou en of, amigo,' zei de man.

'Goed. Overigens, mijn naam is Mike Donovan.' Ze schudden elkaar de hand.

'Sancho Gomez.'

'Aangenaam kennis te maken, Sancho. Jammer dat de omstandigheden niet zo gunstig zijn.'

Toen het tijd was om te vertrekken, pakte Donovan de arm van Sancho vast en legde hij zijn hand op de kolf van zijn wapen. 'Jij bent een gevangene en ik breng je naar een ander cellenblok,' zei hij. 'Probeer uit je ogen te kijken alsof je bang voor me bent, Sancho.'

'Ik snap het.'

Ze bereikten zonder problemen een schuilplaats in de hangar. Even later kwam Martin binnen. Hij hield de arm van een doodsbang tienermeisje vast. Haar gezicht was vuil en betraand en besmeurd met uitgelopen make-up.

Martin keek vlug om zich heen en gaf het meisje toen een teken dat ze in een van de kleine patrouilleschepen moest klimmen. Hij had zich nog niet helemaal omgedraaid of Donovan en Sancho stonden al naast hem. Ze klommen in het luchtschip. Martin knikte en maakte aanstalten om ook aan boord te gaan. 'Laten we gaan.'

'Kom jij ook mee?' Mike keek hem verrast aan.

'Ik moet wel. Het zou idioot zijn om te denken dat niemand mij met jou of Robin heeft gezien.'

'Je zou hier moeten blijven, Martin.' Donovan boog zich uit het schip en keek hem recht in de ogen.

'Wat? Waarom?'

'We moeten hier iemand hebben die aan onze kant staat. Voor de ondergrondse zul je geen waarde hebben.'

'Maar Mike ... Ik moet dit ding voor je besturen.'

'Onzin. Dat kan ik zelf ook. Blijf jij nou maar hier, Martin.'

'Jij kunt dit ding niet besturen!'

'Wedden van wel? Ik ben een goede piloot, en ik heb iedere keer goed gekeken hoe jij het deed. Ik kan hem besturen, dat weet ik zeker.'

'Maar hoor eens ...'

'Verdomme, Martin, geef het nou maar toe!' Mike keek de Bezoeker recht in de ogen. 'Jij bent bang, nietwaar?'

'Ik ...' Martin wierp een blik achterom. 'Het wordt erg gevaarlijk voor mij.'

'Jij redt het wel.' Mike gaf hem een schouderklopje. 'Niemand heeft op Sancho en mij gelet. Niemand zal denken dat jij er iets mee te maken hebt. Ga hier nou maar weg, dan kan ik opstijgen.'

Martin aarzelde nog steeds. Donovan schudde zijn schouder ruw heen en weer. 'Verdomme, Martin! Gevaarlijk voor jou? Het is gevaarlijk voor ons allemaal! Ik heb een zoon verloren, en mijn collega. En Barbara dan? Zij nam het risico dat ze gewond raakte doordat ik op haar schoot! We zijn allemaal bang, Martin, maar elk van ons moet doen wat hij kan.'

Martin knikte. 'Goed. Ik blijf hier. En maak nou maar dat je hier weg komt.'

Martin rende weg en Donovan sloot het luik. 'Maak jullie riemen vast.' Maar juist op het moment dat de journalist wilde opstijgen, hoorde hij een kreet. 'Verdomme! Ze hebben ons gezien! Hou je vast!'

Hij zette het patrouilleschip in beweging en reed met grote snelheid op de hangardeuren af. Die begonnen zich al te sluiten en Donovan moest snel uitwijken. Het schip trilde een beetje toen ze tegen de andere deur sloegen, maar toen waren ze erdoor.

Ze vlogen met grote snelheid door de blauwe hemel. Donovan speelde een beetje met de hendels om de bewegingen van het luchtschip beter te kunnen aanvoelen. Ze vlogen in de richting van de blauw-groene oceaan. Het meisje, dat naast Donovan zat, begon te gillen zodra het schip omlaag dook. 'Omhoog!'

'Dat probéér ik,' snauwde Donovan en hij haalde de hendel weer terug. De neus van het toestel kwam omhoog ... omhoog ...

Plotseling hingen ze ondersteboven; het toestel begon de ene heftige looping na de andere te maken. Het meisje begon weer te gillen. 'Hou je stil, idioot!' schreeuwde Donovan. Ten slotte lukte het hem het toestel weer recht te krijgen en min of meer recht naar voren te vliegen. Hij maakte een lange, geleidelijke bocht die hem weer naar de oceaan moest leiden. Voordat hij zich aan een landing waagde, wilde hij eerst nog wat oefenen.

'Waar ga je heen, amigo?' vroeg Sancho, die achterin zat.

'Naar zee, dan kan ik een beetje oefenen zonder dat ik last heb van ander luchtverkeer,' zei Mike. 'Boven de oceaan kan ik rustig mijn gang gaan.'

'Het spijt me dat ik je dit moet vertellen, Donovan, maar ik ben bang dat we nu al last hebben,' zei Sancho.

'Huh?'

'Er zitten twee andere luchtschepen achter ons aan, en ..

Sancho werd onderbroken doordat er iets tegen hun toestel aan sloeg, zodat het hevig begon te trillen.

'Wat was dat?' riep het meisje.

'... en ze schieten op ons,' maakte Sancho zijn zin af. 'Ik geloof dat we problemen hebben.'