5
Het zat de Bezoeker niet mee vandaag. Vanmorgen had hij gehoord dat hij niet, zoals eerst zijn opdracht was, naar een chemische fabriek in het Midden-Oosten zou gaan; hij was toegewezen aan de Richland-fabriek in Los Angeles. Zelfs zijn naam, Ahmed, was veranderd - hij was nu William.
Terwijl hij de grote cryogenische opslagtank als een zwaar schild voor zich uithield, hield hij zijn orders in zijn vingertoppen geklemd en wankelde hij knipperend met zijn ogen uit het luchtschip.
Die lichten waren zo fel! Hij was gewaarschuwd maar na alles wat er was gebeurd had hij er niet meer aan gedacht. Dit was de eerste keer dat hij de grond van deze nieuwe wereld zou betreden. Hij strompelde naar voren tot hij de grijze tank op het beton kon zetten en zijn donkere bril kon pakken.
Toen hij de bril had opgezet, werd de schittering enigszins draaglijk. Hoewel zijn rugspieren protesteerden, pakte hij de tank weer op en ging op weg. In zijn hoofd repeteerde hij de flarden Engels die hij had geleerd doordat hij de officieren onder elkaar had horen praten. John had opdracht gegeven dat de bemanningsleden de taal van het hun toegewezen deel van de aarde zoveel mogelijk moesten oefenen. Ahmed - nee, William, dat moest hij niet vergeten - had geleerd om in het Arabisch te denken.
En nu dit! William vond een metalen trap en begon voorzichtig naar boven te gaan. De zwaartekracht op aarde was iets minder dan op zijn eigen planeet - als je over de grond liep kon je het nauwelijks merken, maar op zo'n trap wel.
De fabriek leek hem een doolhof van grijze en oranje buizen en jachtige mensen. Hij realiseerde zich dat hij de weg moest vragen ...
Opeens werd hij naar achteren gestoten. 'Hé! Kijk uit waar je loopt!'
William slaagde er nog net in zich in evenwicht te houden. Toen hij opkeek, zag hij een man met een donkere huid (de mensen noemden zo'n huid 'zwart', maar in Williams ogen was het eerder donkerbruin) met een gele helm waar 'Taylor' op stond. De Bezoeker begon te stamelen. 'Eh ... Oh, neem me niet kwalijk. Eh ... kunt u mij helpen?'
William was niet goed op de hoogte van de gelaatsuitdrukkingen van de mensen, maar als hij zich niet vergiste, keek deze man hem misnoegd aan. 'Waarmee helpen?' gromde de man.
'Alstublieft,' zei William. 'Ik ben bepaald.'
'Bepaald?' vroeg de man ongeduldig.
'Ja,' zei William, heftig met zijn hoofd knikkend. 'Bepaald.'
De man begon weer te grommen. 'Ach, donder op!' Hij duwde William ruw opzij. 'Stomme Bezoeker!'
Met een zucht keek William om zich heen, in de hoop zich enigszins te kunnen oriënteren.
Nergens iets te zien. Hij verliet de trap en liep met onzekere bewegingen over het beton. Hij kwam langs een aantal ronde tanks die zo te zien gebruikt werden om afval in te deponeren (iets wat hem verbaasde - waarom zou je afval wegdoen? Het was een waardevolle energiebron).
Voor hem uit stonden een aantal grotere vrachtwagens geparkeerd en hij liep er naar toe. Zijn rug deed pijn en tot zijn schrik bemerkte hij dat hij honger begon te krijgen. Hij zou pas weer kunnen eten als hij op zijn basis terug was. Dat waren de regels.
Hij liep naar een van de wagens toe en keek naar binnen. Niemand te zien. Hij begon zich steeds meer zorgen te maken. Ze zeiden allemaal dat Steven, die hier de leiding had, iemand was die je niet kwaad moest maken. Wat moest hij doen?
Toen hoorde hij een stem achter zich. 'Hallo daar. Kan ik je helpen?'
Hij draaide zich om en zag een mensen wezen staan. Aan de blauwe jurk en de rondingen op haar borst kon hij zien dat het een vrouw was. Ze glimlachte.
'Ik ben bepaald,' zei hij.
'O ja?' Ze keek hem vragend aan. 'Wat?'
'Bepaald,' herhaalde William zo duidelijk als hij kon.
Haar glimlach verflauwde enigszins. 'Bepaald?'
William had de sterke indruk dat hij niet goed communiceerde. 'Ja. Bepaald.'
Toen pakte ze zijn mouw vast - het was de eerste keer dat hij door iemand van een andere wereld werd aangeraakt. 'Wacht even,' zei ze, en William deed zijn best om haar te verstaan. 'Niet in de war raken. Ik zal je helpen.'
