2

In de vaalrode zonsondergang richtte Mike Donovan zijn camera op de lichtjes van Manhattan. Hij stond op de top van het VN-gebouw. Donovan keek weer op zijn horloge. Zeven uur, vijftig minuten en vijfenveertig seconden. Nog geen tien minuten meer.

De deur op het dak vloog open om nog een menigte journalisten en technici toe te laten. Mike zag een vertrouwd donker hoofd en rende op Tony Leonetti af. Hij hielp zijn vriend de apparatuur naar de afzetting van touwen te dragen. Donovan zag Leonetti's gezicht vertrekken toen hij zijn schouder bewoog.

'Weet je zeker dat je het kunt volhouden, Tony?'

Tony grijnsde. 'Het nieuws van de eeuw? Man, dat wil ik niet missen!'

'Mike?' Beide mannen draaiden zich om toen ze een vrouwenstem hoorden.

Donovans ogen bleven op haar gericht toen ze naar hen toe liep, een lange, uiterst verzorgde vrouw van begin dertig. Alles aan haar, de make-up, de haarstijl en de koele taxerende blik in haar ogen, maakte duidelijk dat ze een van de meest vooraanstaande TV-verslaggeefsters was. 'Hallo, Kristine.'

'Hallo, Mike. Dag, Tony.' Ze keek hen een beetje schaapachtig aan. 'Waar gaan we staan?'

Donovan wees naar de afzetting waarachter zich een contingent VN-politie had opgesteld. Van ver beneden hen drong het ononderbroken geloei van sirenes tot hen door. Hij bleef aarzelend staan.

Kristine pakte zijn arm vast. 'Mike? Laten we beginnen.'

'Eh, ja,' begon hij. 'Ik stond net te ... denken.'

Ze keek hem begrijpend aan. 'Ik ook. Je had me op z'n minst gedag kunnen zeggen voor je weg ging.'

'Dat heb ik wel gedaan. Je was aan het telefoneren, je probeerde een opdracht van iemand los te krijgen, en je hoorde me niet.'

Ze dacht even na en keek hem aan. 'Het spijt me.'

Donovan glimlachte een beetje nerveus. 'Mij ook.'

Ze keken elkaar een tijdlang aan en toen wendde ze haar ogen af. 'Hoe laat is het?'

Donovan keek op zijn horloge. 'Zeven uur zesenvijftig.'

Kristine rende weg om haar laatste voorbereidingen te treffen. Donovan ging met zijn camera aan het werk. De minuten kropen voorbij.

Om zeven uur negenenvijftig kwam er een gedistingeerde witharige man te voorschijn, geflankeerd door een gewapend escorte. Donovan zag dat het de secretaris-generaal was. Hij gaf de militairen op het dak een teken dat ze hun wapens moesten laten zakken. Donovan richtte zijn camera op de gigantische, verlichte gedaante van het vreemde luchtschip dat ver boven hen hing, zo enorm groot dat de grootste wolkenkrabbers er nietig bij leken.

Hij hoorde een van de journalisten in een microfoon spreken.'... en er is een doodse stilte ingevallen ... niet alleen hier, denk ik, maar op de hele wereld..

'Negen ... acht... zeven ... zes ..

Vijf, dacht Donovan, vier, drie, twee, een ...

'... en de klok slaat acht uur ... 01.00 uur Greenwich Mean Time.'

Met de zoeker van zijn camera tegen zijn oog gedrukt keek Donovan omhoog. Zijn oog traande een beetje, omdat hij er niet mee wilde knipperen.

Daar! Iets - moeilijk te zien in dat enorme zilverblauwe ding - een kleine donkere opening! Donovan knipperde nu toch even met zijn ogen en tuurde toen weer naar het luchtschip.

Hij richtte zijn camera recht op de opening en zag dat die door iets werd opgevuld - iets wat een gestroomlijnd voorwerp bleek te zijn dat zich van het grote luchtschip losmaakte en naar hen neerdaalde. Donovan kon Kristines koele, professionele stem horen en had bewondering voor haar zelfbeheersing - hij wist dat ze even nerveus was als zij allemaal, maar ze wekte de indruk dat ze dit alle dagen deed. 'Het kleinere luchtschip beweegt zich omlaag - over Third Avenue en Thirty-ninth Street - recht op het VN-gebouw af.'

