18

Ruby Engels liep langzaam over het vertrouwde trottoir. Ze sleepte haar oude boodschappenwagentje achter zich aan. Ze keek voor de twintigste keer op haar horloge - twintig voor een. Nog een paar minuten. Ze haalde diep en huiverig adem en hoopte dat ze voldoende kracht zou hebben om haar taak te volbrengen. Ondanks al haar bravoure was Ruby erg bang. Haar hele leven had ze zich keurig aan de wet gehouden, en op haar leeftijd was het moeilijk om nog te veranderen.

Toen ze daar liep, zag ze opeens twee bekende mensen van wie ze niet had verwacht dat ze hen ooit nog zou zien. Ze versnelde haar pas en begon te glimlachen en te wuiven. 'Stanley! Lynn! Jullie zijn terug!'

Stanley en Lynn Bernstein stonden in hun tuin. Ze keken alle twee op. 'Ruby!'

Ruby liet haar wagentje op het trottoir staan en liep haastig naar hen toe. 'Ik ben zo blij dat ik jullie zie! Ik dacht dat jullie misschien nooit meer terug zouden komen!'

Stanley's arm zat vanaf de elleboog in het verband - hij hield hem stijf, alsof de minste beweging hem pijn zou doen. Lynn was zo te zien ongedeerd, maar in haar blauwe ogen had ze nu een andere blik - alsof ze het ergste had gezien dat ze zich had kunnen voorstellen en zich nu pas begon te realiseren dat ze er niet door vernietigd was. Ze stak haar bevende armen uit om de oudere vrouw te omhelzen. 'Ruby! Het is zo geweldig om weer terug te zijn!'

'Waar is Abraham?'

De Bernsteins keken elkaar aan. 'We hebben hem niet meer gezien,' zei Stanley met een doffe stem. 'Toen we thuiskwamen, troffen we Daniël daar aan.' Hij sprak de naam uit alsof het hem pijn deed. 'Hij had hem ook niet gezien. Hij beloofde dat hij aan zijn leider, Brian, zou vragen, waar zijn grootvader is, maar ...' Hij slikte iets weg. 'Misschien is het beter als we dat niet weten.'

Lynn begroef haar gezicht in haar handen. 'Daniël zei dat... het hem speet... dat wij ...'

'Rustig maar, Lynn,' zei Stanley, en hij sloeg zijn gezonde arm om zijn vrouw heen.

'Ik begrijp het,' zei Ruby. 'Stanley, pas goed op jezelf. Lynn, ik zie je nog wel. Probeer wat rust te nemen.' Ze gaf de jongere vrouw een schouderklopje en liep toen haastig weg.

Ze weigerde na te denken. Haar benen bewogen zich mechanisch, een-twee, een-twee, en nadat ze haar boodschappenwagentje weer had opgepikt, liep ze de weg die zij en haar vriend al zo vele malen hadden gelopen. Bij de eerste hoek stond naast twee politiewagens een van hun patrouilleschepen geparkeerd.

Ruby bleef staan. Een eindje verderop fouilleerden een paar Bezoekers, vergezeld door twee politieagenten, een stuk of wat jonge knapen voor een serie Bezoeker-aanplakbiljetten waar het 'V'-teken op prijkte. Spuitbussen met rode verf waren de stille getuigen van het delict dat de knapen hadden begaan. Ruby pakte vlug een van de molotovcocktails uit haar boodschappenwagentje en haalde haar aansteker uit haar zak. Terwijl ze de met benzine gevulde fles onder haar grote handtas verborgen hield, stak ze het lont aan, juist op het moment dat ze het open luik van het patrouilleschip passeerde. Niemand keek naar haar - iedereen had zijn aandacht op de jonge knapen gericht.

Met een snel en trefzeker gebaar wierp Ruby de molotovcocktail door het open luik naar binnen. 'Deze is voor Abraham,' mompelde ze met een uitdagende blik in de richting van de Bezoekers, die met hun rug naar haar toe stonden. Toen liep ze meteen weer door.

De eerste, kleine explosie werd bijna meteen gevolgd door een veel grotere. Ruby wierp een snelle tevreden blik achterom en zag dat het patrouilleschip in lichterlaaie stond; een van de politiewagens was ook getroffen. De Bezoekers en politieagenten keken naar de vlammen; de jonge knapen maakten dat ze wegkwamen. Ze glimlachte voldaan maar zag toen opeens dat een van de politieagenten over zijn schouder naar haar keek.

Ruby's rug verstijfde - maar toen zag ze hem heel even grijnzen en achter zijn rug het 'V'-teken maken.

Ruby Engels liep verder, op zoek naar het volgende doelwit.