William klampte zich dankbaar vast aan het ene woord dat hij had verstaan. 'Ja, helpen. Helpen te gaan. Naar hier.' Hij liet haar de Engelse vertaling zien die boven de concept-blokken van zijn eigen taal op zijn kaart stond afgedrukt. 'Ik ben bepaald.'
Ze keek vlug even naar de kaart en raadde toen wat hij bedoelde. 'Je weet niet waar je heen moet gaan?'
'Ja,' zei William enthousiast. 'Ik ben bepaald.'
En meteen was het haar volkomen duidelijk. 'Je bent verdwaald!'
Verdwaald! Hij herkende het woord en voelde zich immens opgelucht. 'Dank je ...' Hij probeerde het uit te leggen. 'Engels ... niet goed. Leerde Arabisch ... om daar heen te gaan.'
Ze knikte begrijpend. 'En toen hebben ze je naar Los Angeles gestuurd?'
'Ja,' zei William.
'Nou, Los Angeles is zo slecht nog niet. Beter dan Fresno, laat ik je dat vertellen. Wat is je naam?'
'Ahm ..begon hij, maar hij herstelde zich. 'William.'
'Nou, hallo dan. Ik ben Harmy.' Ze glimlachte. 'Ik werk hier.' Ze liet hem haar dienblad met lege papieren bekertjes en borden zien. 'Ik breng het eten rond.' Ze keek weer op zijn kaart. 'Cryo ... Cryogenische Transporteenheid. Nou, kom maar mee, Willie, dan gaan we op zoek.'
William probeerde te laten zien hoe dankbaar hij was. Glimlachen was niet zo moeilijk als het leek. Ze zochten zich een weg door het labyrint van buizen en tanks, tot ze omhoog konden kijken naar een aantal loopbruggen langs een enorme tank.
William zag Steven tussen het groepje mannen aan de voet van de enorme installatie staan.
De officier schreeuwde: 'Nee, de druk is niet goed! De binnensluiting zal wel niet goed zijn. Er moet iemand naar binnen.'
'Is dit de Cryogenische Transporteenheid?' riep Harmy.
Steven keek haar aan. 'Ja ...' Toen richtte hij zijn blik op William, die veel te laat was, en hij snauwde: 'William! Waar bleef je toch?'
Hij keek weer naar Harmy, die naar hem glimlachte. 'Eh... Ik was verdwaald.'
Steven schudde zijn hoofd maar wilde er in het bijzijn van de mensen blijkbaar niets over zeggen. 'Nou, ga maar naar boven.' Hij wees naar de loopbrug boven hun hoofd. 'Je werkt met die man daar samen.'
William keek omhoog en zag een donker gezicht dat hij zich nog kon herinneren. Het gezicht keek met een blik vol afkeer op hem neer. Een man met een helm vertelde hem: 'Caleb Taylor is een van onze beste mannen. Caleb, dit is William.'
Het verbaasde William niet dat Caleb niets zei. Hij wist zelf ook niet wat hij moest zeggen.
-
Toen Juliet Parrish opkeek, zag ze Rudolph Metz het laboratorium binnenkomen, op de voet gevolgd door Ruth. Ze keken verslagen en Juliet raadde meteen wat het probleem was. 'Ga me niet vertellen dat ze het weer hebben uitgesteld!'
Dr Metz knikte. 'Ja. Ze verzoeken ons geduld te hebben. Hun wetenschappers zijn nog te druk bezig met het werk in de fabrieken om allemaal aan ons voorgesteld te kunnen worden. Ik heb zojuist met Vasily Andropov gesproken, die voor het Russische team was gekozen, en hij heeft me in vertrouwen gezegd dat het bezoek van hun team ook is uitgesteld!'
Juliet deed geen enkele poging haar teleurstelling te verbergen. 'Maar dit is de twééde keer! Wanneer zeiden ze dat ze er tijd voor hadden?'
Ruth schudde haar hoofd. 'Dat hebben ze niet gezegd. "Een week of twee" was het enige dat de Bezoeker die het bericht kwam overbrengen wilde loslaten. Hij heette Martin, en het scheen hem werkelijk te spijten, maar hij zei dat Diana het bevel tot uitstel persoonlijk had gegeven.'
'Verdomme!' Juliet keek geërgerd naar een van de rattekooien. 'Iedereen behalve wij mag erheen. Heb je al gehoord dat ze zelfs kinderen speciale rondleidingen over het Moederschip geven, als ze lid worden van die jeugdorganisatie die ze steunen? Ze noemen het de Bezoekers-Vrienden.'
Dr Metz knikte. 'Ik heb Kristine Walsh's uitzending gehoord. Maar we moeten niet vergeten dat de Bezoekers hier in de eerste plaats zijn gekomen om hun chemische stof te maken. Die rondleidingen zijn maar een gunst van hun kant.'