Donovan volgde het kleine luchtschip, dat nu langzamer ging vliegen om te kunnen landen. Het verspreidde een witte glans en het had kleine donkere driehoekjes die ondoorschijnende vensters zouden kunnen zijn. Op wat zo te zien de neus van het luchtschip was, zag hij een soort rood vignet, een combinatie van stippen en lijnen, heel anders dan alles wat de cameraman ooit eerder had gezien maar op de een of andere manier toch ook heel vertrouwd.

Kristine ging verder met haar commentaar: 'Het luchtschip blijft nu drie meter boven ons hoofd in de lucht hangen ... Het gaat nu landen ... De lucht zelf voelt vreemd aan ... het trilt een beetje

Aan de onderkant van het luchtschip ging een paneel open en op hetzelfde moment hoorde de verzamelde menigte een stem - een vreemde enigszins galmende stem. 'Herr General Sekreterare ...' Donovan richtte de camera op de secretaris-generaal die nu met een kalm gezicht en met een kaarsrechte rug naar voren kwam.

De stem ging verder:'Var intre radd kom upp for trappan.' Op dat moment schoof er een loopplank tot aan het dak omlaag.

Kristine's kalme maar nu toch ook een beetje gespannen stem drong tot Donovan door: 'Ik geloof dat de stem Zweeds sprak - dat is de moedertaal van de secretaris-generaal...' Ze luisterde aandachtig naar een knopje in haar oor. 4Ja. Ik heb de vertaling ... "Secretaris-generaal... wees niet bang ... Wilt u de trap opkomen?"'

De oudere man kwam met kalme resolute passen naar voren. Hij bereikte de loopplank en begon stap voor stap naar boven te gaan, tot hij bij het luchtschip was aangekomen en naar binnen ging. De militairen brachten hun wapens in de aanslag.

Boven aan de trap bewoog iets, er bewogen zich schaduwen door de duisternis. Toen ... een gezicht! De secretaris-generaal kwam weer te voorschijn en liep in een energiek tempo de trap af.

Er ging een gemompel door de menigte, maar Kristines zelfverzekerde stem sneed er dwars doorheen: 'Daar is hij! De secretaris-generaal is weer naar buiten gekomen. Hij is zo te zien ongedeerd en hij wuift opgewekt naar de toeschouwers hier op het dak van het VN-gebouw ... Wacht even. Het ziet ernaar uit dat hij de menigte zal toespreken ...'

Donovan richtte zijn camera op het gezicht van de secretaris-generaal en het beschaafde stemgeluid van de oudere man drong helder tot hem door. 'Medebewoners van de Aarde ... deze Bezoekers verzekeren me dat ze in vrede komen en dat ze alle bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties zullen respecteren. Zoals u zult zien, lijken ze veel op ons ... hoewel hun stemmen wel wat ongewoon zijn. Ze vroegen me om namens hen het woord te doen, maar ik vond dat iedereen zich meer op zijn gemak zou voelen als hun Opperbevelhebber, die aan boord van dit schip is, rechtstreeks tot u allen zou spreken. Zijn stem zal over de hele wereld te horen zijn, in alle plaatselijke talen.'

De secretaris-generaal draaide zich om en keek langs de trap omhoog. Donovan richtte zijn camera op de donkere opening in de buik van het kleine luchtschip. Hij zag iets bewegen, en toen kreeg hij twee in laarzen gestoken voeten voor zijn lens, en een normaal uitziende romp, twee armen, een hoofd ...

Donovans vingers verstrakten zich om de camera. Hij had grote verschillen verwacht, maar die waren er niet! Op het eerste gezicht leek het wezen op een normale man van middelbare leeftijd, met dicht grijs haar en scherpe blauwe ogen. Hij droeg hoge zwarte laarzen, die niet van gewone rijlaarzen te onderscheiden waren, en een rossig gekleurde overall die veel van een pilotenpak weg had. Er liepen vijf schuine zwarte strepen over zijn borst.

Kristines commentaar was analytisch en precies: 'Ongeveer een meter tachtig lang ... tachtig kilo, schat ik ... Hij schijnt moeite te hebben om in de felle schittering van de schijnwerpers iets te kunnen zien ... Hij blijft nu staan, halverwege de trap ... Ik denk dat hij iets gaat zeggen ...'

