images

17

RUST

ER IS GEEN PEIL op te trekken hoe druk het op een dag wordt in het ziekenhuis. De volgende ochtend zwijgt de 8888 in alle talen en ook mijn eigen pieper laat het afweten. Ik ken de patiënten van de afdelingen omdat ik er gisteren langs ben gelopen en de SEH belt pas om één uur dat er een jongen met een pijnlijke enkel is. Bouwman belt iets daarvoor om te zeggen dat het lunchtijd is. Lunchtijd, stel je voor! Gewoon overdag iets eten. Ik weet niet hoe ik het heb. We eten rustig onze lunch op, Fleur voegt zich tien minuten later bij ons en haalt drie koppen koffie. Ze vertelt dat ze samen met Smit een artikel aan het schrijven is en denkt het over een maand in te kunnen sturen naar een bekend chirurgisch blad. Bouwman vraagt wanneer ik denk te gaan solliciteren voor de opleiding. Ik antwoord dat ik mij nog oriënteer. Inmiddels ben ik ook een onderzoek gestart met Van Plagge en ik zeg dat dat goed gaat. Bouwman knikt goedkeurend en zegt: ‘Jij komt er wel.’

Vijf minuten later gaat mijn pieper. Er is een jongeman op de SEH die met volleybal door zijn enkel is gegaan. Zijn enkel is gezwollen en pijnlijk, maar hij kan er wel op staan. Er zijn geen breuken te zien op de röntgenfoto en ik vraag de verpleegkundige een drukverband aan te leggen. Er komen nog een paar patiënten met kleine wondjes en een dame met een gebroken pols, die ik rechtzet en ingips. Er zijn niet veel patiënten, maar omdat ik alleen sta moet ik behoorlijk doorwerken.

Een jongeman van een jaar of vijfentwintig ligt kronkelend op een brancard. ‘Wat is er gebeurd?’ vraag ik verwonderd?

Hij zegt dat hij met zijn ballen tegen een paaltje is gerend en dat hij ongelooflijke pijn heeft.

‘Hoe lang is dat geleden?’ vraag ik.

Het blijkt ongeveer een half uur eerder te zijn gebeurd. Ik ben ook wel eens met mijn ballen ergens tegenaan gelopen en dat voelde zeker niet prettig, maar ik ben er nog nooit mee naar het ziekenhuis gegaan. Wat wil hij dat ik doe?

‘Heb je je scrotum wel eens eerder gestoten?’ vraag ik hem.

‘Ja, maar niet zo!’ piept hij.

Vervolgens onderzoek ik zijn scrotum, dat enigszins gezwollen is maar verder eigenlijk geen bijzonderheden vertoont. Ik weet echt niet wat ik hiermee moet en bel Bouwman maar.

‘Met zijn tas tegen een paaltje gelopen? Wat komt hij doen dan?’ vraagt Bouwman geamuseerd.

Ik antwoord dat ik het ook niet goed weet. Bouwman stelt voor om een echo te maken van zijn scrotum om er zeker van te zijn dat de bloedvoorziening in orde is. Als de echo gemaakt is komt hij wel even kijken.

Een half uur later gaat mijn pieper en belt de radioloog dat de bloedvoorziening van het scrotum prima is en dat er naast een kleine bloeduitstorting eigenlijk geen bijzonderheden te zien zijn. Ik bedank hem hartelijk.

Even later staat Bouwman naast me en kijkt de jongeman onderzoekend aan. ‘Gaat het al iets beter?’ vraagt hij rustig.

‘Gelukkig wel, maar net had ik het gevoel dat er een kudde bizons over mijn ballen denderde!’ zegt hij. Wij moeten allebei lachen om zijn vreemde omschrijving.

‘Mag ik ook eens kijken?’

De jongen laat zijn broek zakken en Bouwman kijkt aandachtig. ‘Doet dit pijn?’ vraagt hij terwijl hij hard in zijn ballen knijpt.

De jongen veert met gestrekte armen en benen overeind en schreeuwt: ‘Djeez!’

Bouwman kijkt hem met een serieus gezicht aan en zegt: ‘Dat is een goed teken. De echo is ook goed. Wat mij betreft kun je naar huis, oké?’ Bouwman geeft een stevige handdruk, de jongeman bedankt hem opgelucht en trekt zijn broek weer omhoog. ‘Jij ook bedankt,’ zegt hij tegen mij, waarna hij ongemakkelijk wijdbeens naar de uitgang loopt.

Fleur staat samen met mij ingedeeld op de SEH en ik vraag me geïrriteerd af wat ze aan het doen is en waarom ze er niet is. Dat kreng is vast aan het opereren met Smit en laat mij alleen buffelen op de SEH. Als ik later naar de overdrachtsruimte loop, zie ik haar arm in arm lopen met een vrouw van een jaar of zestig. Ze schuifelen samen stapje voor stapje vooruit. Ik loop naar haar toe en roep: ‘Fleur, we moeten naar de overdracht!’ Ze draaien zich beiden langzaam om en ik zie dat er bij Fleur een traan over haar wang loopt. Ik verontschuldig me en vraag of ik namens haar nog iets over moet dragen. Ze schudt van nee.

Om half vijf draag ik over aan de avonddienst en om vijf uur ben ik thuis.

Op weg naar huis haal ik een grote bos bloemen voor Roos, die verbaasd naar haar horloge wijst. ‘Heb je een vrije middag?’ vraagt ze. Ze heeft haar squashkleren nog aan, een strak shirtje waarin ze er op zijn zachtst gezegd uitdagend uitziet.

‘Wij gaan op het terras borrelen en daarna uit eten!’ antwoord ik enthousiast. Ik kijk nog eens goed naar haar. Ze heeft een kort sportbroekje aan waar haar billen mooi in uit komen. De kleur ervan past bij het strakke topje. Bij de lange blonde lokken lijken haar blauwe ogen te fonkelen. Wat een mooie vrouw. Ik sla een arm om haar heen en trek haar naar mij toe. Roos zegt dat ze een beter plan heeft dan uit eten gaan.

Even later heeft ze gedoucht en een jurkje aangetrokken dat haar duizelingwekkend sexy maakt. Ik staar expres naar haar decolleté. Ze moet lachen en zegt dat ik nog even moet wachten.

We fietsen naar een meertje in de buurt. Onderweg vertel ik honderduit over meneer Kadaver en motorrijders en enkels. Bij het meertje aangekomen pakt Roos een kleed dat we uit Afrika meegenomen hebben, uit haar tas. Ze heeft broodjes gemaakt en ontkurkt een fles wijn. Ze kijkt me glunderend aan: ‘Zo vind ik het weer leuk, Marten!’ Ze geeft me een zoen, pakt de Flair uit haar handtas en legt haar hoofd op mijn borstkas. ‘Heerlijk,’ verzucht ze.

Ik streel door haar haar en over haar rug en wriemel even later haar bh los. Ze kijkt me ondeugend aan en fluistert in mijn oor dat ik de meest sexy dokter ben die ze kent. Haar telefoon gaat, ze kijkt snel wie het is, glimlacht ongemakkelijk en drukt de beller weg. Zag ik daar de J van Joost voorbij flitsen? Ach, het kan me ook niet schelen; ik ben verliefd op Roos en op het leven. De oude Marten, de jonge hond die bomvol energie zit en die ik zo lang kwijt was, de Marten die samen met Roos de hemel bestormt, is herrezen.