Juliet trok een grimas. 'Op die eerste avond werd ons een heel ander verhaal verteld.. Ze zouden "alle vruchten van hun kennis" met ons delen in ruil voor onze hulp bij de aanmaak van hun chemische stof.'
Op dat moment stak Benjamin Taylor zijn hoofd door de deuropening. 'Dr Metz... blij dat ik u zie. We hebben weer een aanvraag uit het Moederschip van Los Angeles binnen. Ze willen nog meer proefdieren.'
'Maar we hebben ze vorige week nog een hele zending gestuurd!' riep dr Metz uit. 'Willen ze er nog méér? Hebben ze ook gezegd waarvoor?'
'Natuurlijk niet,' zei Ruth cynisch.
'Nee,' gaf Taylor toe. 'Maar ze zeiden wel dat ze hun eigen dieren aan het fokken waren en dat ze ons over een maand of zo niet meer nodig hebben.'
'Nou ja, stuur ze dan maar waar ze om gevraagd hebben,' zei Metz.
'Natuurlijk,' mompelde Juliet, zo zacht dat alleen Ruth het kon horen. 'Ik word steeds nieuwsgieriger naar dat Moederschip.'
-
Robert Maxwell maakte de deur van Arch Quintons kantoor open en bleef nog een ogenblik in de deuropening staan. De doos met 'lopende kwesties' was leeg. Hij trok een paar archiefkasten open en begon met snelle, ongeduldige bewegingen te zoeken.
Hij greep de telefoon en draaide vlug een nummer. 'Kathy? Geef me Robin even.'
Even later: 'Robin, met papa. Weet je zeker dat dr Quinton zei dat hij het spul dat hij me wilde laten zien in zijn dossier had liggen?'
Hij begon zorgelijk te kijken. 'Oké. Dank je, schat. Tot straks.'
Bijna onmiddellijk nadat hij de hoorn op de haak had gelegd, begon het toestel te rinkelen. Maxwell nam op. 'Hallo? Met dr Maxwell. Ja, dit is het kantoor van dr Quinton. Ik ben een van zijn medewerkers.'
Hij luisterde een ogenblik en zei toen: 'Nee, ik heb al geprobeerd hem te bereiken. Niemand heeft hem gezien. Ik heb zijn hospita gebeld en voor zover zij weet is hij gisteravond niet thuis gekomen. Hij belde gisteravond rond middernacht, en kreeg mijn dochter aan de lijn. Zei dat hij nog laat zat te werken.'
Hij begon in Quintons bovenla te zoeken en keek onder zijn vloeiblad. 'Hoort u eens, meneer... Robeson, zei u dat niet? Hebt u al contact opgenomen met de politie? Is zijn auto ergens gezien?'
Hij wachtte even. 'Hij heeft een grijze Granada uit 1978, geloof ik.'
Hij liet zijn adem sissend ontsnappen. 'Dan zie ik u daar. Het parkeerterrein achter dit gebouw?'
Maxwell rende naar buiten. Het was zaterdag en het was nog zo vroeg dat het parkeerterrein bijna helemaal leeg was. Alleen Quintons wagen stond er.
Een beetje beschroomd schuifelde Robert Maxwell op de wagen af. Toen vermande hij zich en liep er naar toe.
Het portier gaf gemakkelijk mee; het zat niet op slot. Hij stak zijn arm naar binnen en haalde Quintons sleutelbosje uit het contact. Er hing een vreemde geur in de auto, een geur waar Maxwell een beetje misselijk van werd.
Hij probeerde niet te diep adem te halen en keek nog eens in de wagen. Leeg. Schoon, zoals altijd.
Zijn blik viel op het portier. Het handvat aan de bestuurderskant hing scheef en op het rode vinyl zat een vettige zwarte vlek. Maxwell realiseerde zich dat hij nu beefde over heel zijn lichaam. Zijn hart bonkte in zijn oren.
Robert bracht zijn vingertoppen naar de vlek en snoof er toen voorzichtig aan. Het gal liep hem in de mond, en als hij geen lege maag had gehad, zou hij hebben overgegeven. Hij spuwde op de grond, spuwde nog eens, en leunde toen duizelig tegen het achterportier van de Granada.
Voetstappen ... snel, zwaar. De universiteitsbewaker Robeson. 'Bent u Maxwell?'
Robert slikte iets weg en zei: 'Ja, ik ben dr Maxwell.'
‘Is dit Quintons wagen?'
'Ja. Zijn sleuteltjes zaten in het contact.'
Robeson nam de sleutelring met een verwijtend klakgeluid van zijn tong in ontvangst. 'U had niets moeten aanraken. Er kunnen vingerafdrukken op zitten.'
De bewaker bekeek het inwendige van de wagen. 'Nog nooit zoiets meegemaakt. Ik kan beter maar meteen de politie bellen. Hebt u enig idee wat er met hem gebeurd kan zijn?'