De stem van de man drong duidelijk tot hen door, maar het ongewone timbre - een soort vibrerende resonantie - klonk nu nog levensechter dan over de luchtgolven.

'U moet het mij maar niet kwalijk nemen ... maar onze ogen zijn niet gewend aan zo'n fel licht..Hij haalde een verrassend normaal uitziende zonnebril uit zijn zak en zette hem op.

'Zoals de secretaris-generaal u al heeft verteld komen wij in vrede ... Onze planeet is de vierde in afstand vanaf de ster die u Sirius noemt. Het is ongeveer 8,7 lichtjaren van de Aarde vandaan. Dit is de eerste keer dat wij denkende wezens op een planeet hebben aangetroffen. Wij zijn erg blij u te ontmoeten!'

Donovan nam een close-up van de man, die nu een paar stappen in zijn richting deed en vervolgde: 'Onze namen zouden u vreemd in de oren klinken, daarom hebben wij - mijn mede-Bezoekers en ik - eenvoudige namen van de Aarde gekozen. Mijn naam is John.'

De Bezoeker glimlachte weer. 'De secretaris-generaal noemde mij de "Opperbevelhebber". In werkelijkheid ben ik gewoon een soort admiraal. Ik voer het bevel over deze kleine vloot die naar uw planeet is gekomen ...'

Kleine vloot? Donovan greep de camera nog steviger vast en merkte plotseling dat het zweet in zijn handen stond.

'Wij hadden al andere, onbemande schepen gestuurd, waarvan sommige de televisie van de Aarde een hele tijd hebben gevolgd, zodat wij uw talen konden leren - maar sommige van ons zijn daar niet zo bedreven in als andere, dus wij hopen dat u geduld met ons zult hebben. Wij komen hier namens onze Grote Leider ... die wijs en edelmoedig over onze verenigde planeet regeert... Wij zijn gekomen omdat we uw hulp nodig hebben.'

Wijs en edelmoedig, dacht Donovan cynisch. Hij lijkt me een echte politicus. Als we niet uitkijken, wordt John onze volgende president.

'Onze planeet verkeert in grote milieuproblemen. Veel, veel erger dan bij u. Om te kunnen overleven hebben wij onmiddellijk hulp nodig. Wij hebben een dringende behoefte aan bepaalde chemische stoffen. U kunt ons helpen die stoffen te maken. En in ruil daarvoor zullen wij u graag in de vruchten van al onze kennis laten delen.'

De vruchten van al onze kennis ... Wie heeft die toespraak voor hem geschreven? dacht Donovan.

'Wij zouden graag met regeringen in contact komen om hen te verzoeken een aantal bestaande fabrieken, verspreid over de wereld, de door ons benodigde stoffen te laten produceren ...'

Donovan dacht even aan de fabriek van zijn stiefvader. Hij zag al voor zich hoe zijn moeder, Eleanor, die sukkel van een Arthur aanspoorde om een Bezoekers-contract in de wacht te slepen.

'En zoals ik al zei, in ruil daarvoor zullen wij uw industrie en wetenschap met al onze kennis vertrouwd maken, kennis die u kan helpen uw milieu-, landbouw- en gezondheidsproblemen op te lossen. Daarna zullen wij weer in vrede vertrekken. Ik weet dat als het andersom zou zijn, als ú ons kwam bezoeken, ik graag meteen een kijkje in uw ruimteschip zou willen nemen.

Daarom nodigen wij de secretaris-generaal en vijf van uw journalisten in ons Moederschip uit.'

Donovan voelde dat er op zijn schouder werd getikt, en toen hij opkeek, zag hij een van de adjudanten van de secretaris-generaal bij hem staan. 'Uw kaartje is getrokken, meneer Donovan,' zei de man met een buitenlands accent.

'Allemachtig!' Donovan keek zijn apparatuur nog even na en dook toen onder het touw van de afzetting door. Kristine en Tony kwamen naast hem lopen.

'Wat bedoelde hij nou, mijn kaartje is getrokken?' vroeg Donovan hen.

'Ze hebben de journalisten door het lot aangewezen,' zei Kristine. 'Sam Egan en Jeri Taylor zijn er ook bij.'

'Hebben wij even geluk!'