'Nee,' zei Maxwell. 'Nee.'
'Ik ga de politie bellen,' zei Robeson, en hij voegde er met een vriendelijke stem aan toe: 'U ziet er niet goed uit. Gaat u maar even zitten.'
-
De middagzon scheen op de oesterwitte wand van Kristine Walsh's flatje in Los Angeles. Mike Donovan zat op de sofa en keek zijn apparatuur na. Kristine zat in haar bh en slipje in de andere kamer en maakte zich op. Haar monoloog werd telkens even onderbroken doordat ze haar mond strak moest houden.
'... en toen zei Diana dat ze blij was met de vorderingen in de Richland-fabriek. Ze zei dat het representatief was voor de andere fabrieken.'
Donovans stem drong vanuit de zitkamer tot haar door. 'Heeft ze ook verteld dat ze de lezingen voor de wetenschapslui al twee keer heeft uitgesteld?'
'Ja. Ze zei dat ze er binnenkort mee zouden beginnen.'
Donovan liet een schamper lachje horen. 'Dat zeiden ze de vorige keer ook.'
'Maar wacht even, Mike, ik heb je nog niet alles verteld.' Kristine hield haar hoofd schuin en wierp een kritische blik op haar gezicht in de spiegel. 'Toen zei Diana: "Wat mij hier op aarde ook bevalt, Kristine, ben jij." Ze zei dat de Bezoekers van alle journalisten die ze hier hebben ontmoet zich bij mij het meest op hun gemak voelden. Ze zei: "Ons onderzoek toont ook aan dat jouw mensen veel vertrouwen in je hebben. Ze hebben respect voor je ... je bent aantrekkelijk ..."'
'Dat is Lassie ook,' zei Donovan. 'Wat heeft dat er nou mee te maken?'
'Nou, ze zei dat die eigenschappen van groot belang waren voor degene die ze tot officiële woordvoerder van de Bezoekers wilden benoemen - en toen bood ze mij die baan aan!'
'Huh?'
'Of perssecretaris ... Ze zei dat ik het mocht noemen zoals ik wilde. Wat vind jij het mooist klinken?'
Er volgde een lange stilte. Toen Donovan eindelijk begon te spreken, klonk zijn stem nogal gespannen. 'Het bevalt me geen van beide.'
Kristine trok een bruine wollen rok en een donkerbruine gestreepte blouse aan. 'Kom nou, Mike. Je bent gewoon jaloers.'
'Welnee, doe niet zo stom, Kris! Ik begrijp niet hoe je er zelfs maar over kunt denken!'
'Ze hebben iemand nodig die het vertrouwen van het publiek geniet, en het lijkt me een geweldige springplank.' Ze kwam de zitkamer binnen en begon de inhoud van haar tasje na te kijken.
Donovan keek haar aan. 'En hoe zit het dan met je objectiviteit?'
'Wat?' Notitieboekje, dacht ze, cassetterecorder ... lipstick ... waar is mijn pen?
Mike sprak met een harde stem die ze nog maar een paar keer eerder had gehoord - meestal wanneer iemand hem iets over zijn scheiding vroeg. 'Denk je niet dat je je objectiviteit in gevaar brengt als je de reet likt van ...'
Ze draaide zich met een ruk naar hem om. 'Ik lik niemands reet!'
Hij keek haar bezorgd aan. Kristine kwam naar hem toe en knielde voor hem neer om hem recht in de ogen te kunnen kijken. 'Snap je het dan niet? Het is de perfecte manier om aan vertrouwelijke informatie te komen! Exclusief materiaal dat voor niemand anders toegankelijk is! Ik kan er op z'n minst een boek over schrijven!'
Ze pakte zijn handen vast en probeerde hem gerust te stellen. 'Ik zal objectief blijven, Mike. Per slot van rekening ben ik een van ons, niet van hen.'
Donovan keek naar zijn handen en maakte ze langzaam uit haar vingers los. 'Leg de biefstukken maar weer in de koelkast, Kris.'
Ze dacht meteen weer aan haar gesprek met Diana. 'O ja, dat is waar ook.
Vanavond heb ik geen tijd - Diana zei dat ze me zou laten halen. Maar hoe wist jij dat?'
Hij keek haar een hele tijd aan en het drong langzaam tot haar door. Terwijl Kristine met vochtige ogen op zoek ging naar haar pen, deed hij zijn cameratas dicht en liep hij naar de slaapkamer. Ze hoorde hem zijn koffers pakken.
'Verdomme,' fluisterde ze, en ze schrok van haar eigen overslaande stem. 'Verdomme, verdomme, verdomme!' Ze draaide zich pas weer om toen hij de deur van de flat achter zich had gesloten.