'John', de leider van de Bezoekers, stond boven aan de trap op hen te wachten. Zijn handdruk was opmerkelijk koel, zijn huid voelde stevig en glad aan. 'Meneer Donovan. Ik heb uw opnames van de onderkant van ons Moederschip gezien. Erg indrukwekkend ... en erg moedig.'

Donovan voelde zich net een kind dat een schouderklopje kreeg. 'Ja, dat is waar ook, u zei dat u onze televisie volgde. Hoe lang doen jullie dat al?'

John glimlachte. 'Al meerdere jaren. Ik beloof je dat we je nieuwsgierigheid zullen bevredigen, Mike. We zullen alle tijd hebben om met elkaar te praten.'

'Ik ben blij dat te horen.' Donovan liep door. Hij stapte in het luchtschip en maakte nog gauw even een close-up van Johns gezicht.

Het inwendige van het schip was teleurstellend. Het leek op een kruising tussen een Learjet en zo'n voertuig dat passagiers naar vliegtuigen brengt. Langs de wanden waren zachte zitplaatsen die op het eerste gezicht van normaal donkerbruin materiaal leken. Die kleur is goed gekozen, dacht Donovan, en hij herinnerde zich hoe hij het vorige jaar na zijn scheiding in allerijl zijn flat had ingericht.

De gedachte aan zijn scheiding herinnerde Donovan eraan dat hij Sean al bijna drie dagen niet had opgebeld. De gebeurtenis van de eeuw, dacht hij, en je hebt niet eens gebeld om te horen hoe je enige kind erop reageert. Hij nam zich voor Sean de volgende morgen op te bellen en in het weekend naar hem toe te gaan. Hij vroeg zich af of Sean hem dat vreemde luchtschip had zien binnengaan, en hij glimlachte. Hij wist het zeker. Sean was zijn vaders grootste fan. Zelfs Marjorie's verbittering kan daar geen verandering in brengen, dacht hij.

Kristine Walsh zat tegenover hem en voerde een levendig gesprek met John. Donovan vroeg zich af waar ze het over hadden en voelde een onredelijke jaloezie.

Hij maakte nog vlug een paar opnames en wilde dat hij meer licht had. Het was nogal schemerig hier binnen.

Twee andere Bezoekers, jonge mannen, ongeveer van Donovans leeftijd, staken hun hoofd naar binnen en John knikte. Even later voelde Donovan dat het luchtschip opsteeg.

Het buitenaardse schip was geluidloos en er was bijna niets van de beweging te merken. Donovan vroeg zich af hoe het schip werd voortgestuwd.

'Ben je bang, Mike?' vroeg Tony.

'Jij?'

'Ja, een beetje misschien. Dit is een grote dag voor de hele planeet.'

'Ja. Maar om je vraag te beantwoorden - ja, ik ben ook een beetje bang.'

Ze voelden een nauwelijks waarneembare schok en het schip kwam tot stilstand. Donovan pakte zijn camera en zei: 'Daar gaan we dan.'

Ze kwamen in een grote open ruimte. Aan weerskanten stonden rijen kleinere luchtschepen opgesteld. De grote hangar leek erg op de hangars die Donovan aan boord van de grootste vliegdekschepen van de marine had gezien. John legde uit dat er in elke hangar ongeveer veertig luchtschepen stonden, en dat er nog zo'n tweehonderd andere verspreid stonden op de grote Moederschepen van de vloot.

De Bezoeker raakte Kristines arm aan. 'Deze kant op. Ik zal je de Grote Controlekamer laten zien.'

Donovan bleef nog even staan om te filmen hoe de journalisten de trap op gingen. Toen kwam hij vlug achter hen aan.

Toen ze zich in het bovenste deel van de hangar bevonden, kwam er door een zijdeur een donkerharige, uiterst aantrekkelijke vrouw te voorschijn. Donovan maakte een opname van haar. Zelfs in het schemerlicht was duidelijk te zien hoeveel gezag haar donkere ogen uitstraalden. Toen ze naar de vrouw toe liepen, hoorde hij Kristine aan John vragen: 'Hebben jullie behalve mannen ook vrouwen aan boord?'

Johns stem klonk enigszins verrast. 'Natuurlijk. Dit is Diana ... Ze is na mij de hoogste in rang.'

De brunette knikte hen innemend toe. Donovan maakte een opname van haar. Ze draaide zich om en liep met hen mee.

De controlekamer vertoonde enige gelijkenis met die van een nucleaire onderzeeër, maar hij was groter en er zaten meer dan tien mannen en vrouwen achter grote, veelkleurige panelen en schermen. Op een paar van die schermen waren beelden van Manhattan beneden hen te zien, maar de meeste vertoonden teksten en grafieken. Alle bemanningsleden droegen lichtrode overalls met kleine verschillen om hun rang en functie aan te duiden.

De Opperbevelhebber liep gewoon door. 'Nu gaan we een kijkje nemen in wat jullie onze machinekamer zouden noemen.'

'Staan jullie via dat scherm daar in verbinding met de andere schepen van jullie "kleine vloot"?' vroeg Kristine.

'Ja, Kristine,' antwoordde Diana met een hese altstem. 'De meeste andere schermen volgen en activeren de verschillende functies van het schip. Het is allemaal maar routine, niets spectaculairs.'

Ze liepen een tunnel in, die bijna veertig passen lang was - Donovan telde ze. Het enige wat er in de tunnel te zien was, waren een stuk of wat fel gele deuren. Donovan keek er door de zoeker van zijn camera naar, maar afgezien van de opvallende kleur kon hij er niets bijzonders aan zien.

'En die deuren die we zojuist zagen?' vroeg Kristine aan Diana.

'Beveiligde kamers - veel radioactiviteit. Zoals je hebt gezien is onze voortstuwing erg effectief, maar het neemt bijna de helft van het schip in beslag.'

'Hoe snel kunnen jullie vliegen?' vroeg Donovan. Het was de eerste keer dat hij iets zei, en Diana keek hem aan.

'We kunnen een snelheid bereiken die niet ver onder de snelheid van het licht blijft.'

Ze kwamen op een loopbrug hoog boven een groot aantal glanzende, goudkleurige cilinders. Er liepen een paar technici tussen de gigantische cilinders door om ze na te kijken en om de gegevens van de meetapparatuur op te nemen.

Diana ging verder. 'In de andere helft van het schip bevinden zich de verblijven van de bemanning en de opslagruimten voor de chemicaliën die we hier op Aarde gaan maken. We doen ze in enorme cryogenische tanks om ze ...'

'Cryogenisch?' vroeg Kristine.

'Supergekoeld. Om ze goed te houden.'

John grinnikte. 'Je moet het Diana maar niet kwalijk nemen, Kristine. Zoals alle wetenschapsmensen vergeet ze wel eens dat niet iedereen het technisch jargon zo goed beheerst als zij.'

'Je had het daarstraks over de verblijven van de bemanning,' ging Kristine verder. 'Hoeveel mensen zitten er in dit schip?'

Diana aarzelde maar een fractie van een seconde, maar het ontging Donovan niet dat ze haar commandant een snelle zijdelingse blik toewierp. 'Dat... varieert... Een paar duizend.'

Op dit schip alleen? dacht Donovan. Hoeveel zouden er dan in alle vijftig schepen samen zitten? Donovan beet op zijn lip en keek naar Kristine, maar zij concentreerde zich al op haar volgende vraag.

'Zouden we met sommige van hen kunnen praten?'

John glimlachte. 'Natuurlijk. Daar zal nog alle gelegenheid voor zijn.'

Even later eindigde de rondleiding in de hangar. Diana, niet John, ging met de journalisten en de secretaris-generaal naar het VN-gebouw terug.

Toen ze in het kleinere luchtschip zaten, rekte Donovan zich uit en wreef hij over de spieren van zijn nek.

'Hoe laat is het?' vroeg hij Tony, die hij op zijn horloge zag kijken.

De geluidsman grijnsde. 'Ongeveer half tien. De nacht is nog jong.'

Donovan bedwong een geeuw. 'Jezus, wat ben ik moe. Ik heb een gevoel alsof ik dagenlang niet heb geslapen.'

'Dat heb je ook niet. Tenzij je in het vliegtuig uit El Salvador in slaap bent gevallen.'

'Nee. Ik had het te druk met kindermeisje voor jou te spelen.'

'Onzin. Ik heb die close-ups van het Moederschip gezien. Je was weer helemaal in actie.'

'Jazeker,' zei Donovan grijnzend. Hij gaf een klopje op de camera. 'Ik kan bijna niet wachten tot dit wordt uitgezonden.'

'Wat denk je dat het waard is?' vroeg Tony, die zakelijker ingesteld was dan hij.

'Zo ongeveer alles wat we er voor vragen, jongen. Ik laat het aan jou over.'

De vijf journalisten en de secretaris-generaal werden tegen de verzamelde pers beschermd tot ze hun banden en films hadden overgedragen. Donovan, Tony en Kristine keken naar hun film in de speciale nieuwsuitzending per satelliet.

Zodra de uitzending was afgelopen, ging iemand flessen champagne halen.

'Mike?' Donovan keek een beetje wazig op en zag Kristine voor hem staan. Hij realiseerde zich dat hij bijna in slaap was gesukkeld.

'Hoe laat is het?' Hij keek om zich heen. Het feestje was in volle gang.

'Bijna middernacht. Kom je bij mij thuis nog een slaapmutsje drinken?'

Hij had bijna gezegd dat hij liever naar een hotel ging, omdat hij zo moe was, maar hij hoorde zich zeggen: 'Goed. Heb je video?'

'Natuurlijk. Neem je de band mee?'

'Natuurlijk!'

Het was al een paar maanden geleden dat hij voor het laatst bij Kristine thuis was geweest. Ze had een flat met een adembenemend uitzicht. Hij keek uit over de glinstering van het water en naar de koplampen ver beneden hem. En boven hem doemde natuurlijk de met schijnwerpers bestraalde kolos van het Bezoeker-schip op.

Kristine kwam met een paar groene flessen en twee glazen uit de keuken. Donovan grijnsde. 'Nog meer champagne?' De kurk vloog met een knal van de fles en de wijn spoot omhoog. Hij hield vlug zijn glas onder de fles en ging met haar op de sofa zitten.

Kristine lachte. 'Natuurlijk! Hoe vaak maken we het mee dat we de gebeurtenis van de eeuw kunnen verslaan?' Ze pakte de afstandsbediening van haar TV-toestel op. 'Heb je de band er al ingestopt, Mike?'

'Maar je hebt het al gezien ...'

'Ja, was het niet geweldig? Draai het nog eens af. Nog één keer!'

Ze keken naar hun eigen rondleiding op het Moederschip, gefascineerd door de beelden van Donovans camera. Zodra Diana in beeld kwam, keek Kristine hem quasi-beschuldigend aan. 'Daar heb je haar. Je vriendinnetje. Je hebt meer opnames van haar gemaakt dan van mij!'

Donovan keek haar grijnzend aan. 'Ze heeft alles... een goed stel hersens ... ziet er leuk uit...'

'En een adembenemend figuur,' zei Kristine lachend. 'Maar zou jij willen dat je zuster met iemand van Sirius trouwde?'

Even later keek Diana hen van dichtbij recht in de ogen. 'Zie je wel!' zei Kristine tegen Donovan. 'Weer een close-up!’

Donovan probeerde haar lachend af te weren, maar ze was te snel voor hem en goot een koude straal champagne uit haar glas in zijn nek. Terwijl hij zijn best deed om niets uit zijn eigen glas te morsen, deed hij een uitval naar haar en slaagde erin een van haar polsen vast te grijpen. Haar lege glas viel op het dikke tapijt.

Lachend worstelden ze om het overgebleven champagneglas. Op de een of andere manier kwam Mike uitgestrekt op de sofa terecht, met Kristine boven op hem - en met de champagne nog in zijn bezit. Het glas was wonderbaarlijk genoeg nog vol, maar Donovan had er geen belangstelling meer voor. Hij was zich maar al te bewust van de blik in Kristines ogen. Hun ogen waren maar een paar centimeter van elkaar verwijderd.

Ze sprak met een hese stem. 'Mike ... waarom wilde het vroeger niet klikken tussen ons?'

Hij schudde zijn hoofd en haalde zijn schouders op.

'Ik zou het graag opnieuw proberen, Mike.' Ze boog zich naar hem toe. Haar mond smaakte zoet van de champagne.

Donovan sloot zijn ogen en kuste haar nek. Toen hij haar lichaam naast zich neertrok, lag het warm tegen hem aan. Zijn ene hand gleed door de zachte wirwar van haar haren, terwijl zijn andere hand naar het bijzettafeltje tastte. Hij slaagde erin het glas zonder te morsen op het tafeltje te zetten.